Op vrijdag 31 januari komen in Utrecht 40 koplopers in de warmtetransitie bijeen voor de laatste HIER opgewekt kennissessie warmte van een serie van 4. Thema: de governance van een wijkwarmtebedrijf.

Locatie is opnieuw het duurzame ANNE, vlakbij Utrecht Centraal. Onder de deelnemers zijn veel mensen van lokale energie-initiatieven. Maar ook zijn er deelnemers vanuit gemeenten en adviesbureaus.  

Waar de deelnemers voor komen? Een van de deelnemers zit in een bewonerswerkgroep van de gemeente Nijmegen en denkt daarin mee over een aardgasvrije toekomst voor de wijk. Hij vertelt dat hij ideeën op wil doen voor een eigen warmtebedrijf. Een andere deelnemer is benieuwd hoe je een wijkwarmtebedrijf organiseert. Hij vertegenwoordigt een VVE in Velp die van het gas af wil en daar mooie plannen voor aan het maken is.

Warmtesessie HIER opgewekt

De nieuwe warmtewet

Tijmen Klip van HIER start met een presentatie over de nieuwe Warmtewet die in de maak is en waarschijnlijk, als alles volgens planning verloopt, in 2022 van kracht gaat. Hij praat ons bij:

Bij een collectief warmtesysteem kunnen we vier onderdelen onderscheiden:

  • De warmtebron;
  • de hoofdtransportleidingen;
  • het distributiedeel;
  • en de levering.

Deze onderdelen zijn allemaal verbonden, maar dienen een eigen functie. In de huidige commerciële warmtemarkt zijn alle onderdelen praktisch altijd in handen van één partij, eventueel samen met een partij die de warmte levert.

“We zijn onderweg naar een toekomst met duurzame warmte. Dat betekent dat we het systeem anders gaan organiseren. Bij gas en stroom kun je momenteel uit alle leveranciers kiezen - maakt niet uit op welke plek je in het land woont - maar bij warmte gaat dat er anders uitzien. Je hebt straks beperktere keuze, want de warmtebron moet in de buurt liggen. Je kunt geen warmte opgewekt in Limburg geleverd krijgen in Groningen. Het aanbod zal dus beperkt zijn,” aldus Tijmen.

Met de huidige Warmtewet lopen we in het proces naar duurzame warmte tegen een aantal problemen aan. De wet sluit onvoldoende aan op de wijkgerichte aanpak, de niet-meer-dan-anders regeling wordt onhoudbaar en blijkt niet transparant genoeg. Bovendien stimuleert de wet verduurzaming onvoldoende.

Daarnaast kunnen warmtebedrijven theoretisch gezien hele wijken van collectieve duurzame warmte voorzien. Maar dankzij matige rendementen weerhouden ze zich ervan te investeren in nieuwe warmtenetten.

Om duurzame collectieve warmte te stimuleren en faciliteren is er een nieuwe Warmtewet in de maak. De wet is erop gericht meer collectieve warmte te realiseren, te verduurzamen en ook de consument te blijven beschermen.


"Een toekomst met duurzame warmte betekent dat we het systeem anders gaan organiseren"

 

Warmtekavels

In het concept van de Warmtewet 2.0 staat dat de gemeente straks de optie krijgt om warmtekavels aan te wijzen, waar collectieve warmte mogelijk is. Voor zo’n kavel wordt één juridische eenheid -  het warmtebedrijf - aangewezen die voor onbepaalde tijd verantwoordelijk is voor de warmte voor de woningen in de kavel.

Het warmtebedrijf kan publiek, commercieel of coöperatief zijn (of een combinatie hiervan). Het wordt via een transparante eerlijke procedure aangewezen door de gemeente. Het warmtebedrijf kan één of meerdere onderdelen van de collectieve warmteketen uitbesteden. Zou je dit (deels) als burgercoöperatie doen, dan lees je verderop in dit artikel de mogelijke governancevormen van het wijkwarmtebedrijf.

De nieuwe wet stelt dat het wijkwarmtebedrijf een pad moet vaststellen hoe ze van nu tot 2050 naar CO2-neutraal gaan. Wat de eerste stappen voor de komende tien jaar zijn en wat er daarna op de planning staat. Het bedrijf moet voldoen aan de wettelijke normen voor duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid.

Nog een aantal dingen uit de nieuwe wetgeving:

  • Er komt een tariefregulering op basis van kosten. Hierdoor kan het straks zo zijn dat de ene kavel/wijk een andere prijs betaalt voor warmte dan de andere.
  • Er komt een ophaalrecht restwarmte. Dat betekent dat het wijkwarmtebedrijf restwarmte mag ophalen van bedrijven in de buurt die warmte uitstoten. Die bedrijven mogen daar geen winst op maken.
  • Het wijkwarmtebedrijf is in verband met de leveringsplicht verplicht om een back-up voor warmte te hebben, en dit mag uiteindelijk niet meer met gas. Dat zorgt voor technische uitdagingen. Als het wijkwarmtebedrijf restwarmte bij de fossiele industrie vandaan haalt, dan moet het een duurzaam alternatief achter de hand hebben.

De exacte rollen van bewonerscoöperaties, kleine warmtenetten en bestaande warmtenetten zijn echter nog niet duidelijk. Als alles is uitgewerkt komt er een internetconsultatie van de Warmtewet 2.0, waarschijnlijk in het voorjaar van 2020.

Planning

Zoals het er nu naar uitziet, gaat de nieuwe Warmtewet in 2022 van kracht. Echter: eind 2021 moeten de eerste Transitievisies Warmte klaar zijn, die gemeenten nu aan het opstellen zijn. Dat maakt het samenspel van de Warmtewet en de wijkgerichte aanpak moeilijk. Warmte-initiatieven die mee willen bouwen aan een toekomst met duurzame warmte, kunnen het best zo vroeg mogelijk proberen aan te sluiten in het proces van de gemeente. Dus bij het opstellen van de Transitievisies en wijkuitvoeringsplannen. En als mogelijk meedingen naar (kleinere) warmtekavels, of de samenwerking met andere partijen hierbij zoeken.   

 

"Initiatieven die mee willen bouwen aan duurzame warmte, kunnen het best zo vroeg mogelijk aansluiten"

 

Governancevormen wijkwarmtebedrijf

Maar in plaats van wachten tot er een nieuwe marktordening ligt, kun je nu al aan de slag met het vinden van nieuwe organisatievormen voor een eigen coöperatief wijkwarmtebedrijf.

Warmtecoöperatie Wageningen (WoW) aan het woord

De bewoners van de Benedenbuurt Wageningen timmeren al flink aan de weg. Hun doel: de buurt van het gas af. De initiatiefnemers richtten hiervoor de Warmtecoöperatie Wageningen (WoW) op. Eerder maakten we deze serie over hun geleerde lessenTheo de Bruijn vertelt namens de coöperatie over hun ideeën over governance. Hij stelt dat een duurzame warmtevoorziening voor de wijk drie onderdelen heeft: de bron, het warmtenet, en de exploitatie.

Hij schetst vijf governance-scenario’s:

Scenario

Bron

Warmtenet

Exploitant

1

Coöperatie

Coöperatie

Coöperatie

2

Anderen

Coöperatie

Samen

3

Anderen

Coöperatie

Anderen

4

Coöperatie

Coöperatie

Anderen

5

Anderen

Anderen

Anderen

 

Deze rolverdeling kan straks ook onder de nieuwe Warmtewet toegepast worden.

Scenario 1

In het eerste scenario ben je als coöperatie volledig eigenaar van de bron en van het net. De exploitatie kun je doen via een project-BV. Voordelen: de coöperatie (en dus de bewoners) kan de BV en de exploitatie precies zo inrichten zoals zij wil.

Nadelen: het volledige risico ligt bij de BV en je hebt relatief veel en zware verplichtingen tegenover het beperkt aantal afnemers.

Scenario 2

In het tweede scenario houd je het net in eigen beheer, maar pak de exploitatie in een joint venture op. Zo kun je samen met een broneigenaar de warmtelevering organiseren. Wederom afgekaderd in een exploitatie-BV.

De tip van Theo: “Neem het net in eigen beheer. Houd het net, in verhouding zorgt dat voor weinig risico. Het is wel een forse investering, maar de kans dat een concurrent een tweede warmtenet aanlegt in de wijk is bijna nihil.”

Scenario 3

In theorie kan het volgens Theo wel; een externe warmteleverancier, zoals in het derde scenario. Maar in de praktijk is het lastig om het net open te gooien voor meerdere bronnen, vertelt hij: “Hoe ga je de warmteprijs berekenen? Meettechnisch is het lastig. Want wie draait op voor het warmteverlies bij het transporteren van de warmte?” In deze casus moeten er duidelijke afspraken komen over de ‘lease/gebruik’ van het warmtenet aan een externe warmteleverancier. Wel is een vrij stabiele investering voor de coöperatie gewaarborgd. Alleen de prijsvoering en een deel van de belangen worden uit handen gegeven.

Scenario 4

In dit scenario is de coöperatie eigenaar van de bron en het net. Maar je kunt je afvragen of je als coöperatie wel de warmteleverancier wil zijn. Theo: “Want als de buurman dan geen warmte heeft, word ik uit bed gebeld.” In dit geval zal een andere partij de afspraken met de afnemers maken, en de uiteindelijk warmtelevering dus formaliseren. Hierdoor geef je wel deels de warmteprijs uit handen. Maar ook veel dagelijkse problematiek met afnemers.

Scenario 5

In het vijfde scenario heb je helemaal geen zeggenschap. Je verkoopt bij wijze al het voorwerk dat je hebt gedaan aan een andere partij. Alle redenen waarom Theo en WOW aan hun warmteproject voor de wijk zijn begonnen destijds, vervallen met dit scenario. Daarom is dit geen optie voor hen.

“Voor ons geen marktpartij”

De uiteindelijke conclusie voor Theo: “Bij ons lijkt er geen voorkeur voor een marktpartij te zijn. Uiteindelijk gaat het bij bedrijven veelal om aandeelhoudersbelang. Ze denken na over de winst voor de aandeelhouders. In een collectief warmtesysteem zitten veel verborgen winstmomenten. Wat doe je bijvoorbeeld als je onderhoudswerk uiteindelijk 10.000 euro goedkoper uitvalt dan begroot, waar gaat het geld dan naartoe? Als wij dat kunnen beslissen, dan gaat het naar de bewoners toe. Een bedrijf staat daar anders in. Ik heb nog niet kunnen ontdekken hoe je dat tegen kunt gaan. Daarom de voorkeur om het helemaal zelf doen.”

Contact met de mensen in de buurt

Aan de slag met een aardgasvrije buurt? Theo: “Qua techniek is het niet zo moeilijk om een buurt aardgasvrij te maken. Communicatie, participatie en samenwerken met stakeholders is veel moeilijker, belangrijker en tijdrovender. 90% van de tijd gaat zitten in mensen overtuigen, langs alle huizen gaan. Dat is het sterke punt van de coöperatieve beweging. Als burgercoöperatie ken je iedereen. En daarnaast kun je de kosten laag houden, omdat de coöperatie de winst niet nodig heeft.”

Samen in gesprek: wat is van belang voor een wijkwarmtebedrijf?

Na de plenaire presentaties gaan de deelnemers in groepen uiteen. Ze bespreken wat van belang is voor een wijkwarmtebedrijf. Zo maar wat reacties uit de zaal:

  • “Draagvlak krijg je door eigenaarschap.”
  • “De ‘gewone’ mensen bij ons in de stad zijn helemaal niet met dit onderwerp bezig.”
  • “Niemand gaat investeren als de governance knullig is.”
  • “We moeten ervoor zorgen dat niemand in het dorp in energie-armoede komt. We willen niet dat het nodig is om te investeren en dat iedereen mee kan doen.”
  • “Er is veel voor te zeggen om alle onderdelen in eigen hand te houden. Met zoveel mogelijk warmtebronnen – niet in eigen beheer – en de winst terug laten vloeien in de wijk of de coöperatie.”
  • “Zeggenschap heeft prioriteit. Het gaat om de betaalbaarheid voor de bewoners. De bron heeft een duurzame publieke functie.”
  • “Mensen zijn bang voor de risico’s.”
  • “Exploitatie kan ook door een andere partij.”
  • “Je moet wel partnerships aangaan. De kennis ontbreekt anders, die moet je inhuren. En ondertussen ook zelf opbouwen. Je hebt wel basiskennis nodig om adviezen te kunnen beoordelen.”
  • “De leden besluiten samen over de winst, de ALV beslist.”
  • “Je moet het hebben over wat je doet bij eventuele verkoop.”
  • “Echt eigenaarschap is belangrijk. Laat je niet door het karretje spannen van gemeenten om als coöperatie voor het draagvlak te zorgen.”
  • “Burgers hebben nu al het recht om mee te doen in aanbestedingen. Maar ze kunnen niet aan de regels van de overheid voldoen.”
  • “Je moet vertrouwen opbouwen naar de bewoners toe.”
  • “Nog niet overal wordt warmte opgenomen in de Regionale Energiestrategieën.”
  • “Je wilt als coöperatie zeggenschap en eigenaarschap, omdat je een partij wil zijn.”
  • “Je wilt dat de investeringen van de bewoners zo laag mogelijk blijven, dus daarom is invloed van belang.”

“Trots op waar we mee bezig zijn”

Tijdens de afsluitende borrel praten we nog even met elkaar na.

“Ik vond het interessant om na te denken over het verschil tussen zeggenschap en eigenaarschap. En ik ben trots op waar we met elkaar mee bezig zijn!,” wordt er gezegd. En ook vanuit een andere hoek is te horen: “Het coöperatieve idee leeft gelukkig bij heel veel mensen. We zijn goed bezig met z’n allen. Mooi om de voorbeelden te horen.” Maar ook een kritische noot: “Er is zo veel opportunisme en idealisme over de kosten van collectieve duurzame warmte. Er wordt altijd gedacht ‘dat lossen we wel op’, maar daar ben ik niet zo zeker van.”

In 2020 organiseert HIER opgewekt een nieuwe serie warmtesessies. Houd onze nieuwsbrief in de gaten.