Als je doorgroeit van burgerinitiatief naar professionele onderneming, komen er allerlei ‘taaie vragen’ op je pad. Over het borgen van de kwaliteit van je bestuur, over bezoldigde en onbezoldigde medewerkers en vrijwilligers, over participatie van leden en hoe je die gemotiveerd houdt. Een verkenning van enkele taaie vragen waarmee je te maken krijgt als coöperatiebestuurder.

In de praktijk blijken coöperaties die willen doorgroeien naar een professionele onderneming soortgelijke taaie vragen op hun pad te vinden, vertelt Gerwin Verschuur. Naast directeur lokale energiecoöperatie ThermoBello is hij lid van het (HIER opgewekt) kenniscluster dat die taaie vragen verkent en ervaringen uitwisselt over mogelijke oplossingsrichtingen. Met als doel: kennis verzamelen die kan bijdragen om als coöperatie zo professioneel mogelijk door te groeien.

Vraag 1: Wat vraag je van je leden?

De taaie vraag 'Wat vraag je van je leden?' roept bij leden van diverse coöperaties uiteenlopende verhalen op. Toch is er een rode draad: er zijn grenzen waartegen je als coöperatie aanloopt als het om de inzet van leden gaat. Want lang niet voor alle taken zijn genoeg mensen te vinden. Voor het spuien van ideeën zijn doorgaans voldoende mensen te porren, maar voor het echte handwerk - denk aan foldertjes uitdelen op de markt – haken veel leden af.

Tips

  • Bied de taken projectmatig aan: met een duidelijk begin en einde. Dat zorgt voor helderheid over wanneer een taak is afgelopen.
  • Pols bij de leden wat ze willen doen en hoeveel tijd ze willen investeren.
  • Als er financiële middelen zijn: kijk of je die kunt aanwenden voor de impopulaire taken.
  • Ga na of het lukt om de impopulaire taken te laten rouleren, zodat niet telkens dezelfde leden die op zich nemen - met demotivatie als gevaar

Vraag 2: Hoe borg je toezicht?

Een energiecoöperatie uit Midden-Limburg wil zelf afspraken maken met installateurs, vervolgens een aanbod doen aan huiseigenaren (ook aan niet-leden). En een stukje van de fee krijgen van installatiebureaus. De vraag is dan: hoe borg je als coöperatie je onafhankelijkheid en je betrouwbaarheid richting huishoudens?

Binnen dit model je onafhankelijkheid borgen voor klanten die geen lid zijn, gaat simpelweg niet lukken. De coöperatie is in deze situatie immers een soort makelaar die klanten werft voor installatiebedrijven. Wanneer je echt onafhankelijkheid nastreeft, zal je dus moeten kiezen voor een ander model. Zoals bijvoorbeeld de hypotheekadviseurs die eerst een aanbreng-fee kregen van hypotheekverstrekkers en zich nu laten betalen voor het advies.

Als je energiebesparing alleen aan je leden aanbiedt, is onafhankelijkheid geen issue. Je werkt dan immers in opdracht van je leden, vanuit hun behoefte aan woningverbetering en energiebesparing, aan de selectie van goede en betaalbare installateurs. Dan heb je uiteraard nog wel de taak om binnen de coöperatie toezicht te organiseren en je leden een transparant product aan te bieden.

Groeifasen verlangen focus

In de ontwikkeling van coöperaties zijn verschillende fasen te onderscheiden. Als het gaat om toezicht, verlangt elke fase een andere focus. Grofweg zijn er vier fasen:

  1. In de eerste fase vormen de bestuurders een kerngroepje dat samenkomt om projecten te organiseren en uit te voeren. Ze maken hier onderling afspraken over. Het borgen van toezicht ligt op een laag niveau: het is weinig meer dan met elkaar in gesprek gaan.
     
  2. In de tweede fase heeft de coöperatie een groei doorgemaakt. Er ontstaat een soort werkorganisatie, waarbij enkele mensen betaald worden. Fundamentele vraag in deze fase: sta je als coöperatie toe dat bestuurders worden betaald of zet je een werkorganisatie neer waarin mensen loon ontvangen?
     
  3. In de derde fase is de coöperatie verder geprofessionaliseerd. In deze fase gaat er vaak dusdanig veel geld in de coöperatie om, dat de kwaliteit van het bestuur een steeds belangrijker issue wordt. Hoe organiseer je het toezicht zo dat de coöperatie behoed blijft voor bestuurlijke blunders? Denk aan het installeren van een kascommissie, of aan het aanstellen van een Raad van Bestuur.
     
  4. Een vierde fase is door nieuwe ontwikkelingen inmiddels ook te onderscheiden. Lokale coöperaties gaan samenwerkingsverbanden aan en vormen clusters op regionaal, provinciaal en landelijk niveau. Het gebeurt steeds vaker dat die samenwerkingsverbanden een officieel karakter krijgen, in de vorm van coöperaties of verenigingen. Hoe borg je toezicht in die stapeling van samenwerkingsverbanden en rechtsvormen? Een eerste oplossing die naar boven komt drijven: wanneer je als coöperatie lid wordt van een samenwerkingsverband, vaardig dan een lid af dat in het bestuur plaatsneemt.

Vraag 3: Hoe ga je om met betaald versus onbetaald werk?

Een ander thema dat bij groeiende coöperaties speelt is bezoldigd versus onbezoldigd werk. Hoe ga je daarmee om? Een inventarisatie leert dat dit thema nauwelijks speelt bij coöperaties die bezig zijn met windenergie-ontwikkeling. Meer dan bij andere soorten coöperaties zit daar de belofte van voldoende inkomsten. Daardoor is het dus ook eenvoudiger om al het uitvoerende werk bezoldigd te maken en het bestuurswerk onbezoldigd - de meest gekozen verdeling.

Maar hoe kunnen andere coöperaties - die deze luxe niet kennen - hiermee omgaan? Eén term komt als grootste goed bovendrijven: transparantie. Maak aan alle leden duidelijk welke criteria je als coöperatie aanhoudt wanneer iets betaald werk is en wanneer onbetaald. Dan is de kans op scheve gezichten en conflicten het kleinst. Hoe die transparantie concreet is in te vullen, blijft iets om verder over na te denken.

Publiek-private samenwerking

In dit licht komt een nieuw idee op tafel dat - hoewel het nog verder verkend moet worden - enthousiasme met zich meebrengt: laat coöperaties en gemeentes samen een BV oprichten. Als het gaat om bijvoorbeeld klimaatbeleid hebben beide partijen immers een vergelijkbare doelstelling. Binnen zo'n uitvoerings-BV zijn gemeente en coöperatie beide aandeelhouder. Met als achterliggende gedachte dat de gemeente financiële middelen en de coöperatie menskracht inbrengt, zodat de coöperatie binnen de BV het betaalde werk vorm kan geven. Resultaat is een vorm van Publiek Private Samenwerking die - voor zover bekend - nog niet plaatsvindt, maar het verkennen zeker waard is!

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Gerwin Verschuur (Thermobello), Lex Hoefsloot  (Coöperatie ValleiEnergie), Manuel den Hollander (CALorie) en Arien Scholtens (deA).