Lokale duurzame energieprojecten vragen natuurlijk om investeringen. Is er niet voldoende eigen vermogen, dan wenden initiatiefnemers zich doorgaans tot financiers, zoals banken. Om te kunnen financieren hebben banken bepaalde zekerheden nodig. De bank maakt dus altijd een risico-inschatting. Maar waar beoordeelt een bank je financieringsaanvraag op?

De brochure ‘Samen werken aan een duurzaam energieproject’ van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zet het voor je op een rij. We lichten hieronder de belangrijkste punten uit. 

Projectfinanciering

Bij lokale duurzame energieprojecten verstrekken banken doorgaans projectfinanciering. Daarbij letten banken onder andere op de volgende zaken: de opzet van een project, de sterkte van het management, de leden van de coöperatie of vereniging, de sterkte van leveranciers, de mogelijkheden voor het vestigen van zekerheden (onderpand, waarborg), de huidige markt, het overheidsbeleid enzovoort.

Om zoveel mogelijk risico’s uit te sluiten – voor zowel de initiatiefnemer als de bank – eist de bank:

  • het gebruik van bewezen technieken;
  • heldere, eenduidige contracten;
  • stabiele kasstroom, ook bij veranderende marktomstandigheden;
  • zekerheden met betrekking tot een stabiele kasstroom.

Kasstroom: basis voor de beoordeling

Projectfinanciering betekent: de hoogte van de lening wordt gebaseerd op basis van de toekomstige kasstromen die het project verwacht te genereren. De kasstroom (‘cash flow’) is het verschil tussen ontvangsten en uitgaven gedurende een bepaalde periode. Voor banken is de kasstroom dus de basis van de beoordeling van de kredietwaardigheid. De kasstroom moet in de ogen van de bank volkomen transparant, voorspelbaar en positief zijn. De waarde van de installaties – als onderpand – zelf is daarbij minder relevant.

Zeven punten waar de bank naast de kasstroom op let

1. Minimale omvang

De markt ontwikkelt zich enorm snel en er zijn veel spelers, maar er is nog weinig uniformiteit. Dit biedt kansen om je project te onderscheiden, maar betekent ook dat er nog geen standaard financieringsoplossingen voor handen zijn. Voor kleinere initiatieven is een financieringsaanvraag een kostbare aangelegenheid.

2. Deel eigen vermogen

Voor de financiering van duurzame energieprojecten is – naast de lening van de bank – altijd een deel eigen vermogen nodig. Vaak 10-25% van de totale investering. De bank bepaalt hoeveel dat zou moeten zijn ten opzichte van de lening. De bank berekent vervolgens het project langs een aantal financiële ratio’s. Dit gebeurt om het projectrisico en het financieel risico te kunnen beoordelen. Je krijgt dan een voorstel van de bank voor de hoogte van de lening. Nieuwe coöperaties hebben dit eigen vermogen meestal niet, maar maken vaak gebruik van crowdfunding. Banken geven geen standaardverhoudingen vreemd en eigen vermogen voor financieringsaanvragen, want die zijn project specifiek.

3. Beoordeling van materialen en technieken

De bank beoordeelt de materialen en technieken en accepteert alleen die materialen en technieken die door de bank getoetst zijn op (eigen) technische criteria en vaak ook duurzaamheidscriteria. Garanties zijn belangrijk.

4. Beoordeling van projectpartijen

Een project heeft te maken met een groot aantal partijen. Onder meer met de projecteigenaar, overige financiers, de grond- of dakeigenaar, de leverancier van (bijvoorbeeld) het PV-systeem, de bouwer/installateur, de ontwerper, de onderhoudspartij en de afnemers van de stroom. Hoe meer partijen betrokken zijn bij een project, des te complexer de beoordeling door de bank. Gebruik maken van een bekende partij met een goed track record, die een aantal van de rollen bundelt, maakt de kans op acceptatie door een bank groter.

5. Beoordeling van alle contracten met projectpartijen

Projectfinanciering baseert zich op kasstromen die weer zijn gebaseerd op contracten met projectpartijen. Daarom doet de bank een check op de contracten met alle contractpartijen. Stellen deze contracten de kasstromen voldoende zeker? En sluiten de contracten voldoende op elkaar aan? Het gaat dan met name om:

  • de oprichtingsakte van de projectentiteit
  • het energieprestatiecontract
  • de overeenkomst met de grond/dak eigenaar en het recht van opstal hierop
  • levering-, bouw- en onderhoudscontracten, beheer en monitoringcontract
  • het stroomafnamecontract: de PPA (Power Purchase Agreement)
  • leasecontract
  • indien van toepassing de SDE-subsidiebeschikking
  • verzekeringen

6. Beoordeling van de projecteigenaar

De belangrijkste partij is de projecteigenaar. De bank beoordeelt of het energieproject van voldoende (financieel) belang is voor de projecteigenaar. Bij coöperaties beoordeelt de bank de robuustheid van het management. Dat moet voldoende capabel zijn in commercieel, technisch, organisatorisch, administratief en financieel opzicht. Het moet bovendien aantoonbaar over voldoende tijd, expertise en draagvlak creërend vermogen beschikken. Bestaat het management uit vrijwilligers? Dan wil de bank dat zij gebruik maken van professionele adviserende en uitvoerende partijen.

7. Risico verkleinen

Heeft de projecteigenaar minder ervaring of een beperkt track record? Dan valt de beoordeling van de andere projectpartijen zwaarder uit. Die moeten financieel sterk zijn en beschikken over voldoende expertise. Gaat het om kleinere partijen of particulieren? Dan moet het risico op non-betaling of faillissement voldoende zijn afgedekt. Dat kan via garanties van derden of door inbreng van extra kapitaal. Gaat het om een coöperatie zonder track record? Dan kan de bank eisen dat de coöperatie zich aansluit bij een groter initiatief of organisatie. Bij partijen zonder track record kan soms pas worden gefinancierd na oplevering en controle (‘post completion’). De bouwfinanciering moet dan zelf worden geregeld en voorgefinancierd.

Zes aanbevelingen voor de inrichting van je project

Ook de specifieke inrichting van je project, hoe pak je het aan, is van belang in de beoordeling door een bank van de financieringsmogelijkheden. Daarbij gaat het om:

1. Specialistische kennis

Het aanvragen van projectfinanciering vraagt om specialistische kennis. Er zijn steeds meer ervaren projectadviseurs op het gebied van duurzame energie, die zowel de taal van de financier als van de coöperatie spreken en begrijpen. Deze vertaalslag verdient zich dubbel en dwars terug in goede financieringsvoorwaarden en een soepel proces met de bank.

2. Bundeling van projecten

Het kan interessant en passend zijn om meerdere projecten te bundelen, zodat een particulier gespreid in meerdere projecten kan investeren. Ook maakt een bundeling van projecten meer kans om over de bankdrempel heen te komen.

3. EPC-contract

Let goed op de inhoud van opstalcontracten, maar ook op het EPC-contract (engineering, procurement, and construction management). Dat is een contract dat ontwerp, levering, bouw en onderhoud combineert. Door te werken met een geheel ontzorgd EPC-contract zijn de risico’s op het tegenvallen van de kasstroom minder.

4. Ervaren projectadviseur

Cruciaal voor het welslagen van het project zijn: de kwaliteit en betrouwbaarheid van de leverancier, het goed organiseren van de bouw (bouwtoezicht), monitoring en onderhoud. Dit alles goed opzetten kan veel geld opleveren tijdens de gehele looptijd van het project. Neem bij voorkeur hiervoor een ervaren adviseur in de arm, die vaker dergelijke trajecten succesvol heeft afgerond.

5. Administratie

Maak gebruik van professionele begeleiding van je coöperatie bij onder andere het opzetten van de administratie. Bij levering van duurzame energie aan particulieren/leden van de coöperatie is het aan te raden om de hele administratie uit te besteden aan een ervaren partij. Die kan dit door zijn schaalgrootte veel efficiënter doen. Dat behoedt de coöperatie voor misstappen die later veel geld kosten.

6. Ontwikkelingskosten

Coöperaties beschikken vaak niet over de middelen om de ontwikkelingskosten te dekken: geld dat nodig is om studies te laten uitvoeren, rapportages op te stellen, leges te betalen enzovoort. Ga na of de gemeente of provincie een rol kan spelen middels subsidies, garanties en energievouchers. Ervaren coöperaties met voldoende eigen middelen kunnen beginnende kleine initiatieven hierin helpen.

Bron: de brochure ‘Samen werken aan een duurzaam energieproject. Wat moet u weten als u naar de bank stapt voor financiering?’, een coproductie van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).