De consultatie over het wetsvoorstel dat de gemeenteraad de bevoegdheid geeft om een wijk aardgasvrij te maken is van start. Het gaat daarbij om wijzigingen van de Omgevingswet en de Gaswet (en in de toekomst Energiewet). Het is de bedoeling dat de wijzigingen in 2024 in werking treden.

Bekijk de consultatie hier. Je kunt tot 26 januari 2022 reageren.

In een memorie van toelichting wordt uitgelegd op basis waarvan het voorstel voor de wetswijziging tot stand kwam. Vooral onderstaande punten zijn daarbij van belang.

Aanwijsbevoegdheid om de levering van aardgas te stoppen

De gemeenteraad kan volgens het voorstel besluiten dat de levering van aardgas in een wijk stopt. Dit gebeurt door een omgevingsplan vast te stellen in het kader van de Omgevingswet, waarin staat op welke datum de levering van aardgas in een wijk wordt beëindigd.

Waarborgen om het omgevingsplan vast te stellen

In de toelichting op de wet wordt aangegeven dat de bevoegdheid om een dergelijk omgevingsplan vast te stellen, is voorzien van juridische en niet-juridische waarborgen. Deze gaan over onder meer het planproces, de termijn tussen het aanwijzen van een wijk en de daadwerkelijke overstap naar een duurzame voorziening, de beschikbaarheid van de alternatieve warmtebron, de mogelijkheid om als gebouweigenaar voor een eigen gelijkwaardig alternatief te kiezen, en de motivering van de aanwijsbevoegdheid waarin de betaalbaarheid een belangrijke rol speelt. Het Rijk zal hiervoor instructieregels vaststellen in een Algemene Maatregel van Bestuur.

Geen instructieregels voor het wijkuitvoeringsplan

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de transitievisie warmte door de gemeente wordt geconcretiseerd in een uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan beschrijft de gemeente welke maatregelen getroffen zullen worden in de wijk om de gebouwen te verduurzamen of al op een duurzaam alternatief voor aardgas aan te sluiten. Ook staat erin wat de inzet is van communicatieve en financiële instrumenten om isolatie door eigenaar-bewoners en andere gebouweigenaren te bevorderen. Dit uitvoeringsplan is een belangrijke onderbouwing voor het omgevingsplan. Het Rijk vindt het niet nodig om ook instructieregels vast te stellen voor het uitvoeringsplan en het uitvoeringsplan wettelijk te verankeren, omdat dit al gebeurt in het omgevingsplan.

Kosten voor verwijderen gasaansluiting verwerkt in de tarieven

De wet regelt ook dat de netbeheerder een voorziening kan aanleggen voor de kosten die samengaan met het gasnet verwijderen. Deze voorziening wordt bekostigd uit de tarieven die gebruikers betalen. Wie zijn gasaansluiting laat verwijderen, maakt hiervoor zelf dus geen extra kosten.

Gemeenten krijgen toegang tot meer gegevens

In het wetsvoorstel staat verder dat de gemeente toegang krijgt tot de namen en adressen van alle woningeigenaren, ook wanneer deze zelf niet in de woning wonen. Dit maakt het voor gemeenten mogelijk om particuliere verhuurders te benaderen. Ook de informatie over de energie- en warmteaansluitingen van woningen die netbeheerders en warmtebedrijven nu niet mogen delen, moet voor gemeenten beschikbaar komen.

Van woonlastenneutraliteit naar betaalbaarheid

In de toelichting op het wetsvoorstel wijst het Rijk erop dat betaalbaarheid een gedeelde verantwoordelijkheid is van Rijk en gemeenten. Maar ook dat in het Klimaatakkoord is afgesproken dat het de verantwoordelijkheid van gemeenten is om in het omgevingsplan rekening te houden met de betaalbaarheid voor hun bewoners en gebouweigenaren. Het Rijk kiest daarbij voor de term betaalbaarheid in plaats van woonlastenneutraliteit omdat de voorwaarde van woonlastenneutraliteit voor iedere bewoner de wet in de praktijk onuitvoerbaar maakt.

Met betrekking tot het onderwerp nadeelcompensatie wordt verwezen naar bestaande regelgeving en zo nodig de uitwerking hiervan in lagere regelgeving.

Borging van de positie van bewoners

Een belangrijke vraag is hoe de posities van eigenaren, huurders en/of bewoners in het gemeentelijk besluitvormingsproces wordt geborgd. Het gaat tenslotte om (potentieel) ingrijpende maatregelen in de woning. De toelichting op het wetvoorstel gaat niet expliciet op in op deze vraag. Het Rijk beperkt zich tot de vaststelling dat de gemeente in een (warmte)programma (een nieuwe term voor de transitievisie warmte) en omgevingsplan moet motiveren hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Voor wat betreft woningeigenaren is dit geregeld in de bestaande artikelen 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit. Bij woningcorporaties geldt dat bij complexgewijze renovaties 70% van de huurders moet instemmen. Bij VvE’s geldt de besluitvorming door de vergadering van eigenaren en bij particuliere verhuur de huurwetgeving.

Bekijk de consultatie hier. Je kunt tot 26 januari 2022 reageren.

Zie ook