2016 gaf een forse toename te zien van het aantal postcoderoosprojecten. De verwachting is dat deze trend zich voort zal zetten. De postcoderoosregeling is overzichtelijk omdat deelnemers er zelf mee aan de slag gaan en de voordelen direct terugvloeien naar de wijk. Dat maakt dergelijke initiatieven tastbaar en ze vergroten de haalbaarheid. Wat zijn de mogelijkheden en waar liggen de hobbels en valkuilen? Een impressie op grond van een presentatie, verzorgd door Simon Visbeek, ervaringsdeskundige en als fiscalist nauw betrokken bij de Friese energiewerkplaats en lokale postcoderoosinitiatieven in Groningen. 

De postcoderoosregeling vloeit voort uit het energieakkoord 2013 en is bedoeld om de opwekking van lokale duurzame energie te stimuleren. Met deze regeling krijgen bewoners de mogelijkheid gezamenlijk in een coöperatie of vereniging van eigenaren te investeren in duurzame energie. In ruil hiervoor ontvangen zij een korting op de energienota, met de restrictie dat deze het eigen verbruik niet mag overschrijden. Voorts zijn ze tot een maximum van 10.000 kWh vrijgesteld van energiebelasting. Dat betekent bijvoorbeeld voor een coöperatie met 20 leden en een installatie die jaarlijks 50.000 kWh aan elektriciteit opwekt, dat ieder lid een korting op de energienota ontvangt van 2500 kWh x € 0,1007 = € 251,75. Inclusief 21 procent btw wordt dit € 304,62. 

Postcoderoos alternatief voor particuliere zonnepanelen

Er zijn tal van redenen waarom mensen geen eigen zonnepanelen willen. Men woont in een huurwoning of een beschermd dorpsgezicht, het dak is niet geschikt of men vindt het te duur en te ingewikkeld vanwege salderingsregelingen en een eventuele verhuizing. Het alternatief is een collectief dak. Dat heeft diverse voordelen. Lagere installatiekosten, geen salderingsregeling, geen last van onderhoud en beheer en geen hogere WOZ- of verzekeringswaarde van de eigen woning. Daarnaast is er een esthetische overweging. Eén dak met zonnepanelen oogt beter dan allerlei verschillende panelen. Verhuizen is geen probleem, zolang men binnen het eigen postcodegebied blijft. Dat voordeel verdwijnt echter bij verhuizingen naar elders. Daarover zijn afspraken te maken. Een voorbeeld: bij een investering van 1.500 euro met een looptijd van 15 jaar restitueert de coöperatie bij een verhuizing in het tiende jaar 1.000 euro. Ook andere oplossingen zijn denkbaar. 

Mogelijke deelnemers

De postcoderoosregeling staat open voor particulieren, verenigingen, vof's, stichtingen en bedrijven die zich verenigd hebben in een coöperatie. Wel gelden er enkele voorwaarden. Deelnemers moeten een kleinverbruikaansluiting hebben. Btw-ondernemers mogen voor maximaal 20 procent deelnemen maar een coöperatie mag wel volledig uit btw-ondernemers bestaan. Deelnemers moeten allen wonen of werken in de postcoderoos. Dit is het postcodegebied met vier gelijke cijfers plus de aangrenzende gebieden. 

Business case

Postcoderoosprojecten vereisen het opstellen van een business case. Daarin behoren de overeenkomsten opgenomen te zijn die afgesloten zijn met energiebedrijven, netbeheerders, verzekeraars, opstaleigenaren en de belastingdienst. Om in aanmerking te komen voor de postcoderoosregeling is het oprichten van een coöperatie verplicht. Alvorens tot installatie over te gaan dient een aantal zaken vastgelegd te worden: 

  • Sterkteberekening. Een dak moet geschikt zijn voor de extra belasting van een installatie. Verzekeraars en banken stellen dit als eis. Het oordeel van een installateur is niet voldoende. Hier moet een bevoegde deskundige aan te pas komen. De kosten bedragen circa 500 euro.
  • Recht van Opstal. Bij een postcoderoosproject moet de productie-installatie juridisch en economisch eigendom zijn van de coöperatie. Dit is van belang als de eigenaar van het pand overgaat tot verkoop.
  • Opstalovereenkomst. De eigenaar van het pand en dus ook het dak moet met het concept van de opstalovereenkomst naar de bank die de hypotheek heeft verstrekt. Hypotheekovereenkomsten kennen de voorwaarde dat voor iedere wijziging toestemming gegeven moet worden.
  • Opstalverzekering. Hiervoor geldt dezelfde voorwaarde als voor de opstalovereenkomst. Toestemming van de verzekeraar. 
  • Aansprakelijkheidsverzekering. De coöperatie moet een eigen aansprakelijkheidsverzekering afsluiten voor het geval er schade ontstaat als gevolg van de installatie.
  • Looptijd. Dit is van belang in verband met eventuele reparaties aan een dak, wat gepaard kan gaan met het demonteren van panelen. De kans daarop wordt groter bij een looptijd van 25 jaar dan bij een aanbevolen looptijd van 15 jaar. Panelen zullen waarschijnlijk langer meegaan dan 15 jaar. De business case moet voorzien in de mogelijkheid dat eigenaren van panelen het recht behouden de overeenkomst te verlengen. Ook andere constructies zijn denkbaar, zoals verkoop voor een symbolisch bedrag. Daarbij kan ook gedacht worden aan een beloning voor de dakeigenaar

Begrotingen

De business case dient een investerings-, financierings- en exploitatiebegroting te bevatten. 

Investeringsbegroting: Voor het realiseren van een opwekinstallatie is een investeringsbegroting noodzakelijk. Deze begroting dient de volgende posten te bevatten: zonnepanelen, juridische kosten, aansluitkosten, verzekeringen, professionele ondersteuning, marketing en communicatie, opzet administratie voor de leden maar ook voor het project in verband met belasting- en btw-aangifte, jaarrekeningen en de kamer van koophandel.

Financieringsbegroting: In de financieringsbegroting moet vermeld worden hoe de investeringen betaald worden. Deze begroting dient de volgende posten te bevatten: ledenbijdrage, subsidies, eigen vermogen, vreemd vermogen, rente en rendement, looptijd en risico’s. 

Exploitatiebegroting: De exploitatiebegroting geeft aan hoe de investeringen worden terugverdiend. Deze begroting dient de volgende posten te bevatten: inkomsten en kosten door het jaar heen, financieringskosten, contributie, verkoop opgewekte stroom, verzekeringen, onderhoudskosten, administratiekosten en looptijd.


Algemene opmerkingen op basis van een praktijkvoorbeeld:

  • Een coöperatie is geen gewone winkel of onderneming. De leden zijn afkomstig uit de directe omgeving en het moet voor iedereen duidelijk zijn dat het project eigendom is van de gemeenschap. Het mag niet zo zijn dat iemand die zijn nek heeft uitgestoken aangesproken wordt op tegenslagen. 
  • Wijzigingen van stroomprijzen en energiebelasting zijn van invloed op de begrotingen en de kortingen.
  • Energiebelasting wordt terugbetaald door de bedrijven die deze heffing innen. In de praktijk loopt dit niet altijd even soepel, onder meer omdat energiebedrijven de kortingsregelingen soms niet verrekenen.
  • Initiatiefnemers van postcoderoosprojecten moeten beseffen dat de praktijk weerbarstig is. Wet- en regelgeving zit soms hinderlijk in de weg. Er zijn diverse partijen en belanghebbenden bij betrokken, zoals dakeigenaren, ambtenaren en tal van bestuursorganen. Bovendien doen zich altijd onvoorziene situaties voor. Het vereist veel tijd, energie, doorzettingsvermogen en flexibiliteit.
  • Om vertragingen te voorkomen is het van belang dat de financiën op orde zijn en er officiële toestemming is voor de start van het project alvorens tot installatie over te gaan.
  • Hoewel sommige medewerkers/professionals een vergoeding ontvangen zijn postcoderoosprojecten in hoge mate afhankelijk van de inzet van vrijwilligers.
  • Deelnemers aan een postcoderoosproject hoeven niet bij dezelfde energieleverancier te zitten. De praktijk wijst uit dat dit wel handiger is.
  • Belangrijk is het tijdig regelen van een CertiQ-aansluiting.
  • Potentiële initiatiefnemers en/of deelnemers zijn over het algemeen enthousiast over de doelstellingen van de postcoderoos. Ze zien de voordelen maar hebben ook twijfels. De rendementen blijven laag en projecten komen vaak net niet voldoende van de grond. Verbetering moet gezocht worden via schaalvergroting.

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Simon Visbeek (Ús Koöperaasje) en Marieke Wiersma (Grunneger Power).