Er zijn verschillende manieren om als coöperatie een gezamenlijk zonnedak, zonneveld of windmolen te financieren via de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopweking. Je kunt financiering werven via ledeninleg, via externen zoals een bank, of via crowdfunding. Hieronder bespreken we de drie vormen. Dit artikel is gericht op initiatieven met als rechtsvorm coöperatie.

1. Projectfinanciering door leden: twee hoofdvormen

Leden kunnen een bijdrage doen aan de financiering van een coöperatief zon- of windproject. Dit wordt geregeld in deelnemersovereenkomsten tussen leden en coöperatie. Als coöperatie kun je hierbij kiezen uit hoofdvormen: een obligatielening en een participatie.

Obligatielening

Het lid sluit een overeenkomst voor een obligatielening met de coöperatie. Deze overeenkomst kent voorwaarden, een looptijd, aflossingsschema en een vastgelegd rentepercentage.

  • De jaarlijkse uitkering aan de leden is dan een rente plus aflossing.
  • De lening valt voor de coöperatie onder het vreemde vermogen op de balans.
  • De inbreng wordt vastgelegd in een ‘obligatieovereenkomst’ of ‘leningsovereenkomst’.
  • De obligatie/lening kan overdraagbaar zijn onder leden (als dit vooraf is afgesproken).

In veel gevallen kan de geldlening achtergesteld zijn ten opzichte van de bank of een andere financier. Een achtergestelde lening wordt terugbetaald als alle andere schuldeisers hun geld hebben ontvangen. Bij een faillissement van de coöperatie komt de achtergestelde schuldeiser – de deelnemer in het project van de coöperatie – dus achter in de rij van andere schuldeisers.

Participatie 

Leden van de coöperatie kunnen ook deelnemen in de financiering van een project via een participatie. Dit kan als het vermeld staat in de statuten van de coöperatie.  

Ons advies: benoem de mogelijkheden in de statuten. Beschrijf de gedetailleerde uitwerking van voorwaarden en rechten van financiering door leden in een zogenaamd participatiereglement.

  • De participatie van leden valt voor de coöperatie onder het eigen vermogen op de balans.
  • Dit zijn deelnamerechten die, afhankelijk van de voorwaarden, doorgaans overdraagbaar zijn onder leden. 
  • Het lid krijgt met de participatie een (samenhangend) recht op winstuitkering.

In het geval van participaties, is de coöperatie verplicht om per lid een ‘ledenrekening’ bij te houden, die stijgt als het lid meer inbrengt. In zo’n ledenrekening zet je namen en adressen van alle participatiehouders, de aantallen participaties en de specificaties die van belang zijn om als coöperatie aan je verplichtingen te voldoen. De ledenrekening moet je als coöperatie jaarlijks bijwerken.

2. Projectfinanciering door derden

Naast of in plaats van financiering door leden kan een energiecoöperatie ook externe financiering binnen halen voor een duurzaam zon- of windproject. Denk aan banken, fondsen en andere financiers.

Dit type projectfinanciering valt in het algemeen onder vreemd vermogen. Dergelijke financiers verstrekken na zorgvuldige onderzoek van de projectrisico’s een ‘termsheet’ aan de coöperatie. Hierin staan de voorwaarden waaronder zij een project kunnen financieren.

De financier zal in de voorwaarden zekerheid willen vastleggen. Denk bijvoorbeeld aan het recht van hypotheek: de bank krijgt het recht om de opwekinstallatie  op te eisen en te verkopen als de coöperatie niet aan de verplichtingen voldoet. Dit om financieringsrisico’s af te dekken. De afbetaling van het geleende vreemde vermogen gaat via de balans. De rentelasten gaan via de winst- en verliesrekening.

3. Verwerven van projectfinanciering bij particulieren

Je kunt een project ook financieren via crowdfunding. Dat is nog best een uitdaging en nog geen gebruikelijke route voor coöperaties.

Bij het opzetten van een crowdfundingsactie komt meer kijken dan een flyer met een aantrekkelijk aanbod voor leden en het bankrekeningnummer waar het geld naartoe moet. Het verwerven van projectfinanciering of inleg onder particulieren is namelijk wettelijk aan voorwaarden gebonden, zoals die van de Wet financieel toezicht (Wft).

De AFM ziet toe op een juiste en volledige informatievoorziening om ongewenste praktijken te voorkomen. De voorwaarden zijn de afgelopen jaren aangescherpt om particulieren te beschermen.

Simpelweg ophalen van ‘opvorderbaar geld’ van het publiek is verboden. Het mag wel in de vorm van ‘effecten’, zoals participaties en obligaties. Maar ook dan gelden er regels. De belangrijkste: als je minder dan 5 miljoen euro wil ophalen, ben je vrijgesteld van ‘prospectusplicht’. Je moet dan wel altijd een vrijstellingsvermelding plaatsen bij alle informatie over je projectaanbod en de kapitaalinbreng:

AFM

Ten slotte geldt er een informatieplicht. Voor elk project moet er een ‘financiële bijsluiter’ worden opgesteld, ook wel ‘informatiememorandum’ genoemd. Daarmee kunnen geïnteresseerde leden precies achterhalen wat de voorwaarden zijn van het project en kunnen ze zelf een afgewogen risico-inschatting maken.

De in Nederland toegelaten crowdfundingsplatformen kunnen een hoop werk uit handen nemen en zijn goed in staat om de voorwaarden voor participatie nader uit te werken.

Lees meer: