De Gedeputeerde Staten van Limburg hebben een tijdelijke zonneladder vastgesteld. Hierbij worden zonnepanelen in Natura 2000- en waterwingebieden uitgesloten en wil men zonnepanelen op landbouwgronden vermijden.

In het collegeprogramma ‘Vernieuwend Verbinden’ hebben de Gedeputeerde Staten afgesproken om een duurzaamheidsladder te ontwikkelen voor een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij de opwekking van duurzame energie.

Interim-beleid
Als eerste bouwsteen voor deze duurzaamheidsladder is een voorstel uitgewerkt voor een Limburgse ‘zonneladder’. Gedeputeerde Staten hebben nu besloten om de voorgestelde zonneladder te gaan hanteren als interim-beleid en als basis voor nadere uitwerking en onderzoek, samen met betrokken partijen in de regio’s.

De Limburgse ‘zonneladder’ fungeert namelijk weer als bouwsteen voor de duurzaamheidsladder, die een plek moet krijgen in de Omgevingsvisie Limburg (en tevens in de Omgevingsverordening), doorwerking in de Provinciale Energie Strategie (PES) en ook zijn uitwerking kan krijgen in de regionale energiestrategieën (RESen).

5 treden
De zonneladder uit de notitie ‘Ruimte voor de zon’ kent 5 treden. Het provinciebestuur stimuleert daarbij de ontwikkeling van zonne-energie in trede 1 tot en met 3.

  1. Toepassing van zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen: omdat hier al sprake is van bebouwing zal het introduceren van zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Bijzondere aandacht dient wel uit te gaan naar gebouwen en gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Verder verdient het aanbeveling om, naast kleinschalige toepassing van zonnepanelen op particuliere woningen, vooral ook in te zetten op de installatie van zonnepanelen op grotere dakoppervlakken.
     
  2. Gebruik van (onbenutte) terreinen in bebouwd gebied: hierbij kan het gaan om restruimten in het stedelijk gebied, in kernen of op bedrijventerreinen. Maar ook om dubbel grondgebruik, bijvoorbeeld van parkeerterreinen of sportvoorzieningen. Gemeenten, marktpartijen en andere organisaties dienen te worden uitgedaagd om met innovatieve ideeën en projecten te komen om de hier nog volop beschikbare ruimte meer te gaan inzetten en benutten.
     
  3. Gronden in buitengebied met een andere primaire functie dan landbouw of natuur: daar waar ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn, gaat ook hier de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties op gronden die een andere primaire functie hebben dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, voormalige stortplaatsen, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen.
     
  4. Gronden in gebruik voor landbouw: landbouwgronden kunnen alleen worden benut voor de opwek van zonne-energie onder strikte voorwaarden (nee, tenzij): een zorgvuldige ruimtelijke afweging ten aanzien van de locatie, regie van de overheid, combineren van meerdere doelen, landschappelijke inpassing, maximaal maatschappelijk draagvlak en participatie. Naast eventueel enkele kleinschalige pilots –  om ervaringen op te doen met ontwikkeling en aanbesteden zonnevelden, participatieprocessen, gevolgen bodemkwaliteit et cetera – is er een duidelijke voorkeur voor de ontwikkeling van enkele (grootschalige) energielandschappen in Limburg, op zorgvuldig gekozen locaties.
     
  5. Uitsluitingsgebieden: voor een aantal gebieden, zoals waterwingebieden en Natura2000-gebieden, ligt het voor de hand om gelet op de aanwezige waarden en/of belangen het realiseren van grondgebonden zonneparken uit te sluiten. Dit zou verder ook van toepassing kunnen zijn voor gebieden met uitzonderlijke landschappelijke waarden.

Bron: Solar Magazine