Hieronder leggen we uit hoe een subsidieaanvraag voor de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) in zijn werk gaat. De regeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Je kunt een aanvraag voor subsidie indienen via het e-loket van RVO.

Infographic stappenplan SCE-subsidie

Infographic stappenplan SCE-subsidie

Van aanvraag tot exploitatie, we hebben een handig overzicht voor je gemaakt van alle stappen.

Bekijk de infographic

SCE-subsidie aanvragen werkt zo

Bij wie moet ik de subsidie aanvragen?

De subsidieregeling wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

De werkwijze voor aanvraag, beoordeling en uitbetaling van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) komt grotendeels overeen met die van de Stimuleringsregeling Duurzame Energie ++ (SDE++).

Net als bij de SDE ondersteunt CertiQ – de garantiebeheerinstantie – bij het meten van de productie. CertiQ is de Nederlandse certificeringsautoriteit die verantwoordelijk is voor de uitgifte van de Garantie van Oorsprong (GvO).

Dien je aanvraag in via het e-loket van RVO. 

Hoe kan ik subsidie aanvragen?

Dien je aanvraag in via het e-loket van RVO*. Aanvragen kunnen alleen digitaal worden ingediend (daarvoor heb je eHerkenning niveau 1 nodig).

Bij de aanvraag moet je informatie aanleveren over de subsidieontvanger en de productie-installatie. Met deze informatie wordt beoordeeld of de productie-installatie tijdig kan worden gerealiseerd. De gegevens in de aanvraag worden automatisch ingelezen in het administratieve systeem. De beoordeling van de gegevens gebeurt handmatig.

Beoordeling van de aanvragen door RVO vindt plaats op basis van volgorde van binnenkomst. Als de aanvraag niet compleet is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen. De datum dat de aanvraag compleet is, wordt gezien als de datum van binnenkomst.

Aanvragen die op dezelfde dag zijn binnengekomen, worden behandeld alsof zij gelijktijdig zijn binnengekomen. Als het budgetplafond wordt bereikt en niet alle aanvragen die op de betreffende dag zijn binnen gekomen gehonoreerd kunnen worden, wordt er geloot onder deze aanvragen. Aanvragen die na 17.00 uur worden gedaan, worden gezien als binnen gekomen op de volgende dag.

Waar moet mijn aanvraag aan voldoen?

De SCE-regeling is bedoeld voor lokale coöperatieve opwek. Er zijn daarom specifieke spelregels toegevoegd om het lokale en coöperatieve karakter zeker te stellen.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

  • Aanvraag is mogelijk voor een coöperatie of een Vereniging van Eigenaren (VvE).
  • Leden in de coöperatie hebben ieder één stem in de Algemene Ledenvergadering (ALV). Leden in de VvE hebben al een methodiek voor stemmen (via een andere verdeelsleutel).
  • Deelnemers aan projecten hebben zelf een kleinverbruikersaansluiting (dus t/m 3 x 80 A).
  • Deelnemers kunnen particulieren of rechtspersonen zijn.
  • Deelnemers hebben op het moment van deelname voor de subsidie een adres in de postcoderoos van het betreffende project. Daarmee wordt bedoeld het viercijferig postcodegebied van de projectlocatie en de direct aangrenzende gebieden.
  • Per adres niet meer dan één lid.
  • Per projectlocatie dient er bij zonne-energie minimaal één lid per vijf kW, bij windenergie of minimaal één lid per twee kW (wind) opgesteld vermogen te zijn, en bij projecten op water één lid per 1 kW. Per productie-installatie en per locatie geldt een minimum aantal deelnemers, gekoppeld aan het vermogen van de productie-installatie en de locatie.

Welke informatie moet ik meesturen met mijn aanvraag?

Basisinformatie

De aanvraag moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten:

  1. Naam, adres, de vestigingsplaats en het rekeningnummer van de subsidieontvanger.
  2. Categorie productie-installaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
  3. Locatie waarop de productie-installatie wordt aangebracht.
  4. De gewenste postcoderoos.
  5. Hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh per kalenderjaar van de productie-installatie gedurende de periode waarover subsidie wordt aangevraagd.
  6. Tijdschema van de ingebruikname van de productie-installatie.
  7. Haalbaarheidsstudie. Hiervoor is een standaard template met handleiding beschikbaar. De studie moet in ieder geval bevatten:  

  • een omschrijving van de productie-installatie
  • een exploitatieberekening
  • een financieringsplan voor de productie-installatie
  • inzicht in het eigen vermogen van de aanvrager
  • een windenergie-opbrengstberekening (windenergie met vermogen > 100 kW)
  • een waterkracht-opbrengstberekening (waterkracht met vermogen > 100 kW)

Zorg daarbij dat je ook de volgende gegevens van je project of coöperatie bij de hand hebt als je de subsidieaanvraag indient:

  • SBI-code van de coöperatie: Een SBI-code laat zien wat de activiteit van een bedrijf is. Je krijgt de code als je je inschrijft in het Handelsregister bij de KVK.
  • Netto dakoppervlakte: de feitelijk te gebruiken grootte van het dak
  • Vermogen productie-installatie: het vermogen van je opwekinstallatie in kWp (in plaats van kWh).
  • Vermogen van de omvormer(s)

Aanvullende informatie

Afhankelijk van het project dien je aanvullend de volgende informatie mee te sturen:

Grootverbruikersaansluiting: verklaring van de netbeheerder over de beschikbaarheid van transportcapaciteit

Als de productie-installatie wordt aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, stuur dan bij de aanvraag een verklaring van de netbeheerder over de beschikbaarheid van transportcapaciteit mee. De verklaring van de netbeheerder mag niet ouder dan vier weken zijn bij het indienen van de aanvraag. Op de website van RVO wordt een format voor de verklaring door de netbeheerder ter beschikking gesteld. Negatieve transportindicatie gehad? Vraag om onderbouwing.

Recht van opstal

Wordt de productie-installatie geplaatst op, in of boven een onroerende zaak van een derde waarvoor een recht van opstal nodig is? Dan is een notariële akte van vestiging van recht van opstal vereist en inschrijving van die akte in de openbare registers. Op de website van RVO vind je een model intentieovereenkomst. Uiterlijk zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening dient een kopie van de akte van vestiging van het recht van opstal in de openbare registers ingediend te worden, samen met een kopie van de inschrijving van die akte. 

Huur- of gebruikersovereenkomst

Een huur- of gebruikersovereenkomst moet je meesturen met de aanvraag als de productie-installatie wordt aangebracht:

  • op, in of boven een onroerende zaak in eigendom van een VvE
  • of op, in of boven een onroerende zaak met een recht van erfpacht

Statuten coöperatie

Als een coöperatie subsidie aanvraagt, moeten de statuten van de coöperatie meegestuurd worden.

Ledenlijst VvE

Als een Vereniging van Eigenaren subsidie aanvraagt moet de ledenlijst van de VvE meegestuurd worden.

Vergunningen

De noodzakelijke vergunningen voor de realisatie van de productie-installatie en – in geval van een windenergie- of waterkrachtinstallatie – de daarvoor verplichte omgevingsvergunning.

Tekening installatie op locatie

Een foto of tekening van de locatie waarop de installatie is ingetekend.

Waarop wordt mijn aanvraag beoordeeld?

Bij het beoordelen van subsidieaanvraag wordt gekeken of:

  • hij voldoet aan de regels.
  • het aannemelijk is dat de productie-installatie binnen 18 maanden (zonne-energie) dan wel 3 jaar (windenergie en waterkracht) in gebruik wordt genomen.
  • het aannemelijk is dat de productie-installatie de hele subsidieperiode in werking zal zijn.
  • het aannemelijk is dat de productie-installatie uitvoerbaar, technisch, financieel en/of economisch haalbaar is.
  • één of meer vereiste vergunningen zijn verleend.
  • de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen.
  • er nog geen financiële tegemoetkoming of subsidie voor de productie-installatie vanuit het Rijk is ontvangen.
  • er geen onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan voor de productie-installatie voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd. In 2021 geldt deze eis niet, vanwege de overgang van de oude postcoderoosregeling naar de nieuwe regeling. In 2021 geldt wel dat de productie-installatie niet in gebruik genomen mag zijn vóór de datum waarop de subsidie is aangevraagd.

Voor de volledigheid: de Algemene wet bestuursrecht bevat gronden voor afwijzing van subsidies in het algemeen (Titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht).

Als de aanvraag niet compleet is, krijg je als aanvrager de gelegenheid hem aan te vullen. De datum dat de aanvraag compleet is, wordt gezien als de datum van binnenkomst.

Binnen hoeveel tijd ontvang ik een reactie op mijn aanvraag?

Uiterlijk 13 weken na de aanvraag ontvang je een reactie. Eventueel kan de reactietermijn door RVO eenmalig met nog eens 13 weken verlengd worden. Als de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet en er is nog voldoende budget beschikbaar, zal er een beschikking tot subsidieverlening worden afgegeven. In de beschikking staat genoemd:

  • de postcoderoos
  • voor welke techniek de beschikking wordt verleend
  • de maximale productie die in aanmerking komt voor subsidie
  • het basisbedrag per kWh (zie ‘hoe werkt de subsidie?’)
  • de basiselektriciteitsprijs
  • het maximum aantal vollasturen (de verwachte jaarlijkse energieopbrengst) in verhouding tot opwekvermogen (in kW of kWp).

De laatste vier gegevens – maximale subsidiabele productie, het basisbedrag per kWh, de basiselektriciteitsprijs en het maximum aantal vollasturen – zijn nodig om de subsidie en de voorschotten te berekenen. Ze gelden in principe voor de gehele looptijd van de subsidie.

Moet er een transportindicatie worden meegestuurd bij een kleinverbruikersinstallatie?

Nee, bij een aanvraag in de categorie kleinverbruikersaansluitingen is geen transportindicatie vereist. De transportindicatie geldt alleen bij een aanvraag in de categorie grootverbruikersaansluiting.

Wat zijn de voorwaarden voor VvE’s?

"Een VvE kan alleen subsidie aanvragen met akkoord van de Algemene Ledenvergadering. Er is in de SCE geen eis gesteld voor de zeggenschap binnen een VvE, zoals die er wel is voor een coöperatie, omdat de zeggenschapsverhoudingen binnen een VvE al op andere gronden bepaald zijn. De zeggenschap verloopt bij een VvE via de stemverhoudingen binnen de VvE. De stemverhouding volgt uit de statuten van de VvE.

Als de ALV van de VvE conform de stemverhouding uit de statuten akkoord is gegaan met het plaatsen van de productie-installatie, dan mag de VvE een aanvraag doen. Alle leden van een VvE, die subsidie aanvraagt, worden dan automatisch 'gezien' als deelnemende leden, ook de leden die bij de ALV niet of tegen hebben gestemd hebben.

Leden van de VvE kunnen zowel particulieren als bedrijven zijn. Alleen eigenaren zijn lid van de VvE en kunnen deelnemen aan de ALV van de VvE. Een huurder met een volmacht van de verhuurder die eigenaar is, mag wel aan de ALV van de VvE deelnemen. Een huurder kan wel lid worden van een coöperatie.

Bij de subsidieaanvraag moet een VvE een ledenlijst met alle leden van de VvE aanleveren, omdat alle leden gezien worden als deelnemende leden. De ledenlijst bevat de namen en de woonplaats of vestigingsplaats van alle VvE leden. Voor de subsidieaanvraag geldt daarnaast de eis dat alle leden van de VvE op het moment van indienen van de subsidieaanvraag woonachtig of gevestigd moeten zijn in de postcoderoos waarvoor er subsidie wordt aangevraagd en dat er wordt aangevraagd voor het gebouw of de grond waartoe de VvE is opgericht.

Als een VvE niet aan deze voorwaarden kan voldoen, bijvoorbeeld omdat niet alle leden in de postcoderoos woonachtig zijn, dan kan men een coöperatie oprichten. In dat geval zijn de regels die voor coöperaties gelden van toepassing."

Verplichtingen na toekenning SCE-subsidie

Waaraan moet ik voldoen als mijn aanvraag is goedgekeurd?

Uiterlijk een half jaar na subsidietoekenning:

  1. Coöperatie: lever je de ledenlijst aan.
  2. Zorg je dat het recht van opstal is gevestigd, voor zover van toepassing.

De ledenlijst bevat naam en adresgegevens van de leden. In geval van een VvE alle leden, in een geval van een coöperatie de deelnemende leden. Wijzigingen in de lijst van deelnemende leden meld je eenmaal per jaar. De overeenkomsten tussen de coöperatie en de leden waaruit blijkt dat het lid financieel participeert in de productie-installatie, kunnen ter controle bij je worden opgevraagd.

Voor het benodigde aantal deelnemende leden, zie ‘Waar moet mijn aanvraag aan voldoen?’

Tijdschema en looptijd

Bij de subsidieaanvraag moet je een tijdschema meesturen wanneer de productie-installatie zal worden gerealiseerd. Ook moet aangegeven worden wat het begin van de looptijd van de subsidie zal zijn. Het begin van de looptijd van de subsidie kan op verzoek van de subsidieontvanger maximaal driemaal worden gewijzigd, mits het verzoek wordt ingediend:

  • voor de oorspronkelijke datum is verstreken,
  • de nieuwe datum niet later is dan de maximale realisatietermijn,
  • de installatie nog niet in gebruik is genomen.

Deze flexibiliteit is mogelijk gemaakt omdat het lastig is om op het moment van aanvraag de startdatum goed in te schatten. Tegelijk is een zo realistisch mogelijke startdatum gewenst om de uitgaven voor deze regeling te kunnen voorspellen.

Realisatie

Een productie-installatie moet binnen een vastgestelde  termijn in gebruik zijn genomen, gerekend vanaf beschikking tot subsidieverlening:

  • Binnen anderhalf jaar voor zonne-energie.
  • Binnen drie jaar voor windenergie of waterkracht. Daarbij geldt ook dat binnen anderhalf jaar de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie moeten worden verstrekt.

Als de opdrachtverstrekking of ingebruikname niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de beschikking worden ingetrokken.

Wijzigingen

Heb je wijzigingen voor de aanvraag, bijvoorbeeld wat betreft de omvang van de productie-installatie? Geef dit zo snel door, ten minste vóór het begin van de looptijd van de subsidie.

Als subsidieontvanger dien je tot en met vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling mee te werken aan een evaluatie van de verleende subsidie, voor zover dat als redelijk gezien wordt. Desgevraagd lever je daarvoor alle overige bescheiden, gegevens of inlichtingen verstrekt die nodig zijn voor een beslissing over de subsidie.

Welke informatie moet ik wanneer aanleveren over onze deelnemers?

Uiterlijk zes maanden na de datum van toekenning van de subsidie moet een lijst met deelnemers opgestuurd worden naar RVO. Op deze lijst moeten alle deelnemers staan met in elk geval hun naam en adres. Wijzigingen in deze lijst moeten eenmaal per jaar doorgegeven worden aan RVO.

De coöperatie moet met elke deelnemer een overeenkomst afgesloten hebben en deze kunnen overhandigen wanneer hiernaar gevraagd wordt door RVO. Als er door veranderingen in het deelnemersbestand de situatie ontstaat dat er niet meer voldoende deelnemers zijn (zie deelnemende ledeneis), dan moet dat direct worden gemeld bij RVO.

Wat moet ik aan het eind van de subsidielooptijd doen?

Binnen zes maanden na afloop van de subsidieperiode moet de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor een 'definitieve subsidievaststelling'. Daarop ontvangt de subsidieontvanger binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag de beschikking tot subsidievaststelling.

Achtergrondinfo SCE-subsidie aanvragen

Hoeveel subsidie is er in de regeling beschikbaar?

De subsidieregeling wordt jaarlijks opengesteld met een vastgesteld budgetplafond (2021: 92 miljoen euro). In dit ‘openstellingsbesluit’ worden verder per categorie productie-installaties vastgelegd:

Wat is de looptijd van de subsidie?

De subsidie wordt verstrekt voor een looptijd van 15 jaar. Een looptijd van 15 jaar geeft voldoende zekerheid dat een productie-installatie voor langere tijd elektriciteit blijft produceren. De technische levensduur van dit type productie-installaties is meestal ruimer dan 15 jaar. 

De subsidieperiode start op de door subsidieontvanger in de aanvraag aangegeven datum, die valt binnen de uiterste termijn waarop de productie-installatie in gebruik moet zijn genomen. Dat is 18 maanden voor zon-PV en 3 jaar voor wind en waterkracht. De looptijd van de subsidie kan met ten hoogste een jaar verlengd worden om het ongebruikte aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren (zie 'banking').

Waar vind ik de regels die voor mij gelden?

Drie documenten zijn van belang voor jouw SCE-subsidie:

  1. De regeling zelf inclusief de toelichting
  2. Het openstellingsbesluit van dit jaar
  3. Jouw subsidiebeschikking

Welke eisen gelden er voor deelnemers?

Deelnemers moeten allemaal in dezelfde postcoderoos wonen (of gevestigd zijn als bedrijf) waarin ook de opwekinstallatie staat. Ze moeten een kleinverbruikaansluiting hebben op het betreffende adres. Per adres kan maar één persoon deelnemen.

Hoe controleer ik of een deelnemer een kleinverbruikaansluiting heeft en woont op het opgegeven adres?

Leden zijn zelf verantwoordelijk voor het aanleveren van de juiste informatie. Dit is ook onderdeel van de overeenkomst die de coöperatie sluit met het lid. Een lid kan op zijn of haar jaarafrekening van de energieleverancier zien welk type aansluiting hij nu heeft. Aansluitingen tot en met 3 x 80A mogen mee doen. Gangbaar voor een Nederlands huishouden is 1 x 35A of 3 x 25A.

Wat gebeurt er als iemand vertrekt uit de coöperatie?

De regeling schrijft niet voor dat alle mensen die deelnemen in het project noodzakelijk lid moeten zijn van de coöperatie. Wel moet er worden voldaan aan de ‘deelnemende ledeneis’. Als de coöperatie niet meer aan deze eis zou voldoen door opzegging van een van haar leden, dan moet dit direct gemeld worden aan RVO.

De betreffende deelnemer verliest met opzegging van haar lidmaatschap wel de medezeggenschap in de coöperatie. Wij adviseren deelname in een project altijd te koppelen aan lidmaatschap in de coöperatie. Dit leg je vast in de deelnemers- of participatieovereenkomt.

Is het mogelijk om tegelijkertijd gebruik te maken van een andere (subsidie)regeling?

Er mag geen eerdere rijksstimulering voor de productie-installatie verstrekt zijn. Vanuit provincie of gemeente is geen probleem.

Wat is een openstellingsbesluit en wat staat daarin?

De subsidieregeling wordt jaarlijks opengesteld voor nieuwe aanvragen, via publicatie van het zogenaamde ‘openstellingsbesluit’. Hierin staat hoeveel budget er dat jaar beschikbaar is, en verdere gegevens die gedurende de looptijd van de subsidie gelden voor alle gehonoreerde subsidieaanvragen in dat jaar:

  • de hoogte van de basisbedragen (per categorie productie-installatie),
  • een maximum aantal vollasturen (per categorie productie-installatie),
  • de basiselektriciteitsprijs (per categorie productie-installatie): de ondergrens voor de elektriciteitsprijs die gebruikt wordt in het correctiebedrag. Onder die basiselektriciteitsprijs wordt geen subsidie bijgelegd.

Deze gegevens vind je terug in je subsidiebeschikking, naast gegevens die gelden voor jouw specifieke project.

Hoe werkt de voorschotverlening?

De minister stelt jaarlijks voor 1 november een voorlopig correctiebedrag vast. Het voorschot wordt jaarlijks bepaald door het met elkaar vermenigvuldigen van:

  • de maximale subsidiabele productie per kalenderjaar (zoals opgenomen in de subsidiebeschikking).
  • het vastgestelde basisbedrag (zoals opgenomen in de subsidiebeschikking) minus het voorlopige correctiebedrag.

Van dat voorschot wordt 80% in twaalf maandelijkse termijnen uitbetaald.

Na afloop van ieder kalenderjaar wordt het voorschot in het daaropvolgende kalenderjaar bijgesteld aan de hand van de productie in het voorgaande kalenderjaar waarover Garanties van Oorsprong zijn afgegeven en het vastgestelde definitieve correctiebedrag. Dit definitieve correctiebedrag wordt jaarlijks vóór 1 april per categorie productie-installatie vastgesteld voor het voorgaande kalenderjaar.

Je krijgt het eerste voorschot pas als je als coöperatie of VvE een rekening hebt geopend bij CertiQ, de Nederlandse certificeringsautoriteit die verantwoordelijk is voor de uitgifte van de Garanties van Oorsprong (de garantiebeheerinstantie). Eventuele bijstelling van het voorschot vindt plaats binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar.

Welke categorieën productie-installatie worden onderscheiden?

Op dit moment worden de volgende categorieën onderscheiden:

  1. Zon-PV aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kWp
  2. Zon-PV aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 500 kWp
  3. Wind op land aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW
  4. Wind op land aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 1000 kW
  5. Waterkracht aangesloten op een kleinverbruikersaansluiting: 15 tot en met 100 kW
  6. Waterkracht aangesloten op een grootverbruikersaansluiting: 15 tot en met 150 kW

Wordt bij subsidietoekenning gekeken naar financiële haalbaarheid per project of meerde projecten als je meerdere aanvragen indient?

Als iemand voor meerdere projecten SCE-subsidie aanvraagt, wordt door RVO ook gekeken naar de haalbaarheid van het totaal.

Kan ik de tenaamstelling van mijn subsidiebeschikking wijzigen?

RVO is erg terughoudend in het wijzigen van de tenaamstelling voor realisatie van het SCE-project. Het komt erop neer dat overdracht voor realisatie alleen mogelijk is als er sprake is van een onvoorziene situatie zoals bijvoorbeeld brand, of faillissement etc. Het is wel toegestaan om het project met derden te realiseren zodat na realisatie het project kan worden overgedragen. De aanvrager blijft tot het moment van ingebruikname verantwoordelijk voor tijdige realisatie van het project.
 
Na realisatie (zodra de goedkeuring door CertiQ is ontvangen) is overdracht van de tenaamstelling in de meeste gevallen wel toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  • de nieuwe partij moet worden gezien als producent;
  • het bevoegd gezag heeft ingestemd met de overdracht of gebruik van de voor de SDE-aanvraag benodigde vergunning(en) aan de nieuwe partij;
  • de locatie in eigendom is of is verkregen of er is een gesloten overeenkomst over het gebruik van de locatie door de nieuwe partij;
  • de nieuwe partij is ingeschreven bij de KvK.
Achtergrond van deze richtlijn is het voorkomen van speculatie. Het is de bedoeling dat alleen subsidie wordt aangevraagd door serieuze gegadigden, niet door speculanten.
 

Mag een lid van een coöperatie in meerdere SCE-projecten deelnemen?

Een SCE-project is een productie-installatie waarvoor een subsidiebeschikking kan worden afgegeven. Een lid mag aan meerdere projecten op meerdere locaties deelnemen. Per productie-installatie en per locatie geldt een minimum aantal deelnemers, gekoppeld aan het vermogen van de productie-installatie en de locatie.

Het minimum aantal leden hangt samen met de grootte van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt verleend. Hoe meer vermogen wordt opgesteld, hoe meer deelnemende leden benodigd zijn. Dit geeft invulling aan een gewenste mate van (lokale) participatie.

De eis voor een minimum aantal deelnemende leden verschilt per techniek: 1 lid per 5 kWp opgesteld vermogen bij zon PV, 1 lid per 2 kW opgesteld vermogen wind, en 1 lid per 1 kW opgesteld vermogen voor waterkracht. Het komt er op neer dat er geen sprake is van een maximum van 5 kWp per deelnemend lid bij een zonproject. Er moet minimaal 1 deelnemend lid zijn per 5 kWp. Wel geldt de regel dat ieder lid een gelijke stem heeft.

Een voorbeeld van een zonproject: als er een project wordt gerealiseerd van 100 kWp dan zijn er minimaal 20 deelnemende leden nodig. Per project mag een individueel lid wel meer bijdragen dan 5 kWp zolang het gemiddelde van alle bijdragen 5 kWp of lager is. Het kan dus zo zijn dat 1 deelnemer voor 81 kWp mee doet, en de overige 19 leden voor elk 1 kWp.

Bij een uitbreiding met een extra productie-installatie op een locatie waar al eerder een subsidiebeschikking is afgegeven, geldt dat er op de locatie nog steeds minimaal 1 lid per 5 kWp moet zijn. Als je in de volgende ronde een extra installatie van 50 kWp wilt aanvragen, dan zijn op deze locatie minimaal 150 / 5 = 30 leden nodig.

Hoeveel deelnemers heb ik nodig per project?

Per project dient er bij zonne-energie minimaal één lid per vijf kW, bij windenergie minimaal één lid per twee kW opgesteld vermogen te zijn, en bij projecten op water één lid per 1 kW. 

Zijn er meer projecten op één locatie? Dan mogen deelnemende leden niet aan beide projecten deelnemen. De eis geldt per project én per projectlocatie. Per productie-installatie en per locatie geldt het minimum aantal deelnemers, gekoppeld aan het vermogen van de productie-installatie en de locatie. 

Als je een nieuwe, extra productie-installatie ontwikkelt op een locatie waar je al een (of meerdere) productie-installatie(s) met SCE hebt staan, moet je daar nieuwe leden bij zoeken. Een voorbeeld: een bestaande en een nieuwe productie-installatie, elk 50 kWp zonne-energie , elk vereist minimaal 10 leden, en de projectlocatie (totaal 100 kWp) vereist dus minimaal 20 leden. 

Deze lijst van veelgestelde vragen en antwoorden is opgesteld door HIER opgewekt en de expertgroep postcoderoos, met vertegenwoordigers van Energie Samen, GrEK, AGEM, OM| Nieuwe Energie en Greenchoice. De informatie werken we regelmatig bij. Heb je vragen? Stuur een mailtje naar info@hieropgewekt.nl. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Het verdient aanbeveling om zo nodig in concrete gevallen advies in te winnen.