Energiecoöperaties Zeeuwind en Deltawind mogen een drijvend zonnepark bouwen bij de Krammersluizen in Zeeland. De locatie, op areaal van Rijkswaterstaat, is door het Rijksvastgoedbedrijf. Het is het eerste project in het pilotprogramma Hernieuwbare energie op rijksgrond dat naar de markt gaat. De lokale energiecoöperaties kunnen nu aan de slag met het ontwikkelen, bouwen en exploiteren van de drijvende pv-installatie. 

20 tot 40 hectare

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft het gebruiksrecht aan de 2 energiecoöperaties gegund voor een periode van 20 jaar. Van de bekkens die in totaal rond de 80 hectare beslaan, mogen de 2 organisaties 20 tot 40 hectare voor het drijvende zonnepark gebruiken. Hoeveel het precies wordt, zal afhangen van de uitkomsten van een onderzoek naar de impact van het zonnepark op de veiligheid van het scheepvaartverkeer en de plaatselijke flora en fauna. Het park zal naar verwachting begin 2023 operationeel zijn. Dan zal in het bekken, midden op het sluizencomplex, het zonnepark van naar schatting 20 tot 50 megawattpiek aan zonnepanelen herbergen.

De coöperaties kennen de locatie goed. Ze ontwikkelden hier eerder al Windpark Krammer, het grootste burgerwindpark van Nederland. Ze kunnen daardoor gebruikmaken van de al aanwezige infrastructuur. Beide coöperaties hebben veel ervaring met het organiseren van draagvlak, schrijven Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in een persbericht. Acceptatie van de plannen door bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties geldt als “essentiële” voorwaarde voor eventuele vervolgstappen.

Drievoudig gebruik

Bij het Krammersluizencomplex wordt de ruimte straks drievoudig gebruikt: het primaire gebruik van het water – voor de werking van de sluis op het hoog- en laagbekken, een windpark en straks een zonnepark. Het Krammersluizencomplex van de Philipsdam op Schouwen-Duiveland is onderdeel van de Deltawerken en scheidt het zoete Volkerak-Zoommeer en de zoute Oosterschelde. De 4 Krammersluizen in de dam zorgen ervoor dat schepen kunnen blijven passeren.​

Projectmanager Alwin Winkel van het Rijksvastgoedbedrijf over het project: ‘Wij zijn verantwoordelijk voor de openbare procedure naar de markt. We hebben nooit eerder iets gegund op water, dus dat is best bijzonder. Ook de locatie is speciaal. Aan welke voorwaarden moet het allemaal voldoen? De sluis moet natuurlijk goed blijven functioneren en de bekkens waar de zonnepanelen op moeten komen, zijn hiervoor essentieel. Maar ook de waterveiligheid en waterkwaliteit moeten gewaarborgd blijven, want de natuur en een gezond onderwatermilieu zijn natuurlijk heel belangrijk. In het pilotprogramma hebben we met elkaar veel geleerd over technische mogelijkheden en haalbaarheid van het project.’

Pilotprogramma Hernieuwbare energie op Rijksgrond

Het drijvende zonnepark is het eerste van 10 projecten dat in de markt gezet wordt via het pilotprogramma ‘Hernieuwbare energie op Rijksareaal’. In dit programma onderzoeken Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de mogelijkheden om maatschappelijke meerwaarde te realiseren door meervoudig gebruik van rijksgrond voor de opwek van duurzame energie. Rijkswaterstaat doet het projectmanagement, het technisch management en het omgevingsmanagement. Het Rijksvastgoedbedrijf neemt de benadering van marktpartijen en de openbare procedure voor zijn rekening en de RVO houdt zich bezig met participatie en brengt kennis in over welke subsidies beschikbaar zijn.

De rijksoverheid kijkt voor haar bijdrage aan de energietransitie naar locaties die “meervoudig gebruikt” kunnen worden. Daarvoor is het pilotprogramma Hernieuwbare energie op rijksgrond opgezet, bedoeld om lessen te leren over “hoe het Rijk zo optimaal mogelijk en met maatschappelijk draagvlak grootschalig rijksgrond kan inzetten voor de opwekking van hernieuwbare energie”.

Het streven is om de tien projecten in dat programma, allen op het areaal van Rijkswaterstaat, in 2023 naar de markt te hebben gebracht. Dat moet een lijst opleveren met leerpunten voor volgende projecten op rijksgronden. Het Krammersluizencomplex is nu als eerste van de tien naar de markt gebracht. Projecten die nog moeten volgen, zijn bijvoorbeeld plannen voor zonnepanelen op baggerdepot de Slufter op de Maasvlakte en zonnepanelen langs de snelweg A37 in Drenthe.

Sten Heijnis van Rijkswaterstaat is manager van het pilotprogramma. Hij legt uit dat veel Regionale Energiestrategieën (RES'en) plannen bevatten voor energie-opwek op rijksgronden, bijvoorbeeld naast snelwegen of op het water. “Een vervolg op deze pilot is dat we kijken of we samen met gemeenten en provincies de locaties op rijksgronden die zij op het oog hebben, tot ontwikkeling kunnen brengen”, zegt hij.

Samenwerking overheden

Een van de zaken die de betrokken partijen in het pilotprogramma Hernieuwbare energie op Rijksgrond hopen te leren is hoe de rolverdeling eruit gaat zien tussen de gemeenten, provincies en landelijke partijen. Duidelijk is al wel dat de regio's het voortouw hebben in de RES-plannen. Zij zijn onder meer verantwoordelijk voor het draagvlak. “We willen dat er lokaal brede steun is, anders beginnen we er niet aan”, zegt Heijnis. “Daarna kunnen wij in kaart brengen of de plannen ook technisch haalbaar zijn. Of bijvoorbeeld de verkeersveiligheid niet in gevaar komt.”

Het borgen van verkeersveiligheid is een ander belangrijk leerpunt in het pilotprogramma. Het gaat vaak om heel praktische punten. Zo kunnen zonnepanelen de zon weerkaatsen, waardoor automobilisten verblind kunnen worden. Ook kunnen ze geluid weerkaatsen, wat weer onwenselijk is voor omwonenden. “We willen bij toekomstige projecten snel in kaart kunnen brengen of, en hoe we dit soort gevaren kunnen uitsluiten. Zodat we snel kunnen inschatten of een projectvoorstel kansrijk is of niet”, zegt Heijnis.

Samenwerking met marktpartijen

Het pilotprogramma moet ook inzicht leveren in welke werkzaamheden marktpartijen voor hun rekening kunnen nemen en wat overheden moeten doen. De eerste ervaringen, onder meer met zonnepark Krammersluizen, geven al een indicatie.

“Bij meer geïsoleerde locaties is het makkelijker om een lijst op te stellen met technische randvoorwaarden, waarmee marktpartijen al vrij vroeg aan de slag kunnen”, zegt Heijnis. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat de Krammersluizen hun functie voor de scheepvaart goed kunnen blijven vervullen, of in het geval van baggerdepot de Slufter dat de baggerfunctie goed blijft werken. Bij locaties die meer in het zicht liggen, zoals langs drukke snelwegen, moeten overheden meer voorbereidende werkzaamheden verrichten, onder meer om voor draagvlak te zorgen bij de omgeving, zegt de programmamanager.

Bron: Solar Magazine