In Denemarken zijn coöperatieve warmtenetten heel gebruikelijk. In ons land zoeken we naar mogelijkheden voor meer draagvlak. Hier liggen kansen voor coöperatieve warmte. Echter, de situatie is hier anders. Siward Zomer, directeur van brancheorganisatie ODE Decentraal, legt uit wat er in Nederland volgens hem zou moeten gebeuren én wat we zouden kunnen leren van de Denen.

Waarom zouden er in Nederland ook coöperatieve warmtenetten moeten komen?

Siward Zomer: "Warmtenetten hebben altijd een monopolie positie. Je kunt als afnemer niet zomaar een ander warmtenet kiezen. Dit betekent dat zeggenschap van afnemers onontkoombaar is. Daarnaast liggen er kansen voor optimalisatie. Woningen moeten zuiniger worden. Een warmtebedrijf is niet de eigenaar of bewoner van die woningen. Wanneer bewoners samen eigenaar zijn van een collectief warmtenet, hebben ze wel baat bij het naar beneden brengen van hun warmtevraag. Voor dat samen eigenaar zijn, is de coöperatie vervolgens een handige rechtsvorm.

In de Europese koepel van energiecoöperaties REScoopEU ben ik trekker van het REScoopPlus project. Eén van de deelnemers, het Sudtiroler Energieverband, heeft met de leden tariefafspraken gemaakt over de return flow temperature. Dit stimuleert leden efficiënter met de warmte om gaan. Wanneer distributie, productie en consument gesplitst zijn, werkt dat niet zo."

Er wordt wel gezegd dat bewoners risico lopen als ze collectief eigenaar zijn van een warmtenet. Wil je niet liever als consument dat risico bij een andere partij ligt?

Siward Zomer: "Warmte is één van de minst risicovolle bedrijfsmatige activiteiten die ik kan bedenken. Je moet uiteraard wél een goed systeem hebben, én je moet geen lock-in creëren. Duurzaam en betaalbaar verwarmen is uiteindelijk het doel. En vergeet niet, een consument loopt altijd risico. Risico wordt in kosten doorgerekend aan de consument. Waar denk je dat die hoge vastrechtkosten bij warmte vandaan komen? Het verschil tussen een coöperatie en een bedrijf met aandeelhouders is dat bij het bedrijf er nog een deel winstuitkering naar aandeelhouders bovenop komt.

Stadsverwarming heeft het voordeel dat het risico publiek is afgetikt met de aansluitplicht. Deze situatie is echter niet houdbaar, zeker niet voor het aansluiten van bestaande woningen. Google maar een keer warmtenet en je ziet de rechtzaken voorbij komen. Er is niemand die zich vrijwillig aansluit. Dat het te risicovol is, werd overigens ook gezegd in het begin van de ontwikkeling van windenergie. Dit zouden energiecoöperaties ook nooit voor elkaar krijgen. Dit gaat nu heel hard. En, mocht het helpen, in Denemarken is er in 115 jaar geen enkele warmtecoöperatie failliet gegaan."

Wat is er in Denemarken gedaan om deze ontwikkeling te stimuleren?

Siward Zomer: "Bedenk wel, in Denemarken heeft al in 1973 een harde tik gehad. Dit kwam door de oliecrisis. Ze zijn daarmee al even bezig. Denen hadden toen ook al een kleine voorsprong door de ervaring met lokale warmtenetten, die op olie gestookt werden.

Een hele belangrijke reden waarom warmtecoöperaties in Denemarken zo populair zijn geworden is, is de wetgeving. In de wet staat dat er op warmte niet meer dan 5% winst gemaakt mag worden. Er zijn vervolgens twee mogelijkheden om dit te realiseren 1) De extra winst moet weer uitgekeerd worden aan de klanten 2) De tarieven voor het volgende jaar worden verlaagd om het te compenseren. Het coöperatieve bedrijf is dan een goed middel om dit te organiseren.

En wat blijkt, voor 5% rendement komen marktpartijen niet hun bed uit. Er waren in Denemarken wel marktpartijen in het begin die de wet niet goed hadden gelezen of dachten door slim boekhouden genoeg over te houden. Daar zijn ze heel snel op teruggekomen. Nu is vrijwel alles coöperatief. Er zijn ook geen concurrenten die in wijken strijden voor een positie. Er wordt automatisch vanuit gegaan dat bewoners het zelf doen. De eigendomsstructuur zorgt ervoor dat de prijzen laag blijven en de kwaliteit hoog."

Zouden we onze wet aan moeten passen?

Siward Zomer: "Ja, precies. Zo’n wet komt namelijk met consequenties. Warmtepartijen moeten dan aan een overheid kunnen aantonen hoeveel winst ze maken. De boeken zijn daarmee openbaar. Er zijn in Denemarken ook strenge accountancy regels aan verbonden.

We krijgen in ons land, met de situatie in Groningen, een vergelijkbare klap. Het einde van aardgas is heel concreet. We hebben nú de kans om hierin keuzes te maken. We hebben in Nederland zeer weinig ervaring met het aansluiten van bestaande woningen op warmte. Die kennis moeten we nog opbouwen. Ook de bekende partijen moeten dat. Gaan we, om deze ontwikkeling te stimuleren, vervolgens garanties inbouwen voor drie warmtebedrijven, waarna zij de door publieke gelden opgebouwde kennis kunnen kapitaliseren? Of geven we die garantie aan warmtecoöperaties die vervolgens die kennis onderling delen? En, laten we daarvoor ook vooral naar de ervaringen in andere Europese landen kijken."

Netbeheerders kunnen hierin ook een rol spelen?

Siward Zomer: "Ja, maar ook een netbeheerder is alleen eigenaar van het net, niet van de woningen. Je wilt juist op alle vlakken aan de slag. Hele wijken moeten van het aardgas. Kijk maar naar elektrificeren, waarmee woningeigenaren het voor hun eigen huis regelen, maar met alle maatschappelijke kosten van dien.

Daarbij komt dat het bij warmte niet hetzelfde werkt als bij elektriciteit. Je kunt niet zomaar iedere producent toelaten op een warmtenet als leverancier van warmte. Er moet iemand aan die knoppen zitten. In Denemarken bepaalt de eigenaar van het net welke warmte erop wordt gezet. Deze kan daarmee kiezen voor de goedkoopste leverancier.

Er liggen ook kansen in de samenwerking. Voor mijn eigen wijk in Amsterdam werken we met MeerEnergie samen met Alliander. We denken aan een joint venture, waarin we samen ontwikkelen en eigenaar worden van het net. Het is dan zowel belang van Alliander als MeerEnergie om goede service te leveren en het netwerk zo optimaal mogelijk in te regelen. De coöperatie MeerEnergie heeft zeggenschap over de tarieven en werkt in de joint venture mee aan de technische zaken."

Wat kunnen we nog meer leren van Denemarken?

Siward Zomer: "Dat het mensen niet alleen om de prijs gaat. Het gaat ook om zekerheid van kosten. Het Deense EBO Consult, een andere deelnemer aan REScoopPlus, geeft aan het aanbod aan woningeigenaren voor een coöperatief warmtenet in Denemarken gemiddeld €7000,- kost. We denken hier te veel dat mensen alleen op de prijs zitten.

En dat het belangrijk is om hiervoor goede regionale en landelijke service te hebben. EBO Consult is in Denemarken een marktpartij die die rol vervult. Dit kan hier ook, de markt als toeleverancier voor warmtecoöperaties. Dit betekent net zoveel, zo niet nog meer werk voor marktpartijen. Meer, want projecten gaan nu wél door. Zeggenschap en eigendom ligt bij de afnemers en de markt levert haar diensten. Maken ze er een potje van, zoeken we een andere marktpartij. Doen ze dit goed, ontstaat er een lange relatie."

Onderwerpen