In dit webinar van 18 maart 2021 informeren HIER opgewekt en RVO je over hoe de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) werkt, hoe de subsidie in elkaar zit, aan welke eisen je aanvraag moet voldoen en hoe je een aanvraag kunt indienen. 

Bekijk hieronder de opname.

Noot: de polls die tijdens het webinar voorbij kwamen, zijn in deze opname helaas niet terug te zien.

NB In dit webinar zijn twee onjuistheden geslopen, die na afloop gecorrigeerd zijn:

  • dat ook provinciale en gemeentelijke subsidies in mindering worden gebracht op de SCE-subsidie. Bij nader inzien blijkt dat niet kloppend. Zie ook de veel gestelde vragen 
  • Dat de minimum-aantal-leden-eis (bij Zon bijvoorbeeld minimaal 1 lid per 5 kWp opgesteld vermogen) leidt tot een maximale deelname per deelnemer. Er is geen maximale deelname per lid aan de orde, dat is bevestigd door het ministerie van EZK.

Antwoorden van RVO op de meestgestelde vragen uit het webinar

Wat wordt verstaan onder een locatie en hoeveel aanvragen per locatie mogen er per openstellingsperiode aangevraagd worden?

"Binnen de SCE is de locatie een gebouw of kadastraal perceel. Vraagt u subsidie aan voor een installatie op een dak, dan is het gebouw de locatie. Wanneer het een veldinstallatie betreft, is het kadastrale perceel de locatie. Per categorie productie-installaties kan er per locatie in een openstellingsperiode ten hoogste één aanvraag worden ingediend. De grootverbruikersaansluitingen (GVA) en kleinverbruikersaansluitingen (KVA) worden gezien als twee aparte categorieën, daardoor kunt u op dezelfde locatie wel een aanvraag indienen voor zowel de categorie grootverbruikers- als de categorie kleinverbruikersaansluiting. Voorde GVA en KVA moet dan wel een apart allocatiepunt (meetpunt) komen.

Uitzondering voor een gebouw als locatie is wanneer er meerdere gebouwen achter één netaansluiting zitten, dan kan er één aanvraag ingediend worden voor die meerdere gebouwen onder de voorwaarde dat er ook één gezamenlijk allocatiepunt is.

In een volgende openstellingsperiode mag er wel een nieuwe SCE-subsidieaanvraag op een locatie waarvoor al een SCE-subsidie is toegekend, worden gedaan. Bij deze subsidieaanvraag moet een duidelijke intekening van de installaties op deze locatie worden meegestuurd en de installaties moeten apart bemeterd worden met een eigen extra allocatiepunt.

Bij kleinverbruikersaansluitingen (KVA) geldt bovendien de aanvullende eis dat de extra productie-installatie op de locatie op dezelfde kleinverbruikersaansluiting aangesloten moet worden. Kan dat niet, dan moet er voor de nieuwe installatie een grootverbruikersaansluiting worden geplaatst."

Mag één project op meerdere aansluitingen/allocatiepunten worden aangesloten?

"Nee, één project (productie-installatie) met meerdere aansluitingen op het net is niet toegestaan in de SCE. Bovendien geldt dat er voor ieder project een apart allocatiepunt moet zijn."

Moet er een transportindicatie worden meegestuurd bij kleinverbruikersinstallatie?

"Nee, bij een aanvraag in de categorie kleinverbruikersaansluitingen is geen transportindicatie vereist. De transportindicatie geldt alleen bij een aanvraag in de categorie grootverbruikersaansluiting."

Hoe wordt omgegaan met overige subsidies naast de SCE?

"De minister heeft besloten dat ontvangen subsidies van de gemeente of provincie zijn toegestaan en geen invloed hebben op de hoogte van uw SCE-subsidie. Gemeentelijke of provinciale subsidies voor uw productie-installatie of voor oprichting van uw coöperatie worden daarom niet in mindering gebracht worden op de SCE.

Andere subsidies en steun van de Rijksoverheid naast de SCE voor dezelfde productie-installatie zijn niet toegestaan."

Wanneer SDE-subsidie is toegekend op een locatie, kan je dan aanvullend of in plaats hiervan SCE aanvragen?

"Als er op de locatie waarvoor SDE is toegekend ruimte is voor een aanvullende productie-installatie, dan kan er voor die extra installatie SCE-subsidie worden aangevraagd. Uit de intekening moet dan blijken hoe de installaties naast elkaar passen. Beide projecten moeten bovendien een apart allocatiepunt hebben. SDE en SCE op dezelfde productie-installatie is niet toegestaan. De SDE-beschikking zal eerst ingetrokken moeten worden, voordat een SCE-subsidie aanvraag kan worden ingediend."

Wat zijn de voorwaarden voor VvE’s?

"Een VvE kan alleen subsidie aanvragen met akkoord van de Algemene Ledenvergadering. Er is in de SCE geen eis gesteld voor de zeggenschap binnen een VvE, zoals die er wel is voor een coöperatie, omdat de zeggenschapsverhoudingen binnen een VvE al op andere gronden bepaald zijn. De zeggenschap verloopt bij een VvE via de stemverhoudingen binnen de VvE. De stemverhouding volgt uit de statuten van de VvE.

Als de ALV van de VvE conform de stemverhouding uit de statuten akkoord is gegaan met het plaatsen van de productie-installatie, dan mag de VvE een aanvraag doen. Alle leden van een VvE, die subsidie aanvraagt, worden dan automatisch 'gezien' als deelnemende leden, ook de leden die bij de ALV niet of tegen hebben gestemd hebben.

Leden van de VvE kunnen zowel particulieren als bedrijven zijn. Alleen eigenaren zijn lid van de VvE en kunnen deelnemen aan de ALV van de VvE. Een huurder met een volmacht van de verhuurder die eigenaar is, mag wel aan de ALV van de VvE deelnemen. Een huurder kan wel lid worden van een coöperatie.

Bij de subsidieaanvraag moet een VvE een ledenlijst met alle leden van de VvE aanleveren, omdat alle leden gezien worden als deelnemende leden. De ledenlijst bevat de namen en de woonplaats of vestigingsplaats van alle VvE leden. Voor de subsidieaanvraag geldt daarnaast de eis dat alle leden van de VvE op het moment van indienen van de subsidieaanvraag woonachtig of gevestigd moeten zijn in de postcoderoos waarvoor er subsidie wordt aangevraagd en dat er wordt aangevraagd voor het gebouw of de grond waartoe de VvE is opgericht.

Als een VvE niet aan deze voorwaarden kan voldoen, bijvoorbeeld omdat niet alle leden in de postcoderoos woonachtig zijn, dan kan men een coöperatie oprichten. In dat geval zijn de regels die voor coöperaties gelden van toepassing."

Mag een lid van een coöperatie in meerdere SCE-projecten deelnemen?

Een SCE-project is een productie-installatie waarvoor een subsidiebeschikking kan worden afgegeven. Een lid mag aan meerdere projecten op meerdere locaties deelnemen. Per productie-installatie en per locatie geldt een minimum aantal deelnemers, gekoppeld aan het vermogen van de productie-installatie en de locatie.

Het minimum aantal leden hangt samen met de grootte van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt verleend. Hoe meer vermogen wordt opgesteld, hoe meer deelnemende leden benodigd zijn. Dit geeft invulling aan een gewenste mate van (lokale) participatie.

De eis voor een minimum aantal deelnemende leden verschilt per techniek: 1 lid per 5 kWp opgesteld vermogen bij zon PV, 1 lid per 2 kW opgesteld vermogen wind, en 1 lid per 1 kW opgesteld vermogen voor waterkracht. Het komt er op neer dat er geen sprake is van een maximum van 5 kWp per deelnemend lid bij een zonproject. Er moet minimaal 1 deelnemend lid zijn per 5 kWp. Wel geldt de regel dat ieder lid een gelijke stem heeft.

Een voorbeeld van een zonproject: als er een project wordt gerealiseerd van 100 kWp dan zijn er minimaal 20 deelnemende leden nodig. Per project mag een individueel lid wel meer bijdragen dan 5 kWp zolang het gemiddelde van alle bijdragen 5 kWp of lager is. Het kan dus zo zijn dat 1 deelnemer voor 81 kWp mee doet, en de overige 19 leden voor elk 1 kWp.

Bij een uitbreiding met een extra productie-installatie op een locatie waar al eerder een subsidiebeschikking is afgegeven, geldt dat er op de locatie nog steeds minimaal 1 lid per 5 kWp moet zijn. Als je in de volgende ronde een extra installatie van 50 kWp wilt aanvragen, dan zijn op deze locatie minimaal 150 / 5 = 30 leden nodig.

Hoe kan ik de postcoderoos aangeven?

"Hiervoor is een applicatie beschikbaar op www.rvo.nl/sce. Je vindt de applicatie onder downloads."