Het opknippen van een zonnepark in meerdere WOZ-objecten om zo meerdere kleine en goedkopere netaansluitingen te krijgen is verboden. Zo heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) geoordeeld. Deze uitspraak is definitief. Het betekent dat de ‘WOZ-beschikking(-en)’ van een gemeente niet als enige beslissend mogen zijn voor het vaststellen van het recht op een aansluiting. Er moet worden gekeken naar de gehele installatie en alle bijkomende omstandigheden. 

Het geschil

De rechtszaak speelde zich af tussen de Coöperatie Nij Altoenae Energie Neutraal (NAEN) en netbeheerder Liander. Coöperatie NAEN heeft op het dak van een loods 312 zonnepanelen geplaatst. 88 zonnepanelen in eigendom van de perceeleigenaar. 224 zonnepanelen in eigendom van de coöperatie (met een opstalrecht gevestigd op het dak van de loods).

Daarnaast wilde de coöperatie op het dak van de loods meer zonnepanelen plaatsen en heeft daarom nog twee opstalrechten geplaatst op het dak. De gemeente heeft de drie afzonderlijke delen op het dak van de loods aangemerkt als drie verschillende WOZ-objecten vanwege de drie opstalrechten in het Kadaster. De coöperatie heeft Liander verzocht om alle drie de WOZ-objecten van een netaansluiting van 3 x 80 ampère te voorzien. Liander heeft dit bij herhaling geweigerd. De netbeheerder bood NAEN één grootverbruikersaansluiting voor de drie WOZ-objecten tezamen. 

De uitspraak

Het college van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft nu geoordeeld dat er geen sprake was van een afzonderlijk WOZ-object en heeft daarmee Liander in het gelijk gesteld. De uitspraak van het CBb betekent in dit geval dat er – ondanks dat er voor de zonnepanelen drie WOZ-beschikkingen waren afgegeven – toch sprake is van één WOZ-object. Volgens de Elektriciteitswet kan Liander dan volstaan met één grootverbruikersaansluiting in plaats van drie kleinverbruikersaansluitingen. Voor de coöperatie zijn drie kleine aansluitingen goedkoper dan één grote. 

Het op papier opknippen van één productie-installatie in meerdere kleine is volgens Liander onjuist. Een groot zonnepark wordt normaal gesproken op een hogere netvlak aangesloten, omdat daar meer transportcapaciteit is.

Het opknippen van een groot zonnepark in meerdere kleine parken om voor elk daarvan een kleine aansluitingen op een lager netvlak aan te vragen, maakt in veel gevallen dat dit lagere net verzwaard moet worden. Dit is duurder dan een aansluiting op een hoger netvlak, die meestal zonder verzwaring gerealiseerd kan worden. Die meerkosten moeten door de afnemers op het net gedragen worden. Bovendien kan deze praktijk volgens Liander in potentie leiden “tot een serieuze ontwrichting van het net”. Het college van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb)  heeft Liander daarin gelijk gesteld. 

Bestaat er een verplichting een aansluiting te realiseren? Netbeheerders hoeven niet in alle gevallen zonder meer de objectafbakening in de door een gemeente afgegeven WOZ-beschikking te volgen. Netbeheerder dient echter wel in dat geval uit te leggen waarom wordt afgeweken van deze gebruikelijke gang van zaken. Daarbij mag de netbeheerder beoordelen op wiens naam de opstalrechten staan en of de onroerende zaken een samenstel vormen of niet.

Bron: Solar Magazine