In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. In deze Q&A geven we antwoord op de meest gestelde vragen.

1) Gaat dit om een regeling?

Nee, het gaat om een afspraak in het Klimaatakkoord. Alle partijen die betrokken waren bij het tot stand komen van het Klimaatakkoord hebben afgesproken dat grootschalige duurzame energieprojecten op deze manier ontwikkeld worden. 

2) Voor welke projecten geldt het?

Het streven naar 50% eigendom van de lokale omgeving geldt voor nieuwe grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op land (>15kW). Daarmee worden nieuwe windparken en zonneparken bedoeld. Het gaat om 50% op projectniveau. 

3) Wat wordt er bedoeld met eigendom?

Als de lokale omgeving eigenaar is van een windpark of zonnepark heeft deze ook zeggenschap over het project en de geldstromen. Bij het ontwikkelen van een project hoort ook ondernemen en risico nemen, zoals andere ontwikkelaars van wind- en/of zonneprojecten dat ook doen.

50% eigendom van de lokale omgeving is in het Klimaatakkoord opgenomen als streven, niet als verplichting. Eigendom is één van de mogelijke uitkomsten van een zorgvuldig proces met de lokale omgeving. Andere vormen, waarbij de lokale omgeving ook mee kan doen, zijn bijvoorbeeld financiële participatie of een omgevingsfonds. Op welke manieren de omgeving kan meedoen met een project, wordt gepubliceerd in de Participatiewaaier van de NVDE.

4) Waarom 50%?

Het ontwikkelen en/of beheren van een project in een 50-50 verhouding biedt een uitgangspunt voor een gelijkwaardige relatie van de lokale omgeving en de ontwikkelaar van het project.

5) Mag het ook meer of minder zijn?

Ja, het doel is draagvlak voor het project. In het proces kan ook gekozen worden voor een andere verdeling of een andere vorm van participatie in het project. De initiatiefnemer betrekt de lokale omgeving bij het maken van de keuze. 

Grondeigenaren hebben ook zelf een positie. Zij bepalen zelf wie er van hun grond gebruik maakt. Via samenwerking tussen bewoners en bijvoorbeeld lokale agrarische grondeigenaren kan ook 100% lokaal eigendom worden bereikt.

6) Wanneer ben je een initiatiefnemer?

Iedere partij die het initiatief neemt om een windpark of zonnepark te ontwikkelen. Ook een bestaande energiecoöperatie, die een project wil ontwikkelen, is daarmee een initiatiefnemer.

7) Is 1 lokale eigenaar voldoende?

Uiteindelijk beoordeelt het bevoegd gezag of het proces goed is doorlopen en of de lokale omgeving in voldoende mate betrokken is. Dit sluit aan bij de aankomende Omgevingswet

Bevoegd gezag is bijvoorbeeld de gemeente of de provincie.

8) Wat is de lokale omgeving?

Er is geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke burgers, (agrarische) grondeigenaren, bedrijven of andere organisaties onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt lokaal en per project bepaald.

9) Is de gemeente gelijk aan de lokale omgeving?

Nee, de gemeente kan eigenaar zijn van een energieproject, maar de gemeente is niet gelijk aan de lokale omgeving van een project. Als de gemeente zelf een project ontwikkelt, dan is de gemeente vanuit die rol ook een initiatiefnemer.

10) Krijgt de omgeving de helft van het energiepark dan gratis?

Nee, wanneer de lokale omgeving (mede-)eigenaar wordt van een wind- en of zonnepark, dan hoort daar ook investeren en ondernemen bij. Hoeveel de omgeving zelf wil ondernemen, is onderdeel van de lokale afspraken.

Samen een project ontwikkelen en/of beheren kan bijvoorbeeld in de vorm van een coöperatie. Lees meer over het oprichten van een coöperatie en welke keuzes je daarin kan maken in ons kennisdossier Organisatie.

Een gemeente of provincie kan vanuit beleidsdoelstellingen ondersteunen om het risico van ondernemen te verminderen. Landelijk wordt er door InvestNL, Groenfonds en Energie Samen een Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties opgezet. Provincies kunnen hieraan meedoen.

11) Waar moet je nog meer op letten?

Lokaal eigendom is een middel voor de omgeving om zeggenschap te hebben over het project én over de besteding van de baten. De internationale organisatie ICA heeft hiervoor 7 coöperatieve principes opgesteld.


Foto: Wim van Vossen