Aardwarmte heeft veel potentie om op kosteneffectieve wijze bij te dragen aan de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Dat is de belangrijkste conclusie van de WARM studie voor de gebouwde omgeving. In de studie is ook het potentieel voor de glastuinbouw en industriesectoren met een warmtevraag van beneden de 100 graden in kaart gebracht.

Aardwarmte: soms het goedkoopste alternatief

De studie schat het potentieel van aardwarmte voor de verwarming van woningen in Nederland op 88 PJ, ongeveer een kwart van de totale warmtevraag in 2030. Voor 38 PJ geldt dat aardwarmte het goedkoopste alternatief voor aardgas is. De overige 50 PJ kan ook (gedeeltelijk) door aardwarmte ingevuld worden, al zijn restwarmte of een lage temperatuur warmtebron voor deze buurten het goedkopere alternatief.

WARM als handvat voor opstellen Transitievisie Warmte en RES

Naast de landelijke inventarisatie is in aparte detailstudies ook het potentieel per RES regio in kaart gebracht en een stappenplan opgesteld. WARM biedt daarmee een handvat voor gemeenten en RES-regio’s bij het ontwikkelen van aardwarmte in hun regio en het opnemen van aardwarmte in hun Transitievisie Warmte en/of Regionale Energiestrategie.

De potentie in perspectief

Er is dus zeker op termijn veel mogelijk. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat de ontwikkeling van geothermie voor de gebouwde omgeving nog in de kinderschoenen staat. De Warmtemonitor 2019 geeft aan dat het gebruik van geothermie in dat jaar minder dan 0,1 PJ was. Alleen in Den Haag en Leeuwarden is benutting van geothermie in het warmtenet op korte termijn realistisch. Uit de ervaringen in deze steden kan ook de les worden getrokken dat geothermie projecten een erg lange doorlooptijd hebben. In Leeuwarden is bijvoorbeeld in 2013 gestart en pas dit jaar is het besluit gevallen het geothermie project uit te voeren. Realisatie start in 2021.

Ook moet worden bedacht dat er voor de piekwarmtevraag altijd een extra voorziening, van ca 25% van de totaal te leveren warmte nodig is naast aardwarmte. Daarvoor komt eigenlijk alleen biomassa of bio/groen gas als niet-fossiele bron in aanmerking.

Lees het volledige rapport

Download

of bezoek de website van EBN