Gerwin Verschuur zit in de Community of Practice van experimenten met de elektriciteitswet ingericht door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Dit is zijn visie op hoe we van aardgas naar een slimme energievoorziening zouden moeten gaan.

Het maatschappelijk debat over het uitfaseren van aardgas in de gebouwde omgeving gaat vooral over het afscheid nemen van aardgas. Maar waar bewegen we naartoe? En is het toekomstperspectief aantrekkelijk? De opties om woningen in de toekomst van warmte te voorzien zijn: met groen gas, met een warmtenet of elektrisch met een warmtepomp. Hoewel het de bedoeling is woningen hiermee warm te houden, worden veel bewoners nog niet warm van deze opties. Toch wordt van bewoners gevraagd om een rol te gaan spelen in de keuze voor een van deze opties. En die keuze wordt richtinggevend voor investeringen die de komende decennia gedaan gaan worden in nieuwe infrastructuur in hun straat en in hun woning. Investeringen die er niet om liegen. Is er een toekomstperspectief waar veel bewoners wel warm van worden, en waar zij zelf ook van harte in willen investeren?

Overheden en het bedrijfsleven zijn op zoek naar een antwoord op deze vraag, maar zij hebben het Ei van Columbus nog niet gevonden. Er zijn ook bewonersgroepen met deze vraag bezig. De initiatieven van bewonersgroepen worden serieus genomen, omdat het creëren van betrokkenheid van bewoners een sleutelfactor is. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de experimentenregeling met de elektriciteitswet. De overheid schept met die regeling experimenteerruimte voor bewonersgroepen die zich hebben georganiseerd in een lokale energie coöperatie of een vereniging van eigenaren. Waar zijn deze bewonersgroepen mee bezig? Welk toekomstperspectief hebben zij voor ogen? Hoe kan dat perspectief voor een breed publiek toegankelijk worden?

Voorbeelden van experimenten door bewonersgroepen

Veghel

In Veghel zijn in een oud schoolgebouw appartementen ontwikkeld die heel weinig energie nodig hebben. De bewoners zijn collectief eigenaar van alle installaties waarmee ze grotendeels in hun eigen energiebehoefte kunnen voorzien. Ze bezitten thermische zonnecollectoren, warmwaterbuffers en ook zonnepanelen waarmee elektriciteit wordt opgewekt. En samen delen ze een grootverbruikersaansluiting voor elektriciteit en een voor gas. Deze energievoorziening vraagt vooral aan de voorkant investeringen. Die kunnen bij de aankoop van een appartement in de hypotheek worden gefinancierd. Bij normaal verbruik is de energierekening nihil. Voor extra energie wordt bijbetaald.

Amsterdam

In Amsterdam is een groep bewoners bezig met de ontwikkeling van een zelfvoorzienend energiesysteem op woonboten. Het initiatief heet Schoonschip. Ook zij willen de opwekinstallaties in eigendom hebben. De energie die ze opwekken willen zij zo goed mogelijk benutten, door achter één grootverbruikersaansluiting de opwek en vraag van elektriciteit met elkaar in evenwicht te brengen. Hun ambitie is real time. Daarvoor moet de productie en het verbruik 24/7 geregistreerd worden en moeten de apparaten op de boten aan en uit geschakeld worden, afhankelijk van de beschikbaarheid van zelf opgewekte elektriciteit. Zelf opgewekte stroom is goedkoop en de stroom die moet worden 'geïmporteerd' van buiten is duur.

Culemborg

In Culemborg bezit een groep wijkbewoners een warmtenet voor ruimteverwarming. Ze hebben daarvoor de coöperatie Thermo Bello opgericht. Om tapwater te verwarmen wordt in een deel van de wijk nog aardgas gebruikt. Bewoners onderzoeken de mogelijkheden zelf warm tapwater te maken met zonne-energie en die op te slaan in buffervaten. Daarnaast willen de bewoners de elektrische auto's in de wijk laten rijden op elektriciteit dat in de wijk zelf wordt opgewekt. Ze onderzoeken of ze de investeringen in de installaties, de laadpalen en de elektrische auto's kunnen bundelen in hun coöperatie en het gebruik kunnen delen. De investeringen bovengronds gaan gevolgen hebben voor de netinfrastructuur in de grond. Want extra zonnepanelen gaan aanbodpieken geven en het gebruik van stroom voor elektrisch laden en voor verwarming gaan vraagpieken geven. Het heeft waarde voor de netbeheerder als deze pieken binnen zekere grenzen worden gehouden, want dan hoeven zij de netinfrastructuur niet te verzwaren. De wijkbewoners onderzoeken nu of zij het dempen van de pieken als een dienst voor de netbeheerder kunnen ontwikkelen.

Toekomstperspectief

Door deze drie voorbeelden wordt een toekomstperspectief zichtbaar, dat mogelijk voor een breed publiek aantrekkelijk is. Een slimme energievoorziening met groene energie die grotendeels lokaal wordt opgewekt en ook zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt. Waarbij de benodigde installaties in eigendom zijn van de bewonersgroep zelf en onder toezicht van de bewonersgroep worden beheerd. Bij de investeringen en het beheer zijn leden van de bewonersgroep betrokken. De bewonersgroep bepaalt zelf de tarieven om het systeem 'gezond' te houden. De communicatie over de energievoorziening, de kosten en de opbrengsten, vergroot de saamhorigheid in de bewonersgroep. Kortom een duurzame en betrouwbare energievoorziening 'dichtbij huis' met een menselijke maat, dat comfort en kwaliteit biedt voor een redelijke prijs.

Hoe kan zo'n slimme energievoorziening voor een breed publiek toegankelijk worden?

De experimenten moeten zichzelf eerst bewijzen. De eerste experimenten laten zien dat een integrale benadering van de vraag naar warmte, licht en kracht, op woningniveau technisch en financieel succesvol is. Investeringen in energiebesparing en duurzame opwek hebben met elkaar gemeen, dat ze de jaarlijkse kosten aan energie reduceren. De experimenten laten zien dat het loont om te investeren in een blijvend lagere energierekening.

Toevoegingen op die integrale benadering met elektrisch vervoer en het dempen van pieken op het openbare elektriciteitsnetwerk moeten zichzelf nog bewijzen. Nu is daarvoor geen verdienmodel, omdat de netwerkkosten worden bepaald op basis van de maximale transportcapaciteit en elektriciteit een vaste prijs heeft. Als die beide tarieven variabel zijn, gaat er een prijsprikkel van uit om de stroom die lokaal wordt opgewekt ook zoveel mogelijk real time te gebruiken.

Besturen

Behalve technisch en financieel, zullen deze experimenten zich ook in de besturing ervan moeten bewijzen. Want het ontwikkelen en beheren van collectief eigendom is voor bewonersgroepen nog vaak onbekend terrein. Veel bewonersgroepen richten daarvoor een lokale energiecoöperatie op. Een energiecoöperatie is een ondernemingsvorm waarin de leden zich verenigingen om in hun behoefte aan energie, invloed en saamhorigheid te voorzien. Een coöperatie kan voor de volle 100 procent ten dienste van de bewonersgroep werken, met kapitaal van de leden en onder democratische controle van de leden. In de coöperatie worden zeggenschap en betrokkenheid gericht op het toekomstperspectief, op de concrete activiteiten en op de financiën.

Voor individuele bewoners in een bewonersgroep betekent het deelnemen in een coöperatie vaak een leertraject van IK naar WIJ., Het begint met optimalisatie op woningniveau en het groeit richting wijkniveau of dorpsniveau. Met deelname in een energiecoöperatie wordt een overstijgend maatschappelijk belang gediend. Een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor iedereen, tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Er is meer nodig

Ervaringen met experimenten in het algemeen, laten zien dat het slagen van experimenten niet genoeg is om voor een breed publiek toegankelijk te zijn. Er is meer nodig om een toekomstperspectief dat met een paar pilots wordt gedemonstreerd stevig en onomkeerbaar in te bedden. Het vraagt dat er veel meer bekendheid wordt gegeven aan de mogelijkheden, ook in de media. Dan gaat het toekomstperspectief breed in de samenleving leven en ontstaat maatschappelijke acceptatie. Het vraagt ook dat bruggen worden geslagen met marktpartijen en overheden. Want een experiment toestaan, betekent niet automatisch ook instemming met opschaling ervan. De bruggen die geslagen dienen te worden gaan bijvoorbeeld over verdeling van macht en over markttoegang en marktaandeel.

Snel leren

Ten slotte  vraagt het om het vermogen om snel te leren, om activiteiten te verbeteren, te vernieuwen of om nieuwe activiteiten te ontplooien. Om dit leerproces te ondersteunen is een Community of Practice van experimenten met de elektriciteitswet ingericht door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in samenwerking met HIER opgewekt. Deze community staat open voor iedereen die aan de slag is of wil zijn met een experiment met een slimme energievoorziening.

Ja er zijn toekomstperspectieven denkbaar waar bewoners warm van worden en waar zij ook zelf van harte in willen investeren. De eerste voorbeelden van mensen die pionieren met een slimme  eigen energievoorziening laten dit zien. Er zit toekomstmuziek in deze pioniers ervaringen voor grotere groepen, mits er voldoende ruimte, media aandacht en ondersteuning wordt geboden voor groei.

Dit artikel is een samenwerking met Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Onderwerpen