De EU stelt hogere klimaatdoelen aan de Nederlandse mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw – de sectoren die niet onder het bestaande Europese emissiehandelsysteem vallen. De nieuwe beleidsvoorstellen zullen – als ze worden overgenomen – bovendien leiden tot een aantal forse veranderingen in het beleid. Wat betekent dit voor de gebouwde omgeving en duurzame energie?

De Europese uitwerking van de doelstelling om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten dan in 1990, betekent volgens het PBL dat de Nederlandse mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw in 2030 15 miljoen ton CO2 minder uit mogen stoten dan in het Klimaatakkoord is afgesproken. Dat is iets meer dan een verdubbeling van de huidige doelstellingen. Die zijn een vermindering in uitstoot van 3.4 Mton voor de gebouwde omgeving, 3.5 Mton voor landbouw en landgebruik, en 7.3 Mton voor mobiliteit. De nieuwe richtlijn stelt bovendien eisen aan de emissies voor alle jaren afzonderlijk in de periode 2021- 2030. De cumulatieve uitstoot in Nederland moet in deze periode circa 62 megaton lager zijn dan volgens de bestaande doelstelling. Deze manier van rekenen betekent dat elk jaar telt en dat landen daarom snel moeten starten met een veel ambitieuzer beleid.

Energiebesparing

De Commissie stelt voor om de energiebesparingsdoelstelling te verhogen van 0,8 procent per jaar vanaf 2024 naar 1,5 procent per jaar. Het PBL schat in dat dit leidt tot een grote extra opgave die vermoedelijk in alle nationale sectoren extra inspanningen zal vereisen. Het is bijvoorbeeld de vraag of de recent afgesproken norm voor woningisolatie, vergelijkbaar met energielabel B, voldoende ambitieus is. Mogelijk betekent deze norm dat verdere (veel duurdere) isolatie nodig is, vergelijkbaar met energielabel A++.

De overheid krijgt een strenger besparingsdoel opgelegd: 1,7 procent per jaar voor alle publieke diensten en installaties, waaronder ook openbare gebouwen. Bovendien geldt voor overheidsgebouwen dat jaarlijks 3 procent van het vloeroppervlak gerenoveerd moet worden tot BENG-niveau. Verder zullen warmtenetten scherpere efficiëntie-eisen krijgen en moeten die steeds meer duurzame energie gaan gebruiken.

Belastingen

De Commissie doet een reeks voorstellen die er samen op neerkomen dat de uitstoot van CO2 wordt belast. Deze voorstellen hebben grote gevolgen voor de Nederlandse regulerende energiebelasting voor gas en elektriciteit. Allereerst wil ze de degressiviteit in deze energiebelastingen afschaffen. Nu betalen kleinverbruikers 35 cent per m3 gas en grootverbruikers boven 10 miljoen m3 gas ruim 1 cent.

Voor stroom gelden vergelijkbare verschillen. Dit betekent in de praktijk dat de tarieven voor kleinverbruikers flink omlaag moeten, met grote gevolgen voor de verduurzaming in de gebouwde omgeving. Het is niet te verwachten dat de tarieven voor grootverbruikers fors omhoog gaan, omdat deze al in de voorstellen van de Commissie moeten gaan betalen voor hun CO2-emissierechten. Dat wordt mogelijk omdat de Commissie oneerlijke concurrentie van buiten de EU wil tegengaan via een heffing op de import van buiten de EU op energie-intensieve producten.

De Commissie stelt bovendien voor om in de gebouwde omgeving (en het verkeer) een CO2-plafond en emissiehandelsysteem in te voeren, waardoor CO2 een prijs krijgt. Ze rekent daarbij met € 50 per ton, oftewel 9 cent per m3 gas. Dit is waarschijnlijk niet genoeg om de belasting op aardgas op het huidige niveau te houden. Het PBL geeft in haar analyse aan dat Nederland mogelijk een aanvullende CO2-heffing kan introduceren om de totale prikkel tot het gewenste niveau op te hogen.

Een andere belangrijke verandering in het voorstel is om een vaste rangorde in de tariefstelling te hanteren voor de belasting van bepaalde energiedragers voor dezelfde doeleinden, waarbij fossiele energiedragers per eenheid energie altijd het hoogst belast dienen te worden, en elektriciteit altijd het laagst. Ook moeten de verschillende duurzame bio-energiedragers lager belast worden dan fossiele energiedragers en moeten voor geavanceerde duurzame biobrandstoffen en biogas de laagste tarieven gelden. Ook dit betekent een forse aanpassing in de tarieven voor kleinverbruikers van aardgas en elektriciteit in Nederland.

De verschuiving van belasting op energie naar belasting op CO2-uitstoot betekent dat de subsidies voor zon, wind, groen gas en houtige biomassa helemaal of grotendeels kunnen verdwijnen.

Duurzaamheid van biomassa

De voorstellen om de duurzaamheidscriteria voor het gebruik van biomassa aan te scherpen en breder toe te passen, betekenen voor Nederland dat een veel groter aantal installaties aan de duurzaamheidscriteria zal moeten gaan voldoen. De nieuwe voorstellen betekenen dat de aangescherpte criteria voor alle pelletinstallaties zullen gaan gelden, dus ook voor installaties met een oudere SDE+-beschikking. Voor installaties die andere houtige bronnen gebruiken, zoals houtchips, zal de verlaging van de grens van 20 naar 5 megawatt ertoe leiden dat ongeveer driemaal zoveel installaties moeten voldoen aan de eisen dan nu het geval is.

Lees verder

Bekijk Nederland Fit for 55? Mogelijke gevolgen van het voorgestelde EU-klimaatbeleid op de website van het PBL.