Er zijn in de media recent veel vraagtekens gezet bij de duurzaamheid van biomassa. Ondertussen zeggen experts dat de inzet ervan onmisbaar is om over te schakelen op duurzame energie. In dit artikel gaan we in op een aantal stukken die relevant zijn in de discussie.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat warmtebedrijven een groei in stadswarmte realiseren oplopend naar circa 80.000 woningequivalenten per jaar in 2025, en dit niveau vasthouden tot 2030. Een maand later hebben warmtebedrijven en milieuorganisaties een warmtepact gesloten met de ambitie om in 2030 minimaal 1,2 miljoen woningen te verwarmen met warmte uit een warmtenet.

De afspraak daarbij is dat deze warmtenetten de komende jaren ook op houtige biomassa kunnen draaien. Maar uiterlijk 2040 is de hoofdbron van warmtenetten een alternatief van biomassa, zoals aardwarmte, zonnewarmte, aquathermie en restwarmte. In die toekomstige casus wordt houtige biomassa naast o.a. groene waterstof en biogas alleen tijdens de piekvraag gebruikt.

Deze afspraken illustreren het feit dat op de meeste plaatsen de eigenaars van warmtenetten op de korte termijn voor de keuze staan: aardgas of houtige biomassa.

Advies van de SER en het rapport van het PBL

Het kabinet heeft de SER gevraagd om in 2020 advies uit te brengen over een duurzaamheidskader voor biomassa. Biomassa is een belangrijke bron om de energievoorziening te verduurzamen. Tegelijkertijd is er veel discussie over hoe duurzaam het echt is. Het kabinet wil dat de SER aangeeft:

  • binnen welke grenzen er draagvlak is voor een duurzame inzet van biomassa;
  • welke (handhaafbare) duurzaamheidscriteria voor maatschappelijke partijen inpasbaar en uitvoerbaar zijn;
  • hoe maatschappelijke partijen de verantwoordelijkheidsverdeling tussen private partijen en de overheid ten aanzien van sturing op beschikbaarheid, prioritering en cascadering zien.

Het rapport van de SER is inmiddels beschikbaar.

Het SER advies bouwt voort op de studie ‘Beschikbaarheid en toepassingsmogelijkheden van duurzame biomassa’ van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het PBL constateert dat er veel maatschappelijke discussie is over biomassa. Het perspectief waar men vanuit redeneert bepaalt in hoge mate welke toepassingen als ‘goed’ beschouw worden, en de waarde die men hecht aan hoge dan wel lage schattingen. Het PBL ziet vijf perspectieven met een verschillende focus: klimaat, hernieuwbare energie (met minimale inzet van biomassa), circulariteit, ecologie en duurzame ontwikkeling.

Een belangrijke conclusie van PBL is dat in een klimaatneutrale, circulaire economie een belangrijke rol lijkt weggelegd voor biomassa. Vanuit alle vijf perspectieven dient het gebruik van biomassa wel aan duidelijke duurzaamheidscriteria voldoen, waarbij internationale klimaatdoelen niet ter discussie worden gesteld. Hoeveel biomassa in de toekomst (inter)nationaal beschikbaar is en welke toepassingsmogelijkheden verantwoord zijn, hangt vervolgens sterk af van het bredere perspectief dat men hanteert.

De discussie in de praktijk

De discussie tussen voor- en tegenstanders concentreert zich op de te bouwen biomassacentrale van Vattenfall in Diemen en de biomassacentrale in Purmerend.

Diemen

In een recente brief keren B&W van de gemeente Diemen zich tegen deze centrale en tegen de vergunning die de provincie heeft verleend. Zij baseren zich daarbij onder andere op een bezwaarschrift van de organisatie Mobilisation for the environment. Deze organisatie was ook verantwoordelijk voor het proces dat leidde tot de vernietigende uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daarnaast baseert de gemeente zich op het eindrapport van de commissie Remkes over de aanpak van stikstof. Daarin wordt gesteld dat vanwege de stikstofproblematiek en het klimaat beter aardgas ingezet kan worden dan biomassa. Nadere bestudering hiervan door een groep deskundigen leert dat hier weinig van klopt.

De stellingname van de gemeente Diemen is opvallend omdat de gemeente eerder een convenant had getekend met andere betrokken gemeenten en Vattenfall over de tijdelijkheid van de inzet van biomassa, de luchtkwaliteit en duurzaamheidscriteria van de biomassa.

Purmerend

Tijdens een informatiebijeenkomst van de gemeente Purmerend heeft prof. Wim Turkenburg, voorstander van de inzet van biomassa, uitgebreid gereageerd op de kritiek op de inzet van biomassa. Daarbij gaat hij in op de noodzaak van biomassa bij de aanpak van het klimaatprobleem, de duurzaamheidscriteria, de klimaateffecten en de bijdrage aan de lokale luchtvervuiling. Zijn standpunten met uitleg zijn te lezen in het blad Milieu.

Conclusie: doorgaan onder de juiste voorwaarden

Wat ons betreft is de meest logische conclusie om door te gaan met warmtenetten en om met betrekking tot biomassa de aanpak van het Warmtepact te volgen. Dat houdt in om goed controleerbare afspraken maken over de duurzaamheid van de biomassa, een plan om op termijn de biomassa alleen in te zetten voor de piekverwarming en te kiezen voor strenge normen voor de uitstoot van de biomassacentrale.