Er bestaan verschillende manieren waarop burgers mee kunnen doen met collectieve zonprojecten. Op basis van die participatievormen categoriseren wij zonprojecten in de Lokale Energie Monitor in drie hoofdtypen.

  1. Projecten van en met lokale energiecoöperaties (met eigendom)
  2. Projecten met crowdfunding (alleen financiële participatie)
  3. Projecten met ontwikkelaars (alleen financiële participatie)

Type 1: Bij projecten van en met een lokale energiecoöperatie kunnen burgers zelf initiatief nemen. Ze ontwikkelen het project samen met de omgeving. Ze investeren en zijn eigenaar in een coöperatief verband.

Type 2 en 3: Bij de crowdfunding en financiële participatie in projecten van ontwikkelaars gaat het alleen om financiële participatie (type 2 en 3). Het belangrijkste verschil gaat over eigendom en zeggenschap. Van wie zijn de zonnepanelen? Wie bepaalt wat er met de opbrengsten gebeurt? Het andere verschil gaat over zeggenschap over het proces, oftewel procesparticipatie. Bij wie ligt het initiatief? Wie heeft invloed op de ontwikkeling van het project?

1. Collectieve zon van en met coöperaties

Het eerste type collectieve zonprojecten dat we onder de loep nemen, zijn de projecten die door of met een lokale coöperatie worden gerealiseerd. In 2019 hebben we in totaal 557 coöperatieprojecten op de lijst staan (85% van het totaal van 649 projecten) met in totaal 91 MWp geïnstalleerd collectief zonvermogen (75% van het totaal van 119 MWp).

Is een coöperatie betrokken? Dan is de coöperatie meestal de initiatiefnemer van een zonnedak of zonnepark en bepalen de leden op welke manier het project vorm krijgt. Soms sluit een coöperatie aan bij een initiatief van een andere partij, bijvoorbeeld een ontwikkelaar. De rol die de coöperatie dan speelt hangt af van het moment dat de samenwerking wordt aangegaan. Is het project al helemaal ontwikkeld en eigendom van de ontwikkelaar, dan kan een coöperatie alleen nog financieel participeren. Het streven van de coöperatieve beweging en het Klimaatakkoord is 50% eigendom van de lokale omgeving

Installaties

Bij de coöperatieprojecten zijn de installaties vrijwel altijd eigendom van de coöperatie. Bij postcoderoosprojecten is dat zelfs een wettelijke vereiste. Bij kleinere zonnedaken worden de installaties dan ondergebracht in de coöperatie of een nieuw opgerichte productiecoöperatie. Bij grotere zonneparken met grotere financiële belangen en risico’s richt men vaak een BV op. De coöperatie is dan aandeelhouder in de BV waarin de installatie is ondergebracht. We hebben het dan ook vrijwel altijd over ‘lokaal’ eigendom, omdat de leden van de coöperatie in de omgeving wonen (statutair bepaald).

Bij grotere zonneparken is vaak sprake van gedeeld eigendom. Van het gerealiseerde zonvermogen (kWp) rekenen we dan in principe alleen het eigendomsaandeel van de coöperatie toe aan de coöperatie of het collectief. Is een coöperatie alleen betrokken bij de financiële participatie, maar zelf geen eigenaar? Dan tellen we dat zonvermogen niet mee.

Kleinere projecten

Voor de relatief kleinere projecten (daken en kleine parken) zijn we minder streng wat betreft de toerekening op basis van eigendom. Het komt voor dat een coöperatie initiatiefnemer is van een zonnedak en het project ontwikkelt, maar dat de dak- of grondeigenaar uiteindelijk investeert en eigenaar wordt van de productie-installaties. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het zonnepark dat Texel Energie ontwikkelde voor en met het waterschap. Uiteindelijk bleek het financieel gunstiger om het eigendom onder te brengen bij het waterschap.

Voorbeelden:

In het Zuid-Hollandse Rhoon is een ontwikkelaar eigenaar van een zonnepark met 12.000 zonnepanelen. 700 hiervan zijn eigendom van de Rotterdamse Energiecoöperatie. We rekenen dan dus 700 zonnepanelen toe aan de coöperatie (6% lokaal eigendom).

In de Flevopolder realiseerden twee ontwikkelaars het zonnepark Zuyderzon met 100.000 panelen. Zij zijn de eigenaars van het zonnepark. Bewoners financierden 4% van de investeringskosten met een (obligatie-)lening. Een lokale coöperatie ondersteunde bij de werving en vertegenwoordigt de belangen van de participanten. Alle deelnemers zijn lid zijn van de coöperatie en wonen in de omgeving. De coöperatie is geen eigenaar van de installatie. Dus volgens de strikte definitie is er geen sprake van lokaal eigendom, hoewel de coöperatie wel een actieve rol speelt in het organiseren van de financiële participatie en er ook sprake is van een aantoonbare lokale binding.

2. Crowdfunding

Het tweede type collectieve zonprojecten is gefinancierd via een crowdfundingplatform. Dit gaat alleen om financiële participatie, tenzij er een coöperatie bij betrokken is. In 2019 tellen we er 90 in totaal (15%) met een totaal zonvermogen van 26 MWp (22% van de totale 119 MWp). Het aantal energieprojecten met crowdfunding groeit sterk. In zo’n geval financiert een groot aantal mensen, de crowd, een project door geld te lenen aan de eigenaars van het zonnepark. Het crowdfundingplatform verzorgt de financiering en zorgt dat alles netjes volgens de regels gebeurt. De deelnemers zelf zijn geen eigenaar van de installatie en hebben er verder ook weinig over te zeggen.

In dit geval hebben we het over het collectief van de crowd of de funding community. Dit zijn mensen die belang hechten aan duurzame energie en op deze manier actief bijdragen aan de energietransitie. Een committed crowd, zoals Greencrowd dat noemt. Deze crowd is geen zelfstandige organisatie of groep: mensen kennen elkaar niet. Daarnaast gaat het om één project per funding. Anders dan bij coöperatieprojecten zal de crowd geen initiatief nemen voor nieuwe projecten. Bekende crowdfundingplatforms zijn: ZonnepanelenDelen, Greencrowd, Duurzaam Investeren, Solar Green Point en One Planet Crowd.

Collectief zonvermogen?

In dit geval is geen sprake van collectief eigendom. Het vermogen van de zonneparken die met crowdfunding zijn gerealiseerd, rekenen we om die reden niet mee als collectief vermogen. We houden voor landgebonden projecten vast aan de definitie van lokaal eigendom uit het Klimaatakkoord. Zouden we het vermogen wel willen meerekenen, dan doen zich ook allerlei lastige (methodische) vragen voor. Want welk deel schrijf je toe aan de crowd? Een grootschalig zonnepark van een eigenaar met 1% inbreng vreemd vermogen door een crowd, is lastig te zien als de verdienste van de crowd.

Voor de zonnedaken zijn we minder streng. We rekenen de crowdfundingprojecten mee, als de investerende deelnemers een binding hebben met het project en de crowdfunding een substantiële bijdrage levert aan de financiering. Er moet sprake zijn van een committed crowd met wortels in de omgeving van het project. Denk aan projecten met een school, zwembad, voetbalclub, gemeentehuis, bedrijfsverzamelgebouw of zorginstelling waar mensen uit de buurt aan mee willen betalen. De eerste generatie crowdfundingprojecten voldeed aan deze criteria; de kleinere zonnedaken werden vrijwel volledig door lokale crowdfunders gefinancierd.

In de nabije toekomst zullen ook hier toerekeningdiscussies gaan spelen. De crowdfundingprojecten worden groter en de lokale binding minder. De meeste projecten staan open voor iedereen in Nederland, waardoor we niet echt kunnen spreken over lokale binding.

Voorbeeld:

Twee ondernemers ontwikkelden een zonnepark met 108.000 panelen in Lelystad en zijn daar eigenaar van. Ruim 400 deelnemers financierden mee via het crowdfundingplatform ZonnepanelenDelen. Ze droegen met 3% bij aan de investeringskosten met een (obligatie-)lening, de eigenaars met 3% en een bank financierden de rest. De deelnemers wonen verspreid in Nederland. Er is geen sprake van eigendom en weinig lokale binding. We rekenen dit niet mee als ‘collectief zonvermogen’.

3. Financiële participatie in zonne-energie

Bij het derde type collectieve zonproject participeren mensen direct in een zonnepark. In dit geval stelt de ontwikkelaar/eigenaar van het zonnepark het project open voor financiële participatie, zonder tussenkomst van een crowdfundingplatform of coöperatie. In de windsector zijn dit soort participatiemogelijkheden al jaren gebruikelijk, in de zonnesector is dit nog relatief nieuw.

De meeste grootschalige zonneparken zijn, voor zover bekend, zonder financiële participatie van de omgeving gefinancierd. Dit verandert wel snel, mede onder druk van de gemeenten die participatie als voorwaarde stellen voor de vergunning. In de praktijk werken ontwikkelaars als SolarFields en GroenLeven dan vaak samen met een crowdfundingplatform of met een coöperatie om omwonenden gelegenheid te geven om financieel te participeren (zie type een en twee).

(4. De levering van lokale zonnestroom aan omwonenden)

We noemen tot slot nog een vierde vorm van betrokkenheid van de omgeving bij een zonnedak of zonnepark: de levering van lokale zonnestroom aan omwonenden. Coöperaties faciliteren dit model door een samenwerking aan te gaan met een (coöperatieve) energieleverancier. Ze verkopen hun eigen stroom aan de leverancier en deze levert de stroom thuis bij de leden af die klant zijn bij die leverancier. Als de coöperatie nog geen eigen productie heeft, dan koopt de leverancier stroom in bij het zonnepark of zonnedak van een andere partij in de omgeving. Commerciële eigenaars van zonneparken kunnen eenzelfde model volgen.

In dit lokale zonnestroom-model is geen sprake van collectief eigendom en ook niet van actieve betrokkenheid bij de ontwikkeling van het project. Het gaat om een collectief van klanten van lokale zonnestroom. Deze projecten zien we dan ook niet als collectieve zonprojecten.

Dit artikel is gebaseerd op de Lokale Energie Monitor 2019, pagina 28 t/m 30.