Het opstellen van de Transitievisie Warmte is een belangrijk moment om na te denken over de rol die bewoners(initiatieven) krijgen in de lokale warmtetransitie. HIER doet een aantal aanbevelingen die helpen bij zowel het opstellen van de visie in samenwerking met bewoners als het vormgeven van de inhoud. 

20% aardgasvrij voor 2030

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte hebben opgesteld, waarin het tijdspad wordt vastgelegd waarop buurten en wijken aardgasvrij worden. Gemeenten moeten gemiddeld 20% van hun wijken aardgasvrij maken voor 2030 om de doelstelling van 1,5 miljoen woningen te halen. Dit is het belangrijkste besluit dat in de Transitievisie Warmte moet worden genomen. Daarbij hoeft nog niet meteen een keuze te worden gemaakt wat het alternatief voor aardgas wordt. In de Transitievisie Warmte kunnen gemeenten meerdere opties voor alternatieve energie-infrastructuren opnemen.

Tools van het rijk

Gemeenten krijgen ondersteuning bij het opstellen. Het Kennis- en Leerprogramma, waarvan de VNG trekker is, heeft een stappenplan gemaakt voor het opstellen van de visie. Hierbij is samengewerkt met gemeenten die al een Transitievisie Warmte hebben opgesteld. In aanvulling daarop hebben het Expertise Centrum Warmte en het Planbureau voor de Leefomgeving een Leidraad ontwikkeld, die per wijk of buurt vijf mogelijke warmtealternatieven beschrijft.

Advies over de rol van bewoners

De notitie die je hieronder kunt downloaden gaat in op het perspectief van bewoners en bewonersinitiatieven. Daarbij kijken we zowel naar de rol van (betrokken) bewoners bij het opstellen van de Transitievisie Warmte (het proces) als naar de keuzes die de gemeente in de transitievisie warmte kan maken met betrekking tot bewonersparticipatie (de mogelijke inhoudelijke keuzes).