Zonnepanelen hebben een grote visuele impact op monumenten en beschermd stads- of dorpsgezichten. Voor bewoners en eigenaren met duurzaamheidsambities is het een extra uitdaging om recht te doen aan de cultuurhistorische waarde van hun pand én zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken. Liggen hier kansen voor energiecoöperaties?

Frank Buchner, projectleider binnen het programma Erfgoed en Duurzaamheid bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), denkt van wel: “Het bestaan van ons programma geeft al aan dat de duurzaamheidsopgave in Nederland ook betrekking heeft op erfgoed. Echter bestaat er nogal eens het beeld dat je bij monumenten geen spijker in de muur mag slaan. Laat staan zonnepanelen op je dak leggen. Die misopvatting willen we de wereld uit helpen.”

Momenteel stappen erfgoedeigenaren of –bewoners met een wens voor zonnepanelen naar de gemeente, die vervolgens aangeeft dat de plaatsing wel of niet kan. Buchner: “Waar we naartoe willen is het besef bij burgers en gemeenten dat er ook alternatieve opwekmogelijkheden zijn. Ja, je kan misschien net een paar zonnepanelen op je historische dak leggen. Maar met collectieve opwekking via een energiecoöperatie kun je voor hetzelfde geld meer panelen financieren. Op een veel gunstigere plek én tegen een hoger rendement.” 

    "Met collectieve opwekking via een energiecoöperatie kun je voor hetzelfde geld meer panelen financieren. Op een veel gunstigere plek én tegen een hoger rendement.” 

    Zoeken naar kansen

    Buchner richt zich binnen het Erfgoed en Duurzaamheid programma onder meer op de vraag: hoe behoud je de cultuurhistorische waarde van een pand én draag je bij aan de duurzaamheidsopgave? “Van de totale bebouwing in Nederland beslaat het deel monumenten en erfgoed zo’n 1 á 2 procent. Je kunt je dus afvragen hoeveel cultuurhistorische waarde je wilt riskeren ten behoeve van de energieopwekking, omdat de bijdrage aan de landelijke energieopgave beperkt is. Daartegenover mag erfgoed geen beperkende factor zijn in het behalen van duurzame doelstellingen, ook als deze persoonlijk zijn”, zegt Buchner.

    In opdracht van de RCE schreef HIER opgewekt een adviesrapport over hoe erfgoed een gepaste bijdrage kan leveren aan de opwekking van zonne-energie. “We willen achterhalen hoe we de bereidheid van bewoners in historische binnensteden om te investeren in duurzame energie, kunnen benutten. Want we horen veel erfgoedbewoners zeggen ‘ik wil wel zonnepanelen, maar volgens mij mag dit niet.’ Dat is natuurlijk een gemiste kans”, aldus Buchner.

    Sterk staan met collectieve opwek

    Volgens Buchner en het adviesrapport zou er bij erfgoed vooral ingezet moeten worden op energiebesparing en liggen er daarnaast kansen in de collectieve opwek van zonne-energie. “Het dakoppervlakte van historische panden is klein, de ligging ten opzichte van de zon is vaak suboptimaal en de daken zijn steil. Maar ga je weg bij je eigen dak, dan kom je al gauw op een ander dak terecht. Ter stimulering daarvan biedt de overheid een tweetal subsidieregelingen: de Regeling Verlaagd Tarief, ook wel ‘Postcoderoosregeling’ genoemd, of de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+). Vaak kijkt men dan eerst naar een postcoderoostraject”, zegt Buchner.

    Als voorbeeld noemt hij Haarzuilens, een dorp met een beschermd dorpsgezicht en veel bomen. Veel daken zijn er technisch niet geschikt voor zonne-energie. De zonnepanelen moeten daarom geplaatst worden op gebouwen buiten de dorpskern. Via een postcoderoostraject realiseerden de bewoners, verenigd in energiecoöperatie Haarse Zon, drie zonnedaken met in totaal 768 zonnepanelen. “Daar zitten dus bewoners die het er niet bij laten zitten. Dat is mooi om te zien”, aldus Buchner.

      "Hoe cool is het om een project te draaien met een energiecoöperatie die zich primair focust op erfgoed?"

      Regelgeving: stad versus dorp

      Het voordeel van een postcoderoosproject in landelijk gebied is de grootte van postcodegebieden. Dichtbevolkte gebieden hebben echter relatief kleine postcodegebieden. Hierdoor loop je al snel tegen de beperkingen van de regelgeving aan. Buchner: “Postcodes in een historische binnenstad grenzen vaak niet aan het postcodegebied van een industrieterrein, waar juist weer veel geschikte platte daken zijn. De Postcoderoosregeling is voor met name steden daarom niet altijd geschikt.”

      De professionaliseringsslag die momenteel gaande is bij energiecoöperaties biedt echter kansen volgens Buchner: “Coöperaties richten zich steeds vaker op een hele gemeente, in plaats van één project. Het is interessant te kijken welke historische binnensteden je kan koppelen aan bestaande energiecoöperaties. Of nog een stapje verder. Nederland telt 60.000 rijksmonumenten en een nog groter aantal panden binnen beschermde stads- en dorpsgezichten. Hoe cool is het om een project te draaien met een energiecoöperatie die zich primair focust op erfgoed?"

      Sterk verhaal

      De kracht van energiecoöperaties zit in de bottom-up organisatie. De bal ligt dus ook bij de bewoners. De RCE wil daarom meer voorbeeldprojecten verzamelen. “We willen mooie projecten in de spotlight zetten. Door het uitwerken van goede voorbeeldberekeningen hopen we ook meer financiële duidelijkheid te creëren. Iedereen rept over duurzame doelstellingen, maar uiteindelijk blijft het vaak een zuiver financiële overweging om wel of niet tot actie te komen. Laat je zien dat het financieel aantrekkelijker is te investeren in collectieve zonnepanelen, dan heb je een sterk verhaal”, zegt Buchner.

      Aanbod tot samenwerking

      Voor erfgoedeigenaren of -bewoners met verduurzamingsambities is de gemeente het eerste aanspreekpunt. De RCE nodigt gemeenten van harte uit om samen te werken. Buchner: “We hebben nu een 4-jarig programma. Hiervoor zoeken we samenwerkingspartners. Laten we samen mooie pilotprojecten opzetten en de duurzaamheidsopgave, ook voor erfgoed, naar een volgende fase brengen.”

      Onderwerpen