In dit artikel wordt de regeling Verlaagd Tarief bij collectieve opwek in het kort toegelicht. Deze regeling wordt ook wel de postcoderoosregeling genoemd.

De fiscale regeling verlaagd tarief geeft recht op een korting op de energiebelasting als een particulier of ondernemer samen met anderen investeert in opwekking van duurzame energie. Bijvoorbeeld door zonnepanelen op een dak of grond in de buurt. Voorwaarde is dat de deelnemers in de buurt wonen, dat willen zeggen binnen een zogenaamd postcoderoosgebied, kleinverbruikers zijn en samen een coöperatie of vereniging van eigenaren vormen.

De verlaging tot nihil van het tarief van de eerste schijf van de energiebelasting wordt toegepast op de persoonlijke energierekening van de leden, tot maximaal het eigen verbruik en maximaal 10.000 kWh per jaar. Leden van coöperaties en Verenigingen van Eigenaren komen in aanmerking voor deze belastingkorting. Leden hebben met deze regeling lagere kosten en de coöperatie heeft inkomsten van de verkochte stroom.

Wat houdt de regeling in en hoe werkt het?

Waarom deze regeling?

Het kabinet wil met deze regeling de lokale duurzame opwekking van elektriciteit stimuleren. Achterliggend idee is dat daarmee niet alleen een bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling voor duurzame energie, maar ook aan een groter draagvlak voor duurzame energie. Burgers worden immers zelf producent. Bovendien zorgt de regeling voor energiebewustzijn, waardoor burgers ook meer gaan letten op energiebesparing. In de toekomst leidt de regeling mogelijk tot minder netgebruik, omdat minder transport van elektriciteit nodig is.

Tot nu toe konden alleen burgers en kleinere bedrijven, die op eigen terrein of dak duurzame elektriciteit kunnen opwekken, gebruik maken van een verlaging van de energiebelasting. Met de regeling Verlaagd Tarief maakt het kabinet dit ook mogelijk voor burgers en kleinere bedrijven zónder geschikt eigen dak of terrein.

Wat is een postcoderoos? 

Een postcoderoos is het gebied van aangrenzende postcodes waarin de productie-installatie ligt. Leden van een coöperatie of VvE die gezamenlijk eigenaar zijn van een productie-installatie en wonen binnen dit postcoderoosgebied hebben - volgens de regeling Verlaagd Tarief - recht op een verlaagd tarief (korting) voor de energiebelasting.

De postcoderoos is het postcodegebied waarin de productie-installatie ligt, plus de direct daaraan grenzende postcodegebieden (gebieden waarin alle postcodes dezelfde vier cijfers hebben). Ook postcodegebieden die alleen raken met een 'punt' horen bij de postcoderoos. De productie-installatie kan in het midden van de zogenoemde postcoderoos liggen maar mag ook in een van de 'blaadjes' van de postcoderoos gerealiseerd worden. Dit maakt het voor coöperaties mogelijk om ook locaties voor energieopwekking in de randen van de postcoderoos te benutten (in de wandelgangen wordt al gesproken over de postcoderups). Leden kunnen profiteren van de belastingkorting als ze in de postcoderoos van de productie-installatie wonen.

In onderstaand voorbeeld vormen de postcodes 1234, 1230, 1231, 1450, 1506, 1236 en 1247 een postcoderoos. De productie-installatie kan op iedere willekeurige plaats binnen dit gebied zijn gesitueerd.

postcodegebied

Raadpleeg voor meer informatie over de postcoderoos de veelgestelde vragen over Locatie van de productie-installatie.

Hoe werkt de verrekening?

Kleinverbruikers investeren via een coöpera­tie of VvE in een ­installatie voor opwekking van duurzame energie. De opgewekte energie wordt door de coöperatie of VvE verkocht aan een energieleverancier naar keuze. De deelnemende kleinverbruikers krijgen de korting verrekend op hun eigen energierekening. Om deze belastingkorting daadwerkelijk door te kunnen voeren, heeft een energieleverancier gegevens nodig over het aan dit lid toegerekende aandeel opgewekte stroom uit de productie-installatie. De coöperatie is verantwoordelijk voor die toerekening en geeft dat aan de energieleveranciers door via een opgaaf over het aandeel opgewekte stroom door haar leden. Ook wel ledenverklaring genoemd. Op basis van deze informatie passen de betreffende leveranciers het verlaagd tarief toe. Lees voor meer informatie over de verrekening van de energiebelasting het artikel Postcoderoosregeling: Hoe werkt de verrekening van de energiebelasting? en de veelgestelde vragen over Juridische aspecten.

Onderstaande infographic laat zien hoe de geld- en energiestromen lopen bij de postcoderoosregeling. 

Infographic geld- en energiestromen verlaagd tarief

  • Je kunt de infographic downloaden en vergroten door op de afbeelding te klikken.

Wat gebeurt er als je als coöperatie meerdere productie-installaties binnen een zelfde postcodegebied hebt?

In beginsel wordt door de Belastingdienst voor elke productie-installatie een afzonderlijke beschikking gegeven. Dat is nodig om in de beschikking aan te kunnen geven, wat de postcodegebieden zijn waarbinnen leden van de coöperatie voor het verlaagde tarief in aanmerking kunnen komen.

Als de coöperatie binnen één en hetzelfde postcodegebied meerdere productie-installaties heeft waarmee dezelfde soort duurzame energie wordt opgewekt, kunnen deze in de beschikking worden samengenomen en als één productie-installatie worden aangemerkt, omdat de postcodegebieden waarbinnen leden voor het verlaagde tarief in aanmerking kunnen komen, voor die installaties hetzelfde zijn (UR BoM artikel 19a7). Een nadeel van deze constructie is eventuele 'besmetting': Als één installatie niet 'lukt' kan die de andere installaties meetrekken.

In plaats van de productie-installaties samen te voegen in de beschikking, kan de coöperatie er ook voor kiezen om per installatie een zogenaamde satelliet coöperatie op te richten en deze samen te brengen in een koepel-coöperatie. 
Met deze constructie kunnen de administratieve lasten ook worden gedeeld, wordt de schaal van het project groter (kostenvoordeel) én wordt voorkomen dat installaties elkaar kunnen besmetten.

Raadpleeg voor meer informatie veelgestelde vragen over de Locatie van de productie-installatie

Wat gebeurt er als je als coöperatie meerdere productie-installaties binnen verschillende postcodegebieden hebt?

Per productie-installatie dient een aanwijzing van de Belastingdienst te worden verkregen. Een coöperatie kan voor meerdere installaties aanwijzingen krijgen. Deze installaties hoeven niet in hetzelfde postcodegebied te liggen. Lastig is dat dan zeer zorgvuldig gekeken moet worden van welke installatie de leden van de coöperatie hun stroom toegerekend krijgen (liggen de aansluitingen van de installatie en het lid namelijk niet in dezelfde postcoderoos, dan geldt geen verlaagd tarief). Dit kan leiden tot een toename van de administratieve lasten.

Beter kunnen de leden van de bestaande coöperatie dan voor elke productie-installatie een aparte ‘satelliet-coöperatie’ oprichten. De bestaande coöperatie wordt dan een koepel-coöperatie. De verwachting is dat dit ook een uitkomst biedt voor (grote) bestaande coöperaties die niet voldoen aan de eisen van de regeling (bijvoorbeeld omdat een bedrijf voor meer dan 20% in de coöperatie deelneemt). Het oprichten van ‘satelliet-coöperaties’ zou ook hier uitkomst kunnen bieden. Lees meer over de satelliet-coöperatie in vraag "Wat wordt bedoeld met een satelliet-coöperatie?" in de veelgestelde vragen over 'Juridische aspecten'. 

Hoeveel en welk geld is met deze regeling gemoeid?

De met deze regeling gepaard gaande belastingderving wordt door een verhoging van de energie­belasting voor elektriciteit betaald. Het kabinet heeft echter in het aanvullend pakket structureel 10 miljoen euro voor deze regeling beschikbaar gesteld. Deze 10 miljoen euro is opgenomen in de Miljoenen­nota. Daarmee kan de hiervoor genoemde verhoging van het tarief in de energiebelasting voor elektriciteit worden beperkt en in de eerste jaren zelfs achter­wege blijven. Dat houdt in dat naar verwachting pas in 2017 voor de eerste keer een dergelijke verhoging plaats zal vinden. Deze verhoging bedraagt dan € 0,0003 per kWh. Het is dus een misvatting dat er in totaal maar 10 miljoen euro beschikbaar is om de regeling te financieren.

Kun je onbeperkt gebruik maken van de regeling?

Deze regeling heeft alleen betrekking op elektriciteit voor eigen gebruik. Dat eigen verbruik is bepalend en ligt voor een gemiddeld huishouden (2,2 personen) op circa 3.500 kWh. Als particulieren voor meer instap­pen dan hun eigen gebruik, zal er dus niet over het gehele aandeel in de productie een korting gelden. Bovendien beperkt de toepassing van het verlaagd tarief zich tot 10.000 kWh (1e schijf van de energiebelasting).
Dit betekent dat een particulier ook mee kan doen als hij saldeert via opwek op bijvoorbeeld eigen dak, zolang hij zelf maar minder opwekt dan hij gebruikt. 

Een voorbeeld: Een kleinverbruiker verbruikt 5000 kWh. Hij wekt zelf 3000 kWh op achter de meter. Hiervan gebruikt hij direct 1200 kWh en de overige 1800 kWh wordt ingevoed op het net. Van het energiebedrijf heeft hij nog 3800 kWh nodig. Hij leverde eerder 1800 kWh terug, dit mag gesaldeerd worden. Daarnaast kan deze verbruiker voor maximaal 2000 kWh (totale verbruik minus reeds zelfopgewekte energie) deelnemen in een coöperatie om voor de korting op de energiebelasting in aanmerking te komen. 

Braakliggende (bouw)gronden worden vaak gezien als aantrekkelijke bestemming voor (tijdelijke) zonneparken. Geldt de regeling dan ook? 

De regeling geldt ook voor (tijdelijke) zonneparken, maar collectieven moeten dan wel reke­ning houden met de zogenaamde postcoderoos. Als een tijdelijke voorziening wordt verplaatst naar een locatie buiten het oorspronkelijke postcodegebied, kan voor veel deelnemers de belastingkorting vervallen. Dit brengt de nodige administratieve en financiële handelingen met zich mee. Waarschijnlijk zal dan bij de belastingdienst ook een nieuwe aanwijzing aangevraagd moeten worden.

Voor wie is de regeling bedoeld en waar kan ik meer informatie vinden?

Welke collectieven komen in aanmerking voor de regeling verlaagd tarief?

Coöperaties en Verenigingen van Eigenaren (VvE). Het betreft hier doorgaans collectieven die rondom een productie-installatie zijn georganiseerd. Waar in de teksten in het HIER opgewekt Kennisdossier Verlaagd Tarief ‘coöperatie’ is genoemd, wordt daaronder mede verstaan een Vereniging van Eigenaren. De collectie­ven moeten wel aan een aantal eisen vol­doen. En wellicht ten overvloede: de coöperatie/VvE komt niet zelf in aanmerking voor het verlaagd tarief.  Dit recht hebben alleen haar leden. Om in aanmerking te komen voor de regeling dient de coöperatie een aanwijzing te hebben van de Belastingdienst.
Lees meer hierover in bij de veelgestelde vragen over Juridische aspecten

Wie kan profiteren van de regeling verlaagd tarief?

Particulier en ondernemers die samen met anderen investeren in opwekking van duurzame energie, bijvoorbeeld door zonnepanelen op een dak of grond in de buurt, hebben via de postcoderoosregeling recht op een korting op de energiebelasting . Voorwaarde is dat de deelnemers in de buurt wonen, dat willen zeggen binnen een zogenaamd postcoderoosgebied, kleinverbruikers zijn en samen een coöperatie of vereniging van eigenaren vormen.

Het verlaagde belastingtarief is bedoeld voor de leden van een coöperatie die gevestigd zijn in de postcoderoos. De regeling geldt ook voor leden van VvE’s met een eigen productie-installatie, mits deze is geplaatst op het gebouw of de grond van de betreffende VvE. Bedrijven kunnen ook lid worden van een coöperatie en in aanmerking komen voor de korting. Daarvoor geldt echter wel een restrictie: een ondernemer mag maximaal 20% van het totale kapitaal van de coöperatie inbrengen. Lees meer over de eisen aan de leden van het collectief in de veelgestelde vragen over Juridische Aspecten

Welke technieken/productie-installaties komen in aanmerking voor de regeling?

De regeling geldt voor elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen. Dat zijn: wind, zonne-energie, aardwarmte, golfenergie, getijde-energie, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolzuiveringsgas en biogas.

Komen huurders in aanmerking voor de regeling?

Ja, huurders komen in aanmerking mits de huurder exclusief energiekosten huurt. De huurder moet dus een zelfstandig afnemer zijn van elektriciteit en over een kleinverbruikersaansluiting beschikken. Het energiebedrijf levert in die situatie namelijk energie aan de huurder en kan het verlaagde tarief toepassen op de energierekening van de huurder.

Waar kan ik voorbeelden vinden van collectieven die gebruik maken van de regeling?

In de lijst initiatieven op de website van HIER opgewekt staan ook de initiatieven vermeld die bezig zijn met de postcoderoosregeling. Kijk ook in de Lokale Energie Monitor welke projecten er gerealiseerd zijn.

Wie moet ik bij de belastingdienst benaderen als ik specifieke vragen heb over de regeling in relatie tot mijn project?

Voor vragen over de regeling kun je terecht bij de BelastingTelefoon, 0800 - 0543 (gratis). De BelastingTelefoon is bereikbaar van maandag tot en met donderdag van 08:00 tot 20:00 uur en vrijdag van 08:00 tot 17:00 uur.

Toekomst en wijzigingen

Wat wordt verwacht van het gebruik van de regeling? En hoeveel wordt de regeling gebruikt?

Dat moet de praktijk natuurlijk gaan uitwijzen. Bij de start van de regeling is aangenomen dat – uitgaande van een groei van het aantal deelnemers met zo’n 25.000 per jaar – eind 2017 rond de 100.000 huishoudens van deze regeling gebruikmaken. Uitgangspunt is dat elk lid voor gemiddeld 3.000 kWh elektriciteit per jaar profiteert van het verlaagde tarief. De regeling is eind 2017 - 4 jaar na de start in 2014 - geëvalueerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Naar verwachting wordt de evaluatie in jan/feb 2018 door Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat aangeboden aan de Tweede Kamer en daarmee openbaar.

Uit de Lokale Energie Monitor die HIER opgewekt jaarlijks uitbrengt blijkt dat tot eind 2017 in totaal 112 postcoderoos (PCR-)projecten gerealiseerd zijn, waarvan 63 in 2017. Het doorsnee PCR-project bestaat uit een zonnedak van ongeveer 250-300 zonnepanelen (75-80kWp). Meestal wordt er een nieuwe projectcoöperatie opgericht en gemiddeld zijn er 25-30 deelnemers. De financiering van de projecten varieert tussen 100% gefinancierd door leden of met (deels) inbreng van vreemd vermogen. 

Wanneer wordt de regeling geëvalueerd?

Eind 2017 - 4 jaar na de start in 2014 - is de regeling geëvalueerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Op 18 juni 2018 is het evaluatierapport is naar de Tweede Kamer door Minister Wiebes. Bekijk hier het rapport

Sluitende business cases rekenen over een langere periode. Hoe zit het met de zekerheid over continuïteit?

Eind 2017 - vier jaar na de start (2014) - is de regeling geëvalueerd. Zowel in het Belastingplan als in het Energieakkoord van 2013 is expliciet aangegeven dat met het oog op investerings­zekerheid de continuïteit voor bestaande gebruikers moet worden gewaarborgd. Coöperaties kunnen vijftien jaar van de belastingkorting profiteren, ook als een jaar later de kortingsregeling zou worden afgeschaft of het voordeel bijvoorbeeld zou worden verlaagd. Als het verlaagde tarief komt te vervallen, of als de korting wordt verminderd, kunnen de coöperaties die er al gebruik van maken de resterende jaren van de vijftien jaar na het tijdstip waarop de coöperatie haar aanwijzing ontving, nog van de kortingsregeling gebruik blijven maken.

Een voorbeeld: als een coöperatie in 2016 door de Belastingdienst wordt aangewezen als een coöperatie waarvan de leden recht hebben op de belastingkorting dan gaat vanaf dat moment de periode van tenminste vijftien jaar in. Wordt de belastingkorting tussentijds door de Kamer afgeschaft of verlaagd, dan kan die coöperatie toch nog tot 2031 van de regeling gebruik blijven maken. Maar zou de belastingkorting in 2031 worden afgeschaft, dan zou diezelfde coöperatie direct zijn recht op korting verliezen, omdat dan al vijftien jaar gebruik is gemaakt van de regeling. Een andere coöperatie die in bijvoorbeeld 2028 voor het eerst voor de regeling in aanmerking komt, zou in dat laatste geval wel nog zijn vijftien jaar na het tijdstip waarop de coöperatie haar aanwijzing ontving, mogen afmaken.
Lees voor meer informatie over de investeringszekerheid in de veelgestelde vragen over Financiële aspecten

Hoeveel aanwijzingen zijn er al gedaan door de belastingdienst? 

Tot eind 2017 zijn er, volgens opgave van de belastingdienst (oktober 2017) in totaal 102 aanwijzingen afgegeven en nog 23 in afwachting van een aanwijzing. 

Deze lijst van veelgestelde vragen en antwoorden is tot stand gekomen door samenwerking tussen HIER opgewekt en Eversheds. Medewerkers van het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Financiën hebben commentaar geleverd. De lijst wordt regelmatig aangepast en geactualiseerd. Heeft u vragen, stel deze dan via info@hieropgewekt.nl. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Het verdient aanbeveling om zo nodig in concrete gevallen advies in te winnen.