2016 is een jubileumjaar. Precies dertig jaar geleden werd de eerste windcoöperatie van Nederland opgericht, het Friese Noordenwind. Sindsdien werken de coöperaties gestaag verder aan de uitbreiding van het coöperatieve windvermogen. In 2016 staat er 115 MW opgesteld: bijna 34 MW meer dan 2015. Wind mét zeggenschap en lokale baten. De hoogtepunten: vier Nijmeegse windmolens leveren eind 2016 hun eerste stroom, Zeeuwind en Deltawind vernieuwen hun windparken en werken verder aan het grootste burgerinitiatief van Nederland: een 100 MW windpark op de Krammersluizen. Qurrent koopt een windpark en maakt het coöperatief. En zeven coöperaties kopen een windmolen in Zeewolde en zitten nu aan tafel als mede-ontwikkelaars van windpark Zeewolde. Er zit ondertussen meer in de pijplijn: minstens 87 MW. In veel regio’s zwengelen de coöperaties de lokale discussie over windenergie aan. Het coöperatieve model vindt weerklank bij veel gemeenten: als de windturbines op eigen grondgebied draaien dan met lokaal profijt. In Friesland en Noord- Holland zit de zaak nog steeds op slot tot frustratie van de pioniers van het eerste uur: de Friese dorpsmolens en de eerste windcoöperaties. Dit artikel komt uit de lokale energie monitor 2016.  Download ook de lijst van alle windprojecten.

Vooraf

De Nederlandse windsector kent al een lange coöperatieve traditie. Precies dertig jaar geleden werd de eerste burgerwindcoöperatie van Nederland opgericht: Noordenwind uit Friesland. De eerste generatie windcoöperaties is nog steeds actief, nu versterkt met een nieuwe generatie. In 2016 vindt het coöperatieve model steeds meer weerklank, zeker als het voordeel oplevert voor de lokale gemeenschap. Lokale lasten, lokale lusten. Het concept van burgerwindmolens is eenvoudig: leden van een coöperatie investeren gezamenlijk in een windproject en profiteren van de opbrengsten. Meestal wonen de leden in de omgeving van het project waardoor de opbrengsten lokaal blijven, in eerste instantie bij de individuele leden die financieel rendement behalen op hun inleg. Daarnaast wordt vaak een deel van de opbrengst vrijgemaakt voor investeringen in duurzame of sociale projecten in de gemeenschap. Op deze manier profiteren alle burgers van de windontwikkeling.

 “Een burgerwindmolen is een windmolen die gefinancierd is door omwonenden. Door de verkoop van de opgewekte stroom ontvangen zij rendement op hun inleg. De overige revenuen komen ten goede aan de gehele regio waar de molen staat”. (IJsselwind)

Financiële participatie van particulieren in windparken is tegenwoordig vrij gebruikelijk (NWEA gedragscode, Bosch en Van Rijn, Evaluatie Gedragscode, 2016). Het wordt steeds vaker als voor- waarde gesteld door gemeenten. Het model van de coöperaties gaat een stap verder: ze combineren collectieve financiering met zeggenschap en borging in de gemeenschap. De deelnemers zijn mede-eigenaar van de windturbines en hebben zeggenschap over de bedrijfsvoering, winstverdeling en nieuwe investeringen. 

In de Lokale Energie Monitor kijken we alleen naar windprojecten waar burgercoöperaties actief bij betrokken zijn. We kijken niet naar:

  • Financiële participatie van windparken zonder coöperatie.
  • Duurzame beleggingsfondsen zoals Meewind of het Triodos Duurzame fonds. Deze bieden ook mogelijkheden voor burgers om te investeren en profiteren van duurzame energieprojecten. Burgers staan hier echter op een zodanige afstand van het project en van elkaar dat we hier niet echt meer kunnen spreken van een georganiseerd burgercollectief.

Ga terug naar boven

Gerealiseerd in 2016

Flinke toename van coöperatief vermogen: van 81,5 MW naar 115 MW 

Eind 2015 hebben de coöperaties in totaal 81,5 MW aan windver- mogen opgesteld staan. Eind 2016 is dat toegenomen met 33,7 MW tot 115,2 MW. De helft van het totale coöperatieve vermogen is vóór 2012 geplaatst, de andere helft daarna. 

Het totale gerealiseerde windvermogen op land eind 2016 is nog niet bekend bij het verschijnen van deze monitor. Als we uitgaan van de cijfers van het CBS van eind 2015 3000 MW dan is 3,8% van het totale gerealiseerde windvermogen op land in coöperatief eigendom. Dat is meer dan in 2015. Echter, we verwachten dat het totale wind op landvermogen inmiddels ook aanzienlijk hoger is, dus relatief zal het aandeel nog steeds rond de 3% liggen. Kijken we naar de nieuwe windparken die in 2015 en 2016 zijn gerealiseerd dan zien we dat coöperaties bij 6% van de nieuwe windturbines zijn betrokken. Rekenen we ook de projecten mee waarvoor de coöperatie de financiële participatie hebben verzorgd dan is dat 10% [bron: Windstats].

Gerealiseerde projecten 2016

Het meeste coöperatief windvermogen staat opgesteld in Zeeland door Zeeuwind en Zuid-Holland door Deltawind en Meerwind. Deze twee coöperaties – beide al meer dan 25 jaar actief – hebben bijna de helft van het coöperatieve windvermogen in handen. Het meeste windvermogen staat in de kustprovincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland. Met de nieuwe projecten uit 2015 en 2015 is een verschuiving landinwaarts ingezet.

LEMLEMLEM 4.3

Nieuw 2016: Coöperatieven projecten

  • Deltawind heeft haar windpark Battenoert, het eerste windpark van de coöperatie, in 2015 en 2016 vernieuwd en opgeschaald. De 7 turbines uit 1996 waren na negentien jaar toe aan vervanging. Er staan nu 4 turbines van 3 MW die samen 40 miljoen kWh per jaar opwekken, voldoende voor ruim 11.000 huishoudens. Het vermogen is met 7 MW toegenomen. Het windpark Deltawind BV is voor 100% eigendom van de coöperatie Deltawind. Deltawind heeft in totaal 22,8 MW wind in beheer op Goeree Overflakkee.
  • Zeeuwind heeft in 2016 twee nieuwe windturbines geplaatst en twee gesaneerd. Het vermogen is met 2,8 MW toegenomen. In totaal heeft Zeeuwind 30,6 MW windturbines staan op 11 locaties in Zeeland.
  • In Nijmegen is eind 2016 Windpark Nijmegen-Betuwe met vier windturbines (10 MW) van start gegaan. Een vijfde windturbine staat gepland. De Coöperatie Windpower Nijmegen heeft in de zomer van 2015 twee miljoen euro bijeengebracht van meer dan 1000 deelnemers door uitgifte van windaandelen. De coöperatie heeft geïnvesteerd in het windpark en heeft 95% van de aandelen in handen; het Innovatie en Energie- fonds Gelderland (IEG) is voor 5% eigenaar. Dit project is samen ontwikkeld met de gemeente Nijmegen en Stichting Wiek-II, een samenwerking van de Gelderse Natuur- en Milieu- federatie en Izzy projects.
  • Begin 2016 is het Windpark Hellegatsplein (12 MW) op Goerree Overflakkee geopend. Energiebedrijf Qurrent heeft het windpark in 2014 gekocht en het eigendom ondergebracht in de coöperatie Qurrent u.a.. Alle klanten van het energiebedrijf Qurrent zijn lid van de coöperatie en hebben daarmee zeggenschap over het windpark. Opvallend is dat de leden niet financieel participeren. Klanten kunnen een Windtegoed kopen en krijgen daarmee de windstroom geleverd door het energie- bedrijf. Dit is een stroomproduct, geen financiële participatie.
  • De Windcentrale, een besloten vennootschap heeft in 2016 een tiende windturbine aangeschaft. Deze staat in het Friese Barum. Net als de andere windturbines is deze aangekocht met financiering van particulieren (via Winddelen). Deze windturbines zijn ondergebracht in projectcoöperaties waarvan de financierende deelnemers lid zijn. De coöperaties zijn ieder de eigenaar en financier van één windturbine, de leden hebben zeggenschap. Deze windturbines zijn niet nieuw en voegen dus geen extra vermogen toe aan het landelijke park. Ze zijn wel in coöperatief beheer gebracht. In totaal hebben de deel- nemers 16 miljoen euro geïnvesteerd (voor alle tien windturbines).
  • Zeven energiecoöperaties – Zeenergie, Groene Reus, Kennemerwind, Zuidenwind, Zuiderlicht, De Eendragt en Meerwind - hebben deze zomer een windmolen gekocht in Flevoland van 850 kW. De Windvogel had al twee molens staan in deze provincie. De coöperaties zijn lid van de Windvereniging Zeewolde, een samenwerkingsverband van windenergie-eigenaars en andere initiatiefnemers in Flevoland die gezamenlijk Windpark Zeewolde ontwikkelen. Met de aanschaf van dezemolen zijn de coöperaties medeontwikkelaar van het windpark (zie verder bij projecten in voorbereiding).

Nieuw 2016: Participatie, geen eigenaar

In 2016 hebben coöperaties voor twee projecten de financiële participatie georganiseerd. In deze gevallen is geen sprake van coöperatief eigendom.

  • Het Windpark Hazeldonk-Breda op een industrieterrein in Hazeldonk bij Breda is sinds januari 2016 officieel in gebruik genomen. De Bredase energiecoöperatie BRES heeft eenactieve rol gespeeld in het organiseren van de participatie. Er is ruim één miljoen euro, ongeveer 10% van de financiering, door uitgifte van obligaties opgehaald. BRES is niet zelf de eigenaar en ook geen financier; de participanten investeren direct in het windpark en krijgen certificaten van het windpark. BRES krijgt 1% rente per certificaat uitgekeerd om nieuwe ontwikkelingen te stimuleren. Het park zelf is in eigendom van Windpark Breda-Hazeldonk BV (van Greentrust en Izzy Projects).
  • In 2016 is Windpark Netterden in de gemeente Oude IJsselstreek gerealiseerd. Het park van zes windturbines is in eigendom is van een private partij (Yard Energy) en niet in coöperatief eigendom. In september 2015 is het opgesteld voor participatie en konden mensen windobligaties kopen. AGEM, de coöperatie van gemeenten in de Achterhoek en het crowdfundingplatform Duurzaam Investeren hebben de participatie gefaciliteerd. De eerste twee tranches waren binnen zes weken uitverkocht en leverde 550.000 euro op.

Projecten in 2015

De volgende projecten zijn al genoemd in de Lokale Energie Monitor 2015. Het zijn mooie voorbeelden van samenwerking tussen coöperaties onderling en met professionele ontwikkelaars.

  • Zuidenwind (2011) uit het Limburgse Neer heeft in 2015 één windturbine ontwikkeld: de Coöperwieck. Het is de vijfde molen in het al oudere windpark Neer dat in handen is van private partijen. Uniek in dit project is dat de oudere wind- coöperaties Meerwind en De Windvogel medefinancier en mede-eigenaar zijn. Beide hebben ieder 25% van de aandelen, Zuidenwind 50%. Samen hebben ze 1 miljoen euro, een derde van de financiering bijeengebracht. 
  • Deventer Energie, een lokale coöperatie, is voor 25% mede- eigenaar van Windpark Kloosterlanden. Het gaat om twee turbines. Ontwikkelaar Raedthuys Pure Energie heeft de overige aandelen in handen. Ruim 90 leden van Deventer Energie hebben in korte tijd hun aandeel in de investering bij elkaar gebracht (ca 400.000 euro).

Ga terug naar boven

Financiering

Investeringen en participatie

Het nieuwe coöperatieve windvermogen in 2016 (33,7 MW) corres- pondeert met een totale investering van de ordegrootte 40 miljoen euro (uitgaande van 1,2 miljoen euro per MW). Hiervan hebben burgers via hun coöperaties 10-30% aan ledenkapitaal ingebracht, de rest is door de bank of fondsen gefinancierd. De participatie- en financieringsconstructies verschillen aanzienlijk. Financiering verloopt via de coöperatie of direct in de besloten vennootschap van een windpark (een exploitatie BV), met obligaties, certificaten of ‘winddelen’. Zo heeft Deltawind door een uitgifte van obligaties leden en omwonenden gelegenheid gegeven om direct financieel te participeren in het nieuwe windpark Battenoert. Bij windpark Nijmegen-Betuwe hebben de leden 2 miljoen euro ledenkapitaal ingebracht in de coöperatie dat vervolgens is geïnvesteerd in de BV (totale investering 15 miljoen euro). Windpark Hellegatsplein is in eigendom van de coöperatie maar niet door leden gefinancierd.

Lokale baten, wind- en gebiedsfondsen

De meeste (oudere) windcoöperaties en dorpsmolenstichtingen reserveren een deel van hun winst voor duurzame en sociale projecten in de eigen gemeenschap. Op deze manier zijn afgelopen jaren dorpshuizen, scholen en sportinstellingen gesubsidieerd. Een bekend voorbeeld is de Stichting Duurzaam Waterland, het fonds van Coöperatie Windenergie Waterland (CWW), dat subsi- dies heeft verleend voor zonnepanelen op het stadskantoor, een zwembad en een agrarisch bedrijf in Marken en actief meewerkt aan verduurzaming van een basisschool. Windcoöperatie De Eendragt uit Den Helder steunt projecten via de Stichting Eendragt in de Samenleving. Ook de nieuwe windcoöperaties combineren windproductie met maatschappelijke projecten. Zo is in 2015 de aanbouw van de nieuwe windturbine in het Limburgse Neer gecombineerd met een investering in een glasvezelnet.

Voorbeelden uit 2016

  • Zeeuwind heeft voor de nieuwe windturbine in Nieuwdorp een windfonds opgericht, bedoeld voor duurzame projecten die ten goede komen aan de lokale gemeenschap. “Via het windfonds betrekken we als ‘goede buur’ de omgeving bij de exploitatie van de windturbine” (Zeeuwind Nieuws juni 2016).
  • Meerwind is in 2016 gestart met het sponsorproject: Wind in de Rug. De Zuid-Hollandse windcoöperatie wil een deel van de opbrengst van haar windturbines laten terugvloeien in de regio en heeft 10.000 euro beschikbaar gesteld. Winnaars van de prijsvraag waren een buurtmoestuin, twee scholen, een voetbalvereniging en jeugdvereniging.
  • Deltawind sponsort jaarlijks activiteiten op het eiland Goerree Overflakkee. Het moet gaan om algemene maatschappelijke activiteiten, activiteiten met een duurzaam karakter of een investering in energiebesparing. In 2016 is onder andere het Ecoschool keurmerk voor duurzame scholen gesteund en de Molenstichting dat zich inzet voor behoud van oude molens.
  • Bij het nieuwe windpark Nijmegen-Betuwe is het de bedoeling dat de omgeving op twee manieren profiteert: door investeringen in nieuwe energieprojecten (via een energiefonds) en in collectieve voorzieningen in de omliggende wijken en buurtschappen (via een omgevingsfonds). De coöperatie is nog in gesprek met de bewoners hoe ze precies vorm geven aan het omgevingsfonds.
  • Bij windpark Hazeldonk is afgesproken dat de Bredase coöperatie BRES 1% van de rente over de uitgegeven obligaties ontvangt. Dat is ongeveer 10.000 euro per jaar. Daarnaast ontvangt de gemeente Breda een substantieel bedrag uit de grondvergoeding dat gebruikt wordt voor de invulling van het klimaat- en duurzaamheidsprogramma en een lokaal klimaatfonds.
  • Qurrent is met de Gemeente in gesprek over de wijze waarin een deel van de opbrengst van de uitbreiding van het windpark Hellegatsplein ten goede kan komen aan de inwoners van Goeree Overflakkee.

Ga terug naar boven

In de pijplijn

Er zit het nodige in de coöperatieve pijplijn, in verschillende stadia van ontwikkeling.

  1. Gepland/in procedure
  2. In voorbereiding
  3. Verkennend

Gepland/in procedure: 87 MW verwacht tussen 2017 en 2019

We hebben acht projecten op de radar waarvan de planprocedures zijn gestart of afgerond (‘gepland’). De projecten zijn vergaand uitgewerkt, de planologische procedures voor bestemmingsplanwij- ziging en de omgevingsvergunning zijn gestart. Alleen bij windpark Krammer en een nieuwe windturbine van Zeeuwind is deze fase afgerond en de bouw in voorbereiding. In totaal verwachten we realisatie van 87 MW coöperatief windvermogen. In alle gevallen gaat het om windparken waarvan coöperaties mede-eigenaar zijn; in totaal gaat het om 200 MW nieuwe windparken. We merken op dat het nog niet altijd helemaal zeker is welk aandeel de coöperaties op zich nemen. Realisatie wordt op z’n vroegst eind 2017 verwacht, waarschijnlijk in 2018 of 2019.

Lem overzicht projecten
Toelichting
  • Windpark Krammer: De twee grootste windcoöperaties Zeeuwind en Deltawind zijn een 103 MW windpark aan het ontwikkelen op de Krammersluizen tussen Goeree Overflakkee en Zeeland. Dit ‘grootste burgerinitiatief van Nederland’ bestaat uit 34 turbines, is volledig op risico van de coöperaties ontwikkeld en is voor 51% eigendom van de beide coöperaties (via aandelen in Windpark Krammer BV). De bouw start in november 2016. Al in het vierde kwartaal van 2017 zal de eerste energie aan het net worden geleverd. De gehele bouw duurt tot en met 2019. De productie is geraamd op 350.000 MWh per jaar. Bijzonder is het feit dat 95% van de energie rechtstreeks geleverd wordt aan bedrijven, te weten Akzo, DSM, Philips en Google. Het is de eerste keer dat consumenten op zo’n grote schaal aan het bedrijfsleven energie leveren. Het project wordt opengesteld voor participatie voor een totaal van 10 miljoen euro, in eerste instantie aangeboden aan de leden van de beide coöperaties en omwonenden, en als er dan nog over is aan de rest van Nederland.
  • Zeeuwind en Deltawind zijn daarnaast ook bezig met opschaling en uitbreiding van hun windparken (totaal gepland 15,5 MW). 
  • Windpark Avri en Deil: In Betuwewind werken burgercoöperatie Geldermalsen-Neerijnen en projectontwikkelaars samen aan twee windparken: bij kooppunt Deil (9-11 windturbines) en bij de voormalige stortplaats Avri bij Geldermalsen (3 turbines). De coöperatie heeft een ontwikkelbelang van 25% verworven en vormt een consortium met Winvast en Yard voor Avri en met Prodeon, Raedthuys en Yard voor Deil. Dit betekent dat ze actief betrokken zijn in het ontwikkeltraject en mede-eigenaar zijn van beide parken. Beide parken zijn in procedure (bestemmingsplanwijziging ter inzage, start m.e.r). Realisatie wordt verwacht in 2018/2019.
  • In Tilburg wordt Windpark De Spinder ontwikkeld met vijf turbines op industrieterrein De Spinder. De initiatiefnemers zijn de gemeente Tilburg, afvalverwerker Attero en Waterschap De Dommel, ondersteund door Stichting MOED. In een Green deal is afgesproken dat minimaal de helft van het park wordt opengesteld voor participatie en deelname in de exploitatie en eigendom. Coöperaties in Tilburg en omgeving hebben zich verenigd in de coöperaties T-Wind en Hart van Brabant-Wind (ieder vijf coöperaties).
  • Het Arnhemse Rijn en Ijssel Energie coöperatie (REIJE) werkt samen met Pleij BV aan de ontwikkeling van Windpark Koningspleij met vier windturbines. Drie zijn bestemd voor participatie van bewoners. REIJE verzorgt de participatie en wordt (waarschijnlijk) ook mede-eigenaar. Het project wordt ondersteund vanuit een regionaal ondersteuningsprogramma (met Europese EFRO gelden). Het project is in procedure - in de zomer 2016 is een de Natuurtoets afgerond en is gestart met de ontwerp m.e.r. (NRD). Het project is meerdere malen verlengd, onder andere door lokaal verzet van omwonenden. De ontwikkelaar hoopt op realisatie in 2018.
  • Coöperaties en gemeenten in Noord-Holland werken aan de overname van de vierde windturbine op industrieterrein Boekelermeer in Alkmaar (2,5MW). Deze is nu nog in eigendom van Alckmaer Wind, van energiebedrijf HVC en DECRA, de Duurzame Energie Coöperatie Regio Alkmaar, een coöperatie van vijf gemeenten in Noord Holland en HVC. De intentie is om de aandelen van DECRA (37%) over te gedragen aan de Noord-Hollandse burgercoöperaties Calorie, BergenEnergie en AlkmaarEnergie. 
  • Energiecoöperatie073 verzorgt de participatie in een windpark Rietlanden van Raedthuys bij Den Bosch. (Bosche WindmolenDelen). Dit project wordt waarschijnlijk in 2018 gerealiseerd. De coöperatie wordt geen mede-eigenaar. 
  • Energiecoöperatie de Knotwilg (Energiewinkel Vijfheerenlanden) is in onderhandeling met Eneco over de overname van een molen in windpark Vianen. Dit wordt een coöperatieve molen.
  • In Schiedam is het Schiedams Energiecollectief bezig met één of twee molens in het havengebied Vijfsluizen.
  • In Groningen zijn relatief kleine windmolens in opkomst, de zogenaamde E.A.Z molens. Deze hebben een vermogen van 10 kW en een verwachtte gemiddelde opbrengst van 34.500 kWh per jaar. In de provincie biedt de provinciale verordening en de bestemmingsplannen van de meeste gemeenten ruimte voor het plaatsen van windmolens met een maximale ashoogte van 15 meter op het agrarische bouwblok. In het voorjaar van 2016 is in de omgevingsvisie van de provincie ook ruimte gecreëerd om te experimenteren met locaties buiten het agrarische bouwblok. Concrete plannen bestaan er in Reestdal (samen met een zonnedak), in de stad Groningen met Grunnegerpower (Meerstand, Paddepoel), Silwolde en Tinallinge.
  • Het Zeeuwse dorp Sint Philipsland werkt aan een dorpsmolen die in de buurt komt te staan van het geplande windpark Krammersluizen.

 

Projecten in voorbereiding: Procedures nog niet gestart

Er zijn een flink aantal projecten ‘in voorbereiding’, dat wil zeggen: er zijn concrete locaties in beeld, er liggen vergaand uitgewerkte plannen maar deze zijn nog niet in procedure gebracht. In deze gevallen is vaak nog niet bekend op welke manier de coöperaties participeren en soms ook niet hoeveel windturbines er uiteindelijk geplaatst gaan worden. Meestal gaat het om 1-3 windturbines op een bedrijventerrein; bij tien projecten dus om ongeveer 10-30 MW.

  • Vier coöperaties uit Brummen, Zutphen, Lochem en Voorst werken samen onder de naam IJsselwind aan een burgerwind park van drie windturbines nabij het bedrijventerrein De Mars aan het Twentekanaal. Dit project vloeit voort uit het burgerparticipatieproces Frisse Wind (2013/2014) waar samen met bewoners is gezocht naar potentiële windlocaties. De project plannen van IJsselwind zijn vergaand uitgewerkt maar nog niet in procedure gebracht. Bijzonder zijn de afspraken over de voor-financiering. De coöperaties, vier gemeenten en de provincie hebben de intentie om gezamenlijk de ontwikkelkosten voor te financieren. De coöperaties hebben het kapitaal inmiddels beschikbaar: 100 coöperatieleden hebben daartoe een lening aan IJsselwind verstrekt. De gemeenten Lochem en Zutphen zijn bereid 25% bij te dragen. Voorst heeft de beslissing echter uitgesteld en wil eerst onderzoek doen naar grootschalige energieopwekking. In Brummen volgt het besluit nog. IJsselwind is bezig met draagvlakonderzoek onder de inwoners van de Stedendriehoek. Het wordt naar verwachting in april 2017 in procedure gebracht.
  • Coöperatie deA uit Apeldoorn werkt aan een plan voor drie windmolens in Beekbergsebroek. Deze plannen zijn nog in een vroeg stadium van ontwikkeling en nog niet in procedure gebracht. Het initiatief is ontstaan vanuit de behoefte van de gemeente om een nieuwe bestemming te vinden voor het bedrijventerrein in Beekbergsebroek. DeA heeft met vier andere partijen een plan ingediend waarin drie windmolens zijn voorzien. Dit plan is op hoofdlijnen door de gemeente omarmd. Deze werkt momenteel aan een gebiedsvisie. DeA werkt samen met ontwikkelaars De Wollf Nederland Windenergie verder aan de windplannen en draagvlak.
  • In Dordrecht kan Drechtse Wind aan de slag op het eiland Krabbegors dat de gemeente als windlocatie heeft aangemerkt. In september 2016 heeft de burgercoöperatie een samenwerkingsovereenkomst getekend met energiecoöperatie Dordrecht (samenwerking van de gemeente Dordrecht en HVC) voor de bouw van één windmolen op de Krabbegors. De plannen voor de windmolen moeten nog verder worden uitgewerkt. Verwacht wordt dat de plannen nog in 2016
    na overleg met omwonenden kunnen worden ingediend bij de gemeente.
  • Langs de A16 in Noord-Brabant wordt gewerkt aan een wind park van 100 MW langs de A16. De provincie coördineert deze ontwikkeling waar verschillende ontwikkelaars betrokken zijn. Coöperaties uit Drimmelen, Moerdijk en Breda zijn hier actief bij betrokken en proberen een positie te verwerven, onder andere bij locaties rond knooppunt Zonzeel en Galder. Ze werken samen met ontwikkelaars (Raedthuys, Izzy Projects).
  • In Limburg werken de coöperaties Zuidenwind, PeelEnergie, LeudalEnergie en WeertEnergie samen onder de vlag van REScoopLimburg aan nieuwe coöperatieve windinitiatieven. De provincie en gemeenten van Midden Limburg hebben richt- lijnen geformuleerd met een duidelijke voorkeur voor coöperatieve windontwikkeling. In Nederweert heeft de gemeente ingestemd met het realiseren van windenergie in de gemeente. Dit was aanleiding om een Nederweerter energiecoöperatie op te richten. Daarnaast zijn er plannen van andere initiatief- nemers zoals Coöperatie Windpark De Egchelse Heide met drie agrariërs en ontwikkelaars.
  • In Ridderkerk onderzoekt coöperatie De Groene Stroom samen met De Windvogel of ze positie kunnen verwerven in het geplande windpark op bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard (GRNR).
  • In Lansingerland heeft de coöperatie Duurzaam Lansingerland samen met De Windvogel een formeel ‘burgerinitiatief’ ingediend waarin ze de gemeente vragen om coöperatieve betrokkenheid bij de windontwikkeling. De gemeenteraad heeft dit deze zomer ondersteund, stelt participatie als voorwaarde en is bezig met een routekaart windenergie uit te werken.
  • In windpark Wieringermeer werkt een bewonersgroep en coöperatie NHEC aan één windturbine die in handen komt van bewoners (Poldermolen). Bijzonder is dat deze molen wordt ondergebracht in de postcoderoosregeling.
  • Met de aankoop van de windmolen in Zeewolde zijn zeven coöperaties partij geworden bij de ontwikkeling van windpark Zeewolde. De genoemde coöperaties en de Windvogel hebben een aandeel in de ontwikkeling van 1/200 van 300 MW (1,5 MW). De 220 windmolens die nu in het buitengebied staan worden vervangen door 100 grotere in een lijnopstelling. In het gebied hebben 200 bewoners, agrariërs en moleneigenaren zich verenigd in de Windvereniging Zeewolde om als initiatiefnemers samen te werken aan de ontwikkeling van het windpark. Het doel is om het eigendom van de participatie af te geven aan een nieuw op te richten lokale energiecoöperatie.
  • In Drentse Monden en Oostermoer in het Noordoosten van Drenthe bouwen drie initiatiefnemers samen één groot windpark. De Windvogel heeft met één van de initiatief nemers, DEE (Stichting Duurzame Energieproductie Exloër- mond), een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Windvogel zorgt dat omwonende burgers aan het windpark Drentse Monden kunnen deelnemen en dat de burgerwindmolens een vliegwiel zijn voor verdere lokale duurzame ontwikkeling.
  • In Zwolle zijn de coöperatie Blauw Vinger Energie het bedrijf Scania en Hogeschool Windesheim initiatiefnemer van ‘Windenergie in Zwolle’, een plan voor drie windturbines op bedrijventerrein Voorst. Samen met de gemeente is in september 2016 een verkenning gestart. De vraag is of wind mogelijk is in Zwolle en onder welke voorwaarden. Blauwvinger zet zich in voor participatie van bewoners in het project.
  • Energiebedrijf Greenchoice wil de postcoderoosregeling inzetten om met buurtcoöperaties verouderde, kleine windturbines te vervangen door nieuwe kleine molens (tot 100 kW).
  • In Texel heeft een groep bewoners en sympathisanten de gemeente gevraagd om een draagvlakonderzoek over wind- energie onder de Texelse bevolking. Coöperatie TexelEnergie heeft de gemeenteraad gevraagd om daarmee in te stemmen.

En last but not least:

  • Zeeuwind werkt samen in een ontwikkelconsortium van Zeeuwse partijen aan Windpark Zeeland dat 22 kilometer uit de kust moet komen te liggen. De initiatiefnemer is de Zeeuwse Milieufederatie met partners Delta, Verbrugge, Heerema, Zeeland Seaports en Zeeuwind.

En soms ligt het stil...

Een aantal projecten en plannen ligt stil of loopt vertraging op. Dat geldt in het bijzonder in de provincies Noord-Holland en Friesland, beide de bakermat van de coöperatieve beweging. Dit levert een wat ongemakkelijke situatie op: terwijl elders in het land het ‘coöpe- ratieve dorpsmolen’-model steeds meer navolging vindt, dreigen de oorspronkelijke Friese en Noord-Hollandse (dorps)molens te verdwijnen.

  • In Noord Holland liggen de meeste projecten stil als gevolg van het provinciale moratorium op nieuwe windontwikkeling. Dit frustreert onder andere de Amsterdamse plannen voor 6 wind- turbines op NDSM werf in het havengebied. NDSM Energie, een coöperatie van bedrijven van NDSM werf en Amsterdamse Wind (burgercoöperaties Onze Energie, Zuiderlicht, Amsterdam Energie en De Windvogel) werken hierin samen. De gemeente ondersteunt de plannen. Ook andere plannen liggen stil: Het Windpark Haarlemmermeer-Zuid waar Meerwind bij betrokken is, plannen voor opschaling van Kennemerwind.
  • In Friesland liggen coöperatieve windplannen stil omdat de provincie geen nieuwe windontwikkeling op land toestaat. De windcoöperatie Noordenwind en de dorpsmolenstichtingen waren actief betrokken bij de plannen van Fryslan foar de Wyn maar dit is stopgezet. Er wordt gekeken naar mogelijkheden voor participatie in Windpark Fryslân op het IJsselmeer. Dit windpark wil een ‘windpark van, en voor Friesland’ worden, door Friese bewoners de mogelijkheid te geven financieel te participeren. Bezitters van oudere windturbines worden uitgenodigd om deze in te verruilen voor participatie. Coöpera- ties oriënteren zich op de mogelijkheden, Noordenwind heeft een vergunning van de AFM aangevraagd en verkregen om de participatie te organiseren. Vooralsnog is er weinig animo in de regio. De Friese dorpsmolenstichtingen Reduzum heeft vergaand uitgewerkte plannen liggen voor een nieuwe windturbine maar krijgt vooralsnog geen toestemming van de provincie. Participatie in een windpark Fryslan in het IJsselmeer is overwogen maar vindt men niet aantrekkelijk: een dorpsmolen in het IJsselmeer is uiteindelijk geen dorpsmolen.

“Er is geen betere manier om mensen te betrekken bij duurzame energie dan het zelf op te wekken. Een dorp kan zelf het beste beoordelen waar een windmolen het minste overlast geeft”. (Voorzitter van de Stichting Molengroep Reduzum)

Ook in andere provincies is vertraging:

  • In Overijssel zijn de plannen voor Windpark Lochter ‘voorlopig on hold ‘gezet’ nadat de gemeente Hellendoorn besloten heeft om voorlopig geen medewerking te verlenen. Energiecoöperatie Reggestroom uit Hellendoorn is mede-initiatiefnemer van het windpark van drie turbines in Nijverdal (Hellendoorn) en wordt voor 33% eigenaar (als het toch doorgaat). Het college neemt tot voorjaar 2017 de tijd om alle mogelijkheden voor duurzame energie nader te onderzoeken.
  • In het Overijsselse Goor (gemeente Hof van Twente) is een plan van coöperatie ECHT en Raedthuys voor een windturbine op bedrijventerrein Zenkeldamshoek vroegtijdig gesneuveld (juni 2016). De gemeente wil (voorlopig) geen planologische medewerking verlenen.
  • In Groningen mag de ontwikkeling van windenergie alleen plaatsvinden in industrieel gebied. Hier zijn geen burger- collectieven bij betrokken. Er is wel veel animo voor kleine E.A.Z molens (zie hierboven)

Ga terug naar boven

Dit artikel komt uit de Lokale Energie Monitor 2016. Bijlage: lijst van alle windprojecten.