Een zonnesysteem bestaat in de basis uit zonnepanelen, een omvormer en een aansluiting op het net. Bevestigingsmaterialen en bekabeling zijn nodig voor de installatie. Met een monitoringssysteem kun je de werking en opbrengst monitoren. 

De zonnepanelen

De oriëntatie van de panelen bepaalt hoeveel elektriciteit ze opwekken. Op het zuiden is de opbrengst per paneel het hoogst. Je kunt er ook voor kiezen om zonnepanelen oost-west te plaatsen. Dan passen er meer panelen op dezelfde oppervlakte. Bij het plaatsen moet je rekening houden met schaduw. Check voor het plaatsen van zonnepanelen op een plat dak ook de volgende 5 punten.

Standaard zonnepanelen zijn blauw met een onbespoten aluminium frame. Daarnaast kun je kiezen voor black panelen met een zwart gespoten frame en all-black panelen. Bij all-black panelen is ook het achtervlak zwart  geen witte ruitjes meer ziet. Donkere panelen worden wel warmer. Hoe warmer de panelen, hoe minder de opbrengst bij dezelfde hoeveelheid zonneschijn. De consumentenbond en Milieucentraal geven meer informatie over type panelen. 

De omvormer

Zonnepanelen produceren gelijkstroom. Om deze elektriciteit op het net te kunnen zetten, moet deze omgevormd worden naar wisselstroom. Dit is wat een omvormer doet. Je kunt kiezen voor één centrale omvormer. Zonnepanelen zijn in serie geschakeld. Nadeel daarvan is dat wanneer 1 zonnepaneel minder opbrengt, de andere zonnepanelen ook minder opbrengen. Het is ook mogelijk om alle zonnepanelen of groepen van zonnepanelen aan te sluiten op (micro-) omvormers. Stel dat dan op één zonnepaneel of een groep schaduw valt, dan heeft dit geen effect op de opbrengst van de andere panelen of groepen. 

Een omvormer heeft een beperkte capaciteit. Let bij de aanschaf erop dat deze past bij de opbrengst van de zonnepanelen installatie. In de praktijk wordt vaak gekozen voor een kleinere omvormer dan het piekvermogen van de panelen. 

Een omvormer schakelt automatisch uit wanneer deze buiten de parameters van het elektriciteitsnet komt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er in de buurt ook op veel andere plekken zonne-energie wordt opgewekt. De limietwaarden waarbij de omvormer zich van het net moet afschakelen, zijn wettelijk bepaald en zijn voor ieder land anders. Voor Nederland is dit de NEN EN 50438 norm voor kleine installaties en de Netcode Elektriciteit voor de grote installaties.

Bevestiging en bekabeling

De zonnepanelen moeten bevestigd worden aan het dak of op de grond. Dit kan met verschillende systemen. Met hoeveel ballast gewerkt kan worden, hangt af van de draagkracht van het dak.

Bekabeling voor en na de omvormer bestaat uit:

  • Bekabeling DC (gelijkstroom)
    • Speciale Solar bekabeling;
    • Wel beschermd aanleggen;
    • 4 of 6 mm2. Dikkere kabels zorgen voor minder verlies.
  • AC- werk (wisselstroom)
    • Conform NEN 1010;
    • Denk aan meerkosten.

Monitoring

De meeste omvormers kun je uitlezen. Omvormers hebben verschillende mogelijkheden om de opbrengst te bekijken op een laptop of tablet. Dit kan bijvoorbeeld door een omvormer aan te sluiten op het internet. Voor SDE+ subsidie is een bruto productiemeter een vereiste. Ook deze zijn aan te sluiten op een online monitoringssysteem.

Aansluiting

Een zonnesysteem wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Voor een project is vaak een nieuwe of grotere aansluiting nodig. Een vuistregel is dat voor projecten van meer dan 270 zonnepanelen een grootverbruikersaansluiting (meer dan 3x80A) nodig is. In de praktijk kan dit variëren. Neem hiervoor altijd contact op met de betreffende netbeheerder. Bij een nieuwe grootverbruikersaansluiting komen extra kosten kijken.

Lees ook de FAQ's over aansluiten.