Hoeveel stroom wordt opgewekt en verbruikt, verandert momenteel snel. Dit is een uitdaging voor netbeheerders want de infrastructuur die ertussen ligt is een zwakke schakel. Het lukt niet om die op tijd te transformeren, onder andere door gebrek aan technisch personeel. Daarom heeft CE Delft onderzocht welke beleidsmaatregelen de problemen van de elektriciteitsinfrastructuur kunnen verkleinen door het netwerk efficiënter te gebruiken.

De barrières

Voornamelijk vier knelpunten zorgen voor het capaciteitsgebrek op het net:

  1. Er is de gelijktijdige productiepiek voor een beperkt aantal uren per jaar. Het gaat daarbij om intens zonnige of winderige dagen met enorme energieproductie die het net niet kan verwerken.
  2. Er zijn hoge vaste nettarieven, ook voor flexibele gebruikers en producenten.
  3. Prikkels voor efficiënt aansluitingsgebruik ontbreken. Het wordt nog onvoldoende beloond om met kleinere omvormers en batterijenopslag te werken.
  4. Efficiënt verzwaren is niet mogelijk vanwege onzekerheid. Beleid, toekomstige techniek en prijzen zijn nog niet zeker, waardoor het ingewikkeld is nu al keuzes te maken.

Conclusies en maatregelen

Ondanks de barrières moeten we in 2050 een CO2 neutrale energievoorziening en bijbehorende infrastructuur hebben. Met dat in het achterhoofd zijn er vier conclusies getrokken en acht beleidsmaatregelen gedefinieerd.  

Conclusie 1: Omvangrijk verzwaren is vereiste

Voor een volledig duurzaam elektriciteitssysteem in 2050 voldoet de huidige infrastructuur niet. Het maakt niet uit welke slimme technieken en managementsystemen we gaan gebruiken. Het net zal over de hele linie verzwaard moeten worden. Dit betekent dat op de korte termijn netbeheerders de transitie niet kunnen bijbenen. Zonneparken, windmolens en bedrijven kunnen niet tijdig aangesloten worden. De snelheid van de transitie loopt hierdoor gevaar.

Conclusie 2: Nettarieven dienen kosten reflectief te zijn

Netwerktarieven representeren op dit moment niet de daadwerkelijk door aangeslotenen gemaakte kosten. Het tarief van de aansluiting wordt alleen gebaseerd op de capaciteit, en niet de intensiteit van het gebruik. Tarieven ook baseren op het daadwerkelijke gebruik kan bijdragen aan een rendabeler systeem. Op zowel de korte als de lange termijn.

Twee maatregelen hiervoor zijn van belang:

  1. Een producententarief. Afnemers betalen een transportafhankelijk netwerktarief, maar producenten niet. Ondanks de investeringen die door de netbeheerders worden gedaan voor die aansluitingen. Dit aanpassen - en dus ook opwekkers een transportafhankelijk tarief geven - stimuleert efficiënter gebruik van het net.
  2. Ongegarandeerde netcapaciteit, waarbij opwekkers en gebruikers het net mogen gebruiken als daarvoor ruimte is. Het krijgen of geven van elektriciteit kan dus niet altijd. Bijvoorbeeld op zonnige piekmomenten zal de aansluiting niet gegeven worden. Flexibel gebruik en gebruik achter de meter wordt zo beloond.

Conclusie 3: Inzet op extra beleidsmaatregelen om (op korte termijn) meer te kunnen aansluiten

Om toch vaart te maken met de transitie als er nog onvoldoende aansluitingscapcaiteit is, loont het om andere maatregelen te nemen. Deze moeten wel passen binnen het wettelijk kader. Daarom is het van belang het verouderde beleid bij te stellen met nieuwe regels.

  1. Subsidie op batterijen bij grootschalige zonprojecten, specifiek gericht op het verleggen van de opwekpiek van midden op de dag naar later.
  2. Rangschikking van zonprojecten bij de SDE++ beschikking op efficiënt gebruik van netcapaciteit. Zo wordt meer lokaal verbruik, energieopslag, gedeelde aansluitingen en gebruik achter de meter gestimuleerd.
  3. Onderdimensioneren van omvormers van kleinschalige zoninstallaties. Het maximale vermogen van omvormers wordt bij 1:1 dimensionering maar een paar uur per jaar gebruikt. Door met ondergedimensioneerde omvormers te werken worden extreme pieken op het net beperkt.
  4. Subsidie op thuisbatterijen – thuisbatterijen kunnen het verschil tussen dagopwek en avondverbruik opvangen, en daarmee bepalend zijn voor congestie op het laagspanningsnet,  Wel is hier nog veel onzeker over.
  5. Additionele eisen bij aanbestedingen van laadpaalinfra. Elektrische laadpunten kunnen zowel de meeste problemen als de meeste flexibiliteit geven. Door te selecteren op een aantal criteria (pleinen i.p.v. punten, proactief integreren, slimladen) wordt het net optimaal gebruikt.
  6. Kader voor infrastructuur van de warmtetransitie. Op dit moment is er nog onvoldoende helderheid over wat er aan infrastructuur moet gebeuren om de warmtetransitie vorm te geven. Daarom dient er per wijk of gemeente een helder en transparant kader te zijn om deze ontwikkeling vorm te geven.

Conclusie 4: Efficiënte netverzwaring resulteert in laagste maatschappelijke kosten

De knelpunten rond het net sneller verzwaren, moeten worden opgelost. Efficiënt gebruik van de infrastructuur verkleint de opgave op de korte termijn maar zal de uiteindelijke verzwaring niet kunnen voorkomen. Het net op korte termijn efficiënter maken en op lange termijn verzwaren, zorgt voor de laagste maatschappelijke kosten.

Lees hier het hele rapport.

en zie hieronder de samenvattende infographic:

infographic het net slimmer benut
Klik op de afbeelding voor de grotere pdf-versie.