Bij het oprichten van een wijkwarmtebedrijf werk je vroeg of laat samen met de gemeente. Ook komt er vroeg of laat het vraagstuk van investeringen bij kijken. Spaargas ontwikkelde samen met de gemeente Haarlem en de BNG een conceptmodel uit voor hoe ze samen een wijkwarmtebedrijf kunnen financieren en bezitten.

Het conceptmodel is de eerste stap naar financiering voor een warmte-initiatief of -coöperatie. In de nadere uitwerking komen natuurlijk nog veel (juridische) kanttekning - maar de basis staat. We beschrijven in dit artikel de conceptuele opzet en waarom het zo is ontworpen. Je kan deze opzet gebruiken voor een gesprek met je eigen gemeente, en samen invullen of aanpassen naar de situatie die in jouw buurt past.

Zo kan een gemeente bijvoorbeeld ook vervangen worden door een waterschap, of een waterbedrijf in het geval van een aquathermisch LT-net. De BNG kan bijvoorbeeld worden vervangen door de Nationale Waterschapsbank.  

Achtergrond wijkwarmtebedrijf

Onderdelen:

Bij collectieve wijkwarmte lever je met je coöperatie, via een BV of stichting, warmte aan woningen in de wijk. Hiervoor zijn een aantal dingen nodig:

  • Woninginterventies: de juiste afgifte-installatie, isolatie, inductiekookplaat etc.
  • Opwek: zonnepanelen, warmtepomp etc.
  • Infrastructuur: warmte-opslag, distributienet etc.
  • Dienstverlening: aanleg, exploitatie, beheer en onderhoud, administratie, klantenservice.
  • Organisatie: dagelijks bestuur, technische commissie.
  • Financiering: investering.

De ontwikkeling en infrastructuur van het warmtenet vergen beide een enorme investering. Dit kan je als initiatief waarschijnlijk niet zelf dragen met investeringen uit de buurt alleen. Dan heb je externe investeerders nodig naast eigen inleg. Dit kan via banken of commerciële partijen (die dan deelnemen in het wijkwarmtebedrijf). Dit leidt tot relatief hoge rentes.

Een andere manier is om in samenwerking met een publieke instelling een lening van een publieke bank te krijgen, zoals de gemeente en de achterliggende BNG. Via de BNG zijn relatief lage rentes te bewerkstelligen omdat langetermijnleningen mogelijk zijn. Wel moet het gaan om maatschappelijke doelstellingen – en daar valt duurzame warmte onder.

Risico’s

Een gemeente of andere publieke instelling kan niet zomaar overal instappen. Er kunnen geen grote risico’s genomen worden en er kunnen geen individuele activiteiten (woninggebonden ingrepen)  worden gefinancierd. Daarom worden diensten gesplitst. Onder andere de infrastructuur en de warmtelevering worden bij het wijkwarmtebedrijf ondergebracht. Gebouwspecifieke isolatie, inductiekooksets en energiecoaching vallen onder de wijkwarmtedienst.

Als een publieke bank investeert in een lokaal warmtebedrijf dan moeten risico’s goed afgedekt zijn. Alleen zo kan een publieke bank lage rentes bieden. Hoe kan bijvoorbeeld een gemeente er voor zorgen dat deze risico’s laag zijn?

  • Risico’s bij de bewoners leggen, dus gemeente leent door
    • In het geval van Spaargas voor de bewoners een no go
  • Risico deels bij gemeente leggen, doordat
    • Gemeente mede-eigenaar wordt
    • En / of gemeente garant staat voor de lening
      • Dus als de coöperatie de lening niet meer terug kan betalen, zorgt de gemeente dat de lening alsnog wordt afgelost.

In dit model is er gekozen om de gemeente mede eigenaar te maken.

Wijkwarmtebedrijf – financiering en eigenaarschapmodel

 

wijkwarmtebedrijf model
Klik om te vergroten

 

Voordelen van dit model

Bij 50% bezit kan de BNG via de gemeente investeren in het net. De gemeente staat hierbij garant voor de lening. Zo kan een aanzienlijk deel van de investeringen goedkoop gefinancierd worden.

De risicovolle diensten worden uit het wijkwarmtebedrijf gehaald en in de wijkwarmtedienst gestopt. Op deze manier kan de gemeente instappen zonder grote risico’s te nemen.

De wijkwarmtedienst kan vanuit de coöperatie gespecialiseerde, maar moeilijkere diensten aanbieden aan de buurt. Zonder dat dit risico bij gemeente ligt.

Derde gespecialiseerde partijen kunnen nog steeds betrokken worden door contracteren vanuit het wijkwarmtebedrijf voor de wijkmaatregelen en vanuit de wijkwarmtedienst voor de gebouwmaatregelen.

Andere overwegingen om het model te verbeteren

Andere manieren om financieringsrisico te verminderen is met doorverzekeren. De investering kan worden ‘doorverzekerd’ naar de provincie of het rijk i.p.v. de BNG. Dit kan door gebruik te maken van landelijke investeringen zoals het warmtefonds.

Om risico uit de business case te halen wil je dat gebouwen een technische lock-in hebben. Dit betekent bijvoorbeeld dat als er verhuisd wordt, de nieuwe eigenaar niet alsnog een cv-ketel aanschaft. Daarbij kan een theoretische “warmte-VvE” uitkomst bieden. Het gebouw blijft ook bij verkoop lid van de warmte-VvE.

Spullen die van een warmte-VvE zijn kunnen geen mede-eigendom zijn van de gemeente. De gemeente kan dus geen onderdeel zijn van de warmte-VvE. Hoe de eigendomsconstructie/of lening er dan uit komt te zien is nog de vraag.

Eén model van vele toekomstige oplossingen

Dit is een mogelijke uitwerking van de financiering van het lokale wijkwarmtebedrijf. Als je hier vragen over hebt of over wil sparren: voel je vrij om contact op te nemen met HIER. Ook Buurtwarmte doet onderzoek naar de mogelijkheden en samen discussiëren we binnenkort verder over hoe je een wijkwarmtebedrijf kan financieren.

Elementen in het model

1. – Financiers van de coöperatie: dit kunnen (een combinatie van) leden, banken en andere commerciële geldverstrekkers zijn.

2. – Financier(s) van publieke instelling: bijvoorbeeld BNG / Nederlandse Waterschapsbank

3. – De wijkenergiecoöperatie: waar bewoners en gebouweigenaren (woningbouwcoöperaties en private verhuurders) een aandeel in hebben als lid.

4. – Publieke partij: zoals een gemeente waarmee samen wordt gewerkt in het wijkwarmtebedrijf.

5. – Wijkwarmtedienst: een dienstverlenende BV die de meer korte termijn en risicovollere maatwerkdiensten binnen de woning (isolatie, warmte afgifte, etc.) levert. Dit is isolatie op maat, verkoop van inductiekooksets, voorfinanciering via ESCo en andere benodigdheden afhankelijk van de situatie.

6. - Wijkwarmtebedrijf: een gedeelde BV waar de infrastructuur en collectieve warmtelevering voor de buurt in is gevestigd. Dit zijn bij een warmtenet de duurzame warmtebron (incl. opstalregeling op de daken in geval van zonnecollectoren van de betreffende gebouwen), warmtenet en de afleversets. Maar ook de contracten en levering aan de bewoners.

7. - Gebouwmaatregelen: maatregelen (dienst of product) die gebouwspecifiek genomen moeten worden.

8. - Collectieve warmtelevering: alle algemene onderdelen en aspecten van een warmtenet zoals opwek, distributie en levering.

9. - Derden - De uitvoering van het warmtebedrijf kan worden uitbesteed aan derde partijen. Hiermee dienen sluitende contracten te worden gemaakt. Zo kan op maat de exploitatie van het warmtenet intern verdeeld worden in het wijkwarmtebedrijf, maar ook bij derden. Ook ligt de aanleg en het onderhoud waarschijnlijk bij derde partijen. In dit model wordt een derde partij niet (deels) eigenaar van het net.