In dit artikel meer informatie over de financiële aspecten die komen kijken bij de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking. Ieder initiatief krijgt ermee te maken: de uitdaging van het vinden van financiering. En dat blijkt lang niet altijd even makkelijk. Banken geven vaak niet thuis en met crowdfunding zijn collectieven vaak (nog) niet bekend. Maar er zijn ook andere financiële aspecten waarvan een collectief op de hoogte moet zijn.

Businesscase & verzekeringen

Waarmee moet je rekening houden bij het vormgeven van de business case?

Een business case heeft als doel het onderbouwen van een investeringsbeslissing. Hierin worden de verschillende investeringskosten tegen de baten uitgezet. Bij het maken van een business case moet men rekening houden met onder meer de volgende mogelijke kosten: 

  • Aanschaf- en installatiekosten van productie-installatiekosten en toebehoren
  • Notariskosten: oprichtingskosten voor de cooperatie of kosten voor aanpassing statuten VvE 
  • Juridisch advies 
  • Fiscaal advies
  • Vergunningen
  • Overlegkosten met overheid, leveranciers, dakeigenaren, projectontwikkelaars, et cetera
  • Marketing- en communicatiekosten (denk aan ledenwerving en voorlichting)
  • Aanschaf- en installatiekosten van productie-installatie en toebehoren
  • Aansluitingskosten
  • Kosten vastrecht
  • (Aansprakelijkheids-)verzekerings-kosten
  • Bemeteringskosten netbeheerder (jaarlijks terugkerend)
  • Kosten productiemeter
  • Huur, recht van opstal, kadasterkosten locatie
  • Kosten van certificering voor GvO’s
  • Administratiekosten voor de coöperatie
  • Onderhoudskosten
  • Afschrijving op het systeem
  • Beveiliging
  • Vennootschapsbelasting


Hier tegenover staan als baten:

  • verkoop van de stroom
  • verkoop van de GvO’s
  • eventuele premie voor het aanbrengen van nieuwe klanten bij de energieleverancier
  • en voor de leden de belastingkorting

Daarnaast kan de cooperatie gebruik maken van belastingaftrek voor de kosten en de afschrijving.

Wat is er te zeggen over de verzekering van de installatie?

Het is mogelijk om een productie-installatie te verzekeren. Omdat de regeling vereist dat de installatie juridisch en economisch eigendom is van de coöperatie kan de installatie niet onder de opstalverzekering van de eigenaar van het gebouw of de grond verzekerd worden. Er zal een aparte verzekering voor de installatie moeten worden afgesloten. Wij adviseren u dit na te vragen bij uw verzekeringsmaatschappij of tussenpersoon. Er zijn ook verzekeraars die speciaal voor zonnestroominstallaties verzekeringen aanbieden. Sommige daarvan verzekeren zelfs de garantie van de leverancier (voor het geval deze binnen de garantieperiode failliet zou gaan).

Let wel op of de zonnepanelen voldoen aan de eisen die de verzekeraar stelt, bijvoorbeeld installatie door een gekwalificeerde installateur, bepaalde kwaliteitsnormen en een bepaald aantal jaren productgarantie.

Lees het artikel Verzekeren van een zonne-installatie op andermans dak voor meer informatie.

Wat zijn gemiddeld terugverdientijden en hoe verhoudt zich dit tot de regeling?

Het is lastig om de gemiddelde terugverdientijd aan te geven. Bij het bepalen daarvan moet men rekening houden met een groot aantal factoren die per specifieke situatie anders zullen zijn . Terugverdientijden lijken te liggen tussen 8 en 15 jaar. Het is van belang dat de terugverdientijd ligt binnen de minimale duur van de regeling, te weten 15 jaar.

Is het nodig een financiële bijsluiter op te stellen en te communiceren naar (potentiële) leden?

Om misverstanden te voorkomen, is het verstandig om een financiële bijsluiter op te stellen. Er zijn namelijk altijd risico’s verbonden aan een investering. Maak in deze financiële bijsluiter duidelijk wat deze risico’s zijn. Een aanzet ter inspiratie:

  • Ga bijvoorbeeld in op het voorkomen en verhelpen van technische mankementen. Denk aan verzekering en onderhoud: wat dragen de leden bij aan de kosten ervan? Wat zijn de mogelijke consequenties als het systeem niet verzekerd of onderhouden zou worden?
  • Kun je ook geld verliezen? Ben je als lid aansprakelijk voor meer dan je eigen inleg?
  • Communiceer of je project valt onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en/of de Autoriteit Consument en Markt (ACM). 
  • Welke administratiekosten betaalt een lid?
  • Geef aan of de contributie/inleg vrij is van BTW.
  • Communiceer over de voorwaarden voor ondernemers om mee te doen.
  • En niet onbelangrijk: communiceer over de hoeveelheid geproduceerde stroom, fluctuaties daarin, en wat dat betekent.
  • Lees meer hierover in het artikel Transparant communiceren door coöperaties (naar aanleiding van een sessie tijdens Evenement HIER opgewekt 2014) en de visie van Henri Bontenbal: Stilstand of vooruitgang. 
  • Lees meer over energieprijzen en hoe voorzichtig je moet zijn voorspellingen te doen in het artikel Rekenen met energieprijzen.

Belastingen

Een coöperatie is BTW-plichtig. Wat houdt dat in?

De Belastingdienst beschouwt coöperaties als BTW-ondernemers. Coöperaties zijn dus BTW-plichtig en zullen een BTW- boekhouding moeten bijhouden. Een coöperatie verkoopt de stroom aan een energiebedrijf en moet hierover ook BTW in rekening brengen. Deze BTW moet de coöperatie afdragen aan de Belastingdienst. De BTW over de inkopen en kosten die de coöperatie heeft gemaakt, mag hiervan worden afgetrokken. Dat betekent dat de coöperatie de BTW over de investering kan terugvorderen in het eerste jaar. Overigens heeft de investering door het collectief ook betrekking op advies, montage, verzekering en arbeid en onderhoud. Alle uitgaven zijn te verrekenen indien deze zijn bedoeld met het oog op het verrichten van belaste prestaties (stroomverkoop). Dat kan doorslaggevend zijn voor de business case van een project. 

Moet de coöperatie ook vennootschapsbelasting afdragen?

Een coöperatie is in fiscaal opzicht een gewone onderneming. Dat betekent dat zij omzetbelasting betaalt over de toegevoegde waarde van de productie, bij werkgeverschap loonheffingen inhoudt en over het exploitatieresultaat vennootschapsbelasting betaalt. Deze bedraagt 20% over de eerste €200.000 gerealiseerde winst. Bij hogere winsten stijgt dit percentage naar 25% (2018).

Indien er sprake is van winst door de coöperatie, is er dus in principe sprake van verschuldigde vennootschapsbelasting. Maar dat is dan wel een resultante van verkoopresultaat minus de daarmee gepaard gaande kosten (zoals afschrijving installatie, eventuele rente en aflossing lening, administratieve kosten, onderhoud, et cetera). Naar verwachting is er dan geen winst meer.

Daarnaast is het speciale aan een coöperatie dat zij een gedeelte van het eventuele exploitatieresultaat kan uitkeren aan de leden. Daarmee wordt het exploitatieresultaat verlaagd en daarmee ook de basis voor de belastbare winst. Deze uitkering wordt ‘verlengstukwinst’ genoemd. De verlengstukwinst is de door de coöperatie gemaakte winst.

Indien sprake is van een startbijdrage/subsidie voor Lokale Energie Coöperaties moet ook vennootschapsbelasting betaald worden. De opstartbijdrage/subsidie behoort tot het belastbare bedrag. De wederverkopersvergoeding – die een coöperatie ontvangt indien zij wederverkoper is – behoort eveneens tot het belastbare bedrag. Dat betekent dat als het resultaat van de coöperatie positief is, over deze winst, 20% (tarief 2014) vennootschapsbelasting is verschuldigd. Om te voorkomen dat vennootschapsbelasting moet worden betaald is het van belang om de ontvangen subsidie en de wederverkopers vergoeding in hetzelfde boekjaar ook te besteden.

Zie voor meer info:

https://www.cooperatie.nl/cooperaties-en-belastingen-hoe-zit-dat-cooperatie-zelf

https://www.cooperatieexpert.nl/fiscaal/

Moet een lid bij zijn belastingaangifte ook nog iets opgeven over de belastingkorting?

Nee, verrekende belasting leidt elders niet meer tot heffing.

Klopt het dat leden die recht hebben op meer dan 5% van de opbrengst van de coöperatie, voor de fiscus een aanmerkelijk belang hebben en dit in box 2 moeten opgeven bij de inkomstenbelasting?

Dat klopt. Maar belasting wordt pas geheven als er sprake is van een zogenoemd regulier voordeel na aftrek van de kosten. Bij dit reguliere voordeel gaat het dan om uitgekeerde winst (in dit geval de netto opbrengst uit verkoop van de opgewekte stroom) door de coöperatie aan haar leden, niet om de belastingkorting zelf. Van de inkomsten die het lid ontvangt voor de verkoop van zijn deel van de stroom, mogen de kosten voor het 'terugkopen' van die stroom van de leverancier worden afgetrokken.

Klopt het dat deelnemers die recht hebben op minder dan 5% van de opbrengst van de coöperatie, hun aandeel in de coöperatie in box 3 (vermogenbelasting) op dienen te geven?

Alleen het vermogen wordt in Box 3 belast. Dat zou in deze gevallen - indien men minder dan een 5%-belang heeft - neerkomen op de deelname in euro's in de coöperatie. Stel iemand neemt voor 5.000 euro eigen vermogen deel (minder dan 5% van het totaal). Dan moet deze 5.000 euro als vermogen in Box 3 worden meegeteld. Dat zou echter ook het geval zijn als deze 5.000 euro nog als spaargeld op de rekening van de persoon zou staan. Indien voor de deelname een lening is afgesloten dan is deze schuld ook in Box 3 aftrekbaar. 

Vervalt de vaste teruggave van de energiebelasting als mensen deelnemen aan een SCE project?

Kort gezegd is het antwoord: Nee, iedereen heeft en houdt recht op de belastingvermindering Energiebelasting.

Deze lijst van veelgestelde vragen en antwoorden is door HIER opgewekt gemaakt op basis van de concept regeling. De regeling is nog niet definitief vastgesteld. De lijst wordt regelmatig aangepast en geactualiseerd. Heb je vragen, stel deze dan via info@hieropgewekt.nl. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Het verdient aanbeveling om zo nodig in concrete gevallen advies in te winnen.