De provincie Noord-Brabant heeft de interim omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee maakt de provincie de weg vrij voor de komst van zonneparken in het Brabantse buitengebied. Bij de afweging van locaties vraagt het provinciebestuur specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen, stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots en gunstig gelegen vrijkomende locaties in het buitengebied. Vanuit het nu door de provincie voorgestelde kader worden er op voorhand geen beperkingen gesteld aan de locatie waar zonneparken ontwikkeld kunnen worden of aan de omvang daarvan.

Zonneparken in landelijk gebied
In de interim-omgevingsverordening heeft de provincie een volledig artikel gewijd aan het toestaan van zonneparken in landelijk gebied. In het eerste lid van dit artikel is vastgelegd dat zonneparken in landelijk gebied zijn toegestaan als:

  • uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied op bestaande bouwpercelen – en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie – onvoldoende is;
  • de vestiging van een zonnepark past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit;
  • de ontwikkeling van het zonnepark qua omvang inpasbaar is in de omgeving;
  • de ontwikkeling van het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft;
  • de ontwikkeling van het zonnepark op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame-energie-initiatieven in de omgeving.

In het tweede lid van het artikel over zonneparken wordt de maatschappelijke meerwaarde van zonneparken onderbouwd vanuit de mate van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

Na 25 jaar verwijderen
Ten slotte mag de omgevingsvergunning voor een zonnepark voor maximaal 25 jaar verstrekt worden. Na het verstrijken van die termijn van 25 jaar wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand van de gronden hersteld en wordt het zonnepark verwijderd.

Bij de afweging van locaties vraagt het provinciebestuur specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen, stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots en gunstig gelegen, vrijkomende locaties in het buitengebied. Vanuit het nu door de provincie voorgestelde kader worden er op voorhand geen beperkingen gesteld aan de locatie waar zonneparken ontwikkeld kunnen worden of aan de omvang daarvan.

Bron: Solar Magazine