In WindNieuws 2016-5 startten de hoofdredacteuren van LANDSCHAP en WindNieuws een briefwisseling over windturbines en landschap. Dit artikel is een ingezonden brief van Daniël Dubbelhuis, als bijdrage aan deze discussie. Daniël Dubbelhuis is accountmanager bij Nederland Lagerwey. Eerder schreef hij Molenlandschappen vol Mensen

Beste Titia,

De briefwisseling tussen jou en Jos Dekker over landschap en windturbines is erg interessant en relevant in mijn beleving!

Kritisch

Ik vind dat je hierin sterke zaken naar voren brengt. Onder andere het belang dat je hecht aan de ‘lokale factor’ en dat je noemt dat de ontwikkeling van windturbines vooral gericht is op stillere, efficiëntere machines. Want dat is inderdaad waar we als turbineproducent continue aan werken. Geluid, maar ook slagschaduw, zijn zeer relevante thema’s die impact hebben op de leefomgeving van mensen. Dat hebben we als sector zeer serieus te nemen. Gebruik van de allerlaatste technologie om hier goede oplossingen voor aan te dragen moet een voortdurend streven zijn.

Daarnaast zien we ons ook genoodzaakt de hoogte in te gaan met windturbines om een rendabele business case te krijgen, niet in de laatste plaats voor de lokale bevolking zelf. Immers, hoe hoger de mast, hoe hoger de opbrengsten en hier kan juist de lokale omgeving van profiteren.

Ik begrijp Jos Dekker zeker ook. Hij komt op voor het landschap. Hij heeft een wens tot concentratie van windmolens in concentratiegebieden, vooral niet té hoog bouwen buiten die gebieden en meer focus op innovatie van kleine windturbines. Kleine windmolens zijn – vooralsnog - weinig efficiënt en daarmee een weinig realistisch antwoord op de opgave waar we als land voor staan. Het is de vraag of verdere innovatie op korte termijn soelaas biedt.

Jos Dekker lijkt eerder een arcadisch dan een functioneel landschapsbeeld aan te hangen: houd deze moderne, grote landschapselementen (windturbines) uit het historische landschap. Nu heeft iedereen zijn of haar eigen natuur- en landschapsbeeld en die diversiteit onder mensen is mooi. Maar het wordt wel spannend als bepaalde beelden de standaard worden. Met andere woorden, als die arcadische landschapsbeelden als uitgangspunt worden genomen bij beleidsmatige en planologische keuzes.

Tevens noemt hij het belang van openheid van het landschap. Echter, landschap en openheid zijn vooral sociale constructies in plaats van fysieke verschijningen. Dit wordt duidelijk als je mensen hiernaar vraagt. Sommige mensen vinden dat grote, traag draaiende windturbines de grootsheid en openheid van het landschap juist versterken. De wetenschap voegt daaraan toe dat ons collectieve landschapsbeeld vooral historisch bepaald is. En maakt duidelijk dat landschapsbeleving sterk afhankelijk is van de sociale context en leefomgeving waar we ons als individu in begeven. Dit bepaalt vervolgens mede onze kijk op moderne windturbines in een (arcadisch) landschap. Lees: dat botst.

Belang van lokale factor

Nog wel het meest aansprekend vind ik het belang dat jij hecht aan lokaal gebonden windmolenparken. Hier ligt de sleutel voor de toekomst. We zullen windturbines juíst bij lokale gemeenschappen moeten bouwen, die er dan ook de vruchten van plukken. Natuurlijk moet nog steeds goed gekeken worden wat binnen een gemeente of regio de beste plek is. Voor Jos Dekker lijkt dit een schrikbeeld; een bron van versnippering van het landschap. In mijn optiek benadert hij windenergie vooral ruimtelijk, terwijl het in de kern een heel sociaal vraagstuk is! Ontwikkeling van windenergie door een lokale energiecoöperatie met burgers is per definitie een heel sociaal gebeuren. Men wil samen verduurzamen. En het ruimtelijke aspect volgt dan eigenlijk op het sociale aspect.

Ik verwacht in de toekomst veel van de opkomende lokale windcoöperaties, maar ook van boeren en bedrijven die begeleid worden door ontwikkelaars en windgidsen, met een eerlijke, lokale verdeling van lusten en lasten.

Gaaf proces!

Grote multimegawatt parken in concentratiegebieden ontwikkeld door – voor de lokale gemeenschap – anonieme, grote ontwikkelaars zorgen voor het anonimiseren van windturbines. Met weerstand tot gevolg. De afgelopen tien tot twintig jaar hebben duidelijk gemaakt hoe het níet moet met ontwikkeling van windenergie in dit land. Eindigen bij de Raad van State; dat wil toch eigenlijk niemand?! Mag het aspect van duurzaamheid ook niet doorklinken in de duurzame relaties die tussen alle actoren gedurende een project worden opgebouwd? Dus dat betrokkenen tegen elkaar zeggen aan het eind van de rit: “Wat was dit toch een gaaf proces samen! Juist omdat ieder in zijn kracht stond”.

Hoofdzakelijk denken in concentratiegebieden is dan ook niet het juiste antwoord, gezien het simpele feit dat ook dáár mensen wonen. Dan wordt windontwikkeling nog steeds van hogerhand opgelegd en dat moet anders en socialer kunnen. Mits in dat concentratiegebied natuurlijk een bottom up participatieplan aan de ontwikkeling ten grondslag ligt. Even out of the box: wat mij betreft staan in de toekomst bij wijze van spreken op alle Nederlandse windturbines de voornamen van de lokale participanten. “Die molen, die is van ons!” kan de lokale gemeenschap dan zeggen. Windpark Nijmegen-Betuwe is wat dat betreft een prachtig voorbeeld. Daar staan 1000 voornamen van de deelnemende Nijmegenaren op het onderste mastsegment.

Wat als de kenmerken van windturbines de kenmerken van klimaatverandering worden? Hebben we er als maatschappij – gezien de urgentie van ons klimaatprobleem – überhaupt de tijd voor om windontwikkeling niet alle prioriteit te geven, mede omdat we als excuus nog steeds zoeken naar een ‘landschappelijk verhaal’? Zoals bekend zit er een grote kloof tussen het probleem klimaatverandering en de oplossing windturbines. Windturbines zijn erg zichtbaar, spelen in het ‘nu’ en gaan over de lokale schaal. Klimaatverandering daarentegen is weinig zichtbaar, speelt op de lange termijn en heeft een mondiaal schaalniveau. We zien de link tussen die twee vaak niet, logisch, gezien de verschillende kenmerken. Maar wat als de kenmerken van windturbines (erg zichtbaar, korte termijn, lokale schaal) ook de kenmerken van klimaatverandering worden? Dan gaan we als maatschappij ineens heel anders tegen klimaatverandering aankijken. Als de helft van Nederland overstroomt, waar zouden we dán onze prioriteiten leggen? Dus als er geen landschap meer is om een landschappelijk verhaal bij te zoeken?

Droogmakerijen zeventiende eeuw

Kijk eens naar het droogmakerijengebied van de Beemster, Schermer en Purmer in Noord-Holland. En bedenk hoe Jan Adriaanszoon Leeghwater in de zeventiende eeuw door maximaal gebruik te maken van windmolens dit land heeft gewonnen op het water. Destijds werden de molens ook als gebiedsvreemd gedefinieerd, maar wat zijn ze van cruciaal belang geweest voor de westelijke helft van Nederland. En wat stonden er veel van! Kortom, zou meer respect voor windenergie niet op zijn plaats zijn in ons land? Die periode van de zeventiende eeuw is door te trekken naar nu. We staan weer voor een belangrijke opgave als Nederland en we zijn nog steeds windrijk. Naast alle negatieve beelden die worden opgeroepen rond windturbines zouden we ze ook kunnen zien als: symbolen van duurzaamheid, krachtige alternatieven voor Poetin, bakens van de toekomst, machtige iPad-opladers. Dan gaan we de hoogte van windturbines ineens heel anders bekijken: “Maak hem alsjeblieft nog 30 meter hoger, want heb je in de business case gezien hoeveel meer huishoudens we daarmee van verlichting kunnen voorzien?! En hoeveel meer mooie zaken we daarmee voor ons dorp of onze stad kunnen realiseren?!”

Duurzame toekomst: niet alleen windenergie

De blik is dus gericht op een duurzame toekomst. En daarbij gaat het niet alleen om windenergie. De combinatie van zonne-energie en windenergie is voor de energievoorziening ideaal. De verwachting is dat de energievoorziening van Nederland tussen nu en 2050 van fossiel naar duurzaam gaat. Zonne-energie kan daarbij circa vijftien procent voor haar rekening nemen en windenergie circa vijftig procent. De zon komt het best tot zijn recht in de zomer en overdag terwijl de wind het hele jaar actief is met het zwaartepunt in de winter. Een ideale combinatie dus! Maar dit betekent ook dat je geen windpark met zonne-energie kan vervangen. We hebben beide nodig. Verder kan - als het vervoer steeds meer met elektrische auto's gaat - de capaciteit van de accu's gebruikt worden om het net te stabiliseren. Om zodoende de integratie van zon en wind op de energievoorziening naar 100% te bewegen.

Besef

Tot slot. De Mediamarkten van deze wereld roepen ons dagelijks toe om meer elektrische apparaten te kopen. Maar beseffen we ook dat we al die apparaten alleen maar kunnen gebruiken als er elektriciteit voorhanden is? En dat daar nú elders in deze wereld landschappen voor kapot gaan of overstromen. Dat bevolkingsgroepen moeten migreren…. Door ons. Want dat is wat grijze stroomproductie op dit moment veroorzaakt. We kunnen het niet mooier maken. Zou het daarom niet goed zijn dat besef van stroomproductie letterlijk dichterbij te brengen?

Daniël Dubbelhuis
Accountmanager Nederland Lagerwey

Tags