Hoe ziet een businesscase voor een postcoderoosproject (PCR) eruit? Met welke kosten moet je rekening houden? Welke inkomsten kun je verwachten? En hoe ga je om met onzekere kosten in het doorrekenen van de businesscase, om duidelijkheid te krijgen over de haalbaarheid van het PCR-project? Denk aan de te verwachten energieopwekking en variabele belasting- en stroomtarieven. In dit artikel gaan we in op het uitrekenen van de businesscase voor een postcoderoos. We maken een kort rondje langs de verschillende variabelen die nodig zijn om een goede berekening te maken en werken deze uit aan de hand van een voorbeeldproject.

Voorbeeldproject

We gaan in dit artikel als voorbeeld uit van een project van 250 zonnepanelen, in totaal 70 kW. Dit is een typisch formaat van een buurtproject. Voor het project is een plat dak van zo’n 700 m2 nodig en een netaansluiting van 3 x 80 A. Om het project te realiseren heb je zo’n 40 leden nodig. De zonnepanelen zijn in ons voorbeeld op het zuidwesten gericht, met een hellingshoek van 15 graden. De eigenaar van het dak vraagt voor het gebruik van zijn dak een jaarlijkse vergoeding van 1 euro per paneel.

Investering

Een belangrijk onderdeel van de businesscase is natuurlijk de investering die gedaan moet worden voor de realisatie van een systeem. Deze investering bevat een aantal componenten die voor alle installaties van toepassing zijn:

Levering en installatie van het zonnepanelensysteem

  • Deze kosten krijg je inzichtelijk door offertes op te vragen bij installateurs. Zit je nog in het begin van je project? Houd dan rekening met een investering van zo’n 0,8 euro/Wp.

De netaansluiting

Onderzoekskosten

  • Dit gaan dan bijvoorbeeld om de constructieberekeningen. Als alle gegevens beschikbaar zijn gaan dit meestal om zo’n 500 euro. Als er meer werk nodig is kunnen de kosten oplopen. Denk voor onderzoeken ook aan de dakbedekking en eventuele andere zaken die effect hebben op je project.

Notaris en juridische kosten

  • Deze heb je sowieso nodig voor het vestigen van het recht van opstal (meestal zo’n 750 euro). Daarnaast moet er soms een coöperatie worden opgericht (1.000 euro) of wordt een jurist ingeschakeld om de contracten op te stellen.

Projectontwikkeling

  • Als je met betaalde krachten werkt, houd dan ook rekening met de vergoeding die voor hun inspanningen betaald wordt. In de investering een budget meenemen van 5% van de investering geeft hier meestal voldoende ruimte voor.

Communicatie

  • Net als bij projectontwikkeling zullen ook mensen aan de slag moeten voor communicatie en ledenwerving. Daarnaast zul je materiaal moeten maken/kopen, denk bijvoorbeeld aan flyers. Ook hier is het aan te raden een budget van 5% van de investering voor te reserveren.

Voorbeeldproject

Als we bovenstaande categorieën en voorbeeldbedragen toepassen op ons voorbeeldproject krijgen we de volgende opsomming van de investering:

Investeringen    
Systeem € 56.000 70.000 Wp x 0,80 euro/Wp
Netaansluiting € 1.550 Aanleg 3 x 80 A (Stedin 2019)
Onderzoek € 500 Enkel constructieberekening
Notaris € 750 Vestigen recht van opstal
Projectontwikkeling € 2.800 5% van de systeemkosten
Communicatie € 2.800 5% van de systeemkosten
Totaal € 64.400  


Teruggerekend naar euro/Wp is de totale investering dus (64.400/70.000) = € 0,92 euro/Wp. Een goede maatstaaf is onder de 1 euro/Wp te blijven. Kom je hier boven? Dan heb je wellicht een moeilijk dak of een dure aanleg van de netaansluiting. Dit maakt het moeilijker je businesscase rond te rekenen.

Operationele kosten

Gedurende de looptijd van het project komen een aantal kostenposten langs die in de begroting opgenomen dienen te worden.

Netbeheer en meter

  • Ook deze kosten vind je terug op de tariefbladen van de netbeheerder. Het gaat voor een postcoderoos dan enkel om de vaste kosten, variabele kosten zijn niet van toepassing op een aansluiting waar enkel wordt geproduceerd. Vergeet ook niet de kosten voor de meter, zeker bij grotere projecten of projecten met een MLOEA kunnen deze kosten oplopen. Neem contact op met je netbeheerder voor meer informatie.

Administratie

  • Het ledenbestand en de financiële administratie moeten worden bijgehouden. Daarnaast heb je een jaarrekening nodig en moeten er stukken voor de ALV gemaakt worden. Een goede richting is jaarlijks een budget aan te houden van 500 euro plus 5 euro per lid voor je administratie.

Onderhoud en beheer

  • Het systeem moet goed gemonitord worden of alles naar behoren werkt. Daarnaast moet er eens in de 2-3 jaar onderhoud gepleegd worden, denk dan aan een inspectie van het systeem of het schoonmaken van de panelen en de omvormer. Een jaarlijks budget van 0,75 % van de investering moet hier voldoende voor zijn.

Verzekering

  • Het is belangrijk het systeem goed te verzekeren. Een goede richtlijn voor de benodigde premiebedragen is 0,25% van de systeemkosten

Huur

  • In sommige gevallen wil een locatie-eigenaar een vergoeding voor het gebruik van zijn locatie. Gebruikelijk is een vergoeding van 1 of 2 euro per paneel.

Communicatie

  • Gedurende het jaar zal er ook met de leden gecommuniceerd moeten worden. Mensen hebben vragen, je stuurt eens een nieuwsbrief, je organiseert een ALV. Met een budget van 0,5% van de investering kun je dit soort activiteiten doen.

Voorbeeldproject

Als we bovenstaande wederom toepassen op ons voorbeeldproject krijgen het volgende staatje aan operationele kosten:

Operationele kosten    
Netbeheer en meter € 63 3 x 80 A (Stedin 2019)
Administratie € 700 € 500  + 40 leden x € 5 
Onderhoud en beheer € 420 0,75 % van € 56.000
Verzekering € 140 0,25 % van € 56.000
Huur € 250 € 1 x 250 panelen
Communicatie € 280 0,5 % van € 56.000
Totaal € 1.853  


De totale jaarlijkse kosten van € 1.853 zijn in verhouding met de totale investering (1.853/64.400) = 2,87%. Een goede maatstaf hiervoor is niet hoger te komen dan 3%. Zit je hoger, dan zul je waarschijnlijk extra inkomsten naast stroomverkoop nodig hebben (zie ook de rest van dit stuk).

Inkomsten

De inkomstenkant van zonnepanelen is uiteraard erg afhankelijk van de productie van die zonnepanelen. Daarnaast zijn er andere inkomstenbronnen denkbaar die onafhankelijk zijn van de productie, zoals een jaarlijkse bijdrage van de deelnemende leden.

Productie van de zonnepanelen

  • De productie van zonnepanelen is erg situatie-afhankelijk. Zo ligt het niet alleen aan de locatie (provincie), maar ook aan de richting en helling van de zonnepanelen. Er zijn veel programma’s beschikbaar waarmee je dit kan inschatten. Voor een goed systeem in Nederland geldt de volgende vuistregel: De gemiddelde jaaropbrengst van zonnepanelen in kilowattuur (kWh) bedraagt 90% van de capaciteit van het systeem in wattpiek (900 kWh/kWp).

Verkoop van stroom

  • De geproduceerde energie wordt verkocht aan een energieleverancier. De tarieven hiervoor zijn afhankelijk van de markt. Op dit moment (maart 2019) is een tarief van € 4,5 cent per kWh realistisch.

Ledenfee

  • Soms geeft een energieleverancier een extra vergoeding als leden van de coöperatie tevens klant van die leverancier worden. Dit kan oplopen tot € 50 per jaar als een klant zowel stroom als gas afneemt bij een leverancier. Wij raden aan dit niet direct in de businesscase te zetten, aangezien deze inkomsten onvoorspelbaar zijn. Zie het als een extraatje.

Voorbeeldproject

Als we voor ons voorbeeld project nu de inkomsten uitrekenen komen we op het volgende:

Inkomsten    
Stroomproductie 63.000 kWh 900 kWh/kWp x 70 kW
Verkoop stroom € 2.835 obv 4,5 cent per kWh
Totaal € 2.835  
* Ledenfee € 1.000 Voorbeeld 50% leden stapt over

 

Leden

De postcoderoos is natuurlijk opgezet om te voorzien in de (stroom)behoefte van jouw leden. Nu dat de investering, uitgaven en inkomsten duidelijk zijn kijken we daarom naar de ledenkant om e.e.a. af te maken.

Inleg leden

  • Uit de inleg van de leden wordt de investering in het systeem gedaan. Het is daarbij aan te raden wat extra ruimte aan te houden zodat de coöperatie vanaf begin af aan wat geld in kas heeft (denk aan 2% van de investering). Daarnaast moet er btw betaald worden over de investering door de coöperatie. Dit krijgt de coöperatie later terug van de belastingdienst, maar moet wel voorgeschoten worden.

Jaarlijkse inkomsten

  • De inkomsten voor de leden komen voornamelijk uit de korting op de energiebelasting (+btw). De productie van de zonnepanelen (zie vorige kopje) wordt verdeeld onder de leden naar rato van het aantal panelen dat ze hebben. Dit wordt door de energieleverancier verrekend als korting op de energiebelasting op hun nota.

Jaarlijkse kosten

  • Soms heeft een coöperatie te weinig middelen om rond te komen. Het merendeel van de inkomsten komt immers bij de leden direct binnen. In dat geval kunnen leden eenmalig of jaarlijks een bijdrage aan de coöperatie betalen.

Winstdeling

  • Vaak blijft er bij een goedlopend project geld over in de kas van de coöperatie. Het is niet handig dit altijd volledig uit te keren (houd een reserve in kas), maar natuurlijk kan er naar verloop van tijd geld uitgekeerd worden aan de leden. Dit besluit is aan de leden, te nemen tijdens de ALV.

Voorbeeldproject

De ledenzaken voor ons voorbeeldproject zien er dan als volgt uit:

Leden    
Investering per paneel € 318 € 64.400 + 2% + btw gedeeld door 250 panelen
Productie per paneel (verwacht) 252 kWh 63.000 kWh gedeeld door 250 panelen
Energiebelastingkorting per paneel € 30 0,09863 euro/kWh (tarief 2019) + btw maal productie per paneel (252 kWh)

 

Financieel, fiscaal en overige factoren

Ter afronding van de berekening zijn een aantal factoren en variabelen nog van belang. Deze hebben te maken met de langjarige verwachtingen die je hebt en met de fiscale zaken van het project. Daarnaast kun je varianten bedenken waarin je gebruik maakt van externe financiering.

Financiering

  • Als je de inleg van de leden wilt verlagen (maakt de werving misschien makkelijker) kan je er aan denken om externe financiering te betrekken bij het project. De rente en aflossing van deze financiering neem je dan op in de businesscase en jaarlijkse geldstromen. Vaak heb je hierbij wel een jaarlijkse bijdrage van de leden nodig omdat de coöperatie anders geld tekort komt. 

Jaarlijkse daling/stijging

  • Daling productie: de productie van de zonnepanelen zal naar verloop van tijd afnemen. Hierbij kan het door de fabrikant gegarandeerde vermogen aangehouden worden (80% na 25 jaar). Dit komt neer op zo’n 0,7% daling per jaar.
  • Inflatie: de kosten en inkomsten worden jaarlijks door inflatie beïnvloed. Hiervoor kan de Consumenten Prijs Index worden aangehouden (CPI). In sommige gevallen (zie volgende punt) is het handig de jaarlijkse stijging/daling in een aparte factor mee te nemen.
  • Netbeheer, stroomtarieven, energiebelasting: De tarieven voor deze posten variëren jaarlijks door verschillende oorzaken (wereldmarkt, politiek). Het is daarbij zeer lastig in te schatten wat de juiste factor is om mee te rekenen. Het is goed om in de eerste berekening deze factoren op 0% te houden, aangezien het niet bekend is of deze gaan stijgen of dalen. Later kan hiermee worden gevarieerd om de impact op de businesscase te beoordelen.

Afschrijven

  • Het gerealiseerde systeem komt uiteindelijk op de balans van de coöperatie te staan. Jaarlijks zal het systeem worden afgeschreven. Meestal wordt een termijn van 15 jaar aangehouden, met een kleine restwaarde van 10%.

Btw

  • De coöperatie is btw-plichtig. Dat wil zeggen dat over de jaarlijkse inkomsten btw moet worden afgedragen, en dat de btw over de kosten mag worden verrekend. In de berekening kan daarom gerekend worden met bedragen excl.

Winstbelasting

  • De coöperatie is ook belastingplichtig voor de winstbelasting (vennootschapsbelasting). Hierdoor moet 20% van de jaarlijkse winst aan de belastingdienst worden afgedragen. Gecombineerd met het jaarlijks afschrijven van het systeem zal de coöperatie echter waarschijnlijk geen winst maken, en dus geen vennootschapsbelasting hoeven afdragen.

Conclusie en controle 

Na het opstellen van de berekening van de businesscase is het belangrijk na te gaan of de berekende case aan de verwachtingen en eisen voldoet. Deze liggen voor elke initiatiefnemer anders en het is dan ook handig de minimale eisen voor je project vooraf vast te leggen. Voldoet een project niet aan de minimale eisen, dan is dat reden om de ontwikkeling te stoppen of een andere businesscase te proberen. Projecten kunnen op meerdere manieren geëvalueerd worden, maar meestal worden onderstaande criteria gebruikt:

Conclusie:

  • Terugverdientijd: Het aantal jaar voordat de cumulatieve opbrengsten groter zijn dan de initiële investering. De terugverdientijd kan uit de meerjarenbegroting worden gehaald (het moment dat de cumulatieve cash-flow positief wordt) of kan berekend worden door de investering te delen door de gemiddelde jaarlijkse winst.
  • Rendement: Het rendement van de investering, in relatie tot de jaarlijkse winst. De berekening van het rendement is complex, gelukkig hebben de meeste rekenprogramma's hier standaard formules voor (in Microsoft Excel: IR() functie). Met het rendement kan de investering worden vergeleken met alternatieven, zoals geld beleggen of sparen.
  • Debt Service Coverage Ratio (DSCR): Een ratio die gebruikt kan worden om te controleren of een businesscase genoeg inkomsten oplevert om de (externe) financieringsplichten te voldoen. De DSCR moet minimaal meer dan 1 zijn, maar de financier kan hier zelf eisen aan stellen. Een DSCR van meer dan 1,1 gedurende de looptijd van de financiering is in sommige gevallen al voldoende.

Berekening van de DSCR:

Inkomsten - uitgaven / aflossing + rente = DSCR   

Controle:

  • Controleer de aannames: Zoals duidelijk mag zijn komen bij de berekening van de businesscase een flink aantal variabelen langs, waaronder een aantal aannames. Voor deze aannames is het belangrijk om jezelf niet rijk te rekenen. Probeer in elk geval realistische getallen te gebruiken, en indien onbekend voorzichtige schattingen. Als een berekening uiteindelijk negatief uitkomt wil dat niet altijd zeggen dat er een rekenfout is gemaakt. Soms blijken er onbenutte optimalisaties mogelijk of is een project simpelweg niet haalbaar.
  • Controleer cashflow: Door in de berekening de gehele duur van het project op te nemen is jaarlijks de balans van inkomsten en uitgaven op te maken. Controleer of er de jaarlijkse balans nergens negatieve getallen voorkomen. Deze betekenen namelijk dat er geld bijgelegd moet worden. Dit hoeft voor een businesscase niet erg te zijn, in jaren met winst kan er bijvoorbeeld een reservering worden gemaakt. Maar het is wel belangrijk na te gaan of dergelijke negatieve cashflows bestaan, waardoor ze veroorzaakt worden (wellicht is er een andere manier om de uitgave in te delen in het project) en ze op te vangen.
  • Controleer gevoeligheid: Indien eenmaal een complete berekening samengesteld is, kunnen meerdere scenario's worden doorgerekend. Door dit te doen, en variabelen tussen de scenario's te laten verschillen, kan getest worden of er ergens een grote gevoeligheid (en dus risico) in de businesscase zit. Blijkt dit zo te zijn dan kan bij het ontwikkelen van de rest van het project aandacht worden gegeven om dit risico te minimaliseren of de variabele te controleren (dus om een aanname in een vast getal te veranderen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruikte investeringsbedrag of de gebruikte factor voor verhoging of verlaging van de energiebelasting.

Samenvatting voorbeeldproject

Bij de verschillende hoofdstukken in dit artikel is meegerekend met het voorbeeldproject. Zonder jaarlijkse varianties (inflatie, energiebelasting) mee te nemen (hier heb je een uitgebreidere berekening voor nodig), kan het voorbeeldproject als volgt worden samengevat:

Coöperatie:

  • Investering in het systeem: € 64.400 excl. btw, € 77.925 incl. btw
  • Jaarlijkse kosten: € 1.853 excl. btw
  • Jaarlijkse inkomsten: € 2.835 excl. btw
  • Jaarlijkse afschrijving: € 64.400 * 90% / 15 jaar: € 3.864 
  • Resultaat: jaarlijks blijft er € 982 voor de coöperatie over. Er hoeft geen winstbelasting te worden betaald, aangezien de afschrijving veel hoger ligt (=boekhoudkundig verlies). Ook hoeven de leden niks bij te betalen, aangezien de coöperatie zichzelf van dit bedrag draaiende kan houden.
  • Winstdeling: vanuit de jaarlijkse opbrengst wordt eerst een kleine reserve opgebouwd van 2 % van de investering (zo’n € 1.200). De rest van de opbrengst zou gedurende de jaren aan de leden uitgekeerd kunnen worden. Verdeeld over de looptijd gaat het hier dan om zo’n € 900 per jaar.

Leden:

  • Inleg per paneel: € 318
  • Jaarlijkse belastingkorting: € 30
  • Resultaat: de leden hebben een terugverdientijd van 10,6 jaar (318/30)

Variatie 1: btw voorgefinancierd

Een belangrijk onderdeel van de investering is de btw. Deze is in principe terug te vragen, maar moet wel worden voorgeschoten. In de hoofdstukken en berekening hiervoor is er mee gerekend dat de leden dit meenemen in hun investering. Het is echter ook mogelijk de btw kortstondig te laten voorschieten door een financier of andere partij (gemeente, vermogende deelnemer). Als de btw is teruggestort wordt deze korte financiering gelijk afgelost.

Op deze manier kan op een eenvoudige wijze de investering en het rendement voor de deelnemers worden verbeterd:

Coöperatie:

  • Investering in het systeem: € 64.400 excl. btw (btw wordt voorgefinancierd)
  • Jaarlijkse kosten: € 1.853 excl. btw
  • Jaarlijkse inkomsten: € 2.835 excl. btw
  • Jaarlijkse afschrijving: € 64.400 * 90% / 15 jaar: € 3.864
  • Resultaat: jaarlijks blijft er € 982 voor de coöperatie over. Er hoeft geen winstbelasting te worden betaald, aangezien de afschrijving veel hoger ligt (=boekhoudkundig verlies). Ook hoeven de leden niks bij te betalen, aangezien de coöperatie zichzelf van dit bedrag draaiende kan houden.
  • Winstdeling: vanuit de jaarlijkse opbrengst wordt eerst een kleine reserve opgebouwd van 2 % van de investering (zo’n € 1.200). De rest van de opbrengst zou gedurende de jaren aan de leden uitgekeerd kunnen worden. Verdeeld over de looptijd gaat het hier dan om zo’n € 900 per jaar.

Leden:

  • Inleg per paneel: € 64.400 / 250 panelen = € 258
  • Jaarlijkse belastingkorting: € 30
  • Resultaat: de leden hebben een terugverdientijd van 8,6 jaar (258/30)

Variatie 2: externe financiering

De investering kan ook voor een belangrijk deel worden gefinancierd door een externe partij. Hiermee wordt de inleg per paneel verlaagd waardoor het wellicht makkelijker wordt om leden te werven.

Financiering:

  • Stel we gaan uit van 50% externe financiering, met een looptijd van 15 jaar en een rente van 3%. De jaarlijkse aflossing + rente (annuïtair) komt dan op € 2.698. Dit moet de coöperatie dus ieder jaar aanvullend betalen.

Coöperatie:

  • Investering in het systeem: € 32.200 excl. btw (btw wordt voorgefinancierd)
  • Jaarlijkse kosten: € 1.853 excl. btw + € 2.698 financieringslasten = € 4.551
  • Jaarlijkse inkomsten: € 2.835 excl. btw
  • Jaarlijkse afschrijving: € 64.400 * 90% / 15 jaar: € 3.864
  • Resultaat: jaarlijks is er een tekort van € 1.716. Dit moet door de leden worden aangevuld door een jaarlijkse bijdrage van minimaal € 7 per paneel.
  • Winstdeling: De coöperatie wordt in deze case net draaiende gehouden. Het is niet waarschijnlijk dat er nu winst over blijft, dus hier rekenen we nu even niet mee.

Leden:

  • Inleg per paneel: € 32.200 euro / 250 panelen = € 129 
  • Jaarlijkse belastingkorting: € 30
  • Jaarlijkse ledenbijdrage: € 7
  • Resultaat: de leden hebben een terugverdientijd van 5,6 jaar (129/23)

Beslisboom Zon: Aan de slag met je businesscase

Gebruik de beslisboom Zon om te bekijken welke regeling voor jouw project het meest voor de hand liggend is. De beslisboom Zon geeft je inzicht in de mogelijkheden en helpt je bij het doorrekenen van kansrijke opties. Zo kun je gericht aan de slag om je businesscase vorm te geven! En bereken welk rendement dat ongeveer oplevert.