De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft op verzoek van het Rijk en de decentrale overheden onderzoek gedaan naar de vraag welke extra uitvoeringskosten decentrale overheden hebben ten gevolge van de afspraken uit het Klimaatakkoord. De focus is daarbij op de periode tot 2030. Uit het rapport blijkt dat de wijkgerichte aanpak het meeste werk kost.

Kosten lopen op richting 2030

De ROB onderscheidt in totaal 28 nieuwe of (sterk) geïntensiveerde taken voor gemeenten. In 2024 (het meest ‘doorsnee’ jaar in de periode) hebben gemeenten gemiddeld 14 tot 17 extra fte nodig. Dat is een gewogen gemiddelde van 86 tot 100 fte extra voor G4-gemeenten, 39 tot 43 extra voor de G40, 17 tot 19 extra voor middelgrote gemeenten en 8 tot 9 extra voor kleine gemeenten. Daarnaast zijn er substantiële materiele kosten, vooral voor technisch onderzoek. De jaarlijkse extra kosten voor gemeenten worden geraamd op € 479 tot € 522 miljoen in 2022, oplopend naar € 771 tot € 953 miljoen in 2030. Ook de provincies en de waterschappen krijgen er een aantal nieuwe taken bij. De extra kosten lopen op tot€ 42,8 miljoen voor de provincies en € 23,5 miljoen voor de waterschappen in 2030.

Wijkgerichte aanpak intensief

Het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen brengt de hoogste kosten met zich mee. Dat komt omdat gemeenten uiteindelijk aan veel verschillende wijken tegelijkertijd werken. De berekening gaat uit van gemiddeld tussen de 650 en de 950 woningen per wijk, en de ambitie dat in 2030 een ritme is bereikt waarmee jaarlijks 200.000 woningen wordt verduurzaamd. Er is twee jaar en ongeveer 1.5 fte per jaar nodig voor het opstellen van het plan en zes jaar en ongeveer 2 fte voor de uitvoering.

Naast de wijkgerichte aanpak vergen ook gemeentebrede communicatie, zonneweides en windmolenparken relatief veel inzet.

Lees het hele rapport

Download

of bezoek de website van de Raad voor het openbaar bestuur