Een belangrijk doel van burgercoöperaties die windprojecten ontwikkelen, is dat de baten ten goede komen aan de lokale gemeenschap. Coöperaties moedigen bewoners aan om lid te worden en op die manier mee te denken, te ontwikkelen en te investeren in alle fasen een project. Daarnaast wordt een deel van de winst gereserveerd voor de bredere omgeving in een gebiedsfonds (ook wel omgevingsfonds, duurzaamheids- of leefbaarheidsfonds). Wat houdt zo'n fonds in?

De meeste (oudere) windcoöperaties en dorpsmolenstichtingen doen het al jaren: een deel van de winst is bestemd voor duurzame en sociale projecten in de eigen gemeenschap. Vaak is dit in een aparte stichting ondergebracht. Op deze manier zijn in de afgelopen jaren verschillende dorpshuizen, scholen en sportinstellingen gesubsidieerd.

Ook bij de commerciële ontwikkelaars is het inmiddels gangbare praktijk om een gebiedsfonds in te richten. Voor vrijwel alle nieuwe windparken – coöperatief en niet-coöperatief – wordt een gedeelte van de winst vrijgehouden voor een gebiedsfonds, waarbij een richtbedrag van 0,50 euro per opgewekte MWh wordt aangehouden (conform NWEA-gedragscode Acceptatie en Participatie Wind op Land, 2014). 

Dit betekent dat er de komende jaren aanzienlijke geldstromen beschikbaar komen voor de gemeenschappen. Om een idee te geven: bij een toekomstige situatie van 6.000 tot 9.000 MW wind op land in 2030 hebben we het over een afdracht van 9 tot 14 miljoen euro per jaar van de windparkeigenaars aan de lokale omgeving. Hoeveel op dit moment in totaal beschikbaar komt, is niet bekend. Een overzicht van de gebiedsfondsen van (commerciële) windparken is helaas niet beschikbaar. Wel vind je verderop in dit artikel een aantal voorbeelden. 


'Met gebiedsfondsen zijn al verschillende dorpshuizen, scholen en sportinstellingen gesubsidieerd'
 

Zeggenschap over de bestedingen van gebiedsfondsen

De gebiedsfondsen roepen een aantal prangende vragen op over zeggenschap over de besteding van deze gelden. Het idee is dat de omgeving bepaalt wat er met deze gelden gebeurt, niet de ontwikkelaar. Een veel gehoorde formule is dat ‘bewoners van het gebied rondom de windmolens zelf bepalen wat zij met het geld doen’. Grote vragen zijn dan: wie vertegenwoordigt de lokale omgeving? Wie krijgt het mandaat om over de bestedingen besluiten te nemen, en hoe waarborg je dat dit zorgvuldig en democratisch gebeurt? Met andere woorden: wie gaat over deze omgevingsgelden?

De zeggenschapsvraag geldt ook voor windparken van burgercoöperaties. Want ook in dat geval beslist niet de lokale coöperatie, maar een andere vertegenwoordiging van de omgeving over het gebiedsfonds. Zo ontstaan meerdere kringen van lokale vertegenwoordiging rondom windenergieprojecten. 

Stichting met ANBI-status

Inmiddels zijn verschillende soorten gebiedsfondsen ontstaan die verschillen in termen van beheer, doelen en omvang. Meestal wordt een stichting opgericht met een ANBI-status, met oog op besteding van middelen van algemeen nut. Het bestuur en de raad van toezicht bestaan uit lokale vertegenwoordigers.

De stichting houdt zich aan specifieke doelstellingen en voorwaarden die statutair zijn vastgelegd. De stichting werkt samen met dorpsraden en -verenigingen, maatschappelijke instanties, of nieuw opgerichte bewoners- of omgevingsraden. Bewoners uit de omgeving kunnen vervolgens aanvragen indienen voor subsidie uit het fonds.

In de praktijk zien we ook voorbeelden waarbij een gemeente het omgevingsfonds in beheer heeft. Soms krijgt een lokale coöperatie een deel van de gelden in beheer, in een situatie waarbij deze niet zelf (mede-)eigenaar is van het windpark. Mensen uit de omgeving worden lid van de coöperatie en besluiten samen wat er met het geld gebeurt.

Voorbeelden van gebiedsfondsen

Windfonds Goeree-Overflakkee

In Goeree-Overflakkee hebben meerdere ontwikkelaars, waaronder de coöperatie Deltawind, een Windfonds opgericht: Stichting Windfonds Goeree-Overflakkee. Het doel is om omwonenden te laten meedelen in de windproductie door het realiseren van projecten met maatschappelijke meerwaarde die in brede zin bijdragen aan de sociaaleconomische ontwikkeling van het eiland. Hierbij heeft men duurzaamheid, vitaliteit, natuur, educatie en sociale cohesie voor ogen.

Interessante toevoeging is het uitgangspunt dat ‘omwonenden dit als zodanig ervaren’, hetgeen kan worden gewaarborgd door ‘dorpsraden een rol te geven bij de selectie van het bestuur van de stichting’. Er zijn drie zones voor windprojecten afgesproken, voor direct omwonenden, betrokkenen binnen 5 kilometer en de gehele gemeente.

Coöperatie Oudeschip

De coöperatie Oudeschip en Omstreken, gemeente Eemsmond in Groningen, is opgericht in 2018 voor bewoners in het gebied rondom de Eemshaven die in aanmerking komen voor compensatie van het windpark Oostpolder van Waddenwind. De bewoners willen zeggenschap over de bestede gelden: “Als er geen coöperatie zou zijn, dan zal er een projectregeling komen die de gelden besteedt, doorgaans voor het opknappen van de buurt.” In feite ontstaat hiermee een nieuw type lokale coöperatie, namelijk een coöperatie die zich richt op besteding van omgevingsgelden uit windparken.

Windpark Hazeldonk

De gemeente Breda gaat over de omgevingsgelden van windpark Hazeldonk. Het betreft 250.000 euro per jaar, waarvan 200.000 euro gereserveerd is voor het Klimaatfonds Breda. Het fonds is bedoeld voor voorfinanciering van ontwikkelkosten van nieuwe duurzame projecten.

De lokale coöperatie BRES ontvangt daarnaast 10.000 euro per jaar voor projecten ter verduurzaming van de stad Breda. De leden van BRES hebben zeggenschap over de besteding van de gelden. De leden van de coöperatie hebben financieel geparticipeerd, de coöperatie is geen eigenaar van het windpark.

Westfriese Windmolen Coöperatie en Coöperatie Windenergie Waterland

Twee voorbeelden van (oude) windcoöperaties: De Westfriese Windmolen Coöperatie uit Medemblik heeft in de periode 2007-2014 de opbrengsten van vier kleine windmolens beschikbaar gesteld voor lokale energieprojecten (bijna 200.000 euro in zeven jaar). De Stichting Duurzaam Waterland is verantwoordelijke voor de besteding van de opbrengsten van Coöperatie Windenergie Waterland (circa 150.000 euro voor 2019-2020). Het bestuur van de coöperatie moet de jaarrekening en begroting van de stichting goedkeuren en houdt op die manier controle over de bestedingen.

Dit artikel is gebaseerd op de Lokale Energie Monitor 2019, pagina 57.