Uit de eerste editie van de 'Monitor participatie hernieuwbare energie op land' blijkt dat 24% van de zonneparken tot en met 2020 in lokaal eigendom is gebouwd. De monitor is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In 2020 rekenen de onderzoekers 23,8% van alle zonnestroom toe als eigendom van lokale partijen, te weten van bewonerscollectieven en hun lokale partners (4,4%), publieke partijen (4,2%) en lokale bedrijven en instellingen (15,2%). In 2019 was dit aandeel 21,5%.

Streven 50 procent

In het Klimaatakkoord is specifiek afgesproken dat er wordt gestreefd naar 50% eigendom van de lokale omgeving van de productie van wind- en zonne-energie op land in 2030. De ‘Monitor participatie hernieuwbare energie op land – 2021’ heeft in kaart gebracht in hoeverre er sprake is van lokaal eigendom en financiële participatie bij zonneparken en windparken op land. 

Daarin staan twee vragen centraal:

  1. Krijgt het streven naar 50% lokaal eigendom vorm in de praktijk?
  2. Draagt participatie bij aan meer draagvlak en/of acceptatie van hernieuwbare energieprojecten op land?

Twee soorten lokaal eigendom

In de praktijk komen twee soorten lokaal eigendom voor:

  1. Eigendom van de lokale omgeving waarbij iedereen in de omgeving de kans krijgt om mee te investeren en mede-eigenaar te worden. De brede omgeving is betrokken als mede-eigenaar (vaak als collectief samenwerkingsverband).
  2. Eigendom van een of enkele lokale partijen waarbij de bredere omgeving niet of minder betrokken is als mede-eigenaar.

Het eerste type, eigendom van de lokale omgeving, draagt bij aan het streven van het Klimaatakkoord naar 50% lokaal eigendom. Het tweede doet dat niet. Het onderscheid is dat iedereen uit de lokale omgeving mee moet kunnen doen in het project. Met andere woorden: het gaat erom dat de lokale omgeving de kans krijgt mee te investeren en mede-eigenaar te worden als ze dat willen.

Procesparticipatie en financiële participatie: van afspraken naar praktijk

In het Klimaatakkoord zijn zowel afspraken gemaakt over procesparticipatie als over financiële participatie bij wind- en zonne-energie op land.

Procesparticipatie betekent dat inwoners meedenken en meebeslissen. In het participatieproces komen de wensen en ideeën van inwoners over hoe zij onderdeel willen zijn van een energieproject aan bod. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de ontwikkeling van (energie)beleid, de ruimtelijke inpassing van een (energie)project of afspraken over financiële participatie.

Financiële participatie kent meerdere vormen, zoals een omwonendenregeling, een omgevingsfonds, financiële deelneming en mede-eigenaarschap. In het Klimaatakkoord is specifiek afgesproken dat er wordt gestreefd naar 50% eigendom van de lokale omgeving van de productie van wind- en zonne-energie op land in 2030.

Financiële participatie in kaart gebracht

De ‘Monitor Participatie hernieuwbare energie op land – 2021’ brengt financiële participatie bij zonneparken en windparken op land in kaart (in vergelijking met de nulmeting van 2019). Het betreft alle zon- en windparken met een SDE-beschikking of die gebruik maken van de postcoderoosregeling en die gerealiseerd zijn vóór 1 januari 2021. Voor windenergie is het aantal projecten afgebakend tot projecten gerealiseerd vanaf 2015.

Afspraken over financiële participatie worden vaak vroeg in het ontwikkelproces gemaakt, en veel van de projecten in de monitor zijn gestart in de periode vóór het Klimaatakkoord bekrachtigd werd.

24% van zonneparken in lokaal eigendom in 2020

In 2020 zijn 98 nieuwe zonneparken gerealiseerd – waarvan 5 op water –  met een geïnstalleerd vermogen van 932 megawattpiek (MWP). Eind 2020 zijn in totaal 272 zonneparken gerealiseerd, waarvan 10 op water. De zonneparken hebben samen een totaal geïnstalleerd vermogen van 1.955 MWP en een gemiddelde stroomopbrengst van 1,7 terawattuur (TWh) per jaar.

In 2020 is 23,8% van alle zonnestroom toe te rekenen als eigendom van lokale partijen (2019: 21,5%). Onder te verdelen in:

  • Bewonerscollectieven en hun lokale partners (4,4%)
  • publieke partijen (4,2%)
  • en lokale bedrijven en instellingen (15,2%).

Bij de zonneparken boven 50 MW zijn geen lokale eigenaren betrokken. Het aandeel financiële participatie zonder eigendom (bijvoorbeeld obligaties), is nagenoeg gelijk gebleven. De toepassing van omgevingsfondsen bij zonneparken is bijna 2,5 keer groter t.o.v. 2019.

Ook omwonendenregelingen komen duidelijk meer voor. De onderzoekers verwachten dat de effecten van de afspraken uit het Klimaatakkoord en de gedragscode zon op land (2019) in de komende jaren nog verder zichtbaar zullen worden.

  aantal projecten totale productie
  272

1,7 TWh
(1.955 MWp)

1a. Lokaal eigendom 56% 23,8%
Bewonerscollectieven en lokale partners 15% 4,4%
Publiek (gemeenten, waterschappen) 22% 4,2%
Lokale bedrijven en instellingen 19% 15,2%
1b.Geen lokaal eigendom 39% 75,9%
1c. Eigendom onbekend 4% 0,3%
2. Financiële participatie omgeving zonder eigendom 13% 18,2%
3. Omgevingsfonds 8% 18,7%
4a. Omwonenden-regeling lokale stroom 32% 32,2%
4b.Omwonendenregeling: anders >3% >9%

Tabel 1: Resultaten participatie gerealiseerde zonneprojecten t/m 2020

Aandeel lokaal eigendom wind gedaald

Het aandeel lokaal eigendom in windprojecten is afgenomen. Waar vóór 2020 nog sprake was van 38% lokaal eigendom van de elektriciteitsproductie, is dit aandeel in 2020 gedaald tot 24,3% van de productie. Dit is toe te schrijven aan de realisatie van twee grote windparken. De eigendomsconstructies van deze parken zijn volledig in eigendom van niet-lokale partijen.

  aantal projecten totale productie
  105

6,5 TWh
(2.073 MW)

1a. Lokaal eigendom 55,2% 24,3%
Bewonerscollectieven en lokale partners 27,6% 12,30%
Publiek (gemeenten, waterschappen) 0% 0%
Lokale bedrijven en instellingen 27,6% 12%
1b. Geen lokaal eigendom 30,5% 66,1%
1c. Eigendom onbekend 14,3% 9,5%
2. Financiële participatie omgeving zonder eigendom 10,5% 10,2%
3. Omgevingsfonds 36,2% 88,5%
4a. Omwonenden-regeling lokale stroom - -
4b. Omwonendenregeling: anders 28,6% 71,3%

Tabel 1: Resultaten participatie gerealiseerde windprojecten 2015 -2020

Het lokaal eigendom bij windenergie is onderverdeeld in eigendom van bewonerscollectieven en hun lokale partners, en eigendom van lokale bedrijven en instellingen. Het aandeel financiële participatie zonder lokaal eigendom is gedaald.

De groei van omgevingsfondsen met ca. 10% is ook bij windenergie opvallend. De onderzoekers verklaren dit door de invloed van het Energieakkoord (2013) en de gedragscode voor wind op land uit 2014. Tot slot zien we dat omwonendenregelingen meer worden toegepast.

Ook bij windenergie zijn de komende jaren de effecten van het Klimaatakkoord en van de vernieuwde gedragscode wind op land (2020) pas te verwachten. Vanwege de lange doorlooptijd van windprojecten en de aanvang van veel projecten vóór het Klimaatakkoord.

Hoe gaat het in de praktijk?

Op basis van kwalitatief onderzoek met interviews met partijen in de dagelijkse praktijk, concludeert de Monitor dat omgevingsparticipatie in het algemeen, en het streven naar 50% lokaal eigendom in het bijzonder, inmiddels bij de betrokken partijen op het netvlies staat.

Er wordt door overheden, RES-regio’s, ontwikkelaars en coöperaties hard gewerkt om omgevingsparticipatie en lokaal eigendom zo goed mogelijk toe te passen in projecten en een plek te geven in beleid. Al doende wordt veel geleerd; dit gaat met vallen en opstaan.

De belangrijkste conclusies uit de monitor:

  1. Participatie staat bij alle partijen op het netvlies: bij de overheid, ontwikkelaars en energiecoöperaties heeft omgevingsparticipatie en specifiek het streven naar 50% lokaal eigendom specifiek de aandacht.
     
  2. Nuancering achter het 'streven naar 50% lokaal eigendom' wordt soms uit het ook verloren: dat 50% lokaal eigendom een middel is maar doel wordt soms uit het oog verloren of versimpeld. Het is een instrument om tot meer draagvlak en acceptatie te komen.
     
  3. De praktijk vraagt om maatwerk met meer capaciteit en financiële middelen: lokale situaties, dynamiek en historie vragen om maatwerk vraagt om kennisontwikkeling en -uitwisseling en gebrek aan voldoende capaciteit en financiële middelen zijn een knelpunt. Met name voor gemeenten.
     
  4. Vaak wordt te laat begonnen met participatie: de belangrijkste succesfactor is dat omgevingsparticipatie al van begin af aan moet starten.

Aanbevelingen

Op basis van de conclusies worden de volgende aanbevelingen gedaan:

  • Tweede Kamer: 'Heb geduld en houd de vinger aan de pols'. Gun afspraken de tijd om tot wasdom te komen en houd de vinger aan de pols hoe de ontwikkelingen rondom omgevingsparticipatie en het streven naar 50% lokaal eigendom vorm krijgen.
     
  • Rijksoverheid: 'Blijf vertellen over nut en noodzaak en investeer in kennis en capaciteit.' Investeer in kennis en capaciteit bij lagere overheden en biedt maatwerk in ondersteuning. Participatie draait om relatie, met vertrouwen als het sleutelwoord. Ondersteun lokale partijen (gemeente, ontwikkelaars en coöperaties) door een consistente boodschap over nut en noodzaak van hernieuwbare energie op land.
     
  • Gemeenten, ontwikkelaars, energiecoöperaties: 'Gebruik het geheel spectrum van participatie'. Het streven is geen einddoel, maar een nuttig middel om tot meer draagvlak en acceptatie en eerlijke verdeling van lusten en lasten te komen. Benut het hele spectrum aan participatieve mogelijkheden, zet verschillende instrumenten in in alle fasen. Van beleidsvorming tot projectontwikkeling en van exploitatie tot nazorg. Dat geeft de beste kans op succes.

Meer informatie: