De fiscale regeling Verlaagd Tarief bij collectieve opwek - oftewel de postcoderoosregeling - geeft recht op een korting op de energiebelasting, als een particulier of ondernemer samen met anderen investeert in de opwek van duurzame energie. Maar hoe werkt die verrekening van de energiebelasting aan leden nou precies? We zetten de meestgestelde vragen en antwoorden op een rij.

Veelgestelde vragen

Wat is een opwekverklaring?

Om energiebelasting te kunnen verrekenen heeft de energieleverancier van de coöperatie  gegevens nodig. Met een opwekverklaring geeft de coöperatie aan de energieleveranciers een overzicht van het aan ieder lid toegerekende aandeel opgewekte stroom uit de productie-installatie. Volgens artikel 59a, lid 1 Wbm dient er een overeenkomst te zijn tussen de aangewezen coöperatie en de energiemaatschappij die de levering verricht op de elektriciteitsaansluiting van het lid.

In artikel 19b, lid 6 van de Uitvoeringsregeling wet belastingen op milieugrondslag wordt aangegeven dat de coöperatie aan degene die de levering verricht aan het lid een opgaaf (opwekverklaring) moet doen van onder meer de opgewekte elektriciteit:

"De coöperatie verstrekt aan degene die de levering, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet, verricht, een opgaaf van de hoeveelheden elektriciteit die door de coöperatie zijn toegerekend aan de leden van de coöperatie die elektriciteit afnemen van die leverancier. De opgaaf vermeldt de productieperiode waarop zij betrekking heeft, en wordt gespecificeerd per lid en per aansluiting, onder vermelding van EAN-code en postcode van iedere aansluiting."

Voor zowel de overeenkomst met de energiemaatschappij als voor de opwekverklaring zijn geen standaardformulieren. Gezien de desbetreffende wetteksten zijn beide stukken vormvrij. Het geeft dus de vrijheid om hier zelf een standaard voor te ontwikkelen.

 

Wat wordt bedoeld met de opwekperiode?

De opwekperiode is een periode van twaalf kalendermaanden waarin de opwekinstallatie duurzame energie opwekt. De coöperatie geeft over die opwekperiode de gegevens van de totale hoeveelheid geproduceerde energie, inclusief het aandeel daarin per lid (via de opwekverklaring) door aan de energieleverancier(s) waar haar leden klant zijn. Op basis van de opwekverklaring verrekenen energieleveranciers de teruggave van energiebelasting met hun klanten die lid zijn van de coöperatie.

De opwekperiode betreft twaalf kalendermaanden vanaf de start van de productie door de coöperatie. Zoals omschreven in artikel 19b, lid 5 van de Uitvoeringsregeling wet belastingen op milieugrondslag

"De coöperatie rekent de elektriciteit, bedoeld in artikel 59a van de wet, die zij in een door haar vast te stellen periode van twaalf kalendermaanden heeft opgewekt, na afloop van die periode met inachtneming van artikel 21b, tweede lid, van het besluit, toe aan haar leden op basis van een vooraf geregelde verdeelsleutel."

Opwekjaar gelijk aan kalenderjaar

Om de opwekperiode gelijk te laten lopen met het kalenderjaar wordt door de Belastingdienst (vooralsnog) een kort eerste boekjaar goedgekeurd. Na de startdatum van de productie mag het eerste boekjaar dan lopen tot en met 31 december van dat jaar. Voor de volgende jaren is de opwekperiode dan gelijk aan het kalenderjaar.

Voorbeeld: de coöperatie start met opwekken op 23 mei 2019. Het kan het eerste (verkorte) boekjaar laten lopen van 23 mei tot en met 31 december 2019. Het volgende boekjaar volgt vervolgens het kalenderjaar van 1 januari tot en met 31 december 2020.

Deze goedkeuring door de Belastingdienst is vanwege het praktische uitgangspunt dat alleen het tarief van één kalenderjaar dan onderdeel uitmaakt van de teruggaafberekening. Een kort boekjaar in latere jaren (dan het beginjaar) van de productie is niet toegestaan.

NB. Tot op heden is deze goedkeuring nog van toepassing. De Belastingdienst behoudt het recht voor om deze goedkeuring bij nieuwe aanwijzingen voor de regeling Verlaagd Tarief niet te verlenen.

Welk tarief voor energiebelasting geldt als de opwekperiode in twee kalenderjaren valt?

De wettekst van artikel 59a, lid1 Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) luidt als volgt:

"Het tarief voor elektriciteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, wordt voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid dat niet hoger is dan 10.000 kWh verlaagd tot nihil voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van die coöperatie via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3×80A." 
 

Twee jaren twee tarieven

Het tarief bedoeld in de wettekst, is het tarief tijdens de opwekperiode. Indien de opwekperiode van twaalf kalendermaanden over twee jaren is verdeeld zullen twee verschillende tarieven van toepassing zijn voor de berekening van de teruggaaf. De verdeling van de opgewekte elektriciteit over twee jaren mag op basis van het aantal dagen per jaar dat de opwek heeft plaatsgevonden. Er zijn ook energiemaatschappijen die verdelen op basis van verbruiksprofielen. Indien de Belastingdienst deze profielen bij de energiemaatschappij heeft goedgekeurd mogen deze ook worden gehanteerd voor de verdeling over de jaren.

Wanneer wordt de teruggave energiebelasting verrekend?

De eindfactuur is volgens de regeling Verlaagd Tarief, op grond van artikel 21b, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, het moment waarop de energieleverancier van een klant de teruggave van de energiebelasting verrekend. De energieleverancier verrekent daarbij de energiebelasting op basis van de door de coöperatie verstrekte opwekverklaring.  Met daarin het toegerekende aandeel van het betreffende lid van het totaal van door de coöperatie opgewekte elektriciteit. De energieleverancier verrekent de teruggave energiebelasting tot maximaal het eigen verbruik en niet hoger dan zijn/haar aandeel in de coöperatief opgewekte energie.

Tussentijdse verrekening

Om te voorkomen dat leden pas na lange tijd de teruggave energiebelasting ontvangen, heeft de Belastingdienst goedgekeurd dat teruggave op een eerder tijdstip (dan op de eindfactuur) kan plaatsvinden via een tussentijdse creditnota. In die situatie dient de energiebelasting verrekend te worden over de totale hoeveelheid opgewekte elektriciteit toegerekend aan het lid van de coöperatie. Mocht de uiteindelijk geleverde energie aan een lid lager zijn dan het aandeel van het lid in de coöperatief opgewekte energie kan dit op de eindafrekening rechtgetrokken worden.

Let wel op: energiemaatschappijen zijn niet verplicht om tussentijdse verrekening aan te bieden. 

Kun je in meerdere projecten tegelijk deelnemen?

Een lid kan deelnemen in meerdere projecten tegelijk. En dus tegelijkertijd via meerdere coöperaties gebruik maken van het verlaagd tarief. Het verlaagd tarief mag maximaal worden toegepast tot 10.000 kWh over een verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Indien een lid binnen een postcodegebied meerdere leveringspunten heeft die niet geclusterd worden tot één aansluiting, kan meerdere keren tot het maximum gebruik worden gemaakt van het verlaagd tarief.

Een lid heeft bijvoorbeeld een gemeentehuis en daarnaast, op ruime afstand maar wel binnen het postcodegebied, een gemeentewerf. De leveringspunten kunnen niet geclusterd worden tot een aansluiting. Het lid kan zowel voor het gemeentehuis als voor de werf gebruik maken van het verlaagd tarief tot maximaal 10.000 kWh per locatie/aansluiting. Uiteraard moet wel aan het lid in ieder geval zoveel opwek worden toegerekend. Wanneer sprake is van een ondernemer moeten de deelnamen in de coöperatie (middellijk en onmiddellijk) bij elkaar opgeteld worden voor de beoordeling of dit binnen de 20% blijft. Denk hier bijvoorbeeld aan een directeur groot aandeelhouder en zijn B.V.

Wat te doen als een lid switcht van energieleverancier?

Wanneer gedurende de productieperiode sprake is van een switch, verstrekt de coöperatie aan beide leveranciers gedurende de productieperiode een opgaaf. In die opgaaf staat welk deel van de aan het lid toegerekende productie wordt toegekend in de periode waarin die leverancier aan het lid heeft geleverd. Het lid moet de datum van switchen doorgeven aan de coöperatie, zodat de coöperatie de aan het lid toegerekende productie naar tijdsevenredigheid kan toerekenen aan de verschillende leveranciers.

De Belastingdienst onderzoekt de mogelijkheid om bij een switch te faciliteren dat het verlaagd tarief direct op de eindafrekening kan worden toegepast en dat niet hoeft te worden gewacht totdat de productieperiode van 12 maanden is verstreken. De coöperaties dienen dan binnen een termijn van ongeveer 6 weken na de switch een opgaaf te verstrekken aan de oude leverancier op basis van de werkelijke productie tot het moment van de switch. De switch zal bekend zijn bij de oude leverancier. Dus het is zowel een optie dat het switchende lid van de coöperatie als de oude leverancier, de coöperatie verzoekt een opgaaf voor het lid te doen van de aan het lid toe te rekenen productie.

De Belastingdienst en de energieleveranciers zijn tot de conclusie zijn gekomen dat wet- en regelgeving niet toestaan dat de nieuwe leverancier na een switch de vermindering toepast over de hoeveelheid geleverd door de leverancier voor de switch.

Datum actualisatie: augustus 2020

Hoe wordt de teruggave verrekend bij verhuizing van een deelnemer?

Verhuizing binnen de postcoderoos

Wanneer een lid van de coöperatie binnen de postcoderoos blijft wonen, kan het lid gewoon van de regeling gebruik blijven maken. De coöperatie en de leverancier moeten wel een adreswijziging ontvangen van het lid.

Verhuizing buiten de postcoderoos

Bij verhuizing buiten de zogenoemde postcoderoos van de opwekinstallatie, vervalt het recht op verrekening van de energiebelasting. Het lid is in dit geval verantwoordelijk om de coöperatie van de verhuizing op de hoogte te stellen, zodat de coöperatie de juiste opwekgegevens van het lid tot aan de verhuisdatum aan zijn/haar energieleverancier kan verstrekken. En de leverancier vervolgens de korting op de energiebelasting tot aan de verhuizingsdatum kan verrekenen. Na de verhuizing maakt het lid daar dus geen aanspraak meer op.

Het is aan de coöperatie en de leden om afspraken te maken hoe om te gaan met zo’n aandeel in de coöperatie, die dus na verhuizing geen voordeel heeft van korting op de energiebelasting. Is een verhuizend lid zelf verantwoordelijk om zijn aandeel in de coöperatie te verkopen (aan een ander ‘natuurlijk persoon’ die aan de voorwaarden van de regeling voldoet) of helpt de coöperatie daarbij? Zo kan een coöperatie bijvoorbeeld een lijst bijhouden van potentieel geïnteresseerden voor als een aandeel vrijkomt.

Welke gegevens moet de coöperatie in de opwekverklaring verstrekken aan de energieleverancier?

Er is geen standaardformulier voor de opwekverklaring. De administratieve verrekening van de energiebelasting kan daardoor op (kleine) punten per leverancier verschillen. Het merendeel van de energieleveranciers vragen de volgende gegevens aan de coöperatie:

Coöperatiegegevens:

a. NAW-gegevens coöperatie/VvE.
b. Datum en nummer van aanwijzingsbeschikking
c. Locatie (adres) van de productie-installatie
d. EAN-code van de productie-installatie
e. Postcodegebied van de productie-installatie en alle aangrenzende postcodegebieden
f. Productieperiode (begindatum-einddatum)
g. Totale productie hoeveelheid in kWh van productie-installatie
h. Rekening waarop de Garanties van Oorsprong zijn geboekt (eindverbruikersrekening of handelsaccount)
i. Verdeelsleutel voor de leden over de opgewekte duurzame energie

Gegevens per lid (gespecificeerd):

  1. NAW-gegevens van het lid
  2. Postcode van de aansluiting van het lid
  3. EAN-code van die aansluiting
  4. Energieleverancier van het lid
  5. E-mail
  6. Telefoongegevens
  7. Gewenst: Klantnummer bij leverancier
  8. Toe te rekenen hoeveelheid elektriciteit over de verbruiksperiode, met vermelding van begin- en eindstand en de stand per 31 december
  9. Voorwaarde voor recht op verrekening energiebelasting: het lid heeft een kleinverbruikersaansluiting
  10. Voorwaarde voor recht op verrekening energiebelasting: de aansluiting van het lid bevindt zich in de postcoderoos

Verder moet de coöperatie bij de verstrekte gegevens een verklaring voegen die o.a. inhoudt dat:

  • Geen van de leden die ondernemer zijn voor meer dan 20% in de coöperatie deelneemt;
  • Dat de coöperatie in totaal aan de leden niet meer elektriciteit toerekent dan zij in de productieperiode heeft opgewekt;
  • Dat de productie-installatie juridisch en economisch eigendom van de coöperatie is en uitsluitend gebruikt wordt voor de opwekking van elektriciteit door middel van hernieuwbare energiebronnen.