Het is van doorslaggevend belang dat energiecoöperaties en projectontwikkelaars goed samenwerken. Alleen dan kunnen we de ambitie waarmaken van 50% hernieuwbare energie in eigendom van de lokale omgeving, en valt er voldoende wind- en zonne-energie op land te realiseren. Wat zijn de ins en outs van succesvolle onderlinge samenwerkingen tussen coöperaties en ontwikkelaars? In dit artikel bespreken we drie praktijkvoorbeelden.

Wat maakt een goed huwelijk tussen coöperatie en ontwikkelaar? Waar zitten de verschillen en overeenkomsten? In principe werkt een projectontwikkelaar voor de aandeelhouders terwijl een coöperatie vaak lokaal is en meer maatschappelijke doelstellingen nastreeft. Coöperaties en ontwikkelaars streven in principe andere doelen na, maar kunnen wel allemaal commercieel zijn. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Voorbeeld 1: Betuwewind en Pure Energie

De burgerwindcoöperatie Betuwewind realiseert momenteel windpark Deil, samen met Yard Energy en Pure Energie als projectontwikkelaars. “De samenwerking begon wat fuzzy met verschillende partijen die allemaal vonden dat ze een bepaalde positie hadden”, zegt Hans Adams van Betuwewind.

“Wij zagen Pure Energie aanvankelijk vooral als commerciële partij die kwam om geld te verdienen. Dat is in de afgelopen zes jaar positief veranderd. We hebben nu een hele goede samenwerking en vertrouwen elkaar. Wij hebben als Betuwewind een goede ondersteuning vanuit de bevolking en Pure Energie biedt technische en praktische kennis.”

Arthur Vermeulen van Pure Energie beaamt dat het even wennen was, maar dat er een goede samenwerking is gevonden: “Wij werken graag samen met coöperaties vanwege de lokale verbinding. In het begin is het natuurlijk altijd even zoeken naar hoe de participatie moet plaatsvinden, wie wat organiseert, wie wat betaalt en waar de verantwoordelijkheden liggen. In windpark Deil ligt de verhouding anders, maar in zijn algemeenheid streven we vanaf het begin van de ontwikkeling naar een 50/50 verdeling. Dan hebben beide partijen zowel in belangenverhouding als in risicopositie een gelijkwaardige ondernemersrol.”

“Soms moeten we de coöperatie een beetje bij de arm nemen omdat wij simpelweg meer ervaring hebben,” zegt Arthur Vermeulen, “maar als je goed in gesprek blijft en elkaar vertrouwt, dan komt dat altijd wel goed. De basis is dat beide partijen er evenveel tijd, geld en energie in steken. De ontwikkelaar kan dat doen door middel van expertise, de coöperatie door lokaal meer uren te investeren.”


‘De basis is dat beide partijen er evenveel tijd, geld en energie in steken’

– Arthur Vermeulen, Pure Energie

Voorbeeld 2: Coöperatie Vrijstad Windwinning / Eneco

Coöperatie Vrijstad Windwinning en Eneco ontwikkelen samen een project om zes tot acht windturbines ten zuiden van Culemborg neer te zetten. De samenwerking tussen Coöperatie Vrijstad Windwinning en Eneco als grote partij is ontstaan vanuit de grondpositie waar de windmolens moesten komen te staan. Deze was al in handen van De Wolff Verenigde Bedrijven dat in 2017 de windactiviteiten aan Eneco verkocht.

Arjen Schamhart van Coöperatie Vrijstad Windwinning: “De grondeigenaren zijn niet allemaal lid van de coöperatie. Toen wij ze op een gegeven moment vroegen mee te doen, bleek Eneco al actief te zijn in het gebied. De praktijk leert dat projectontwikkelaars er altijd als eerste bij zijn. Maar onze samenwerking met Eneco werkt in de praktijk heel goed en versterkend. Hylke (Jelsma van Eneco, red.) heeft een grote organisatie achter zich die ons op veel vlakken kan ondersteunen en waarvan we kunnen leren. Al kan een grote organisatie natuurlijk soms ook wat log en vertragend werken.

Hylke Jelsma van Eneco: “Terwijl we door de grondpositie bij elkaar zijn gekomen, is daar een hele goede samenwerking uit ontstaan met een 50/50 verdeling. Wij kunnen als grote organisatie met onze expertise en capaciteit een goed basisfundament voor het project leggen. Ook de grondopties moet je voor langere tijd binden met complexe juridische contracten. Dat is misschien veiliger bij een grote partij dan bij een coöperatie die nog niet heel lang bestaat. Het is in de samenwerking vooral belangrijk om de tijd te nemen voor elkaar en te investeren in de persoonlijke relatie.”


‘Het is vooral belangrijk om de tijd te nemen voor elkaar en te investeren in de persoonlijke relatie’

– Hylke Jelsma, Eneco

Voorbeeld 3: Energiecoöperatie 2030.nu / Ventolines

Energiecoöperatie 2030.nu en Begro/Ventolines ontwikkelen momenteel het zonnepanelenproject Meijerij/Angstel in het noordelijke deel van de gemeente Stichtse Vecht. De samenwerking tussen Begro en 2030.nu is 50/50 met een unanieme besluitvorming en een eerlijke taakverdeling. De opbrengsten worden ook 50/50 verdeeld. Ventolines ondersteunt Begro op het gebied van techniek, juridische vragen en brengt veel projectkennis mee vanuit andere projecten.

“Door de samenwerking sta je steviger in het gesprek”, vindt Guus Ydema van Energiecoöperatie 2030.nu. “Het is fijn om samen te werken met een professionele partner en elkaars expertise en positie te kunnen benutten. Uiteraard zijn wij als coöperatie ook druk bezig om onze expertise uit te breiden zodat we als steeds gelijkwaardiger ontwikkelingspartner kunnen fungeren.”

Net als bij het project van Coöperatie Vrijstad Windwinning en Eneco is de samenwerking ontstaan door de grondposities die Ventolines probeerde te verwerven. Een interessante vraag is waarom er vanuit de coöperaties niet een directe samenwerking met de grondeigenaar wordt gezocht? “Als coöperatie ben je vaak niet professioneel genoeg en heb je onvoldoende capaciteit om dat zelf te doen”, zegt Guus Ydema. “Je hebt vrijwilligers nodig die daar tijd voor vrijmaken en die zijn niet altijd beschikbaar. Maar wij hebben natuurlijk wel de lokale kennis en posities in de gemeenschap. Een van de boeren onder de grondeigenaren wilde ook graag met een lokale partij samenwerken. Die lokale verbondenheid is zeker iets dat speelt bij boeren.”

“De samenwerking heeft een tweeledig effect”, zegt Allard van der Steege van Ventolines. “De expertise en financiële draagkracht zijn geborgd en tegelijk is er een goede band met de lokale bevolking. Samenwerking met een bestaande coöperatie is heel belangrijk als je de omgeving van een samenleving ingrijpend wilt veranderen. Dat wil overigens niet zeggen dat er dan ook automatisch draagvlak is. Zon is een relatief jong alternatief voor wind, maar naarmate er meer zonneprojecten komen, worden er vaker vraagtekens bij geplaatst. Ook in dit geval is er sprake van weerstand uit de lokale omgeving. Bij een coöperatief project komt draagvlak en acceptatie niet vanzelf. Het vereist alle aandacht en inzet.”

Tips

Tips voor coöperaties die samen willen werken met een ontwikkelaar:

  • Streef naar een gelijkwaardige ondernemersrol met een 50/50 verdeling.
  • Benut elkaars kennis, capaciteiten en netwerk.
  • Maak duidelijke afspraken over de werkzaamheden, verantwoordelijkheden en financiële verplichtingen.
  • Neem tijd voor elkaar, blijf goed in gesprek en investeer in de persoonlijke relatie.
  • Zoek de juridische structuur van de samenwerkingsvorm vooraf goed uit.

Foto: Menno Mulder

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Gerlach Velthoven (Energie Samen Rivierenland), Hans Adams (Betuwewind), Guus Ydema (Energiecoöperatie 2030.nu), Arjen Schamhart (Coöperatie Vrijstad Windwinning), Hylke Jelsma (Eneco), Allard van der Steege (Ventolines) en Arthur Vermeulen (Pure Energie). Het is geschreven n.a.v. de gelijknamige deelsessie tijdens het Evenement HIER opgewekt 2019.