Coöperaties in de warmtetransitie was het thema van de werksessie die op 13 mei door ODE Decentraal en HIER opgewekt is georganiseerd. We hebben nog veel werk te doen om de warmtevraag in Nederland te verduurzamen. Volgens ODE Decentraal gaan lokale duurzame energiecoöperaties een belangrijke rol spelen in de warmtetransitie. Lokale coöperaties in Denemarken gingen ons decennia geleden al voor. Daar draaien inmiddels 430 wijkverwarmingssystemen. Denemarken laat zien dat het kan.

De keynote speaker van 13 mei was Erik Christiansen, CEO van EBO Consult, het bedrijf dat vijf van de coöperatief georganiseerde wijkverwarmingen managet. Christiansen is daarnaast voorzitter van verschillende Deense duurzame energiecoöperaties. BODE spreekt met Christiansen om meer te horen over het succes van de Deense warmtetransitie. 

U bent actief in verschillende coöperatieve duurzame organisaties. Waarom is dit belangrijk voor u?

Ik ben al geïnteresseerd in gemeenschappen, of ‘kommunen’, sinds mijn rechtenstudie aan de universiteit van Kopenhagen. Het is interessant om te zien dat ze zo goed werken. Eerst was ik niet echt met duurzaamheid bezig, dat kwam in de jaren negentig. Toen raakte ik als hoofdjurist van een woningcorporatie betrokken bij het ‘European Housing and Ecology Network (EHEN) (Europees woningbouw en ecologie netwerk, red.). Het was destijds een van de grootste Europese duurzaamheidsprojecten voor woningbouw. Ik ben hier acht jaar voorzitter van geweest. We hadden heel goede voorbeelden van de implementatie van zonnepanelen en solar thermal op gevels en daken van gebouwen door heel Europa. In 1997 werd ik gekozen als voorzitter van de Middelgrundens Offshore Wind Cooperative. Dat is een windcoöperatie met 8600 deelnemers. We hebben een windpark van tien 2 MW windturbines voor de kust van Kopenhagen. Deze windturbines draaien sinds 2001.

Hoe raakte u betrokken bij collectieve wijkverwarming?

De Deense regering bereidde in de jaren negentig nieuwe wetgeving voor over waar woningbouwcorporaties zich wel en niet mee bezig mochten houden. Een van de dingen die niet meer toegestaan waren, was de wijkverwarming. Het bestuur van de woningbouwcorporatie waar ik werkte, vroeg of ik de taken kon overnemen die de corporatie niet meer voor z’n rekening mocht nemen. En zo werd ik CEO van EBO Consult. Op dit moment managen we vijf coöperatief georganiseerde wijkverwarmingen.

Wat is een collectieve wijkverwarming en hoe werkt het?

Een lokale energiebron, zoals een biomassacentrale, verspreidt de warmte via pijpen in de grond naar de huizen in de wijk. Collectieve wijkverwarmingen bestaan in Denemarken al sinds het begin van de twintigste eeuw. Het begon in 1903 als een gemeenschappelijke verwarming voor een ziekenhuis en een armenhuis. Deze verwarming draaide op afval. Later werd ook de warmte van de verbranding van lijken van de begraafplaats gebruikt. Door de jaren heen heeft het idee van een collectief verwarmingssysteem zich over heel Denemarken verspreid. In kleine gemeenschappen werkten mensen samen om problemen op te lossen, een van die problemen was het verwarmen van hun huizen. In plaats van een individuele verwarming bleek het veel handiger en goedkoper te zijn om gebruik te maken van een collectief systeem. Het uitgangspunt is een systeem zonder winstoogmerk. Het wordt bestuurd door de leden. Als er reparaties nodig zijn, dan worden de kosten verdeeld over alle leden. Hoe meer mensen er aangesloten zijn, hoe goedkoper het is. De Denen vinden dit systeem erg betrouwbaar, omdat er geen bedrijf is dat winst maakt. Bovendien is het systeem toekomstbestendig, omdat je gemakkelijk van warmtebron kunt veranderen. We begonnen met afval (en lijken), toen kwamen olie en kolen, vervolgens gas en nu maken we de transitie naar zonne-energie en houtsnippers en –pellets als warmtebron.

 

Van de Deense huishoudens is 65 procent aangesloten op een wijkverwarming. In 2030 moet dat 100 procent zijn. Van de 430 collectieve wijkverwarmingen zijn er 340 in eigendom van een coöperatie en negentig zijn van gemeenten. Het is in Denemarken niet toegestaan om winst te maken op de warmtevoorziening. Het enige commerciële bedrijf dat een wijkverwarming heeft is EON, maar die wil er vanaf, omdat ze er niets aan kunnen verdienen.

Is het moeilijk om over te gaan van een centraal geregelde warmtevoorziening naar gedecentraliseerde wijkverwarmingen?

In Denemarken is het makkelijk om die transitie te maken. Wij hebben immers al 430 wijkverwarmingen. Het is al gedecentraliseerd bij ons. We begonnen al in de jaren tachtig met verduurzaming van ons energiesysteem. In de jaren zeventig hadden we een ernstige energiecrisis. Destijds waren we sterk afhankelijk van Arabische landen voor onze olie- en gasleveringen. We voelden toen sterk dat we te afhankelijk waren van andere landen. Vanaf dat moment ontstonden de eerste energiecoöperaties. Dit groeide uit tot 250 windcoöperaties in twintig jaar tijd en 340 coöperatieve wijkverwarmingen in diezelfde periode.

Denemarken heeft wel gas- en oliebronnen in de Noordzee, maar onze regering heeft altijd gezegd dat we daar niet afhankelijk van mogen worden. In de jaren tachtig heeft een vrijwel unaniem parlement besloten dat we onafhankelijk moeten worden van olie en gas, zonder gebruik te maken van kernenergie. Dat heeft heel goed uitgepakt. Sinds 2014 zijn er dagen dat ons energieverbruik volledig wordt gedekt door windenergie.

Dit artikel komt uit BODE, het ledenmagazine van ODE Decentraal

Onderwerpen