Omwonenden die profijt ervaren van een windmolenpark hebben minder weerstand en geven meer steun aan de aanleg van windmolens. Het lokaal delen van opbrengsten (financiële participatie) kan dus een effectieve manier zijn om het draagvlak te vergroten. Dit is echter geen eenvoudig recept voor succes. De mate van deelname in de planvorming rond het windmolenpark is namelijk ook een belangrijke factor.

Dit is de kern van de ‘Gedragscode draagvlak en participatie windenergie op land’ die de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), de Natuur- en Milieufederaties, Natuur & Milieu en Greenpeace Nederland hebben ondertekend om het draagvlak voor windenergie te behouden en versterken. In de gedragscode hebben zij eenduidige afspraken gemaakt over hoe de omgeving wordt betrokken bij de ontwikkeling van windparken.

Participatieplan

Dit gebeurt altijd in een zo vroeg mogelijk stadium. Voor ieder project wordt in dialoog met belanghebbenden en het bevoegde gezag een participatieplan opgesteld. Ook stelt de initiatiefnemer een aanspreekpunt voor de omgeving aan.

Bij het opstellen van het participatieplan is het uitgangspunt altijd maatwerk. Keuzes die worden gemaakt bij het betrekken van de omgeving of de vorm van participatie die wordt gekozen als de turbine er eenmaal staat, zijn ook afhankelijk van de dialoog met de omgeving: Hoe willen omwonenden betrokken worden? Dat zal overal anders zijn en kun je niet vastleggen in regels.

Foto: Menno Mulder

Onderwerpen