Het aantal energiecoöperaties is toegenomen in 2016. Met name in Groningen en Friesland zijn de coöperaties onverminderd populair. Opvallend is de opkomst van de postcoderoos-coöperaties. In totaal zijn er rond de 50 duizend leden, meer dan we vorig jaar raamden. Dit artikel komt uit de lokale energie monitor 2016. Bekijk ook de lijst van alle projectcoöperaties

Ga direct naar: 

Vooraf

Wind- en lokale energiecoöperaties: aantal neemt toe

Andere collectieven, typen coöperaties

Provincies

Activiteiten

Organisatie

Vooraf

Deze monitor draait om burgerparticipatie in de energietransitie. We kijken daarbij naar burgercollectieven die actief zijn in energievoorziening, in andere woorden: groepen burgers die zich in collectief verband organiseren om energie op te wekken, besparen, inkopen of leveren en andere gedeelde energiedoelen te bereiken. We concentreren ons op de collectieven met een juridische rechtsvorm. Dit is meestal een ‘coöperatie u.a (uitgesloten aansprakelijkheid)’. Daarom gebruiken we de verzamelterm: energiecoöperatie.

Daarbinnen is onderscheid te maken tussen:

  • windcoöperaties (primair actief met wind productie)
  • lokale energiecoöperaties (brede doelstelling, gericht op verduurzaming van de omgeving)
  • projectcoöperaties (gekoppeld aan één project)
  • coöperaties van coöperaties (samenwerkingsverbanden).

Crowdfunding-projecten waarin burgers gezamenlijk een zonne-installatie financieren, nemen we mee in deze monitor. Dit soort collectief vormt meestal geen organisatie in formele zin. 

Ga terug naar boven

Wind- en lokale energiecoöperaties: aantal neemt toe

Energiecoöperaties zijn al actief sinds eind jaren 80, begin jaren 90. De eerste windcoöperatie Noordenwind ontstond in 1986, precies dertig jaar geleden. Vanaf 2007 ontstaat een tweede soort energiecoöperatie: de lokale energiecoöperatie. Deze is meer gericht op verduurzaming van de directe leefomgeving (lokaal) en heeft een bredere doelstelling (opwekking, besparing en –levering). De eerste lokale energiecoöperatie Texel Energie is in 2007 opgericht. Sinds die tijd is het aantal lokale coöperaties snel toegenomen. De grootste piek in nieuw oprichtingen ligt tussen 2013 en 2015. In 2016 zijn er weer 32 bijgekomen zodat de teller nu op zo’n 237 lokale coöperaties staat. Driekwart van alle lokale coöperaties is na 2013 opgericht en dus twee tot drie jaar actief. Er zijn 19 windcoöperaties. Het aantal is gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar. Hiervan zijn 12 ouder dan 25 jaar en zeven jonger (opgericht na 2010).

(Friese)Dorpsmolen: Goed voorbeeld doet volgen

De Friese dorpsmolenstichtingen – 13 in totaal – vormen een bijzondere groep. Zij houden zich net als de windcoöperaties bezig met windproductie, zijn opgericht in de jaren negentig en nog steeds actief. Met de opbrengsten financieren ze voorzieningen in het dorp. Het zijn stichtingen, geen coöperaties en hebben geen leden, maar zoals een van hen het uitdrukt: “Feitelijk zijn alle dorpsbewoners lid omdat ze allemaal in meerdere of mindere mate betrokken zijn”. Reduzum heeft vorig jaar een coöperatie opgericht – Coöperatie Doarpsmune Reduzum – om in de toekomst zelf stroom te kunnen leveren aan de eigen dorpelingen en om als het doorgaat een nieuwe windturbine te financieren. De dorpsmolens hebben het lastig omdat de provincie Friesland geen nieuwe windontwikkeling op land toestaat buiten aangewezen gebieden. Opschalen en vernieuwen is niet mogelijk. Elders pakken ze het stokje over: het Zeeuwse dorp Sint Philipsland heeft zich laten inspireren door de Friese zusterdorpen en werkt aan een eigen dorpsmolen en een nieuwe dorpsmolenstichting. Het concept van de dorpsmolen – baten uit windenergie voor de gemeenschap – vindt steeds bredere weerklank in het land (Zie: collectieve wind).

Fig 1Fig 2

 Opkomst van de projectcoöperaties

Sinds 2012 zien we een nieuw soort coöperatie opkomen: de projectcoöperatie. Hier gaat het om een coöperatief samenwerkingsverband verenigd rond één specifiek productieproject, bijvoorbeeld een zonnedak of windturbine. Het aantal projectcoöperaties neemt gestaag toe (figuur). Eind 2016 zijn er in totaal 93 projectcoöperaties geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. Hiervan zijn 36 door een lokale energiecoöperatie en 57 door een andere initiatiefgroep opgericht. Dat kan een burgerinitiatief zijn of een gespecialiseerde dienstverlener, projectontwikkelaar of een bedrijf. Om dubbeltellingen te voorkomen rekenen we alleen de projectcoöperaties van andere initiatiefnemers mee als ‘nieuwe coöperatie’.

Van alle projectcoöperaties heeft 70% eind 2016 een project gerealiseerd, de anderen hebben een project in ontwikkeling. In meer dan 50% van de gevallen gaat het om een ‘postcoderoos-coöperatie’ die is opgericht met oog op de ‘regeling verlaagd tarief’ (ook wel postcoderoos-regeling genoemd). Deze regeling stelt coöperatief eigendom van een productie-installatie verplicht. Nieuw opgerichte projectcoöperaties zijn vrijwel altijd een postcoderoos-coöperatie.

Projectcoöperatie van een bewonersinitiatief met ondersteuning (coöperatieve) dienstverleners:

  • De coöperatieve dienstverlener Zon op Nederland (ZoN) staat aan de wieg van meer dan 25 projectcoöperaties. ZoN is in 2011 in Amsterdam Noord ontstaan uit een burgerinitiatief met een van de eerste collectieve zonnedaken. Inmiddels ondersteunt ZoN meer dan 40 lokale initiatieven waarvan 25 met een operationeel project. Sinds 2013 zijn dat voornamelijk postcoderoosprojecten. Deze ZoN-coöperaties zitten in Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Brabant. Zeven zijn samen met een lokale coöperatie tot stand gekomen. Uniek is dat alle projectcoöperaties samen de landelijke coöperatie Zon op Nederland vormen (coöperatie van coöperaties). Daarmee onderscheidt Zon op Nederland zich van andere (niet coöperatieve) dienstverleners.
  • AGEM (Coöperatieve Achterhoekse Groene Energiemaatschappij) heeft drie projectcoöperaties ondersteund. Deze zijn inmiddels operationeel.

Projectcoöperatie op initiatief van projectontwikkelaars:

  • De Windcentrale heeft tien windturbines ondergebracht in tien projectcoöperaties. In 2016 is de tiende er bij gekomen: de Boeren Zwaluw.
  • Solar Green Point heeft elf projectcoöperaties opgericht, waarvan vier met een lokale coöperatie.
  • Energie van Hollandse Bodem (EVHB) heeft eind 2016 zeven coöperaties opgericht (waarvan één operationeel).
  • Twee energiebedrijven ontwikkelen postcoderoos-projecten. EON Samenzon is in 2015 begonnen met een eerste coöperatie Samen Zon Tynaarlo. Eneco is in 2016 begonnen met de Eneco Zonnehub; de eerste coöperatie is in oprichting in Etten-Leur. 

In 2016 ontstaan drie projecten op initiatief van een bedrijf. Voor zover bekend is dat voor het eerst. Een mooi voorbeeld is verzekeraar Aegon in Den Haag die haar dak beschikbaar stelt voor bewoners voor een postcoderoos-project. Samen met de gemeente is gezocht naar een initiatiefgroep van mensen uit omringende wijken. Die is inmiddels ontstaan en werkt onder de naam Groenhofzicht aan een project van 450 zonnepanelen dat begin 2017 in gebruik wordt genomen.

In de onderstaande figuren is te zien welke initiatiefnemers in de jaren de meeste projectcoöperaties oprichten. In de taartdiagram is de onderlinge verhouding weergegeven. (nb: Bij het aandeel ZoN staan alleen projectcoöperaties die niet samen met een lokale coöperatie tot stand zijn gekomen).

Figuur 3

 

4 en 5

Ga terug naar boven 

Andere collectieven, typen coöperaties

Crowdfunding collectieven (niet coöperatief)

In deze monitor rekenen we crowdfunding voor collectieve zonprojecten mee. In dit geval leggen mensen geld in voor zonnepanelen op een sportclub, school of ander pand. Ze werken vaak samen met een van de crowdfunding platforms die zich specialiseren in energieprojecten, zoals Greencrowd, ZonnepanelenDelen, Duurzaam Investeren. De crowdfunders hoeven geen formeel samenwerkingsverband te vormen of een coöperatie op te richten. Als ze dat wel doen dan zien we ze terug in de overzichten als coöperatie of een nieuwe projectcoöperatie. Er zijn 30 crowdfundingprojecten waarvan de deelnemers een ‘crowdfunding-collectief’ vormen maar waar geen sprake is van een formele rechtsvorm (zie: collectieve zon).

Coöperatie van gemeenten, lokaal energiebedrijf

Er zijn – naast de burgercoöperaties – nog een aantal coöperaties van gemeenten en/ of bedrijven. In Dordrecht en de Achterhoek werken deze vaak samen met burgercoöperaties of -initiatieven.

  • Energiecoöperatie Dordrecht is een samenwerkingsverband van de gemeente Dordrecht en energiebedrijf HVC. ECD werkt aan een windproject met burgercoöperatie Drechtse Wind en aan zonneweide Crayestein.
  • AGEM (Coöperatieve Achterhoekse Groene Energiemaatschappij) is een samenwerkingsverband van acht gemeenten uit de Achterhoek. AGEM ontwikkelt, coördineert en investeert in regionale projecten, vaak samen met de burgercoöperaties in de regio.
  • Tegenstroom, een lokale energiebedrijf van de gemeente Haarlemmermeer en het participatiefonds Meermaker ondersteunen de ontwikkeling en financiering van duurzame energieprojecten in de regio. Ze werken samen met woningcorporaties en bedrijven.
  • In 2014 is de Duurzame Energie Coöperatie Regio Alkmaar (DECRA) opgericht, een coöperatie van vijf gemeenten in Noord Holland en HVC. DECRA is aandeelhouder van een windturbine bij Alkmaar, samen met HVC. De aandelen worden binnenkort overgedragen aan Noord-Hollandse burgercoöperaties.

Coöperaties van bedrijven

Er zijn een aantal energiecoöperaties van bedrijven. Wij kennen de volgende:

  • NDSM Energie uit Amsterdam is een coöperatie van ondernemers op NDSM Werf. Deze is primair bezig met windontwikkeling. Omdat ze nauw samenwerken met Amsterdamse burgercoöperaties hebben we deze in de lijst lokale coöperaties opgenomen.
  • In West-Friesland is een coöperatie van 100 bedrijven actief (energiecoöperatie West Friesland).
  • In Zeeland is een nieuwe coöperatie van sociale ondernemers opgericht: Energie Werkt op Schouwen-Duivenland (EWSD). Deze werkt in de energiesector met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Coöperaties van energieleveranciers

Een bijzonder soort energiecoöperatie is Coöperatie Qurrent u.a., verbonden aan de energieleverancier Qurrent. In dit geval zijn alle klanten van het energiebedrijf ook automatisch lid van de coöperatie. De leden zijn burger én consument. Met 95.000 klanten én leden (eind 2016) profileert Qurrent zich als ‘de grootste energiecoöperatie van Nederland’. Coöperatie Qurrent is de eigenaar van een nieuw windpark Hellegatsplein (zie: collectieve wind). In 2016 is een nieuwe gelijksoortige coöperatie opgericht: de Coöperatie VrijopNaam. Deze combineert lidmaatschap met eigenaarschap van een zonnepark en energielevering (zie: lokale energie).

Coöperaties van coöperaties: samenwerkingsverbanden

Waar functioneel, weten coöperaties elkaar te vinden. Zo zijn coöperaties van coöperaties of sterke samenwerkingsverbanden ontstaan voor samenwerking:

  • in de regio’s (Friesland, Groningen, Drenthe, Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland, Limburg)
  • rond specifieke windprojecten (Tilburg, Amsterdam, NoordHolland, Flevoland, Achterhoek).
  • voor wind- en zonontwikkeling (REScoopNL)
  • voor zonne-energieprojecten (coöperatie Zon op Nederland)
  • voor energielevering en handel (DE Unie en Noordelijk Lokaal Duurzaam)
  • met energieleveranciers (netwerk van Greenchoice)
  • rond energiebesparing (coöperatie HOOM, netwerk Buurkracht)
  • voor landelijke belangenvertegenwoordiging, kennisuitwisseling (ODE decentraal, HIER opgewekt)
6

Ga terug naar boven

Provincies

In de editie 2015 was al opgevallen dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de regio’s wat betreft de aantallen energiecoöperaties. Gedeeltelijk is dat te verklaren uit het verschillend aantal inwoners per provincie. Zo heeft Noord-Brabant veel coöperaties maar ook veel inwoners. Als we daar rekening mee houden, dan springen de noordelijke provincies er duidelijk uit met relatief veel energiecoöperaties per inwoner. Het aantal is ten opzichte van vorig jaar zelfs weer toegenomen.

In Groningen zijn er totaal elf nieuwe coöperaties bijgekomen, in Friesland zes. In Drenthe is het gelijk gebleven. Deze groei is deels toe te schrijven aan de sterke regionale samenwerkingsverbanden, steun van de provincies en de oprichting van een eigen coöperatieve energieleverancier NLD Energie. De oprichting van NLD Energie in 2013 heeft in 2014 en 2015 tot een sterke groei van het aantal coöperaties in het noorden geleid.

In andere provincies valt op:

  • In Zuid-Holland zijn er zes nieuwe lokale coöperaties bijgekomen; twee waren al opgericht in 2015, vier zijn opgericht in 2016 (of in oprichting). Ook zijn er zes projectcoöperaties opgericht waarvan drie voor zonprojecten van Energie van Hollandse Bodem (EVHB).
  • In Gelderland zijn acht nieuwe projectcoöperaties ontstaan met ondersteuning van AGEM, Zon op Nederland en Energie van Hollandse Bodem (EVHB) en drie nieuwe lokale coöperaties: Vrijstad Energie, Coöperatie Bommelerwaar en GroenkrachtGroenlo. De laatste realiseert begin 2017 haar eerste project.
  • In Zeeland zijn – naast de windcoöperaties – twee lokale coöperaties actief. De stichting Duurzaam Groede is in 2013 opgericht maar was aan de aandacht ontsnapt. Ze is bezig met een zonproject.

Een analyse van de regionale verspreiding van de coöperaties laat zien dat de meeste coöperaties in niet-stedelijk gebied actief zijn.

7

Ga terug naar boven

Activiteiten

Meer dan de helft van de coöperaties is bezig met productie. Eind 2016 is de helft van alle lokale coöperaties actief met collectieve zon: productie op zonnedaken en –parken. Meer dan een kwart (27%) heeft al één of meerdere projecten gerealiseerd, 40% heeft projecten gerealiseerd of in de planning staan voor 2017, de andere 10% is bezig met de voorbereiding. Van de lokale energiecoöperaties heeft 20% meer dan één zon project gerealiseerd of in de pijplijn zitten. Koplopers zijn: BergenEnergie en Zuiderlicht met ieder tien projecten, gevolgd door Grunneger Power, LochemEnergie, deA en Vallei Energie.

Daarnaast is er ook toenemende activiteit met windenergie te zien. Twee lokale coöperaties zijn actief betrokken bij een nieuw gerealiseerd windproject (DeventerEnergie, BRES Breda). Windprojecten worden meestal in een windcoöperatie met een specifieke winddoelstelling ontwikkeld. Zo heeft de lokale coöperatie (stichting) Drechtse Stromen de windcoöperatie Drechtse Wind opgericht voor nieuwe windprojecten in de Drechtsteden (zie: collectieve wind).

Van de 19 windcoöperaties hebben 16 één of meerdere windturbines in vol bedrijf, drie jongere coöperaties hebben projecten in voorbereiding. Vier windcoöperaties hebben daarnaast ook collectieve zonprojecten gerealiseerd waaronder het eerste grote coöperatieve zonnepark van Deltawind bij Ouddorp aan Zee (2012). Van de projectcoöperaties heeft 70% een project gerealiseerd eind 2016, de rest verwacht dit in 2017 te doen.

Ga terug naar boven

Organisatie

Vijftigduizend leden

We hebben dit jaar een beter beeld van de ledenaantallen kunnen krijgen. Vorige jaar schatten we het totale aantal leden op minstens 35 tot 40.000 leden. Dat aantal blijkt in 2016 hoger te liggen, namelijk rond de 50 duizend.

8
Toelichting:
  • De windcoöperaties hebben rond de 12 duizend leden. Vijf coöperaties hebben meer dan 1000 leden, waaronder De Windvogel met 3300 leden. De aard van het lidmaatschap verschilt per coöperatie. Bij Zeeuwind en Deltawind is lidmaatschap verbonden aan financiële participatie, bij De Windvogel is dat niet het geval (leden hoeven niet te participeren). Het ledenaantal van Deltawind en Zeeuwind neemt toe: nieuwe projecten trekken nieuwe leden.
  • Van de helft van de lokale energiecoöperaties zijn ledenaantallen bekend voor 2015 en 2016. Deze hebben in 2016 samen 16,5 duizend leden. In 2015 waren dat er 14,5 duizend. Dit duidt op een toename van 14% ten opzichte van vorig jaar. Bij een aantal grotere coöperaties neemt het ledenaantal toe. Dit is een direct gevolg van de realisatie van concrete projecten waarin de nieuwe leden participeren. Projecten hebben duidelijk wervingsracht. De genoemde aantallen zijn een ondergrens want van de andere helft van de coöperaties hebben we geen gegevens. Stel dat deze ongeveer 10-20 leden hebben dan zouden er nog zo’n 1-2 duizend leden bijgeteld kunnen worden.
  • Voor de projectcoöperaties geldt dat deelnemers (financiële participanten) ook lid zijn van de coöperatie. Dit hebben we redelijk in beeld: in totaal gaat het dan om ongeveer 5000 leden. Daar zitten mogelijke dubbelingen in van leden die ook lid zijn van een lokale coöperatie. De Windcentrale met haar tien projectcoöperaties vertegenwoordigen 15.600 leden.
  • We hebben de 95.000 klanten/ leden van de coöperatie Qurrent hier niet meegerekend in het totaal aantal leden van de burgercoöperaties. Qurrent leden zijn klanten van energiebedrijf Qurrent. Deze vorm van lidmaatschap is niet gekoppeld aan financiële participatie in projecten zoals bij de grote windcoöperaties het geval is, waardoor de relatie tussen de leden, de coöperatie en projecten anders is. De coöperatie is sinds 2014 eigenaar van windpark Hellegatsplein. Alle 95.000 leden hebben daar zeggenschap over. Daarnaast kunnen klanten stroom inkopen van dit windpark via Windtegoeden; dit is geen financiële participatie maar een bijzonder soort stroomcontract dat verbonden is aan het project.

De coöperatie als bedrijf van ondernemende burgers

Een coöperatie is – volgens de definitie - een ondernemingsvorm die bestuurd en gefinancierd wordt door leden. De energiecoöperaties hebben geen winstoogmerk (als doel) maar maken wel winst die ten dienste staat van de gedeelde doelstelling (als middel). De leden besluiten over de koers, de bedrijfsvoering en de winstbestemming. Het overgrote deel van de lokale coöperaties bestaat uit kleinschalige vrijwilligersorganisaties met een beperkt budget een jaaromzet. Dat begint te veranderen nu er meer coöperaties zijn die eigen productie-installaties in beheer hebben en daar inkomsten uit halen. Ze ontwikkelen zich daarmee steeds meer als onderneming. De meer ervaren, oudere lokale coöperaties (ouder dan 3-4 jaar) hebben een jaaromzet tussen de 50.000 en 200.000 euro (LEM2015). De grotere windcoöperaties zitten daar boven, met een jaaromzet tot 2,5 miljoen (afhankelijk van het aantal windmolens). Volgens de indeling van de Europese Unie zijn ze hiermee te classificeren als zogenaamde micro-ondernemingen (minder dan 10 werknemers, omzet kleiner dan 2 miljoen). Vrijwel geen enkele coöperatie heeft mensen op de loonlijst staan, met uitzondering van de drie grote windcoöperaties Zeeuwind, Deltawind (2-5 fte) en De Windvogel (0,8 fte). In de sector wordt ook op projectbasis tegen betaling gewerkt maar het is niet bekend hoeveel. De inkomsten bestaan uit de opbrengsten van de collectieve inkoopacties, energielevering, productie en adviesopdrachten.

Een mooi voorbeeld van een succesvolle ‘ondernemende’ coöperatie is de windcoöperatie Deltawind. Deze coöperatie bestaat ruim 25 jaar, heeft 2150 leden en beheert 16 windturbines met een balanswaarde van 10 miljoen euro waarvan 6 miljoen gefinancierd met leningen van leden (rendement van 5-6%) (bron: Jaarverslag 2013). Een klein bedrijfsbureau met betaalde krachten (5 fte) zorgt voor het onderhoud, beheer en ontwikkeling van nieuwe projecten. Deltawind werkt samen met windcoöperatie Zeeuwind uit Zeeland (2000 leden) aan het ‘grootste burgerinitiatief van Nederland’: het windpark Krammer op de Krammersluizen (>100 MW).

Ga terug naar boven

Dit artikel komt uit de Lokale Energie Monitor 2016