Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat heeft op 25 april 2019 de Tweede Kamer geïnformeerd dat het kabinet de huidige salderingsregeling tot 1 januari 2023 ongewijzigd wil voortzetten. Hieronder praten we je bij over de status van de salderingsregeling. 

Salderen tot 2023, daarna geleidelijk afbouwen

De minister geeft aan dat door de verwachte kostprijsdalingen van zonnepanelen, investeren in zonnepanelen richting 2030 ook zonder subsidie financieel aantrekkelijk is. De afbouw van de salderingsregeling geldt uitsluitend voor elektriciteit die aan het elektriciteitsnet wordt teruggeleverd. Niet voor het directe eigen verbruik achter de meter.

De stapsgewijze afbouw van de salderingsregeling zorgt ervoor dat zonnepaneeleigenaren de opgewekte stroom die ze terug leveren, vanaf 2023 niet meer voor 100 procent mogen verrekenen met de aangekochte elektriciteit.

Vanaf 2023 wordt de vergoeding voor de terug geleverde zonnestroom opgesplitst. Enerzijds met een vergoeding voor de elektriciteit die betaald wordt door het energiebedrijf. Anderzijds met een vergoeding van de overheid voor de energiebelasting. De overheid betaalt vanaf 2023 een steeds kleiner deel van de energiebelasting terug aan zonnepaneeleigenaren. 

Afbouwpad

Minister Wiebes heeft in een brief aan de Tweede Kamer (30-03-2020) het definitieve afbouwpad van de salderingsregeling bekendgemaakt. Eigenaren van zonnepanelen mogen vanaf 2023 ieder jaar 9 procent minder salderen en in 2031 niet meer salderen. In de periode 2023-2030 bedraagt de jaarlijkse afbouw dus 9 procent, waarna deze van het kalenderjaar 2030 naar 2031 de laatste stap van 28 naar 0 procent maakt om te zorgen dat het salderingspercentage vanaf 2031 daadwerkelijk 0 is.

Met de nieuwe regeling betalen burgers en bedrijven straks geen elektriciteitsprijs, energiebelasting en opslag duurzame energie meer over zelf opgewekte elektriciteit die ze zelf direct verbruiken of opslaan achter de meter. Hierdoor loont het om de zelf opgewekte elektriciteit direct te verbruiken. 

Terugleververgoeding van 80% van leveringstarief

Minister Wiebes gaat in de wet vastleggen dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 een vergoeding van 80 procent van hun leveringstarief krijgen voor (een dus steeds groter deel van de) met hun zonnepanelen opgewekte stroom.

"Het is mijn voornemen om het wettelijk minimum vast te stellen op 80 procent van het leveringstarief dat de kleinverbruiker heeft afgesproken met zijn/haar energieleverancier, exclusief belastingen", aldus Wiebes.

Geschikte meter

Noodzakelijk voor afbouw van de salderingsregeling, is dat burgers en bedrijven beschikken over een elektriciteitsmeter die levering en terug levering afzonderlijk meet. Vanaf 1 januari 2023 is een meter met dubbel telwerk (een slimme meter of een alternatief daarvoor) verplicht, zegt de minister.

Consumenten: terugverdientijd 7 tot 9 jaar

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft TNO gevraagd het effect van de afbouw van de salderingsregeling te onderzoeken. TNO heeft berekeningen uitgevoerd voor verschillende cases van particulieren en van eigenaren van utiliteitsgebouwen om het effect van de afbouw op de terugverdientijd van investeringen in zonnepanelen in kaart te brengen. 

Het effect van de afbouw van de salderingsregeling hangt af van het jaar waarin de investering in zonnepanelen wordt gedaan. "Investeringen in zonnepanelen die huishoudens in 2019 hebben gedaan, verdienen zich in 7 jaar terug en net onder de 7 jaar voor investeringen in de jaren tot 2022", concluderen de onderzoekers van TNO. "Voor investeringen in latere jaren is het effect van het afbouwen van salderen te zien: de terugverdientijd loopt op tot bijna 9 jaar in 2030." 

Utiliteitsgebouwen

Voor utiliteitsgebouwen is de terugverdientijd afhankelijk van het eigen verbruik. De afbouw van de salderingsregeling heeft weinig invloed op gebouwen met een hoog aandeel direct eigen gebruik van de elektriciteit uit zonnepanelen (70 tot 90 procent), zoals kantoren en zorginstellingen.

Voor gebouwen met een lager aandeel direct eigen gebruik – vergelijkbaar met dat van woningen (25 tot 30 procent) – zoals scholen, sportaccommodaties en buurthuizen, stijgt de terugverdientijd in zonnepanelen naar 8 à 9 jaar in de periode tot en met 2023, en 9 à 10 jaar in de periode tot en met 2030.

Vervolg en tijdspad

Het door minister Wiebes gemaakte wetsvoorstel voor de salderingsregeling wordt nu voorgelegd aan de Raad van State. Nadat zij hun advies hebben uitgebracht, wordt het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gestuurd ter behandeling. Minister Wiebes verwacht dat dit nog voor het zomerreces van 2020 zal gebeuren.