In de warmtevoorziening van de toekomst is geen plaats meer voor aardgas. Maar hoe krijg je huishoudens van het aardgas af? Netbeheerders, gemeenten en lokale initiatieven moeten samen optrekken om die transitie te realiseren, zo menen Enexis, Liander en Stedin. “Collectieven kunnen de bewoners meenemen in die transitiefase.”

Wijken zonder aardgas, hoe doen we dat?

Kees van Dalen
Kees van Dalen

Van Daalen (Enexis): “Er zijn meerdere manieren om aardgas te vervangen. Je kunt kiezen voor stadsverwarming, volledig elektrisch of duurzaam gas op het bestaande gasnet. Per straat, buurt, wijk of stad is een aanpak nodig voor deze transitie.” Goes (Liander): “Het verschilt van plek tot plek wat het beste alternatief is. We gaan van een generiek systeem naar maatwerk, waarbij partijen afhankelijk van de kansen van het gebied kiezen voor een optimaal alternatief. De standaardoplossing verdwijnt. Is er net een nieuw elektriciteitsnet aangelegd, dan ga je voor volledig elektrisch. Is er een duurzame warmtebron in de buurt, dan kies je voor stadsverwarming.” Koldenhof (Stedin): “In nieuwbouwprojecten zou je nu al niet meer voor gas moeten kiezen. Daar is nog geen gasleiding aangelegd, dus kun je voor een duurzamer alternatief kiezen. En de huizen er direct op inrichten. Bestaande bouw is complexer. Daar ligt vaak al een gasnet. Een natuurlijk vervangingsmoment is dan een goed moment om te kijken naar alternatieven. Ook kan de aanpassing van bestaande woningen lastig zijn. Zo kun je in monumentale panden niet zomaar vloerverwarming of extra isolatie plaatsen.”

Hoe zien jullie de rol van netbeheerders in die transitie?

Rob Goes
Rob Goes

Goes (Liander): “We staan voor de enorme opgave om de gebouwde omgeving energieneutraal te maken. We kunnen die ontwikkeling als netbeheerder faciliteren en versnellen. Bijvoorbeeld door mee te denken over mogelijkheden voor alternatieve warmtevoorzieningen in een wijk. Het is dan wel belangrijk om op de hoogte te zijn van de plannen in een gemeente. Dat gebeurt nu nog onvoldoende. Hebben we net het hele gasnet vernieuwd, besluit een woningcorporatie dat een blok woningen naar nul-op-demeter gaat. Dat moeten we veel beter op elkaar afstemmen.” Van Daalen (Enexis): “Netbeheerders zijn bezig hun netten meer in te richten op decentrale opwekking. Investeringen in ICT-oplossingen zijn nodig om pieken en dalen in energievraag en -aanbod te kunnen opvangen. Als je bijvoorbeeld in een wijk overgaat op all electric, dan gebeurt het dat iedereen tegelijk stroom verbruikt en er enorme pieken in het net ontstaan. Ga je dan een dikkere kabel neerleggen? Of kies je voor slimme oplossingen zoals vraagsturing in huishoudens en smart charging voor het laden van elektrische auto’s?” Koldenhof (Stedin): “We bevinden ons nu in de experimenteerfase. De komende tijd gaat Stedin in verschillende steden testen hoe alternatieven voor aardgas in de praktijk werken. Bijvoorbeeld door warmtepompen in een straat zo in te stellen dat ze vlak na elkaar aanslaan. Daarmee kun je vraagpieken afvangen en is netverzwaring niet nodig. En bewoners merken er niets van als de verwarming een kwartier eerder aangaat.”

Welke rol spelen initiatieven in deze transitie?

Van Daalen (Enexis): “Nederland telt steeds meer energie-initiatieven en ze groeien ook in professionaliteit. Het zijn dé partijen om burgers aan te zetten tot actie, bijvoorbeeld om energie te besparen, collectief energie te gaan opwekken of te investeren in een lokaal energieproject. Lokale initiatieven weten wat speelt in een wijk en kunnen buurtbewoners enthousiasmeren. Dat zij uit dezelfde buurt komen, wekt vertrouwen.” Goes (Liander): “Lokale initiatieven zijn heel belangrijk in de transitie. Energieopwekking zal steeds meer decentraal plaatsvinden, afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied. Netbeheerders kunnen die mogelijkheden laten zien, maar zijn niet de partij om een lokaal opwekproject te starten. Die rol zou bij lokale initiatieven kunnen liggen.”

Samen optrekken dus?

Van Daalen (Enexis): “Samenwerken is nodig om de overgang van de ‘aardgas-standaard’ naar meer (lokale) duurzame warmtesystemen mogelijk te maken. Met lokale initiatieven, maar ook met gemeenten. In die driehoek moet je aan de slag gaan. Samen op strategisch niveau kijken naar wat haalbaar is in een gebied.” Koldenhof (Stedin): “Veel partijen hebben de behoefte om samen te werken, maar door gebrek aan coördinatie komt het nog niet van de grond. Het zou logisch zijn als gemeenten de regie nemen, juist omdat zij ambities hebben voor energieneutrale steden. Ook de Rijksoverheid is een belangrijke partij. Die kan beleid maken voor het uitfaseren van aardgas.”

Hoe krijg je bewoners enthousiast?

Gerja Koldenhof
Gerja Koldenhof

Koldenhof (Stedin): “Met de keuze voor een alternatieve energiebron gaan vaak kostbare aanpassingen aan de woning gepaard. Hoewel de meeste mensen klimaat belangrijk vinden, geven ze hun geld liever uit aan een vakantie dan aan een warmtepomp. Nieuwe financieringsconstructies kunnen uitkomst bieden. Zoals bijvoorbeeld de recent ingevoerde mogelijkheid voor een Energie Prestatie Vergoeding, waarbij huurders aan de woningcorporatie een maandelijkse vergoeding betalen voor een nul-op-de-meter-renovatie. Die vergoeding vervangt dan de oude energierekening, zodat bewoners er financieel niet op achteruit gaan." Goes (Liander): “In nieuwbouwsituaties wordt de keuze voor aardgasvrij al steeds vaker voor en door de bewoners gemaakt. Voor bestaande bouw geldt dat niet. Hoe krijg je die bewoners mee en garandeer je dat ze een woning terugkrijgen die minstens zo goed is? Hier ligt ook een uitdaging bij de markt: maak producten die zó goed zijn dat iedereen ze wil hebben, waarbij bewoners tegen gelijke of minder kosten de switch kunnen maken. Je wilt immers niet het gasnet in stand houden voor een paar woningen. Iedereen zal mee moeten gaan in de transitie.

IJmert Muilwijk van ODE Decentraal: “Voor een CO2-arme energievoorziening zal aardgasverwarming op termijn moeten verdwijnen. In nieuwbouwwijken kun je al duurzame keuzes maken voordat de energieinfrastructuur is aangelegd. In de bestaande bouw ligt vaak al een gasnet. Netbeheerders kunnen duurzame alternatieven laten zien. Maar het is aan de bewoners zelf om te beslissen of ze de overstap willen maken. Mensen zijn gewend om maandelijks de energierekening te betalen. Zelf investeren in een warmtepomp of zonnepanelen zien we nu pas een beetje loskomen. Terwijl zulke investeringen zich uiteindelijk terugbetalen met de energiebesparing. Voor netbeheerders en wijkinitiatieven is een mooie rol weggelegd om dit ‘blijde nieuws’ te verspreiden. Zij kunnen ervoor zorgen dat het gaat leven en bewoners gaan inzien dat de overstap naar duurzame energie hun leven beter zal maken.”

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Rob Goes (Alliander), Kees van Daalen (Enexis), Gerja Koldenhof  (Stedin) en IJmert Muilwijk (ODE Decentraal).