De huidige postcoderoosregeling, Regeling Verlaagd Tarief, wordt vervangen door een nieuwe postcoderoos subsidieregeling. Vanaf 2021 kunnen energiecoöperaties en VVE’s subsidie aanvragen voor een zonne-energieproject of kleinschalig windenergieproject. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft nu advies uitgebracht over de subsidiehoogte van waterkracht, wind- en zonne-energie in de nieuwe postcoderoos subsidieregeling. Belanghebbenden worden daarbij uitgenodigd om in een open marktconsultatie reactie te geven op het conceptadvies en de kostenberekeningen en subsidiebedragen.

Conceptadvies

Het PBL conceptadvies is uitgewerkt voor drie bronnen van hernieuwbare elektriciteit: waterkracht (referentievermogen 50 kW), windenergie (referentievermogen 1 MW) en zon-PV (referentievermogen 100 kWp). Rekening houdend met de typische schaalgroottes van postcoderoosprojecten.

Zon: 10,6 eurocent subsidie per kilowattuur

Het door PBL berekende basisbedrag voor de subsidie is 10,6 eurocent per kilowattuur. Dit is gebaseerd op een referentieproject, een gebouwgebonden pv-systeem met een vermogen van 100 kilowattpiek aangesloten op een bestaande grootverbruikersaansluiting. Basisbedragen voor wind variëren - afhankelijk van gemiddelde windsnelheid in de regio - tussen 5,7 en 9,4 eurocent.

In de marktconsultatie is aangegeven dat een (lokale) energiecoöperatie relatief hoge operationele kosten kent ten opzichte van grootschalige pv-projecten. Voornamelijk organisatie- en administratiekosten zijn relatief hoog.

Marktconsultatie

Belanghebbenden kunnen hun reactie geven op het conceptadvies en de onderliggende kostenberekeningen. Deze marktconsultatie vindt plaats in juli 2020. Reacties op het advies kunnen uiterlijk vrijdag 10 juli 2020 per e-mail aangeleverd worden via sde@pbl.nl. Op woensdag 15 juli 2020 van 10:30 tot 12:30 uur zal één digitale plenaire bijeenkomst plaatsvinden. Deelnemers worden hiervoor uitgenodigd op basis van de schriftelijk ingediende reacties. Naar aanleiding van de reacties zal het PBL het advies eventueel aanpassen en een definitief advies uitbrengen aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.