Als je als coöperaties daadwerkelijk gezamenlijk stroom gaat opwekken, wordt deze stroom verkocht aan een energieleverancier. Je begeeft je dan op de energiemarkt. Met een energieleverancier naar keuze sluit je een contract voor de verkoop van jouw geproduceerde stroom. Meestal liggen de geboden prijzen iets onder de leveringstarieven die particulieren betalen. Bij veel leveranciers kun je daarnaast afspraken maken bijvoorbeeld over het ontvangen van een overstapvergoeding voor leden van de coöperatie die overstappen naar diezelfde energieleverancier. Maar hoe werkt het precies en waar kan je bijvoorbeeld afspraken over maken?

Elke producent van (duurzame) energie heeft een afnemer nodig. Deze koopt de geproduceerde stroom en Garanties van Oorsprong (GvO) tegen vooraf vastgestelde afspraken. Deze afspraken worden vastgelegd in een stroomcontract, een Power Purchase Agreement (PPA) genoemd. Om goed beslagen ten ijs te komen in deze markt, is het dus zaak om je kennis en competenties op orde te hebben.

Wat is de stroom die we als collectief produceren eigenlijk waard?

Als consument betaal je een vaste prijs (met hooguit een dag- en nachttarief) voor van het net afgenomen elektriciteit. Op het moment dat je als coöperatie substantieel stroom aan het net gaat leveren, wordt dat anders. In principe ga je dan concurreren met de andere opwekkers van stroom: gas- en kolencentrales, maar ook andere duurzame energieproductie uit bijvoorbeeld zon of wind. De waarde van de stroom hangt dan af van hoe en wanneer het wordt geproduceerd, de hoeveelheid, de leveringszekerheid en het spanningsniveau waarop wordt ingevoed. Er zijn geen vastgestelde tarieven of vaste vergoedingen. De vergoeding moet in overleg tussen de coöperatie en leverancier, via onderhandeling tot stand komen.

Waar zit de onderhandelingsruimte?

In de onderhandeling met een energiebedrijf heb je als collectief meer te bieden dan alleen maar stroom.

  • Wanneer de coöperatie in één keer een grote groep mensen aanbrengt, worden door energiebedrijven vaak premies verstrekt of kunnen gunstige afspraken worden gemaakt. Voor de leverancier is het interessant een grote groep klanten aan zich te binden. Deze nieuwe klanten betalen immers vastrecht, nemen ook extra stroom af en willen meestal ook gas geleverd krijgen. Daarom wordt er vaak door een energiebedrijf per nieuw aangebracht stroomcontract een soort premie gegeven. Als collectief heb je daarom een sterkere onderhandelingspositie dan wanneer alle leden individueel een contract met een leverancier afsluiten. (Het is echter niet verplicht om met alle leden van de coöperatie energie af te nemen van dezelfde leverancier). Naast het bedingen van een gunstige stroomprijs kun je dus afspraken maken met de energieleverancier voor een overstapvergoeding per coöperatie lid dat overstapt naar die leverancier.
  • Ook de contracttermijn is van belang. Een energiebedrijf wil natuurlijk zo lang mogelijk samenwerken. Daar gebruik van maken bij de onderhandelingen is raadzaam. Bedenk overigens wel dat langdurige contracten ook nadelen kunnen hebben als bijvoorbeeld de elektriciteitsprijs zou stijgen. Wettelijk geldt geen maximale termijn qua contractduur, mits dit ‘redelijk’ is. De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op de redelijkheid van de afgesloten leveringscontracten.
  • Daarnaast vertegenwoordigen de Garanties van Oorsprong (GvO’s) een waarde op de energiemarkt. GvO's verkrijg je bij het produceren van duurzame elektriciteit.

Bij onderhandelingen met energiebedrijven is het belangrijk om naast de vergoedingen die voor de stroom en GvO’s worden geboden, duidelijke afspraken te maken over vaste kosten, contracttermijn, administratieve procedures en eventuele bijkomende kosten als verhuiskosten, et cetera. Ook valt te onderhandelen over eventuele administratiekosten die het energiebedrijf doorrekent voor het toepassen van de belastingkorting.

Hoe werkt het systeem van garanties van oorsprong?

Garanties van Oorsprong (GvO’s) zijn een bewijs dat stroom is opgewekt uit een duurzame bron. GvO’s zijn certificaten en worden in Nederland uitgegeven door CertiQ. Een GvO wordt eenmalig aangemaakt per 1000 kWh (= 1 Mwh) duurzaam opgewekte elektriciteit.
Een GvO wordt elektronisch aangemaakt. De certificatenrekening bij CertiQ waar GvO’s op worden geboekt, is vergelijkbaar met een bankrekening en de handel in GvO’s is vergelijkbaar met het digitale systeem van internetbankieren. Er is dus geen sprake van een papieren certificaat. GvO’s voor duurzame energie staan op de certificatenrekening van een handelaar. De handelaar kan GvO’s overmaken naar andere handelaren, maar hij kan er ook voor kiezen om GvO’s te gebruiken als bewijs van levering van duurzame elektriciteit aan een eindverbruiker. De handelaar kan verder certificaten intrekken, of GvO’s afboeken om grijze stroom te ‘vergroenen’. 

Het verifiëren van de oorsprong van energie werkt als volgt:

  1. De (regionale) netbeheerder of het meetbedrijf meet de hoeveelheid elektriciteit of warmte die door de installatie van de producent duurzaam is opgewekt. 
  2. De netbeheerder geeft de door hem verzamelde meetgegevens door aan CertiQ, meestal maandelijks. 

De meetgegevens worden omgezet in GvO’s en bijgeboekt op de certificatenrekening van de handelaar die de producent op de inschrijving bij CertiQ heeft vermeld (of op een eindverbruikersrekening van de coöperatie).

Kun je GVO's verhandelen en wat zijn ze waard?

Ja, GvO’s zijn in principe los van de stroom te verkopen aan het energiebedrijf (of een handelaar); ze vertegenwoordigen een eigen waarde. De waarde is afhankelijk van vraag en aanbod en de herkomst van de stroom (zowel type als land) en varieert op dit moment tussen enkele tientallen centen en een paar euro. Het meest voor de hand liggend is om de GvO’s te verkopen samen met de opgewekte stroom, maar dat hoeft niet.