Heeft jouw project een zekere omvang en ga je daarbij gebruik maken van externe financiering, zoals projectfinanciering? Dan is het belangrijk om te weten dat je soms al vroeg in de ontwikkelfase keuzes maakt die relevant zijn voor de financierbaarheid van het project in de realisatiefase. Denk aan het type materiaal dat je inzet of je leverancier. Wat zijn die keuzes en hoe kan je die als bestuur van een energiecoöperatie het beste managen? Ronald Korpershoek en Chiel de Graas van de Rabobank delen hun kennis.

Een zon- of windproject kent een fase waarin je verkent, ontwikkelt en realiseert. De verkenning eindigt als je een dak, veld of locatie hebt gevonden. In de ontwikkelfase richt je je op de uitwerking, zowel technisch als financieel. Deze fase eindigt met de zogenaamde ‘financial close’. Ga je daarbij wel of geen gebruikmaken van externe financiering?

Via leden of via extern?

Je kunt er uiteraard voor kiezen een project volledig te financieren met geld van leden. Bij een grotere investering is dit een flinke uitdaging. “Bovendien zullen de leden, als je ze vraagt voor vijftien jaar in te stappen, een vergoeding verwachten van zeker 3% tot 5%”, aldus Korpershoek. “Door vreemd vermogen aan te trekken, hoef je minder bij je leden op te halen. Bovendien kun je gebruik maken van het hefboomeffect. Als het rendement op het totaal vermogen groter is dan wat je op je lening betaalt, blijft er meer geld over om een beter rendement te bieden aan je leden.”

Bij een reguliere financiering kijkt een bank naar de debiteur als geheel. Ze beoordeelt zaken als de strategie van de achterliggende coöperatie, investeringsplannen, de betalingscapaciteit, de solvabiliteit (vaak 30% of meer) en beschikbare zekerheden. Korpershoek: “Bij projectfinanciering wordt alleen het project en het gekozen projectvehikel beoordeeld en in de financieringsopzet betrokken.”

Hoe kijkt een financier naar jouw project?

“Als coöperatie ben je al snel superenthousiast over je plannen en heb je alle vertrouwen dat het goed komt. En dat moet ook. Een potentiële financier kijkt met een objectievere blik naar de financiële onderbouwing”, aldus De Graas. “Een financier kijkt vooral naar mogelijke risico’s, of je deze voldoende in kaart hebt gebracht en welke maatregelen je ervoor hebt getroffen. Kortom, of je businesscase goed is onderbouwd.”

Een van de belangrijkste punten in de businesscase waar naar wordt gekeken, is de betalingscapaciteit, soms aangeduid als cash flow of DSCR (Debt Service Coverage Ratio). Dit is de hoeveelheid geld die er ieder jaar beschikbaar is om de rente- en aflossingsverplichtingen te betalen. Dat begint bij de opbrengsten. De elektriciteitsprijs is met een SDE+-subsidie min of meer voor vijftien jaar gegarandeerd.

De productie is aan de hand van wind- en zonmetingen goed te voorspellen. Uiteraard hangt de productie sterk af van de kwaliteit van het systeem. De Graas: “De haalbaarheid van je businesscase is bovendien afhankelijk van de verschillende contracten die je hebt afgesloten. Denk aan vergunningen, een bouw- en onderhoudscontract, een tijdige netaansluiting, het contract voor afname van de stroom (PPA) en het recht van opstal. En uiteraard moet je ervoor zorgen dat het systeem goed verzekerd is tijdens de bouw en als het operationeel is.”

Belangrijke uitgangspunten voor de bank:

  • Relevante vergunningen en contracten moeten worden beoordeeld, zoals contracten voor bouw (EPC-contract), huurcontract, recht van opstal, onderhoud (O&M), etc.;
  • Eigen inbreng circa 10-15%;
  • Looptijd van de lening 10 tot 15 jaar;
  • Realistische langjarige voorspelling van de verwachte energieproductie van het systeem. De bouwer is vaak (te) positief, dus laat dit ook door een onafhankelijke checken.

Doel: een goed beeld vormen van de langjarige betalingscapaciteit van het systeem.

Beoordeling contracten

De onderbouwing van de businesscase bestaat voor een belangrijk deel uit de onderliggende contracten. Hierin wordt veelal in detail uitgeschreven welke partij welke risico’s en verantwoordelijkheden op zich neemt, wat de relevante tijdslijnen zijn en welke garanties er worden gesteld. Wie draait bijvoorbeeld op voor de kosten als de geplande bouwperiode wordt overschreden? Wie vergoedt de kosten bij schade? Is het opleveringsprotocol duidelijk beschreven?

“Een dergelijke beoordeling is zeker ook in je eigen belang,” zegt De Graas. “De bank heeft het nodig voor het bepalen van de financieringsrisico’s. De belangen van een energiecoöperatie en financier lopen wat dat betreft dus grotendeels parallel.” Het goed regelen hiervan kost wel behoorlijk wat tijd waardoor het eigenlijk alleen bij grotere projecten uit kan. Een bouwcontract (EPC) bijvoorbeeld kan soms uit wel tachtig pagina’s tekst bestaan, vol bepalingen over wie, wat en wanneer.

De Graas: “De beoordeling van de inhoud en de risico’s is behoorlijk specialistisch werk. Het is verstandig om hiervoor een extern (technisch) adviseur in te schakelen. Uiteraard kun je zelf wel stilstaan bij vragen als: Wat is het trackrecord van de bouwer? Kan ik referenties krijgen en raadplegen? Welke achterliggende technologie wordt gebruikt? Wat zijn de betaaltermijnen van het bouwcontract? En is daarmee voldoende afgehecht dat de bouwer nog voldoende belang heeft om eventuele problemen tijdig en netjes op te lossen? Zo’n adviseur kan ook controleren of de installatie is gemaakt zoals oorspronkelijk bedacht op papier en of er geen kinderziektes zijn. Een financier hecht er ook vaak aan als bouw en onderhoud, in ieder geval de eerste jaren, in dezelfde hand worden gehouden. Je voorkomt daarmee dat bouwer en onderhoudsbedrijf naar elkaar wijzen bij problemen.”

Recht van opstal

Als het dak of de grond niet in eigendom is, is een recht van opstal cruciaal. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat de huur van de grond of het dak vroegtijdig wordt opgezegd of een onderhoudspartij geen toegang meer heeft tot de locatie. Om dit goed te regelen met de verschillende partijen zijn standaard documenten beschikbaar.

“Voor een zonnedak kun je bijvoorbeeld een modelakte Opstalrecht gebruiken (voor zonnestroomsystemen zie https://www.nvb.nl/). Die werkt in ieder geval voor alle banken die zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Banken. Kun je deze akte niet gebruiken en heb je dus maatwerk nodig? Regel dit vroeg in het proces en stem het document af met de bank voordat het definitief wordt gemaakt”, zegt De Graas.

Power purchase agreement

Een ander contract waarvan de voorwaarden worden getoetst is het contract met de stroomafnemer, de power purchase agreement (PPA). Banken kunnen met veel PPA’s in Nederland uit de voeten.

De Graas: “Belangrijk is wel dat je er een afsluit met een lange looptijd van zo’n 4 à 5 jaar. De financier zal namelijk een nieuwe PPA willen beoordelen en kortlopende contracten leveren meer werk op. De Garanties van Oorsprong hebben waarde, maar de prijzen zijn vrij volatiel. Als ze tegen een vaste prijs worden verkocht in de PPA, kent een financier er meestal ook waarde aan toe bij de bepaling van de betalingscapaciteit. Voor projecten die wat krapper in hun betalingscapaciteit zitten, kan dit van belang zijn. Verder verwacht een financier een normale betalingstermijn en geen verpandingsverbod. Kijk daar vroegtijdig naar.”

Tips:

  • Maak gebruik van standaard contracten en schakel tijdig deskundige externe hulp in.
  • Vergewis je van de kwaliteit van de installatie door middel van een opinie en keuring door een technisch adviseur. De kwaliteit van een systeem is het allerbelangrijkste.
  • Zorg voor een realistische opbrengstprognose.
  • Hoe meer je risico’s kunt mitigeren, hoe ‘veiliger’ je project is en des te beter je het belang van je leden dient. Het belang van leden, coöperatie en bank lopen hierin parallel.

Inbreng van geld door leden

Bij de inbreng van leden is het van groot belang alert te zijn op het opereren binnen de wettelijke kaders zoals de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financiering terrorisme) en Wft (Wet financieel toezicht). Het gaat dan om zaken als identificatie van leden, herkomst vermogen en de zorgplicht.

Er zijn globaal drie manieren hoe leden geld kunnen inbrengen. Via de coöperatie, rechtstreeks in de project-BV of via een crowdfundingplatform in de project-BV. De eerste optie heeft het risico dat als je opbrengst uit de project-BV om wat voor reden dan ook tegenvalt of stopt, je toch de verplichting houdt voor de uitgegeven obligaties of participaties. Dit kan spanning opleveren met eventueel andere projecten, zoals postcoderoosprojecten, die wel binnen de coöperatie zijn ondergebracht. Nadeel van de andere twee is dat je geen rechtstreekse lijn hebt met je leden.”

Foto: Menno Mulder

Dit artikel is geschreven met medewerking van Ronald Korpershoek en Chiel de Graas van Rabobank. Het is geschreven n.a.v. de gelijknamige deelsessie tijdens het Evenement HIER opgewekt 2019.