De schoonste energie is energie die je niet gebruikt. Je komt deze zin vaak tegen op websites van energiecoöperaties. Meer dan 70% van de energiecoöperaties houdt zich bezig met energiebesparing. Heel logisch vanuit de Trias Energetica gedachte. Want wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. De manier waarop coöperaties invulling geven aan energiebesparingsactiviteiten varieert van informeren, adviseren tot actief begeleiden van huiseigenaren en huurders. Wil je met jouw coöperatie ook aan de slag met het thema energiebesparing? In dit artikel vind je een aantal voorbeelden van activiteiten waar je aan kunt denken. Ook lees je onderaan twee praktijkvoorbeelden.

Energiebesparingsactiviteiten zijn onder te verdelen in:

1. Bewustwording en informatievoorziening
2. Advies aan bewoners over de mogelijkheden voor verduurzamen van hun huizen
3. Actieve begeleiding en ondersteuning van bewoners bij het verduurzamen van hun huizen

We bespreken ze hieronder.

De activiteiten zijn te rangschikken naar de mate van inspanning die je als coöperatie ervoor levert: van beperkt tot (zeer) actief. Voor sommige coöperaties is energiebesparing één van de hoofdactiviteiten, voor anderen bestaat het uit een doorverwijzing naar een lokale energieloket.

Coöperaties werken m.b.t. energiebesparing vrijwel altijd samen met andere partijen: meestal de gemeente, regionale energieloketten, gespecialiseerde dienstverleners en/of anderen partijen zoals woningcorporaties, huurders- en bewonersverenigingen. 

1. Bewustwording en informatievoorziening

Meer dan 80% van de coöperaties die zich met energiebesparing bezighouden, richt zich op bewustwordingsactiviteiten. Ze informeren bewoners over het nut, de noodzaak en de mogelijkheden van energiebesparing. Hierbij een aantal voorbeelden van activiteiten waar je aan kunt denken, gesorteerd op de hoeveelheid tijd en inspanning het kost:

  • Een verwijzing naar een regionaal energieloket op de website.
  • Informatie op de eigen website. Bijvoorbeeld algemene tips voor energiebesparend gedrag, nieuws over de laatste stand van zaken, en informatie over zonnepanelen en warmtepompen.
  • Voorbeelden op de site van actieve bewoners, of een duurzamehuizenroute.
  • Het beschikbaar stellen van energiebesparingskisten, veelal uitgerust met energieverbruiksmeters en LED-lampen (vaak als gift), onder het motto: meten is weten.
  • Het beschikbaar stellen van een warmtecamera om zelf warmtelekken op te sporen.
  • Het organiseren van duurzaamheidsmarkten en energiecafés. Bij dit soort bijeenkomsten haakt de organisator in op actuele onderwerpen, bijvoorbeeld warmtepompen. De jaarlijkse Dag van de Duurzaamheid in oktober is een populaire dag.
  • Het organiseren van huiskamersessies of inspiratiesessies waar bewoners ervaringen uitwisselen.
  • Het organiseren van 'energieparty’s' waarbij de deelnemers, bekenden van elkaar, een boekje open doen over wat ze thuis aan energie gebruiken en wat zij als gewenste maatregelen zien.
  • Het organiseren van Energy Battles waarbij bewoners echt aan de slag moeten met energiebesparing gedurende een relatief korte periode van een maand.
  • Informeren over installatiebedrijven die de energiebesparende maatregelen kunnen uitvoeren. Dit vraagt een grotere inspanning van de coöperatie omdat zij een selectie moeten maken van betrouwbare installateurs. Dit is feitelijk al een vorm van advies. 
  • Inloopsessies waarbij bewoners op bepaalde momenten naar een informatiepunt kunnen komen om te sparren over de energiebesparingsmogelijkheden (energie daten).

2. Verduurzamingsadvies aan bewoners

Zo’n 75% van de coöperaties die actief zijn op het gebied van energiebesparing, leveren advies aan woningeigenaren. Van online advies, een persoonlijk gesprek tot echt maatwerkadvies op basis van een analyse van de woning.

De adviseurs zijn eigen vrijwilligers of specialisten van buiten. De inzet is vaak groot: het zijn enthousiaste vrijwilligers, energiecoaches en energieambassadeurs, die een deel van hun weekend opofferen. Deze energiecoaches komen dicht bij de bewoners, hebben een persoonlijke aanpak en kennis van de huizentypen. Ze wonen immers zelf in vergelijkbare huizen.

Een aantal voorbeelden, gesorteerd op tijd en inspanning:

  • Digitaal energieloket, energieadvies op afstand: een regionaal energieloket dat door de gemeente(n) is uitbesteed aan marktpartijen, levert vaak online informatie. De loketten maken vaak gebruik van middelen zoals online woningscans en digitale stappenplannen per huizentype. De coöperatie verwijst naar hen door of werkt met hen samen.
  • Persoonlijk eerstelijns energieadvies op een centrale locatie: adviseurs van de coöperatie zijn te vinden op een centrale locatie in de buurt. Zo staan leden van de coöperaties in Utrecht en Bladel elke zaterdag in de bibliotheek. In Heiloo staan vrijwilligers twee keer per week in een eigen energiewinkel in een winkelcentrum. Enschede Energie rijdt met de Energie Bus in verschillende wijken rond om advies te geven.
  • Maatwerkadvies, energie- of woonscan: dit is een advies op maat voor een woning en gebeurt meestal door gecertificeerde beroepsadviseurs waarmee de energiecoöperatie samenwerkt. Een energieadvies door een energiecoach of energieambassadeur kan gratis zijn, maar vaak zijn er ook kosten aan verbonden. Als dit het geval is, zijn de kosten vaak lager voor coöperatieleden.
  • Lokaal energieloket: sommige lokale energiecoöperaties verzorgen een lokaal (of soms regionaal) energieloket. Dit vraagt een aanzienlijke inspanning en is vaak een betaalde opdracht van de gemeente(n).
  • Warmtescans: veel coöperaties bieden een warmtescan aan, een analyse van warmtelekken in de woningen met een infraroodcamera.

Energiecoach

In de laatste jaren zien we de opkomst van de energiecoach of wooncoach. Dit zijn vrijwilligers die na een gerichte training, bewoners begeleiden bij de verduurzaming van hun woonhuis, appartement en VvE. Deze energiecoaches inventariseren wensen, beantwoorden vragen over maatregelen en kijken mee naar offertes van bedrijven.

3. Actieve begeleiding en ondersteuning van bewoners

Ongeveer de helft van de coöperaties gaat een paar stappen verder: zij begeleiden woningeigenaren tijdens het gehele besparingstraject (‘de klantreis’). Dit doen ze op verschillende manieren:

  • Ze selecteren bedrijven die aan een aantal kwaliteits- en prijscriteria voldoen en zetten deze als shortlist op hun site. Bewoners kunnen dan zelf een bedrijf kiezen en een offerte opvragen. Indien gewenst kan er een offertebeoordeling worden gevraagd.
  • Ze selecteren bedrijven die aan een aantal kwaliteits- en prijscriteria voldoen en hebben samenwerkingsafspraken gemaakt. Offerteverzoeken worden naar deze bedrijven doorgezet en die brengen vervolgens een offerte uit aan de bewoner. De coöperatie ziet toe op voortgang en kwaliteit. Soms wordt als extra service het actualiseren van het energielabel meegenomen.
  • Ze organiseren collectieve inkoopacties voor bijvoorbeeld zonnepanelen of isolatiemaatregelen. Met één of enkele bedrijven zijn afspraken gemaakt over prijs en uitvoering. Bewoners kunnen zich dan aanmelden voor een inkoopactie.
  • Ze organiseren wijkacties, inventariseren samen met de bewoners wat voor die wijk de meest geschikte maatregelen zijn en zoeken dan bedrijven die hiervoor een passende aanbieding kunnen doen. Collectieve acties leveren vaak een prijsvoordeel op.
  • Ze richten zich op het uitvoeren van kleine maatregelen zodat er tegen lage kosten al energie kan worden bespaard.
  • Ze richten zich op specifieke projecten die samen met de gemeente of wooncorporatie worden uitgevoerd en deels ook door de gemeente worden gefinancierd. Het gaat dan meestal om wijkgerichte aanpakken.
  • Ze besteden de uitvoering uit aan bijvoorbeeld Susteen of Thuisbaas die vervolgens de coördinatie en uitvoering op zich nemen. Deze organisaties werken vaak ook samen met bedrijven uit de regio.

Bij de begeleiding van woningeigenaren werken coöperaties vaak samen met partijen als Hoom, Buurkracht, regionale energieloketten en/of commerciële dienstverleners. 

Noot: dit soort activiteiten vragen om een nauwe afstemming met de plannen van de gemeente voor een wijk, zoals de warmtetransitieplannen.

Voorbeelden uit de praktijk

Garenkokerskwartier in Haarlem

Het Garenkokerskwartier in Haarlem telt ruim 1500 woningen. De wijk heeft een goede sociale samenhang en een sterke buurtcoöperatie met ruim 300 leden.

De vele vooroorlogse woningen in de buurt zijn moeilijk te isoleren en hebben te maken met vochtige kelders en koude vloeren. Onderhoud aan een huis kost volgens Vereniging Eigen Huis gemiddeld 300 euro per maand. Vermenigvuldigd met het aantal woningen in de wijk ontstaan financiële kansen om onderhoud gebundeld en efficiënt uit te voeren.

De Buurtcoöperatie Duurzaam Garenkokerskwartier onderneemt dan ook actie door voorstellen te maken voor gezamenlijk onderhoud aan de woningen. Door op duurzame wijze bijvoorbeeld schilderwerk, (vloer)isolatie en het oplossen van vochtproblemen samen te laten uitvoeren, neemt het wooncomfort toe en het energiegebruik af. Maar je kunt ook denken aan gezamenlijke aanschaf van zonnepanelen, zonnecollectoren of (hybride) warmtepompen. Deze aanpak draagt ook bij aan de doelstelling ‘Haarlem klimaatneutraal in 2030’.

Eind 2019 doen al ongeveer 100 buurtbewoners van het Garenkokerskwartier mee met het buurtonderhoudsplan. In 2019 is er collectief schilderwerk aangepakt met 30-40 personen, daarnaast zijn er zo’n 25 personen aan de slag gegaan met energiebesparingsmaatregelen. De buurtcoöperatie wil graag zoveel mogelijk huizen in de wijk laten deelnemen, zodat meer gezamenlijke onderhoudsprojecten kunnen worden gestart.

Hilversumse Meent

Energiecoöperatie Hilverzon is actief in de Hilversumse Meent. Het is de eerste woonwijk waar de gemeente samen met bewoners werkt aan aardgasvrij wonen.

Zo’n dertig Meentbewoners deden mee aan een koploperstraject van Hilverzon met begeleiding van Hoom. Deze bewoners wilden hun huis nu al geheel of gedeeltelijk energiezuinig maken.

In de Wijkaanpak staat welke stappen bewoners de komende jaren moeten maken om aardgas te vervangen door duurzame energiebronnen. In de eerste fase, de periode 2018-2020, staat leren uit de praktijk centraal. Zo’n dertig bewoners hebben zich hiervoor aangemeld.

De koplopers werden verdeeld onder drie bouwbegeleiders, waaronder een technisch expert van Hoom. De bouwbegeleider fungeert als technische vraagbaak en adviseert bij het maken van een slim verbouwingsplan op maat. Ook brengt hij koplopers in contact met experts en uitvoerders op het gebied van innovatief en duurzaam bouwen.

Het koploperstraject bestond naast het onafhankelijk advies van een bouwbegeleider onder meer uit informatiebijeenkomsten voor vragen en het uitwisselen van ervaringen. Vooral dat laatste is een belangrijk pluspunt.

Op basis van de koploperservaringen heeft Hilverzon staalkaarten ontwikkelt met uitgewerkte oplossingen voor de 18 verschillende woontypen in de Hilversumse Meent. Zo zien bewoners meteen welke slimme maatregelen ze voor hun woningtype kunnen nemen, wat de globale kosten zijn en wat het verwachte rendement is. Ook andere gemeenten kunnen de aanpak van Hilverzon als routekaart voor verduurzaming overnemen.

Dit artikel is gebaseerd op bijlage 1 van de Lokale Energie Monitor 2019 hoofdstuk 5 van de Lokale Energie Monitor 2018.