In dit artikel zoomen we in op de coöperatie als energieproducent tegen de achtergrond van de regeling Verlaagd Tarief bij collectieve opwek. Als coöperaties daadwerkelijk gezamenlijk stroom gaan opwekken, wordt deze stroom verkocht aan een energieleverancier. Je begeeft je op de energiemarkt. Om goed beslagen ten ijs te komen in deze markt, is het dus zaak om je kennis en competenties op orde te hebben.

Hoe is de stroomprijs voor consumenten opgebouwd?

De prijs die door een consument voor elektriciteit wordt betaald bestaat uit leveringskosten, netbeheer, energiebelasting een opslag duurzame energie (ODE) en BTW (die ook wordt geheven over de energiebelasting en de opslag duurzame energie). De kosten van netbeheer (transportkosten) worden niet opgenomen in de energieprijs per kWh omdat dit een vast bedrag per maand is. Deze transportkosten worden jaarlijks berekend door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). 

Het consumententarief bestaat dus uit leveringskosten en belasting. Deze prijs is als volgt opgebouwd:

  • De leveringskosten van de stroom: deze worden bepaald door de energieleverancier en verschillen dus van leverancier tot leverancier. 
  • De energiebelasting wordt jaarlijks door de overheid vastgesteld. De overheid heft energiebelasting om te stimuleren dat consumenten minder energie gebruiken. De korting op de energiebelasting via de postcoderoosregeling heeft betrekking op de eerste staffel verbruikte energie tot 10.000 kWh (het consumententarief). Kijk hier  voor meer informatie over de energiebelasting en de geldende tarieven.
  • De Opslag Duurzame Energie (ODE) is heffing die de overheid gebruikt om initiatieven voor duurzame energie te stimuleren en verder te ontwikkelen. Meer informatie over de Wet opslag duurzame energie is te vinden op www.overheid.nl.
  • De BTW: deze bedraagt 21% en wordt geheven over de totale kosten (leveringskosten, energiebelasting en ODE).

Bekijk voor meer informatie over de opbouw van de energierekening ook de website van de Energiekamer.  

Wat is de stroom die we als collectief produceren eigenlijk waard?

Als consument betaal je een vaste prijs (met hooguit een dag- en nachttarief) voor van het net afgenomen elektriciteit. Op het moment dat je als coöperatie substantieel stroom aan het net gaat leveren, wordt dat anders. In principe ga je dan concurreren met de andere opwekkers van stroom: gas- en kolencentrales. De waarde van de stroom hangt dan af van hoe en wanneer het wordt geproduceerd, de hoeveelheid, de leveringszekerheid en het spanningsniveau waarop wordt ingevoed. Er zijn geen vastgestelde tarieven of vaste vergoedingen. De vergoeding moet in overleg tussen de coöperatie en leverancier, via onderhandeling tot stand komen.

Waar zit de onderhandelingsruimte?

In de onderhandeling met een energiebedrijf heb je als collectief meer te bieden dan alleen maar stroom.

  • Wanneer de coöperatie in één keer een grote groep mensen aanbrengt, worden door energiebedrijven vaak premies verstrekt of kunnen gunstige afspraken worden gemaakt. Voor de leverancier is het interessant een grote groep klanten aan zich te binden. Deze nieuwe klanten betalen immers vastrecht, nemen ook extra stroom af en willen meestal ook gas geleverd krijgen. Daarom wordt er vaak door een energiebedrijf per nieuw aangebracht stroomcontract een soort premie gegeven. Als collectief heb je daarom een sterkere onderhandelingspositie dan wanneer alle leden individueel een contract met een leverancier afsluiten. (Het is echter niet verplicht om met alle leden van de coöperatie energie af te nemen van dezelfde leverancier).
  • Ook de contracttermijn is van belang. Een energiebedrijf wil natuurlijk zo lang mogelijk samenwerken. Daar gebruik van maken bij de onderhandelingen is raadzaam. Bedenk overigens wel dat langdurige contracten ook nadelen kunnen hebben als bijvoorbeeld de elektriciteitsprijs zou stijgen. Wettelijk geldt geen maximale termijn qua contractduur, mits dit ‘redelijk’ is. De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op de redelijkheid van de afgesloten leveringscontracten.
  • Daarnaast vertegenwoordigen de Garanties van Oorsprong (GvO’s) een waarde op de energiemarkt. GvO's verkrijg je bij het produceren van duurzame elektriciteit.

Bij onderhandelingen met energiebedrijven is het belangrijk om naast de vergoedingen die voor de stroom en GvO’s worden geboden, duidelijke afspraken te maken over vaste kosten, contracttermijn, administratieve procedures en eventuele bijkomende kosten als verhuiskosten, et cetera. Ook valt te onderhandelen over eventuele administratiekosten die het energiebedrijf doorrekent voor het toepassen van de belastingkorting.

Hoe werkt het systeem van garanties van oorsprong?

Garanties van Oorsprong (GvO’s) zijn een bewijs dat stroom is opgewekt uit een duurzame bron. GvO’s zijn certificaten en worden in Nederland uitgegeven door CertiQ. Een GvO wordt eenmalig aangemaakt per 1000 kWh (= 1 Mwh) duurzaam opgewekte elektriciteit.
Een GvO wordt elektronisch aangemaakt. De certificatenrekening bij CertiQ waar GvO’s op worden geboekt, is vergelijkbaar met een bankrekening en de handel in GvO’s is vergelijkbaar met het digitale systeem van internetbankieren. Er is dus geen sprake van een papieren certificaat. GvO’s voor duurzame energie staan op de certificatenrekening van een handelaar. De handelaar kan GvO’s overmaken naar andere handelaren, maar hij kan er ook voor kiezen om GvO’s te gebruiken als bewijs van levering van duurzame elektriciteit aan een eindverbruiker. De handelaar kan verder certificaten intrekken, of GvO’s afboeken om grijze stroom te ‘vergroenen’. 

Het verifiëren van de oorsprong van energie werkt als volgt:

  1. De (regionale) netbeheerder of het meetbedrijf meet de hoeveelheid elektriciteit of warmte die door de installatie van de producent duurzaam is opgewekt. 
  2. De netbeheerder geeft de door hem verzamelde meetgegevens door aan CertiQ, meestal maandelijks. 
  3. De meetgegevens worden omgezet in GvO’s en bijgeboekt op de certificatenrekening van de handelaar die de producent op de inschrijving bij CertiQ heeft vermeld (of op een eindverbruikersrekening van de coöperatie).

Hoe moet de productie-installatie aangemeld worden voor GVO'S?

Coöperaties kunnen hun installatie als zakelijk producent aanmelden via een inschrijfformulier op de website van CertiQ. Dit kost circa 15 minuten. Zie ook http://www.certiq.nl/pages/zakelijk/zon/stappenplan. Aanmelding is noodzakelijk om in aanmerking te kunnen komen voor de regeling Verlaagd Tarief (zie UB BoM art. 21b, lid 2).

Kun je GVO's verhandelen en wat zijn ze waard?

Ja, GvO’s zijn in principe los van de stroom te verkopen aan het energiebedrijf (of een handelaar); ze vertegenwoordigen een eigen waarde. De waarde is afhankelijk van vraag en aanbod en de herkomst van de stroom (zowel type als land) en varieert op dit moment tussen enkele tientallen centen en een paar euro. Het meest voor de hand liggend is om de GvO’s te verkopen samen met de opgewekte stroom, maar dat hoeft niet.

Wat zouden coöperatie aan potentiële deelnemers moeten communiceren?

Het deelnemen aan een postcoderoosproject is in potentie met name interessant voor mensen en bedrijven die geen zonnepanelen op hun eigen dak kunnen aanbrengen. Als men overweegt in te stappen in een collectief zijn de volgende punten van belang:

  • De belastingkorting wordt verrekend met de energierekening van de particulier, tot een maximum van 10.000 kWh. Dit betekent dat het belastingvoordeel niet geldt voor het deel dat niet voor eigen verbruik wordt geproduceerd. Voor dit deel krijgt de particulier alleen de prijs van de verkochte stroom en de bijbehorende GvO's via de coöperatie. Het collectief zou de particulier kunnen adviseren een veilige marge aan te houden door een aandeel tot 75-85% van het eigen verbruik te nemen.
  • Wanneer de particulier bij zijn eigen leverancier blijft, is het goed eerst te controleren of de leverancier de doorrekening van het belastingvoordeel ondersteunt en tegen welke voorwaarden. 
  • Duurzame energieprojecten hebben doorgaans een looptijd van 10 jaar of meer. Verhuizingen, overlijden en andere mutaties kunnen de samenstelling van de coöperaties wijzigen. Coöperaties moeten particulieren goed voorlichten welke gevolgen deze gebeurtenissen hebben en in de statuten vastleggen hoe hiermee wordt omgegaan. 
  • Voorgespiegelde rendementen kunnen ook tegenvallen! Het is belangrijk te communiceren dat leden buiten het toezicht van de ACM (Autoriteit Consument en Markt) beleggen en dat er derhalve geen vergunning- en prospectusplicht nodig is. Maar er zijn natuurlijk altijd risico’s verbonden aan een investering. Een financiële bijsluiter is onontbeerlijk voor het in kaart brengen hiervan. Lees voor meer informatie over de eisen aan communicatie bij financiële producten het artikel Wet of financieel Toezicht: waar moet je op letten? 

Deze lijst van veelgestelde vragen en antwoorden is tot stand gekomen door samenwerking tussen HIER opgewekt en Eversheds. Medewerkers van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Financiën hebben commentaar geleverd. De lijst wordt regelmatig aangepast en geactualiseerd. Heeft u vragen, stel deze dan via info@hieropgewekt.nl. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Het verdient aanbeveling om zo nodig in concrete gevallen advies in te winnen.