In november 2016 verscheen de Lokale Energie Monitor (LEM), de jaarlijkse peiling van HIER Opgewekt en ODE decentraal naar de stand van zaken in de coöperatieve energiesector. De resultaten: 20% meer energiecoöperaties, een verdrievoudiging van het collectieve zonne-energievermogen, 40% meer coöperatieve wind en de opkomst van een lokale energiemarkt. 2016 was het jaar van de postcoderoos, nieuwe burgerwindparken en grote zonneparken. Een jubileumjaar ook: in 1986 werd Noordenwind opgericht, de eerste Nederlandse energiecoöperatie. Dertig jaar later pionieren burgers vrolijk verder. Hoe staat de coöperatieve beweging er voor?

De eerste energiecoöperatie – het Friese Noordenwind – werd opgericht in 1986. Dit was het jaar van de kernramp in Tjernobyl. De eerste Lagerweywindmolens waren een feit, alleen de eigen thuismarkt ontbrak nog. Een groep burgers besloot de handen ineen te slaan, trok de buidel en investeerde in de eerste Lagerwey. Dertig jaar later is de windsector een economische speler van formaat en grotendeels in commerciële handen, maar de burgerbeweging blijft ondertussen onverminderd actief. De pioniers van de jaren 80 en 90 zijn vanaf 2007 versterkt met een nieuwe lichting coöperaties. De inmiddels 300 energiecoöperaties ontwikkelen windparken, experimenteren met zonneenergie, waterkracht en warmte en ontwikkelen innovatieve investeringsen financieringsvormen met hun partners. In dit artikel lichten we vier trends uit: de groei van het aantal coöperaties, de snelle opkomst van zonneenergie, de gestage uitbreiding van coöperatieve windenergie en het ontstaan van een nieuwe nichemarkt voor lokale energie.

De situatie eind 2016

In 2016 zijn 313 coöperaties actief, met 115 MW aan opgesteld vermogen windenergie en 23 MWp zonne-energie. Ongeer 50.000 coöperatieleden wekken samen genoeg stroom op voor 70.000 huishoudens. Door zelf 20 tot 30% ledenkapitaal in te brengen, maakten ze een investering van 170 miljoen euro mogelijk in duurzame energie.

Groei energiecoöperaties

Het aantal coöperaties neemt nog steeds toe. Eind 2016 telt de LEM 313 coöperaties, waaronder de 19 oudere windcoöperaties. Hierbij valt op dat nieuwe coöperaties vaak projectcoöperaties zijn, opgericht voor één specifiek project. Waar lokale burgercoöperaties eerder startten vanuit een wens om een dorp of stad of regio te verduurzamen, richten nieuwe initiatiefnemers zich in eerste instantie meer op de realisatie van één project. Als ze de smaak te pakken hebben, verbreden ze van daaruit. De postcoderoosregeling draagt daar aan bij. Friesland is de koploper wat betreft het aantal coöperaties (per inwoner).

Collectieve zon op stoom

In 2016 is collectieve zonneenergie echt op stoom gekomen. Het totale vermogen is verdrievoudigd ten opzichte van 2015. Dat is indrukwekkend aangezien er minstens 500 uur per project in zit, aldus de initiatiefnemers. Er zijn in 2016 zijn 67 nieuwe collectieve zonnedakenen parken gerealiseerd,  waarmee het totaal uitkomt op 167 projecten, 23 MWp zonvermogen, genoeg zonnestroom voor 6000 huishoudens. Het overgrote deel van deze projecten bestaat uit relatief kleine projecten van tussen 50 tot 200 zonnepanelen die samen 54% van de collectieve zonnestroom opwekken (13 MWp van 23 MWp). De andere helft wordt opgewekt in drie grote zonneparken op Ameland, in Garyp en Breda, die alle drie in 2016 van start zijn gegaan. In 2012 pionierde Deltawind voor het eerst met een grondgebonden zonnepark. Het zonnepark in Ouddorp aan Zee was niet alleen het eerste zonnepark in coöperatief beheer, maar ook het eerste zonnepark van Nederland. De windpioniers pionierden al vroeg met zon. In 2016 kwamen er drie grote zonneparken bij, samen goed voor bijna 11 MWp.

Fig 1Fig 2

De postcoderoosprojecten

Na een aarzelende start, nam het aantal postcoderoosprojecten in 2016 snel toe. Coöperatie Morgen Groene Energie uit Eindhoven had medio 2014 de postcoderoosprimeur met zonnepark Ouverture, al snel gevolgd door twee projecten van de Haagse coöperatie de Zonnevogel en een project in Woerden, alle drie met ontwikkelaar Solar Green Point. In 2015 zijn in totaal 13 projecten gerealiseerd waaronder het tot op heden grootste postcoderoosproject, het zonnedak op de Fablohal in het Haarlemse DE Ramplaankwartier. De ervaringen in de praktijk en een stevige lobby van onderop leiden tot verbetering en verruiming van de regeling. In 2016 zijn er 38 postcoderoosprojecten bijgekomen wat het totale aantal op 55 brengt.

Het blijft lastige en complexe materie, zo is te horen in de sector. Een goed dak of grond is niet zomaar gevonden – het is uiteindelijk andermans dak, de regeling is complex en werving van deelnemers vraagt veel aandacht en tijd. Tegelijkertijd worden mensen er ook steeds handiger in. Sommige projecten zijn binnen een jaar gerealiseerd. Coöperaties helpen elkaar of zoeken  ondersteuning bij professionele dienstverleners. Zo zijn de projecten van de nieuwe coöperaties Duurzaam Riel Goirle en Groenkracht Groenlo in korte tijd van de grond gekomen.

Begin 2016 waren de coöperaties nog niet in beeld, eind van het jaar leverden hun projecten stroom. Vijftien van de 55 postcoderoosprojecten zijn met ondersteuning van de dienstverlener Zon op Nederland (ZoN) gerealiseerd, een coöperatie van lokale projectcoöperaties. ZoN is zelf ontstaan uit een burgerinitiatief in Amsterdam Noord. De initiatiefnemers hebben inmiddels 26 lokale  projectcoöperaties begeleid. In Gelderland zijn vijf postcoderoosprojecten met ondersteuning van AGEM, de coöperatie van gemeenten tot stand gekomen.

In Friesland zijn in 2016 de eerste twee postcoderoosdaken gerealiseerd in Tjerkgaast en Heeg en is een innovatief concept uitgewerkt voor zeven Bildste zonnedaken met een periodieke vergoeding in plaats van een eenmalige inleg. Het Friese MienskipsEnergie vindt ruim weerklank, onder andere bij de Provinciale Staten van Fryslan die zich onlangs uitspraken voor groene Mienskipsstroom. Ook nieuw in 2016 was dat drie postcoderoosprojecten op initiatief van een bedrijf zijn ontstaan. Een mooi voorbeeld is verzekeraar Aegon in Den Haag die haar dak beschikbaar stelde voor bewoners en samen met de gemeente heeft gezocht naar een initiatiefgroep van mensen uit omringende wijken. Die groep is ontstaan en werkt sindsdien onder de naam Groenhofzicht aan een project van 450 zonnepanelen. Begin 2017 is het zonnedak gedeeltelijk in gebruik is genomen.

De SDE+-regeling zet nog steeds meer zoden aan de dijk dan de postcoderoosregeling. Van alle 167 zonprojecten is een kwart met een SDEsubsidie gerealiseerd. Deze leveren samen 70% van de collectief opgewekte zonnestroom, meer dan de postcoderozen. De SDE-projecten zijn gemiddeld groter. Voor de echte opschaling blijft de SDE+ onmisbaar. In die zin is het zorgelijk dat een aantal grote projecten vertraging opliep toen de aanvraag in de eerste ronde van de SDE+ werd afgewezen. Van een aantal is inmiddels bekend dat ze in de tweede ronde wel succes hebben gehad.

Grote zonneparken in 2016

  • Zonnepark Ameland is begin 2016 in gebruik genomen. De 23.000 zonnepanelen zijn voor een derde in handen van de Amelander Energie Coöperatie (2 MWp). Het park is samen met de gemeente Ameland en Eneco ontwikkeld, die ook ieder voor een derde eigenaar zijn. De investering van ruim 7 miljoen euro is mede gefinancierd door leden van de coöperatie, door Eneco en de gemeente Ameland, met ondersteuning van het Waddenfonds, en de provincie Friesland. 
  • ZonneWIJde Breda is in december 2016 van start gegaan. Het is een initiatief van Breda-DuurSaam met het crowdfundingplatform Zonnepanelendelen. Met bijna 7.000 zonnepanelen, 576 deelnemers en een investeringsbedrag van 2,3 miljoen euro is dit het grootste crowdfundingproject voor zonne-energie in Nederland. Het leverde het ZonnepanelenDelen de prestigieuze UNFCCC Momentum for Change Award van de VN op. 
  • In het Friese Garyp is de bouw gestart van het grootste zonnepark van Nederland. Het is een initiatief van de 1900 bewoners van het Friese dorp, verenigd in de coöperatie Enerzjy Kooperaasje Garyp en ondersteund door de Friese Milieufederatie. Inmiddels liggen er 27.000 zonnepanelen, die genoeg stroom produceren voor het dorp Garyp en drie omliggende dorpen. Begin 2017 wordt de eerste stroom geleverd.

Niet alles lukt

De LEM 2016 geeft ook zicht op projecten die vertraging hebben opgelopen of zijn afgeblazen. Door jaarlijks vooruit te kijken, is het jaar daarop te zien wat er van de plannen terecht is gekomen. In Amsterdam zijn bijvoorbeeld vier projecten van Zuiderlicht niet doorgegaan omdat er geen overeenstemming bereikt kon worden over de vergoeding voor het dakgebruik met de dakeigenaren. Deze projecten hadden al een SDE+-beschikking. Daarnaast zin plannen voor een groot zonneveld bij Teuge in Gelderland van Energierijk Voorst stopgezet omdat er geen grond beschikbaar was. In Zutphen heeft de coöperatie ZET zich teruggetrokken uit de projectontwikkeling van zonnepark Noordveen omdat het niet lukte om voldoende deelnemers te vinden.

Zon in de pijplijn

Wat kunnen we verwachten voor de komende jaren? Allereerst dat de groei van het aantal collectieve zonnedaken en –parken voorlopig nog wel even doorgaat. Voor 2017 liggen nog minstens 107 projecten op de tekentafel (36 MWp, 140.000 zonnepanelen). Voor deze projecten zijn de vergunningen verleend, is indien nodig de subsidie aangevraagd en is de werving begonnen. Of ze ook echt gerealiseerd worden, is afwachten. Van een paar projecten is bekend dat hun aanvraag in de eerste SDE+-voorjaarsronde 2016 is afgewezen. Of de initiatiefnemers voldoende deelnemers weten te werven, is ook afwachten. Daarnaast zijn minstens 36 projecten in voorbereiding (46 MWp). Dit zijn vooral grote zonneparken waarvoor het vergunningentraject is gestart. Dit soort projecten zie je ruim van te voren aankomen. Dat geldt minder voor de kleinere projecten waarvan initiatiefnemers mogelijk al met plannen rondlopen, maar die daar nog niet mee naar buiten zijn getreden.

Coöperatieve wind

Sinds die eerste Friese coöperatie hun Lagerwey liet draaien, werken de coöperaties gestaag verder aan de uitbreiding van het collectieve windenergiebezit. In 2016 is 115 MW aan opgesteld windenergievermogen in coöperatief eigendom gerealiseerd. Dat is bijna 34 MW meer dan in 2015. De coöperaties produceren daarmee genoeg stroom voor 65.000 huishoudens.

De LEM is streng in het toerekenen van vermogen aan coöperaties; als er sprake is van gedeeld eigendom dan wordt alleen het aandeel in coöperatief eigendom meegerekend. Bijvoorbeeld: de twee windturbines die voor 25% in eigendom zijn van Deventer Energie tellen voor 25% mee. Deltawind, Zeeuwind, Kennemmerwind, de Eendragt en Noordenwind hebben een aantal parken in gedeeld eigendom of zijn aandeelhouder in grote windparken. De verwachting is dat gedeeld eigendom vaker gaat voorkomen, deels een gevolg van het windbeleid dat aanstuurt op grootschalige windparken in concentratiegebieden. In 2016 werkten Zeeuwind en Deltawind aan opschaling en vernieuwing van bestaande windturbines en –parken: in Battenoert en op twee andere locaties in Zeeland. In Nijmegen is eind december 2016 het eerste burgerwindpark van Gelderland geopend (vier turbines, 10 MW). Het is op 31 januari 2017 door koningin Maxima bezocht en is een krachtig voorbeeld van lokale samenwerking tussen de Gelderse milieufederatie, de  energiecoöperatie, ontwikkelaar Pim de Ridder, de gemeente en omwonenden. De succesvolle wervingscampagne ‘Haal energie uit eigen molens’ heeft een communicatieprijs gewonnen. Inmiddels werken de initiatiefnemers aan de combinatie van wind met een groot zonnepark, opslag en mogelijk de omzetting van energie in warmte; Energielandschap de Grift.

Windpark Hellegatsplein op Goerree Overflakkee dat ook in 2016 van start ging, is een bijzondere loot aan de coöperatieve stam. Dit park van 3 turbines (12 MW) is aangekocht door energiebedrijf Qurrent en ondergebracht in de coöperatie Qurrent waarvan alle 95.000 Qurrent-klanten lid zijn. Het model wijkt af van de oudere windcoöperaties: in dit geval participeren de leden namelijk niet financieel in het windpark, maar kopen ze de windstroom in bij Qurrent. Als klant zijn ze ook meteen lid van de coöperatie. De Windcentrale heeft in 2016 een tiende windmolen gekocht en de coöperatie BoerenZwaluw opgericht. De stroom wordt door Greenchoice geleverd aan de deelnemers.

Een bijzondere actie die deels onder de radar is gebleven, is de aankoop van een oude bestaande windmolen in Zeewolde door zeven coöperaties. Dit geeft hen een positie als medeontwikkelaars in het megawindpark Zeewolde. Daarnaast zijn er nog twee projecten waarbij een coöperatie de financiële participatie heeft georganiseerd. In deze gevallen is geen sprake van coöperatief eigendom. De Bredase energiecoöperatie BRES heeft een actieve rol gespeeld in het organiseren van de participatie voor het Windpark Hazeldonk-Breda. Er is ruim één miljoen euro door uitgifte van obligaties opgehaald. BRES is geen eigenaar en ook geen financier; de participanten investeren direct in het windpark en krijgen certificaten van het windpark. BRES krijgt 1% rente per certificaat uitgekeerd om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren. In de gemeente Oude IJsselstreek is Windpark Netterden gerealiseerd. Het park van zes windturbines is van Yard Energy en niet in coöperatief eigendom. AGEM, de coöperatie van gemeenten in de Achterhoek en het crowdfundingplatform Duurzaam Investeren hebben de participatie gefaciliteerd.

Wind in de pijplijn

Er zit voor minstens 87 MW wind in de coöperatieve pijplijn. Bijna 50 MW daarvan staat eind 2019 in windpark Krammer, een initiatief van Deltawind en Zeeuwind. Samen realiseren zij het grootste burgerinitiatief van Nederland: 34 windmolens met een gezamenlijk vermogen van 102 MW op de Krammersluizen op de grens van de Zeeuwse eilanden en het Zuid-Hollandse Goeree-Overflakkee. 51% is in eigendom van de twee coöperaties. De ontwikkeling van dit park is voor 100% voor eigen rekening en risico. Dat is een niet geringe opgave, want hier is een bedrag van € 7,5 miljoen mee gemoeid, ingebracht door de 4000 leden. Beide coöperaties werken daarnaast nog aan opschaling van hun bestaande parken. De LEM heeft nog zes projecten met coöperaties op de radar waarvan de planprocedures zijn gestart: twee projecten van Betuwewind bij knooppunt Deil en op het Avri terrein, De Spindler in Tilburg, windpark Koningspleij in Arnhem, de overname van de windturbine Boekelermeer Alckmaer Wind in Alkmaar en windpark Rietlanden in Den Bosch.

In Groningen zijn de kleine E.A.Z-molens van 10 kW populair. Deze kunnen zonder bestemmingsplanwijziging gerealiseerd worden. In 2017 gaan er een aantal draaien: in Reestdal, in de stad Groningen, in Silwolde en Tinallinge.

Wind op de lokale agenda

In veel regio’s zwengelen energiecoöperaties de lokale discussie over windenergie aan. Hierbij valt op dat het coöperatieve model bij gemeenten steeds meer weerklank vindt. Zij redeneren dat als de windturbines op eigen grondgebied draaien er bij voorkeur ook lokaal van geprofiteerd wordt. In Limburg hebben een aantal gemeenten en de provincie richtlijnen opgesteld waarin coöperatieve wind de voorkeur heeft. Een tiental projecten is in voorbereiding. Meestal gaat het om kleinschalige parken van één tot drie windturbines. Er zijn plannen van IJsselwind, deA, Drechtse Wind, projecten langs de A16, in Limburg, Drenthe, in Ridderkerk, Lansingerland, Wieringermeer, Zeewolde en Zwolle.

Daar staat tegenover dat de zaak in Friesland en Noord-Holland nog steeds op slot zit. Dit tot frustratie van de windcoöperaties van het eerste uur die willen uitbreiden. Zo heeft de Friese dorpsmolen stichting Reduzum plannen liggen voor een nieuwe windturbine, maar krijgt deze vooralsnog geen toestemming van de provincie. Ze mogen participeren in windpark Fryslan in het IJsselmeer, maar daar voelt men weinig voor, een molen in het IJsselmeer is geen dorpsmolen. Dit levert een wat ongemakkelijke situatie op. Terwijl elders in het land het dorpsmolenmodel steeds meer navolging vindt, dreigen de oorspronkelijke Friese en Noord-Hollandse dorpsmolens te verdwijnen. In Overijssel waar windenergie een nieuwe ontwikkeling is, zijn de plannen voor Windpark Lochter voorlopig stopgezet. De gemeente Hellendorn wil eerst alle mogelijkheden voor duurzame energie nader onderzoeken.

Lokale energie

Tot slot staat de Lokale Energie Monitor stil bij de ontwikkeling van de lokale energiemarkt. Deze ontwikkeling van een nieuwe nichemarkt is minstens zo interessant als de toename van de lokale productie. Voor 2010 bestond lokale energie (vrijwel) niet. Anno 2016 is het een gewild product; lokaal duurzaam opgewekt. Vrijwel alle energieleveranciers bieden tot de bron herleidbare stroomproducten aan. Voor nieuwe leveranciers als VandeBron is het corebusiness.

Het was in 2012 nog ondenkbaar dat een grote internationaal energiebedrijf als GDF Suez zich zou profileren met een zonnepark door en voor de mensen of als ENGIE Opgewekt ‘herleidbare stroom’ op de markt zou brengen. De stelling is goed verdedigbaar dat deze markt niet zou zijn ontstaan als de energiecoöperaties de druk niet hadden opgevoerd op zowel de vraag- als aanbodkant. Het doel is steeds geweest: het sluiten van de energie en economische kringloop, lokaal opwekken en afnemen, geldstromen lokaal houden en versterken van de gemeenschap, sociaal én duurzaam.

Ruim 60% van alle coöperaties werkt samen met een energieleverancier of met een van de coöperatieve leveranciers. Dit stelt hen in staat om lokale duurzame energie te leveren aan hun leden of mensen in de regio. De coöperaties DE Unie en Noordelijk Lokaal Duurzaam (NLD Energie) zijn ontstaan uit de coöperatieve beweging zelf en nemen de handelsketen volledig in eigen hand. Ze hebben een leveranciersvergunning, kopen zelf in en leveren de energie door via de aangesloten coöperaties aan klanten. In totaal hebben 88 van de 313 coöperaties zich bij hen aangesloten.

Interessant zijn de ontwikkelingen op de aanbodmarkt: naarmate de vraag meer toeneemt krijgt lokaal opgewekte stroom meer waarde. Energieleveranciers zijn serieus op zoek naar lokale stroom en dit versterkt de positie van coöperaties met eigen productie. Zij verkopen de stroom aan de energieleveranciers die het vervolgens leveren aan de klanten. Als dit via een van de coöperatieve leveranciers verloopt dan wordt hiermee de kringloop van energie en zeggenschap gesloten.

Er is een boeiende discussie aan het ontstaan over de herkomst van stroom en hoe deze het beste geborgd kan worden: door direct inkopen bij de producent (via een power purchase agreement) of via aankoop van GVO’s. Nu kan dit nog op beide manieren. Zo verkoopt Zonnepark Ameland haar stroom aan Eneco via een PPA, maar een derde van de GVO’s aan NLD energie.

Vroege burgerpioniers

De windcoöperaties Windvogel en de Eendragt waren vroege pioniers wat betreft zelflevering: ze bieden al jaren eigen windstroom aan hun leden. De Windvogel heeft het onderwerp stevig op de  agenda gezet door een rechtszaak te voeren over energiebelasting over eigen stroom. Het leidde niet helemaal tot het gewenste resultaat (namelijk geen belasting), maar wel tot een 100% belastingkorting in de postcoderoosregeling. Het essay de Energieke Bottomup in Lage landen van 2012 bracht de opkomende burgerbeweging voor het eerst in kaart. De beweging was toen nog klein en de eigen productie gering, maar de verwachting was dat de coöperatieve beweging de gevestigde energiemarkt in beweging zou brengen met ‘opwaartse druk en hinderlijke knaagkracht’.

Die energiemarkt kon wel een game changer gebruiken, want het schoot allemaal niet erg op met de verduurzaming en de energietransitie. In 2016 zien we de game changers volop aan het werk.  Hoewel de burger maar een van de vele pionnen is op het grote schaakbord, moet zijn rol niet onderschat worden. In hun nieuwe boek Energy Democracy laten Craig Morris en Arne Jungjohann zien hoe de Duitse burgerbeweging aan de wieg van de Energiewende stond. In Nederland waren de burgerwindcoöperaties al een paar jaar bezig toen de eerste Duitse coöperaties aan de slag gingen met Hollandse Lagerweys. De energiecoöperaties verdienen hun credits voor hun innovatieve pioniersrol.

Dit artikel is geschreven door Anne Marieke Schwencke voor Energie+.