Zou het voor energiecoöperaties niet handig zijn om informatie binnen handbereik te hebben over het energieverbruik in de buurt, geschikte locaties voor een veld zonnepanelen en de hoeveelheid stroom die duurzaam wordt opgewekt? Goed nieuws: de Klimaatmonitor en de Energieatlas brengen precies deze informatie in kaart en zijn gratis te gebruiken.

Over informatie die via internet te vinden is, wordt wel gesproken als ‘het digitale goud’. De juiste informatie kan organisaties en bedrijven immers veel opleveren; bijvoorbeeld in de vorm van nieuwe mogelijkheden, ideeën of cijfers om hun verhaal mee te onderbouwen. Energiecoöperaties hebben het geluk dat er in hun werkveld veel data beschikbaar is waarover zij vrij kunnen beschikken. Gert Nijsink van Rijkswaterstaat geeft een toelichting op twee belangrijke instrumenten die er zijn om die data te ontsluiten: de Klimaatmonitor en de Nationale Energieatlas. Deze, voor iedereen toegankelijke, online toepassingen maken gebruik van onder meer gegevens van het CBS, subsidieregelingen van het Rijk en provincies, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en andere bestaande registraties. Coöperaties kunnen hiermee allerlei relevante informatie voor hun coöperatiegebied naar boven halen.

"Met de juiste zoekopdracht kun je in één oogopslag bijvoorbeeld zien dat de gemeente Zeewolde energieneutraal is, dus binnen haar grenzen net zoveel energie opwekt als ze gebruikt” 
Gert Nijsink, RWS

Klimaatmonitor

De Klimaatmonitor is een initiatief van Rijkswaterstaat, samengesteld op basis van zoveel mogelijk relevante lokale energie- en klimaatgegevens. Dat komt neer op in totaal zo’n 4000 indicatoren. De Klimaatmonitor brengt jaarlijks 90-91% van het Nederlandse finale energiegebruik in kaart, zoals gepubliceerd in de Nationale Energieverkenning (NEV). Met een zoekvraag op een handig dashboard kunnen coöperaties tot op detailniveau trends in een bepaalde regio analyseren. Hoe ontwikkelt de CO2-uitstoot zich binnen een wijk en hoeveel energie wekt de buurt op? Hoeveel laadpalen, zonnepanelen en windturbines staan er? Zelfs per woningtype is informatie beschikbaar zoals het gemiddelde energiegebruik en welk energielabel er is toegekend. 

In één oogopslag

“Met de juiste zoekopdracht kun je in één oogopslag bijvoorbeeld zien dat de gemeente Zeewolde energieneutraal is, dus binnen haar grenzen net zoveel energie opwekt als ze gebruikt,” licht Nijsink toe. Verder kunnen coöperaties trendrapporten inzien over het energieverbruik en de hernieuwbare opwek in elke buurt, wijk en gemeente in Nederland. Zo wordt de stand van zaken op het terrein van energie binnen een bepaalde regio snel inzichtelijk. De klimaatmonitor is in eerste instantie in het leven geroepen voor gemeenten, maar Rijkswaterstaat werkt eraan om de monitor toegankelijker te maken voor energiecoöperaties. “We willen energiecoöperaties munitie geven om te zoeken naar nieuwe kansen, ook commerciële, door informatie bij elkaar te brengen en energiestromen te laten zien,” legt Nijsink uit. “Waarschijnlijk hebben coöperaties behoefte aan een iets andere rubricering dan de bestaande opzet. Daarom leggen we met een aantal coöperaties contact over welke toevoegingen voor hen nuttig zouden zijn.”

De Nationale EnergieAtlas

De Nationale EnergieAtlas is in oktober 2016 gelanceerd door staatssecretaris Dijksma en is gebaseerd op gegevens van onder meer CBS, Kadaster en andere rijksdiensten. De digitale atlas bestaat uit circa 100 kaartlagen. De beschikbare informatie is daarop gevisualiseerd, wat het makkelijker maakt om de gegevens te duiden. “Het ziet eruit als een soort Google Maps,” legt Nijsink uit. “De kaarten zijn erg gedetailleerd, waardoor je goed kunt inzoomen op het gebied dat voor jouw coöperatie interessant is. En bijvoorbeeld het energiegebruik per postcode of het energielabel per woning op kaart kunt zien.”

Met één muisklik alles in beeld 

Met de Energieatlas kunnen coöperaties vanachter hun computers op zoek naar het potentieel binnen hun wijk voor het opwekken van zonne-energie, of naar de locaties die kansrijk zijn om energie op te wekken uit water, bijvoorbeeld bij een gemaal of een rioolwaterzuiveringsinstallatie. De kaarten zijn aanklikbaar. Met een muisklik kun je achtergrondinformatie ontsluiten over elke stortgasinstallatie, vergister, windturbine of verbrandingsinstallatie die in Nederland staat. Van de precieze specificaties tot de opgestelde vermogens aan toe.

Training

De websites zijn gratis toegankelijk, maar vanwege de vele toepassingen van beide systemen, kan het wel even duren voordat duidelijk is hoe alles werkt. Rijkswaterstaat biedt daarom trainingen aan. “Om er echt alles uit te kunnen halen, loont het om je er een halve of hele dag in te verdiepen,” zegt Nijsink. Hij gaat persoonlijk langs bij organisaties die willen leren hoe zij de informatie op de websites het beste kunnen ontsluiten. En daar blijft het niet bij: “Als zij er niet uit komen, kunnen coöperaties altijd nog bellen met de helpdesk of hun vragen per e-mail stellen.”

Nederlandse best practice

Inloggen op de energieatlas of de klimaatmonitor is niet nodig, hoewel Nijsink niet uitsluit dat dit in de toekomst een van de opties wordt. “Dat kan best handig zijn, want een inlogfunctie maakt het bijvoorbeeld mogelijk om instellingen op te slaan. Dat is een van de dingen waarover we nadenken.” De websites blijven wel voor iedereen toegankelijk en ook nu worden ze niet alleen gebruikt door energiecoöperaties en gemeenten. “De hele wereld kan er gebruik van maken. We zien dat ook media, universiteiten en andere overheden geïnteresseerd zijn in de informatie op de website.” De interesse van andere overheden gaat zover dat de Klimaatmonitor als best practice werd gepresenteerd in Brussel om te laten zien hoe de Nederlandse overheid de transitie naar een duurzame en CO2-neutrale energievoorziening ondersteunt.

 

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Gert Nijsink (RWS), Simon Lubach (RWS), Rinske de Jong (RVO.nl) en Karin Keijzer (RVO.nl).