In Denemarken en Italië zijn er al veel lokale warmtecoöperaties. Deze vorm voor collectieve warmtenetten blijkt ook voor Nederland interessant. Inmiddels zijn de eerste lokale initiatieven, opgezet door bewoners, dan ook van start. Ze hebben aanzienlijke stappen gezet. Waar staan zij, wat hebben ze voor elkaar gekregen en wat zijn de lessen waarop anderen kunnen voortbouwen?

Bij het opzetten en uitrollen van een collectief warmtenet komt behoorlijk wat kijken. In dit artikel delen verschillende bewonersinitiatieven hun inzichten. Aan het woord komen achtereenvolgens Gerwin Verschuur van Thermo Bello (Culemborg), Els Struiving van Paddepoel Energiek (Groningen), Eelco Fortuijn van Ramplaankwartier (Haarlem), Niek Willemsen van het Traais Energie Collectief (Terheijden), Wanka Lelieveld (coöperatie WOW) en Theo de Bruijn (+31 Buurtwarmte).

Een collectief warmtenet: wat betekent dat?

Een warmteproject kent grofweg vier fasen: 1) de initiatiefase, 2) de ontwerpfase, 3) de bouw/realisatiefase en 4) de exploitatiefase. Anders dan bij zonneprojecten duurt het beheer van een collectief warmtenet zo’n 40 jaar. Collectieve warmtenetten zijn dan ook een forse investering in de toekomst, en initiatiefnemers moeten goed weten waaraan ze beginnen. Gerwin Verschuur van Thermo Bello begon al in 2009: “Je moet zeker weten dat je de komende 40 jaar een warmtenet kunt beheren en onderhouden. Want je legt je vast op een voortdurende warmtelevering aan de buurt. Je kunt mensen niet opeens letterlijk in de kou laten zitten. Dat vraagt een behoorlijke committering.”

Energiecoöperatie Thermo Bello heeft zich toegelegd op een warmtenet in Culemborg. “De samenwerking met woningcorporaties, gemeente en bewoners is daarin cruciaal. Via een wijkaanpak hebben we inmiddels 28.000 bewoners bereikt en zijn we nu actief in 15 wijken. De ons-kent-ons-methode is erg effectief om mensen bij je plannen te betrekken. Bij ons bleek ook de woningcorporatie een belangrijke versneller te zijn. Als medeondertekenaar zullen zij tijdens de technische opnamen bij hun huurders direct inventariseren wat er moet gebeuren om dit plan uit te voeren. We moeten namelijk om: de aardgastransitie is geen kwestie van óf maar van wanneer.” 

De belangstelling voor warmtenetten vanuit lokale energie-initiatieven is groeiende. Waar moet je rekening mee houden? Verschuur: “Per wijk moet je bepalen wat de beste optie is. Niet overal is een warmtenet haalbaar. Ook de technologie moet je goed onderzoeken; wat is het beste voor deze wijk en omgeving? Breng vervolgens mensen bij elkaar en leer elkaar kennen. Want een warmtetraject doe je zeker niet alleen. Het vraagt een jarenlange commitment van alle deelnemers. Misschien kun je pas over 5 jaar de eerste concrete stappen zetten. Kijk ook goed naar de warmte-infrastructuur. Hoeveel graden is haalbaar, gaat het om hoge- of lagetemperatuurswarmte en hoeveel graden kun je aanbieden? Dat heeft ook te maken met de isolatiegraad van de woningen: hoe beter geïsoleerd, hoe minder warmte zo meteen nodig is. Dan kun je misschien ook toe met een warmtenet van 30-50°C.”

Burgergerichte aanpak: de pantoffelmethode

In het Groningse Paddepoel zijn ze laagdrempelig begonnen. Volgens Els Struiving van Paddepoel Energiek zijn mensen er sterk gemotiveerd: “Hier wil men maar wat graag van het aardgas af.” De coöperatie is begonnen met een energiespreekuur voor bewoners en energiecoaches die langskomen voor advies. Er ligt al een warmtenet. “Alleen wordt dat nu ingezet voor enkel grote afnemers. Daarom moeten we toch zelf aan de slag.” Samen met ‘grote broer’ Grunneger Power en Shell is er een wijkgerichte aanpak opgesteld. Shell wil graag dit project als pilot benutten en de technische kennis van het bedrijf komt goed van pas voor dit project.

Wat moet je doen om mensen mee te krijgen? Struiving heeft een aantal tips: doe een goed aanbod, wees duidelijk over hoge verwachtingen en hanteer een ‘pantoffelaanpak’. “Dat is een burgergerichte manier van werken. De burger is het meest belangrijk in dit traject. Wat de burger wil, dat is de basis voor de toekomst. Het gaat niet om die verre stip op de horizon, maar om de wensen van de mensen heel dichtbij. Dat moet je voor ogen houden.” Paddepoel is een van de 27 aardgasvrije wijken die subsidie van het Rijk heeft ontvangen.

Technische kennis erbij halen

In het Haarlemse Ramplaankwartier gebeurt al veel aan duurzame energieopwekking. Eelco Fortuijn van coöperatie Spaargas geeft aan dat er al veel goodwill is in de buurt.  De ambitie is om in 2025 aardgasvrij te zijn via maximale lokale opwek. “We willen geen economische lock-in, we willen het graag alleen doen. Met enkel elektra kom je er dan niet. Warmte is een uitdaging. Want hoe wek je dat lokaal op en wat doe je met de opslag? Dat vraagt ook om technische deskundigheid. We hebben dan ook niet alleen de gemeente als partner aangehaakt maar ook de TU Delft.”

De mogelijkheden voor opwek worden nu gezocht in pvt-panelen: zonnepanelen die ook warmte kunnen opwekken. Daarnaast is isolatie essentieel en men kijkt per huizenblok of woning naar de mogelijke inzet van warmtepompen. Om de bewoners erbij te betrekken werkt het initiatief met nieuwsbrieven, evenementen en huisdossiers. “Dat is een online dossier waarin we samen vastleggen hoeveel we energie opwekken en hoe weinig gas we verbruiken.” Vanaf 2021 denkt het initiatief echt aan de slag te kunnen. “Misschien wat ambitieus maar we gaan ervoor.”

Transitie naar een 100% energieneutraal dorp

In het Brabantse Terheijden kreeg het Traais Energie Collectief de handen op elkaar om het dorp aardgasvrij te maken. Het Rijk stelt daarvoor 3,4 miljoen euro subsidie ter beschikking. Niek Willemsen legt uit hoe men de ambities gaat waarmaken: “Anderhalf jaar geleden hebben we ons collectief opgericht en hebben we nu al zo’n 500 leden. We hebben naast een windturbine en 15 hectare zonnepanelen ook onze zinnen gezet op warmteopwek. Maar distributie is lastig. Ons dorp kent veel verschillende soorten huizen, het is echt een ratjetoe. Om over te gaan op een warmtenet is isolatie de basis. Dat is voor ieder huis dus anders. En mensen willen weten: ‘wat betekent het precies voor mijn huis en wat kost dat?’ Je aanbod moet gewoon 100% goed zijn.” 

De overstap voor mensen moet dan ook zo simpel mogelijk worden. In het dorp staan binnenkort rioolwerkzaamheden op de agenda. “Dat blijkt een mooi moment om de werkzaamheden voor een warmtenet daar meteen aan te koppelen. Het werk aan het riool is uitgesteld tot wij klaar zijn met de voorbereidingen. Inmiddels hebben we zes grote afnemers en veel mensen meegenomen in de plannen.” Om de pieken op te vangen, wordt de komende 5 tot 7 jaar gebruik gemaakt van biomassa en terugwinning van warmte uit het oppervlaktewater. Uiteindelijk moet ook de biomassa (olifantsgras) zelf worden geteeld. Met de aanleg van een microgrid wil TEC mogelijk maken dat ieder huishouden zelf met de eigen energievoorraad kan ‘spelen’.

Bereid zijn om zelf veel uit te zoeken

Ook in de Benedenbuurt in Wageningen gaan de ontwikkelingen snel. Wanka Lelieveld van coöperatie WOW heeft bewoners inmiddels meerdere keren geraadpleegd: wil men een collectief warmtenet als oplossing voor een aardgasvrij wijk? Zo’n 44% heeft een intentieverklaring getekend: 200 van de 450 bewoners. Deze mensen zijn bereikt via digitale en fysieke nieuwsbrieven, huisbezoeken, buurtsafari’s en bijeenkomsten. “Je moet het professioneel aanpakken en duidelijk krijgen wat er precies moet gebeuren. Zowel op technisch als op sociaal gebied moet je de juiste mensen weten te verzamelen want het is een groot thema. Het vraagt veel kennis, tijd en inzet.”

Omdat er maar weinig voorbeelden zijn, moet je als collectief veel zelf uitzoeken. Een warmtenet aanbesteden bij de markt: hoe werkt dat? Welk risico kan je en wil je aangaan? Hoe ga je om met de verplichtingen en welke rol pak je als collectief? “Je moet kijken naar afleversets voor in de woning, duidelijk hebben wat de eisen zijn van de gemeente en zien dat je de voorfinanciering voor elkaar krijgt. Dat is niet eenvoudig. Hou ook rekening met de termijn. Je committeert je als collectief aan een oplossing die decennialang de huizen van je buren altijd van warmte moet kunnen voorzien.”

De business case is inmiddels dichtgerekend: er is 9 miljoen euro nodig. “Met de subsidie van het Rijk van 5,3 miljoen euro – bedoeld voor de woningaansluitingen - komen we dus nog wat te kort, maar dat wordt aangevuld door de gemeente. Daarmee kunnen we ook het voortraject financieren waarbij kosten komen kijken als projectmanagement en – administratie, opzetten, aansturen en stimuleren van wijkteams maar ook al het uitzoekwerk.” Het initiatief is beloond met de Aanmoedigingsprijs van dagblad Trouw.

Energie Samen: +31 Buurtwarmte – eerste hulp voor burgerinitiatieven

Om dat uitzoekwerk voor bewoners te beperken, is +31 Buurtwarmte in het leven geroepen. Het is een initiatief van Energie Samen. Theo de Bruijn, eveneens van coöperatie WOW, licht toe: “Dit platform ondersteunt bewoners die ervoor kiezen om het wijkproces coöperatief aan te pakken en zelf de regie te behouden. De gemeente speelt dan een faciliterende rol. +31 Buurwarmte biedt praktische ondersteuning aan burgerinitiatieven in de vorm van kennis en ervaring. Zo hebben we onder meer het hele proces in overzichtelijke stappen teruggebracht en is er een breed netwerk dat voor bewoners direct toegankelijk is.” Meer informatie is te lezen op de website van Energie Samen.

Tips van de experts op een rijtje

  • Betrek je wijkgenoten meteen erbij; zorg voor bijeenkomsten en persoonlijke huisbezoeken. Steek tijd in kennismaking en het vormen van een stevige band met je medestanders.
  • Vorm een gecommitteerd team met verschillende expertises: zowel technisch als sociaal, dat zich voor langere tijd wil vastleggen aan het initiatief.
  • Zorg voor duidelijke communicatiemiddelen, online en offline, en maak een inzichtelijke infographic waarin mensen het verhaal in één oogopslag zien.
  • Doe een goed aanbod. Overstappen moet een aantrekkelijk alternatief zijn. Motiveer op persoonlijk vlak (minder geld kwijt aan de energierekening, klaar voor de aardgastransitie) en op collectief niveau (zorg voor de gemeenschap, geld blijft van de buurt en wordt daar ook geïnvesteerd). En, wat kost het als je niets doet?
  • Zorg voor een kosteloze overstap: alle kosten die gemaakt moeten worden in de woning zelf, moeten afgedekt kunnen worden.  Dat helpt mensen over de streep.
  • Maak de overstap zelf ook zo eenvoudig mogelijk. Ondersteun mensen daarbij en wees duidelijk waarop ze wel en niet kunnen rekenen.
  • De gemeente is een belangrijke partner. Stem ook af of er werkzaamheden kunnen worden gecombineerd zoals bij de vervanging van riolering.
  • Betrek woningcorporaties bij je plannen; zij kunnen zorgen voor massa.
  • Wees helder over hoge verwachtingen; een warmtenet aanleggen kost tijd, geld en energie. Het is mensenwerk en er moet nog veel worden uitgezocht. Maak daarom duidelijk dat er fouten mogelijk zijn en hoe je die zoveel mogelijk wilt gaan beheersen.

Nuttige websites

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Lex Bosselaar (RVO.nl), Gerwin Verschuur (Thermo Bello/Energie Samen), Merian Koekkoek (HIER opgewekt), Theo de Bruijn (coöperatie WOW), Wanka Lelieveld (coöperatie WOW), Els Struiving (Paddepoel Energiek), Eelco Fortuijn (Spaargas), Bas Hofman (CDER), Niek Willemsen (Traais Energie Collectief). Het artikel is geschreven Het artikel is geschreven n.a.v. de gelijknamige tijdens het Evenement HIER opgewekt 2018.