Een miniwindturbine is een windmolen die wordt gebruikt voor kleinschalige opwekking van groene stroom. Dat gebeurt meestal in (stedelijke) gebieden waar dat met grote turbines niet kan. De aanschaf en plaatsing van een miniwindturbine is niet eenvoudig. Het is een dure aangelegenheid die precisie vereist. Bij energieopwekking met miniwindturbines komt veel kijken. Er is een studie naar het windaanbod nodig, een bouwtechnisch onderzoek, een vergunningaanvraag, en het moet mogelijk zijn om de turbine aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Een kleine windmolen is alleen goed voor het milieu als hij voldoende wind vangt en meer uitstoot vermijdt dan er bij de bouw en afvalverwerking ontstaat.

Wat is een miniwindturbine precies?

Miniwindturbines zetten net als grote varianten windkracht om in energie. De draaiende rotorbladen drijven een generator in de turbine aan, waardoor energie ontstaat. Vooral in de gebouwde omgeving staan vanwege de beperkte ruimte kleine windturbines, vaak naast of op gebouwen of huizen. De opgewekte elektriciteit wordt in de meeste gevallen ter plekke verbruikt. Het eventuele overschot gaat naar het net.

Locatie

De locatiebepaling van een miniwindturbine vereist een nauwkeurige voorstudie. Een miniwindturbine is – net als een grote windturbine – alleen rendabel als er voldoende wind staat. Voor kleine windmolens is dat vanaf windkracht 3. Dat maakt vooral de Nederlandse kustprovincies geschikt. Goede locaties voor een miniwindturbine zijn daken van flats, boerderijen, industrieterreinen, parkeerplaatsen of langs wegen. In stedelijke gebieden zijn gebouwen alleen geschikt als ze hoger zijn dan twintig meter of als ze twee keer zo hoog zijn als gebouwen of bomen in de omgeving.

Soorten windturbines

Miniwindturbines hebben een ashoogte tussen de 4 en 15 meter en een horizontale of een verticale as. Horizontale asturbines worden wereldwijd het meest gebruikt. De as hiervan ligt evenwijdig aan de richting van de wind en de wieken staan er loodrecht op. Dit type zie je vaak terug in grote windmolenparken, maar ze kunnen ook als miniwindturbine worden gebruikt. Bij verticale asturbines staan zowel de as als de wieken loodrecht op de richting van de wind. Hierdoor vangen de wieken altijd wind, ongeacht de richting. Verticale asturbines zijn daarom zeer geschikt voor toepassing in de gebouwde omgeving, omdat daar vaker windvlagen voorkomen en de windrichting varieert.'De uiteindelijke keuze voor de turbine hangt samen met de locatie.

Locaties met voldoende wind

Goede locaties voor een kleine windmolen zijn op een woning in het open veld of op het dak van een flatgebouw dat boven de bebouwde omgeving uitsteekt. In de stad zijn alleen gebouwen geschikt die minstens 20 meter hoog zijn, of die 2 keer zo hoog zijn als de gebouwen of bomen in de omgeving.

De te verwachten elektriciteitsopbrengst is afhankelijk van de gemiddelde windsterkte ter plekke. Lokale windmetingen zijn nodig om een goed beeld te krijgen van deze windsterkte. Voor kleine windmolens is een gemiddelde windsterkte nodig van meer dan 5,5 m/s nodig. Vooral in de kustprovincies waait het voldoende (zie kaartje).

windkaart Nederland
Bron: SBR, N.D.

Prijs per kWh

Grote windturbines wekken veel meer elektriciteit op dan kleine windmolens. Dat komt doordat de elektriciteitsopbrengst kwadratisch toeneemt met de diameter van de rotor. En dat heeft weer gevolgen voor de prijs per kWh, de investeringskosten nemen namelijk minder dan kwadratisch toe. Stroom opgewekt door een miniwindturbine kost tussen de 25 en 35 eurocent per kWh. Ter vergelijking: met een grote turbine zijn de kosten ongeveer 8,8 eurocent per kWh.

Kosten en terugverdientijd

De aanschafkosten van een miniwindturbine lopen uiteen van honderden tot vele duizenden euro’s. Dit hangt af van het vermogen. Kleine windmolens hebben een vermogen tussen de 0,5 en 6 kW. Zelfs bij een optimale elektriciteitsopbrengst verdient de investering zich vaak niet binnen de technische levensduur van twintig jaar terug. De keuze voor een miniwindturbine komt dus voornamelijk voort uit milieuoverwegingen en niet vanuit economisch perspectief. Er zijn nauwelijks subsidies beschikbaar voor de aanschaf. Enkele provincies en gemeenten verstrekken ze in het kader van lokale klimaatafspraken. Ondernemers kunnen de Energie Investeringsaftrek (EIA) gebruiken voor een tegemoetkoming in investeringen in energiebesparende technieken of duurzame energie. Particulieren die windenergie willen stimuleren, doen er beter aan om deel te nemen in een windmolenpark of te kiezen voor een energieleverancier die stroom uit wind levert. Voor consumenten die van plan zijn om zelf duurzame energie op te wekken, zijn zonnepanelen het overwegen waard.

Omgevingsvergunning

Miniwindturbines zijn vergunningsplichtig. Sinds 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van kracht. Daarmee zijn aparte trajecten voor de bouw- en milieuvergunning samengevoegd tot één aanvraag: de omgevingsvergunning. Via één digitaal formulier van het Omgevingsloket online (OLO) komen alle activiteiten terecht bij het bevoegd gezag. Die beoordeelt of de windmolen binnen het bestemmingsplan past en aan de milieu- en veiligheidseisen voldoet. De termijn van de reguliere procedure bedraagt acht weken. Als er dan nog geen besluit over de vergunningsverlening is genomen, wordt de periode eenmalig verlengd met zes weken.
Omgevingsvergunningen voor miniwindturbines worden ook aan de gemeentelijke welstandscommissie of stadsbouwmeester voorgelegd. Het kan daarom handig zijn om eerst een conceptaanvraag aan te maken bij het OLO en die bij de gemeente te bespreken. Dit verkleint het risico op vertraging of een afwijzing. Ook belangrijk is om bij de gemeente vooraf te informeren naar de kosten van de vergunningsverlening.

Vergunning voor miniwindpark vanaf drie turbines

Voor een windpark vanaf drie turbines met elk een rotordiameter van meer dan twee meter, is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig. Hiermee wordt beoordeeld of de milieugevolgen beperkt blijven. De OBM valt binnen dezelfde procedure van een omgevingsvergunning: acht weken met een eventuele eenmalige verlenging van zes weken. Voor tien of meer miniwindturbines of (minder turbines) met een gezamenlijk vermogen vanaf 15 MW is een milieueffectrapportage (m.e.r.) vereist. De m.e.r. toetst uitgebreider dan de OBM of het windpark aan de eisen van de milieuwetgeving voldoet. Lees meer over de m.e.r. op de website van het Kenniscentrum InfoMil.

Stappenplan omgevingsvergunning (mini)windturbine

  1. Vergunningcheck: controleer de meldings- of vergunningsplicht aan de hand van de locatie van de (mini)windturbine(s) en de werkzaamheden.
  2. Aanvraag/melding: dien de aanvraag in en geef alle informatie op die het bevoegd gezag voor de beoordeling nodig heeft.
  3. Behandelprocedure: het bevoegd gezag toetst de ingediende aanvraag binnen acht weken.
  4. Beschikking: het besluit is bekend, bezwaar aantekenen is mogelijk. Zie voor de uitgebreide procedureomschrijving de website van het Omgevingsloket online.

Meer lezen over miniwindturbines?

Bron: Milieu Centraal en Watt Mooi.

Onderwerpen