Steeds meer windmolens en zonneparken worden ontwikkeld. Hoe betrek je daar de omgeving bij? De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie heeft daarvoor samen met ontwikkelaars, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties de Participatiewaaier geschreven. Met deze waaier bij de hand kunnen gemeenten, ontwikkelaars en energiecoöperaties in gesprek met de omgeving om te bepalen wat het beste past bij de lokale wensen. Bij HIER opgewekt ontvangen we vaker de vraag welke praktijkvoorbeelden er zijn bij de onderdelen van de Participatiewaaier. We zetten daarom in dit artikel een aantal voorbeelden en ervaringen uit de praktijk op een rij.

In de Participatiewaaier worden twee vormen van participatie beschreven: procesparticipatie en financiële participatie. Hieronder leggen we de termen uit en geven we voorbeelden van projecten die die vorm van participatie toepassen.

1) Procesparticipatie

Hiermee wordt het betrekken van de omgeving tijdens de ontwerpfase van een project bedoeld. Tijdens de ontwikkeling van een energiegebied worden veel ontwerpkeuzes gemaakt. Er wordt bijvoorbeeld bepaald hoeveel windmolens en zonnepanelen er komen, wat hun exacte locatie is en of er extra natuur- en/of recreatievoorzieningen komen. De ervaring leert dat het betrekken van de omgeving bij deze keuzes helpt bij de acceptatie van een project.

In de praktijk draait het goed verlopen van het proces met de omgeving grotendeels om het contact met mensen. Het gaat om mensenwerk en communiceren. Het is belangrijk om hier aandacht voor te hebben. Zo kan het zijn dat er in een gebied nog oud zeer zit. Besteed hier dan eerst aandacht aan. Laat weten dat het nu anders gaat. Luister vervolgens, haal wensen en behoeftes op voor het proces. Wees tegelijk ook duidelijk en voorkom valse verwachtingen.

Ervaringen en voorbeelden uit de praktijk:

Socialisering van grondvergoedingen

Bij de 'socialisering van grondvergoedingen' werken alle grondeigenaren in een zoekgebied gezamenlijk mee aan een plan. Volgens een afgesproken verdeelsleutel krijgen zij een eerlijke grondvergoeding. Grondeigenaren ontvangen dan bijvoorbeeld ook een vergoeding als een windmolen uiteindelijk niet op hun grond wordt gebouwd. Dit voorkomt in een gebied sterke financiële ongelijkheid (en de lokale spanningen die dat kan veroorzaken) en geeft meer vrijheid in de locatiekeuze.

  • Bij het windproject in Zeewolde is dit principe toegepast.

Menukaart van participatieopties

De Participatiewaaier is bedoeld als een menukaart voor projectparticipatie, waaronder financiële participatie. Alle opties uit de waaier staan naast elkaar, er is dus geen sprake van prioritering. Ieder project is immers maatwerk, geen project is hetzelfde. Dat betekent dat het soms gewenst is meerdere opties uit de waaier toe te passen. Tegelijkertijd is stapeling van opties niet het doel. Het is ook niet zo dat het toepassen van meerdere vormen van participatie gelijk staat aan méér acceptatie en meer draagvlak. De uiteindelijke afspraken in het participatieplan (zowel over het proces/ontwerp als over financiële participatie) moeten daarom een uitkomst zijn van het gezamenlijke gesprek tussen overheid, initiatiefnemer en omgeving.

Bron: Participatiewaaier

    2) Financiële participatie

    De initiatiefnemer van een project kan ook de omgeving laten mee profiteren van de opbrengsten van een project. De Participatiewaaier noemt voor financiële participatie vier mogelijkheden: mede-eigenaarschap, financiële deelname, een omgevingsfonds en een omwonendenregeling.

    De opbrengsten van een wind- of zonnepark kunnen zo gedeeltelijk of zelfs helemaal lokaal terecht komen. In het Klimaatakkoord hebben partijen daarover afgesproken te streven naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).

    Mede-eigenaarschap

    Het voordeel van mede-eigenaarschap is – de naam zegt het al – dat de omgeving zich niet alleen eigenaar voelt, maar het ook daadwerkelijk is. Met (mede-)eigenaarschap komt ook het (mede)zeggenschap over het project, zoals over het proces en het ontwerp van het project. Ook de keuze over wat er met de het eigen deel van de winst gebeurt, is hiermee aan de omgeving van het project zelf. De andere kant van de medaille is dat de omgeving ook zelf de voorinvestering doet en de financiële risico's draagt. 

    De uitdaging die ook bij eigenaarschap komt kijken, is dat je als lokale omgeving zelf aan projectontwikkeling gaat doen. Dit kan gezamenlijk (burgers en bedrijven) in een lokale coöperatie. Dat vraagt wel om de nodige expertise en ervaring. Een project levert uiteindelijk geld op. Het is daarom mogelijk om voor een project betaalde hulp in te schakelen. Er zijn verschillende dienstverleners die ervaring hebben met projecten van energiecoöperaties:

    Gemeenten en provincies kunnen hierbij ook ondersteunen op verschillende vlakken, zoals met kennis en bij de financiering:

    Aanvullend wordt voor het rondkrijgen van financiering voor financial close een landelijk ontwikkelfonds opgericht.

    Financiële deelname

    Naast mede-eigenaarschap is een andere mogelijkheid voor de lokale omgeving om risicodragend deel te nemen in een project bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties te kopen. Omwonenden kunnen dan meeprofiteren, maar hebben niet de inspanning die bij het ontwikkelen van het project of nieuw oprichten van een coöperatie komt kijken. Het financiële risico dat altijd hoort bij een investering in een project blijft uiteraard wel bestaan.

    Twee voorbeelden met financiële deelname:

    Omgevingsfonds

    Een omgevings- of gebiedsfonds is een andere manier om de omgeving mee te laten profiteren. In dit geval gaan de opbrengsten van een project niet naar een coöperatie of naar obligatiehouders, maar naar een collectief omgevingsfonds. Met een omgevingsfonds kunnen omwonenden die niet in staat zijn zelf te investeren, ook meeprofiteren. Besluitvorming over de besteding van het omgevingsfonds gebeurt door de omgeving: door vertegenwoordiging van omwonenden in het bestuur van het fonds.

    Het omgevingsfonds kan uitkomst zijn van het gesprek tussen de ontwikkelaar en de omgeving (procesparticipatie). Een dergelijk fonds kan een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid in een gebied. Vaak is een fonds gericht op een specifiek doel, zoals economische of ecologische ontwikkeling, recreatie, duurzaamheid of energiebesparing.

    Omwonendenregeling

    Terwijl een omgevingsfonds een collectieve regeling is voor alle omwonenden, is een omwonendenregeling gericht op direct omwonenden in een bepaalde straal rondom het project. Zij ontvangen voordeel van het project. Bijvoorbeeld in de vorm van een bijdrage aan het verduurzamen van de woning, groene stroom met korting, gratis zonnepanelen of een andere financiële vergoeding. 

    In de praktijk is niet iedereen uit op dit voordeel. Er zijn ook projecten zonder standaard omwonendenregeling. Daar is bijvoorbeeld in eerste instantie geluisterd naar zorgen en zijn hiervoor oplossingen geboden. Zo knipperen bij Windpark Nijmegen-Betuwe de rode lichtjes niet meer en kunnen de windmolens door bewoners tijdelijk worden stilgezet. 

    Foto: Wim van Vossen

    Onderwerpen