Er komen steeds meer zonneparken en windparken in ons land. Gemeenten kunnen de ontwikkelingen niet langer alleen volgen, maar moeten beslissen hoe ze hiermee om gaan. Hoe worden energieparken in het landschap ingepast, en wie mogen de parken bouwen: de lokale gemeenschap of grote (buitenlandse) partijen? Gerben de Vries van Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) praatte ons bij.

Waarom is het belangrijk dat gemeenten beleid opstellen voor duurzame energieparken?

"Om aan het Klimaatakkoord te voldoen, hebben we een grote hoeveelheid zon- en windenergie nodig in Nederland. Dit betekent dat er in de komende jaren veel zon- en windparken bij moeten komen. Het is niet te voorkomen dat het landschap hierdoor verandert. Maar het is wel van belang dat we de toekomstige parken zo goed mogelijk aan laten sluiten op de omgeving en het landschap. En hier zijn ook veel kansen voor. Dit vraagt wel van gemeenten dat ze hier actief mee bezig gaan en beleid opstellen.

Wat nu vaak gebeurt is dat (buitenlandse) ontwikkelaars geld zien in het bouwen van grote energieparken. Ze komen met een plan bij de gemeente en de gemeente beslist reactief of het plan uitgevoerd mag worden. Dit zorgt voor ad hoc beleid. En dat is lastig te verantwoorden naar de gemeenschap. Want waarom komt het park op die specifieke locatie? Is er wel naar de belangen van de omwonenden geluisterd? Gebrek aan visie en beleid zorgt voor weerstand in de gemeenschap. Terwijl we er juist met elkaar voor moeten zorgen dat de energietransitie slaagt."

Waar moeten gemeenten rekening mee houden in hun beleid?

"Landschap, natuur, leefbaarheid en lokale participatie. Waar passen wel en waar passen geen energieparken in het landschap? Je wilt dat de omgeving prettig blijft voor de bewoners en dat de natuur zo min mogelijk verstoord wordt. Daarnaast kunnen gemeenten beslissen over het aandeel participatie vanuit de lokale omgeving. Welke partij mag het park bouwen en wie haalt er dus financieel voordeel uit? Is dat de gemeenschap of een groot bedrijf, of doen ze het samen? Wanneer een wind- of zonnepark (deels) in eigendom is van de lokale energiecoöperatie, kan de winst geïnvesteerd worden in de eigen regio. Denk aan een opknapbeurt van het lokale zwembad of het buurthuis, of de aanleg van nieuwe natuur. Dan ervaar je als bewoner niet alleen de lasten, maar ook de lusten. En als jouw wijk straks op groene stroom van jullie eigen windmolen gaat draaien, dan kijk je als bewoner misschien wel heel anders tegen de komst van een molen aan.

Gemeenten moeten alle belangen dus goed afwegen. Vervolgens kunnen ze bepalen welke offers we met elkaar brengen voor oplossing van het klimaatprobleem. Liefst wil je dat energieparken op een goede manier gecombineerd worden met natuurontwikkeling, recreatie, en een mooi landschap. Daar moeten we met z’n allen nog in leren.

Iedere gemeente heeft zijn eigen uitdagingen. Soms is landschap een zorg, bijvoorbeeld voor bosrijke gemeenten. Een open polderlandschap leent zich namelijk veel beter voor een zonnelandschap. Maar daar heb je soms weer te maken met beschermd landschap. Bedenk ook dat gemeenten vanuit allerlei perspectieven naar de inrichting van het energielandschap moeten kijken. Vanuit landschapsinrichting en biodiversiteit, maar ook technisch: of bijvoorbeeld een netaansluiting mogelijk is. En denk bij windmolens aan uitdagingen als slagschaduw, geluidsnormeringen, uitzicht. Of bij zonnepanelen aan felle spiegelingen van zonlicht, en de gevolgen voor de bodemkwaliteit van de grond onder de panelen."

Hoe staat het ervoor bij gemeenten?

"Veel gemeenten hebben al een soort van energieplan of energievisie, met als uitgangspunt energieneutraal zijn in 2040, 2035 of zelfs 2030. Alhoewel ze die vaak nog niet hebben vertaald naar een ruimtelijk plan en tussendoelen. Ook zijn sommige gemeenten al bezig met onderzoek naar wat de mensen in hun gemeenten willen. Maar bij de meeste staat het energiebeleid nog in de kinderschoenen. Er zijn ook gemeenten die niet willen wachten op het ontwikkelen van een beleidskader. Ze willen flexibel zijn en laten de energieparken juist wel liever aan de markt over.

Ambtenaren hebben altijd het dilemma ‘haalbaarheid vs. kwaliteit’. Het liefst maak je een zorgvuldig plan voor de hele gemeente, met voorschriften voor de beste projecten op de beste locaties. Maar je wilt ook stappen zetten op de korte termijn. Wat is wijsheid? Eerst beleid schrijven betekent soms dat je initiatieven in de wacht zetten moet zetten. Dat is zonde. Hier zit ook vaak het belang van wethouders. Die willen op korte termijn resultaat laten zien."

Waar kan het volgens jou beter?

"Ik denk dat er nog te veel ‘hap snap’ beleid is, te reactief. Het is goed als gemeenten wel het traject van beleid in gaan, en nu is het moment om te starten. Om het thema te bespreken binnen de gemeente, en met bewoners en belangenorganisaties. Om na te denken over waar er ruimte is, wat een logische manier is van inpassing. Hoe je ervoor zorgt dat de gemeenschap ook echt meeprofiteert. Hoe je de lokale energiecoöperatie actief kunt betrekken.

Het traject van energietransitie gaat nog heel lang duren, 20 jaar voor de meeste gemeenten. In die 20 jaar moeten er nog heel veel zonnevelden en windmolens bijkomen. Het betaalt zich uit als je nu de tijd neemt om goede ruimteplannen te maken en goede voorwaarden stelt voor duurzame projecten."

Welke gemeenten zijn al goed op weg?

"Houten is een voorbeeld van een gemeente die goed bezig is. Ze hebben al beleidskaders opgesteld voor zonneparken, en moedigen nu initiatieven en ontwikkelaars aan om met plannen te komen die aansluiten bij de voorkeuren en richtlijnen.

Een ander voorbeeld is Montfoort. Samen met deze gemeente en een gemotiveerde grondeigenaar zijn we als NMU bezig met plannen voor een geïntegreerd energielandschap, met zonnepanelen, productie van biomassa en misschien nog andere innovatieve technieken. We willen het zo gaan vormgeven dat het gebied leuk is om in te recreëren. Er is oog voor natuurontwikkeling, en we denken aan een wandelpad en een educatiecentrum. We willen laten zien dat energie met allerlei andere zaken samengaat."

Wat is de rol van Natuur en Milieufederatie Utrecht in dit verhaal?

"Wij stimuleren gemeenten om wel met energielandschappen en participatie aan de slag te gaan, en ondersteunen ze hierbij met concrete suggesties voor adequaat beleid en gemeentelijke inzet. Ook organiseren we voor alle Utrechtse gemeenten het ‘kennisprogramma Energielandschappen’, waarin we hen uitnodigen van elkaar te leren en best practices toe te passen. En we laten zien dat er genoeg mogelijkheden zijn om met oog voor landschap, natuur, en leefomgeving goede energieprojecten te realiseren."

Vanuit de Natuur en Milieufederatie Utrecht maakt Gerben de Vries zich sterk voor versnelling van de energietransitie in de provincie Utrecht. Als innovatiemanager bouwt hij bruggen tussen verschillende perspectieven, adviseert hij gemeenten over energielandschappen, en helpt hij hen bij het realiseren van energieprojecten.

Gerben de Vries - Natuur en Milieufederatie Utrecht